Belgenmop?
Heel zachtjes vloekend zet ik 's ochtends om kwart over zes de wekker af. Heel zachtjes douchen en scheren, dan kleed ik mij sluipend bij een gedimd pitje aan. Een blik uit de ramen brengt mij niet echt in een beter humeur: mist! En ik moet om negen uur stipt in Antwerpen zijn voor een spreekbeurt over management enzo. (Why always pick on me?, denk ik nog, en waarom heb ik mij hier weer bij laten luizen?).
Als ik om even voor zeven wegrijd troost ik mij met de gedachte dat de mist zo wel op zal trekken. De naïeveling, blijkt later, want het grijze gordijn wordt bij het vorderen van de rit alleen maar dikker en dichter. Ik realiseer mij dat ik in tijdnood. begin te komen. De reserve die ik had ingebouwd om de zaal en dia apparatuur te inspecteren, is vóór Breda al weg. Bij de grens is ook de reserve voor zoeken en verkeerd rijden in Antwerpen weg.
En al rijdende realiseer ik mij dat ik maar zeer summiere aanwijzingen heb, zoals 'neem afslag Antwerpen en volg borden centrum' (volgens mij zijn er aan de rondweg zeker 10 afslagen 'Antwerpen') en dan 'als maar rechtuit tot de noodbrug'. Maar hoe herken ik in deze dikke mist of ik op of onder een brug ben. Wat is bij de Belgen trouwens het verschil tussen een brug en een noodbrug (ken je die mop van die Belg die dacht dat hij op een brug reed, maar het was een noodbrug?)
En al rijdend begin ik alweer te balen van mijn gastheren. Waarom hebben zij ook niet even een net plattegrondje opgestuurd ("dat doen wij bij BSO toch beter"). Als ik dan om precies negen uur door zo'n merkwaardige combinatie van het betere gokwerk, eigenwijsheid, gesprekken met in het wild lopende Belgen en ongelooflijk veel geluk, oog in oog sta met het straatnaambordje van het gezochte adres, komt er nog een scheutje adrenaline in de bloedbaan bij als ik zie dat dit een straat is waar parkeren dus absoluut uitgesloten is, want op de trambaan parkeren is niet echt verstandig en in de zijstraten staan de auto's bij wijze van spreken al twee hoog opgespeld.
Dat hadden ze bij de aanwijzingen ook wel mogen zeggen dat de dichtstbijzijnde parkeerplaats aan de grens was. Uiteindelijk prak ik mijn Peugeootje voorlopig maar even in een soort van fietsenstalling, in de hoop dat de Belgische afsleep auto er hier toch niet bij kan. Hijgend meld ik mij om tien over negen bij m'n gastheer, die - uit pure verbazing dat ik het in de mist toch nog gevonden heb - vergeet mij een kop koffie aan te bieden (jammer, want je kunt zeggen over de Belgen wat je wilt, maar hun koffie is meestal wel te drinken). Hij jaagt de toehoorders en mij direct de zaal in. Mijn poging om op weg daarheen het parkeerprobleem nog bij hem aan te slingeren strand op een totaal gebrek aan belangstelling.
In de zaal aangekomen stel ik vast dat de reeds weken tevoren afgesproken dia-afstandsbediening ontbreekt. Om een minuut later te moeten constateren dat dat niet geeft want de projector is toch kapot. Gastheer leidt mij in; waar hij de nonsens die hij over mij vertelt vandaan haalt is mij niet geheel duidelijk, niet uit de documentatie die wij hem hadden toegestuurd in ieder geval! Gastheer verzoekt mij vervolgens om de tijd vol te praten tot de projector gerepareerd is. "Wat een ballentent", denk ik. "Ben ik even blij dat wij dit soort dingen professioneler aanpakken". Met dat warme gevoel (en de vererende uitnodiging om nog eens vaker te komen spreken) ga ik die middag na 3 uur spreektijd weer naar Utrecht. "Nou, dat doen wij toch een stuk beter" denk ik.
Ja, dan weet je dat je geen Belgen nodig hebt om de zaak te verprutsen. Dat kan ik zelf ook!
Eckart

