Beste Wim,
Het hoofd spreekt
Weet je dat nou wel zeker, Eck?, zei Jopy nog, want als je daar één keer aan begint heb je binnen de kortste keren de hele kermis van het vakbondsgebeuren op je dak. Eigenwijs als ik ben, stelde ik haar gerust met de gedachte dat bij BSO het nou juist wèl de bedoeling was om in voortdurend gesprek te zijn met de medewerkers. En dat wij dóór dat te doen, de noodzaak zouden vermijden van - door vakbonden of wie dan ook - afgedwongen regels en regeltjes, die dan weer niet in onze bedrijfsfilosofie vallen van individuele vrijheid en ontplooiing. Enkele uren later was onze (informele) OR een feit.
Dit gesprek speelde zich af in 1976 en Jopy was onze secretaresse, administratrice, office manager en manus van alles. Het aantal medewerkers was toen op de kop af 12 (inclusief mijzelf), en ik ben blij dat wij toen toch die eerste stap gezet hebben. Want in mijn beleven is het, als je met een goede teamspirit samen iets op de markt wilt betekenen, absoluut noodzakelijk om dat in goede harmonie met elkaar te doen. En harmonie betekent praten.
BSO/Origin is inmiddels wel wat groter geworden en de OR heeft inmiddels een formelere status , maar de basisfilosofie staat voor mij nog steeds als een huis, de filosofie van individuele ontplooiing en met elkaar in gesprek blijven. Daarbij kunnen ook best standaards gezet worden over hoe wij het beste de totale remuneratie kunnen uitbetalen, over minimumstandaards van comfort en onkostenvergoedingen en zo. Maar het is niet verstandig om daarbij verzeild te raken in starre collectieve contracten over salarissen. Die passen niet meer in een service organisatie van intellectuele werkers die allen een andere aard en tempo van ontwikkelen hebben. Noch passen zij in een maatschappij die inmiddels tienmaal zo snel in beweging is als in de tijd dat vakbonden en collectieve overeenkomsten werden bedacht.
Daarom, beste Wim Venema, reageer ik hier in een open brief op jouw stukje over arbeidsvoorwaardenoverleg. Ten eerste om jou en je ploeg te complimenteren over jullie buitengewoon genuanceerde houding met betrekking tot loonafspraken. Die moet je inderdaad flexibel houden in een tijd waarin de prijzen die de opdrachtgever bereid is te betalen aan sterke schommelingen onderhevig zijn.
Maar ook reageer ik op je hartenkreet aan het slot van je artikel, waarin je de hoop uitspreekt nog eens tot een CAO te kunnen komen. CAO's stammen uit de tijd dat vileine directies onmondige arbeiders probeerden uit te knijpen. Die waren toen nuttig (niet die directies maar die CAO's) en een sociale "must". Nu zouden zij de flexibiliteit van een nog steeds subtiel bedrijf in buitengewoon woelige maatschappelijke wateren met gewisheid doen stranden. Kijk maar eens om je heen hoe het nu de industrietakken vergaat waar CAO's de dienst uit maken. Zij verkeren alle in omstandigheden waar niemand - directie noch medewerkers - erg blij mee is.
Trouwens op de dag dat bij BSO/Origin het woord "periodiek" een rol gaat spelen, ben ik weg. Lang leve het individu!
Met collegiale groet van je medestrijder
Eckart

