Chuva
Het Hoofd Spreekt
De laatste week van mijn schandalig lange vakantie wordt een weekje zeilen met Karl Thieme (hier "dzjiemie" genaamd). Ik heb eraf een weekje Pantanal - een tropisch moeras ter grootte van Duitsland - en een weekje Itaparica opzitten, inclusief carnaval in Salvador. Het regent als wij 's avonds aankomen in de jachthaven. Geeft niks, want het is warm en het regent hier wel vaker.
Wij gooien de spullen in de boot en besluiten naar het nabij gelegen havenstadje Angra te gaan om te eten en een laatste staartje carnaval mee te maken. Het is pas tien uur dus naar Braziliaanse begrippen lacht de hele avond ons nog toe. Carnaval stelt niets voor. Hier en daar wat samba muziek, sommigen lopen met een vaag masker of hoedje op, de heupen bewegen weliswaar altijd lekker zodra binnen gehoorafstand van muziek. Maar het is wel totaal ándere koek dan Salvador, waar de optochtwagens een soort rijdende popconcerten waren, 5 meter hoog en 10 meter lang, de zijkanten volledig ingenomen door luidsprekers met zeker enkele duizenden watts muziekvermogen. Bovenop de wagens, bands met lokale topartiesten. Zo aanstekelijk swingend dat zelfs ik (!) van ons terras de straat op dook om te swingen. Bij een temperatuur van zo'n 30 graden geen kattenpies natuurlijk zodat ik na een paar uur letterlijk mijn spijkerbroek kon uitwringen van de transpiratie. Teruggekomen op het terrasje kon je de boulevard overzien: één grote swingende massa van zeker enkele honderdduizenden mensen. Daarbij vergeleken is Oeteldonk een tam kinderfeestje, waar ze vergeten zijn de muziek aan te zetten.
Maar, terug naar Angra: als wij weer bij de boot aankomen miezert het nog een beetje. Met de troostende gedachte dat het hier nooit langer dan een dag regent gaan wij slapen. De volgende ochtend weliswaar nog veel wolken, maar wij vertrekken vol goede moed de zee op, op weg naar een nabij gelegen eiland. Om elf uur begint het te regenen, om twaalf uur te gieten en om één uur komt het met bakken naar beneden. Het Braziliaanse humeur blijft niettemin prima, want "na regen komt zonneschijn. 's Avonds bij het eiland aangekomen gaan wij in de dinghy naar het dorp. De wolkbreuk is nu zo erg dat in de tien minuten dat wij peddelen er zeker 5 cm water in de boot valt. Het dorpje staat blank, maar de samba klinkt vrolijk uit de super simpele eettentjes en hup daar wiegen de Braziliaanse heupen weer op en neer, nat of niet nat.
De volgende ochtend de eerste straal zon, maar wel dreigende wolken, die met een naar Braziliaanse begrippen vééil te solide planning op ons af komen. Wij besluiten vóór het regenfront uit de oceaan op de zeilen, maar het front gaat sneller dan wij en - je begrijpt het al - binnen de kortste keren worden de badkuipen weer over ons leeg gekieperd. Enfin, de regen duurt hier nooit langer dan twee dagen, zegt men, en wij besluiten om, geheel aangepast aan de omstandigheden, in een soort jungle restaurantje op een van de eilanden te gaan eten. Restaurant geheel vervaardigd van lokaal gevonden materiaal, bééldig! Er blijkt een gitaar aanwezig en de lokale manus van alles speelt en zingt de sterren van de hemel, wel een beetje melancholisch met de tekst "chuva, chuva sim parar' (het regent, regent, zonder ophouden). Het water stroomt van het dak af maar, hup, daar gaan de heupen weer. Drijfnat komen wij weer op de boot aan.
De derde dag blijkt de uitzondering op de vaste regel dat het nooit langer dan twee dagen regent. Mijn kennis van het Portugees is sub-rudimentair, maar naast het bestellen van een paar biertjes en de lokale drank caipirinia weet ik inmiddels nog één woord meer: chuva = regen. En dat woord wordt er ingehamerd, ook de vierde en de vijfde dag. Pas op de laatste dag laat de zon zich weer een paar uur zien, maar bij aankomst in de haven doemt gelukkig weer het vertrouwde beeld van donkere wolken en regen op.
Wij vertrekken naar Rio om te werken. Als ik uit het raam van ons schitterend gelegen kantoor kijk, zie ik weer de zon.' De plassen liggen nog op de straten, maar het strand begint zich langzaam maar zeker weer te vullen met Brazilianen, die nu eindelijk weer eens in de zon willen zitten. Ik ook, maar ja, ik moet eerst nog een paar vergaderingen en dan m'n stukje voor BeSOgnes schrijven.
P.S. Ik moet natuurlijk niet zeuren, want in de Pantanal was het goed en in Salvador was het schitterend.

