ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Club van Schier

Jul 14, 2000 (HP / De Tijd , Stan de Jong )
In 1991 kwamen in een hotel op Schiermonnikoog vijftien maatschappelijk geslaagde Nederlanders bijeen. Wat hen bond, was de overtuiging dat het allemaal anders moest. Wat is er gebeurd met de Club van Schier? Reconstructie van een `spannend mensenboek'.

Gefeliciteerd." Dat zei Jurriaan Kamp tegen zijn Schier-maatje Peter Delahay toen deze op drie februari 1993 om elf uur 's ochtends de telefoon opnam. "Je hebt het voorzien." Astroloog en bedrijfsadviseur Delahay wachtte rustig wat zijn vriend te melden had. Dat dit een bijzondere dag was, hoefde je hem niet te vertellen. Om 13.02 uur zou voor het eerst in tweeduizend jaar een conjunctie plaatsvinden van de planeten Uranus en Neptunus in het teken Steenbok. U bedoelt? Nou kijk, Steenbok is het teken van de structuren. Uranus staat voor een plotselinge verandering. Neptunus voor drijfzand. Wanneer die drie bij elkaar komen, weet een beetje astroloog dat het- oneerbiedig gezegd - een soepzootje wordt.

Tegen wie het maar horen wilde, had Delahay geestelijk inspirator van de Club van Schier, gezegd dat die dag op zijn minst ergens een aardbeving zou plaatsvinden, die een deel van de aardkloot in een diepe duisternis zou storten. Onzin? Ho. Wacht even. Begin jaren tachtig voorspelde Delahay die van menige topmanager de horoscoop trok, op een congres dat in november 1989 de Berlijnse muur zou vallen. Zijn uitspraak werd door een journalist van NRC Handelsblad op tape vastgelegd. Diens naam: Jurriaan Kamp. Terug naar het telefoontje. Kamp vervolgde: "DAF is failliet, dat heb ik bij NRC Handelsblad gehoord, kijk vanavond naar het journaal." Hij hing op.

's Avonds kon Delahay nog net zien hoe Nelleke van Doorn het onheilsbericht voorlas. Niet alleen de vrachtwagenfabrikant was ter ziele, ook andere grote Nederlandse ondernemingen stonden op springen, meldde ze. De aardbeving bleef uit, maar de astroloog had toch het gevoel dat hij het goed had gezien. Even jaar later staat de cosmic warrior achter zijn bureau in een Amsterdamse benedenwoning nabij de Overtoom. "Bedien jezelf IJskast onderin. Nee, dat is alcoholvrij." Delahay-goeroe-ogen onder zware wenkbrauwen - schenkt voor zichzelf nog een glas rode wijn in. Het is drie uur's middags. "De Club van Schier was een groep mensen die beseften dat er begin jaren negentig een grote verandering in de wereld op komst was," vertelt hij. "De kapitalistische westerse samenleving zou in een diepe recessie komen, want de grenzen gingen open, niet alleen in Europa, ook in Noord- en Zuid- Amerika. Ik kwam daar via de astrologie op, Jurriaan en anderen op hun eigen manier.

"Op 31 december 1992 was Nederland nog een veilig landje, een dag later een ondeelbaar onderdeel van Eurazië. In één klap werden twee pijlers van onze welvaart onder ons gat vandaan geslagen: hoge tolmuren en monopolies. "Dit is een hard economisch verhaal! De Club van Schier werd neergezet als een stel zwevers en luchtfietsers, maar dat was beslist niet waar. Onze held was de econoom Adam Smith. We waren ultraliberalen. We voelden grote weerzin tegen socialisten en sociaal-democraten, die de passie en creativiteit van het individu onderdrukten."

We lopen naar een schuurtje in de tuin. Teriaan Kamp wijl Delahay een paar blikken Schiervirus ("Gebakken lucht, dat deden we om de kritiek voor te zijn") uit een stofiige kist haalt, zegt hij: "We zochten de waarheid, niet de oplossing. Als je naar de oplossing zoekt, moet altijd iemand onder het juk door; als je de waarheid zoekt, kan iedereen zich ontspannen. Begrijp je het een beetje? Valt het kwartje?" Met moeite, eerlijk gezegd, maar die reactie krijgt Delahay wel vaker. "Binnen de Club van Schier werden ze soms ook gek van me. Of ze me serieus namen? Ze lachten zich krom. Nou ja, het was míjn trip." it is het verhaal van de Club van Schier.

Althans, een poging om wat inmiddels `een spannend jongensboek' is gaan heten te reconstrueren. Zoveel jaar na dato laat het geheugen de hoofdrolspelers in de steek. Wie legde het eerste contact, wat werd op Schiermonnikoog precies besproken? Zelfs over de vraag of `Schier' nog bestaat, kan niemand zekerheid verschaffen. Zeker is wél dat op donderdagmiddag 5 september 1991 een bont gezelschap zich verzamelde op de kust van Lauwers oog. Naast Kamp en Delahay waren er enkele j ournalisten (Peter van Dijk, Rik Rensen), een TV-presentatrice (Alice Oppenheim), een oud-bewindsman van Financiën (H.J. Witteveen, tevens erkend soefi-meester), een paar zelfstandige ondernemers, onder wie Jaap Mulders, oprichter van City Courier, en computerideoloog annex Fabeltjeskrant-bedenker Thijs Chanowski.

Wat de vijftien- of eigenlijk veertien, maar daarover zo meer gemeen hadden, was dat ze maatschappelijk succesvol waren, en de meesten well to do. Wat hen bond, was dat ze vonden dat het evenwicht tussen individu en collectief weg was, dat de mens een consumptiebeest was geworden, en dat de politiek aan aderverkalking leed en geen oplossingen had te bieden. Zoals Mulders het formuleert: "Nederland bevond zich in een sociale patstelling. Burgers waren de greep op de politiek volledig kwijtgeraakt. De ambtenarij bedisselde alles in achterkamertjes."

Tijdens de oversteek was het prachtig weer. De wind scheerde zacht langs de veerboot, de zon wierp een gouden gloed over het eiland. Het gezelschap nam zijn intrek in hotel Van der Werff, een etablissement waar de tijd had stilgestaan, met veel eikenhout en krakende kamers, gerund door voormalig chef ober Jan Fischer. "Toen we aankwamen, zat Jan helemaal verdiept in het Bierblad," zegt Delahay "Een echte Fries, met de huid van taaie jenever, wars van onzin, maar wel met belangstelling voor de kluit."

"Ach, het was wel een aardig clubje," herinnert Jan Fischer zich. "Ze wilden het politieke bestel in Nederland nieuw leven inblazen of zo. Ik heb niet de indruk dat het erg succesvol is geweest. Bestaat het eigenlijk nog?"

De organisatie van het `inspiratieweekend' lag in handen van Louis de Bruijn (bijnaam Zwarte Wiet, ter onderscheiding van zijn neef Louis de Bruijn, Blonde Wiet), oprichter van de boedelbakverhuur bij de Shell-tankstations. Er stonden fietsen klaar en de tafels waren gedekt voor het avondmaal. Het wachten was slechts op de komst van één man. Multimiljonair Eckart Wintzen, oprichter van het softwarebedrijf BSO, had die dag een belangrijke vergadering, maar wilde per se aanwezig zijn. De eeuwige kwajongen maakte vroeg in de avond een spectaculaire entree. Hij arriveerde per helikopter, een actie waar plaatselijke politici later de nodige vraagtekens bij zouden zetten. Nog voor het diner vond de eerste vergadering plaats. Nou ja, vergadering... brainstormsessie. Notulen werden er niet gemaakt, en de schaarse aantekeningen van Kamp zijn kwijt.

In elk geval ging het over spiritualiteit, milieu, en over de overgang van de piramidale bedrijfsorganisatie naar de netwerkorganisatie. Ja, sommigen beweren dat die bewuste dag op Schiermonnikoog voor het eerst het woord `netwerkeconomie' is gevallen. In Hollands Dagboek van NRC Handelsblad schreef Wintzen een week later een verslag. "Mijn oorspronkelijke reserves verdwijnen met de minuut; nou en of dat je nog zinvol, vernieuwend en creatief over zulke onderwerpen kunt praten! I feel tremendous forces in this room." Het klikte tussen de deelnemers, van wie sommigen elkaar voor het eerst die dag ontmoetten. "De sfeer was er een van geklofte jongens, geklofte meiden," vertelt Delahay "De drankrekening moet behoorlijk zijn geweest, maar we waren niet in die mate beneveld dat we niet meer konden discussiëren."

Op vrijdag, na een fietstocht over het waddeneiland, vond de afsluitende sessie plaats. Er werd gepeild wie er wilde doorgaan. Peter van Dijk (toen NRC, nu belast met internetprojecten bij uitgeverij PCM) en Alice Oppenheim haakten om diverse redenen af. De overigen besloten dat de bijeenkomst een vervolg moest krijgen. Welkom bij Ode, via deze helaas minder persoonlijke, maar wel praktische technologie. Toets een 1 als u een abonnement wilt of een bijeenkomst van Ode wilt bijwonen. Toets een 2 als u onze marketingafdeling wilt, of blijf aan de lijn, en u krijgt een echt Ode-mens, want dat kan ook."

We blijven aan de lijn en krijgen Ode-mens jurriaan Kamp. Het zal heel wat overredingskracht kosten om hem zover te krijgen dat hij zijn medewerking aan dit verhaal verleent. Zijn afwachtende houding heeft twee oorzaken. Hij had een minder prettige ervaring met een verslaggever van HP/De Tijd, die hem van ultrarechtse sympathieën beschuldigde. "Ik werd zo ongeveer afgeschilderd als Adolf Hitler." Belangrijker is dat hij `naar de toekomst wil kijken', niet achterom.

Maar goed, een maand later komt het er dan toch van. De redactie van Ode zetelt aan de Rotterdamse Veerhaven, met uitzicht op de Erasmusbrug. Op een groot houten bureau ligt spirituele literatuur, waaronder De Tao van stamppot. Ode, het 'periodiek van de onderstroom', mag dan volgens Kamp geen rechtstreekse voortzetting zijn van Schier, parallellen zijn er wel degelijk. "Ik ben nog steeds bezig met de balans tussen individu en collectiviteit en tussen materie en geest," zegt Kamp. Wat dat laatste betreft, heeft hij nog een interessante suggestie. "We moeten leren ons onderbewustzijn aan te spreken. We kunnen straks wel als een gek met onze mobieltjes gaan wappen, maar telepathie is de echte toekomst."

Kamp was de spil waar Schier om draaide. Hij nam het initiatief tot de eerste bijeenkomst, en was de enige die er later een (bescheiden) boterham mee verdiende. In januari 1993 zegde hij zijn baan op als chef economie van NRC Handelsblad en werd hij hofschrijver van Schier. Een stap die mogelijk werd gemaakt door de financiële ondersteuning vàn enkele van de betrokken miljonairs. Voor Kamp begon het verhaal toen hij terugkwam uit India, waar hij van 1986 tot 1990 correspondent was. "Ik liep daar heus niet in een oranje kleed rond, maar als je zoveel jaren uit je eigen land weg bent, maakt dat je creatief en kritisch. Ik constateerde dat in Nederland de natuurlijke solidariteit tussen mensen werd gesmoord in de allesomvattende verzorgingsstaat."

Volgens Kamp was de Club van Schier een poging tot een andere manier van aanpakken. We zochten naar een nieuwe ordening. De partijdemocratie was vastgelopen. Democratie is een buitengewoon tragisch model. Wat heb ik nu met die partijen te maken, op die ene keer in de vier jaar na? Onze democratie komt vaak neer op de terreur van de helft plus een." Kamp treedt even buiten zichzelf. "Wat ik nu zeg, hè, over democratie, dat durven weinigen. De meeste mensen zitten vast in bepaalde ideeën." Verantwoord kringlooppapier kwam in mei 1992 het eerste manifest van de Club van Schier uit: de Duinrede. Het was een verwijzing naar het beginselprogramma van die andere ziener, die tweeduizend jaar geleden de Bergrede uitsprak. Zeven personen hadden eraan meegeschreven, onder wie bedrijvendokter Johan Schaberg, die door Kamp was binnengehaald.

"Eckart wintzen stopte er energie in, en kwam gonzend van de ideeën thuis," zegt Schaberg met enige nostalgie. "Voor mij was de kern: bevoogd de burger niet. De dirigistische overheid paste bij de negentiende eeuw, niet bij een samenleving waar mensen meer kennis hebben dan de gemiddelde departementsambtenaar." We zitten in een restaurant in de Van Baerlestraat in Amsterdam. Heel af en toe, als Schaberg zijn vuisten balt en zich herinnert hoe hij vroeger dingen zei als `verdomme, we gaan ervoor', moet hij lijken op de harde bedrijvensaneerder die hij ooit is geweest. Maar de tijd van VIP-behandeling, snelle pakken en peptalks ligt ver achter hem.

Begin jaren negentig kreeg hij een hartinfarct, en besloot hij zijn laatste bedrijf af te stoten. Hij wilde zijn kinderen zien opgroeien. Nu zegt hij: "Als ik die wolken buiten zie, denk ik: wat is dat mooi. Ik ben ongelooflijk blij dat ik het leven heb." Ook bij anderen viel Schier samen met een periode van persoonlijke groei. Jaap Mulders, tegenwoordig directeur van Het Nationale Ballet, had net zijn bedrijf verkocht. "Ik had jarenlang dag en nacht gewerkt, kwam in een fase van bezinning."

Nieuwkomer Lisette Schuitemaker ("Ik was een missionaris") ervoer iets soortgelijks. Ze dreef een film- en tekstbureau voor de fine fleur van het vaderlandse bedrijfsleven, maar knapte af. "Mijn wereldbeeld was aan het veranderen. Ik kon me niet meer vinden in het paternalistische denken van directeuren. In hun visie was een bedrijf er alleen om brood op de plank te krijgen. Maar ik vond: een onderneming moet ervoor zorgen dat werknemers zich ontwikkelen, en een bedrijf moet goed doen voor mens en natuur." Voor haar was Schier `het teken dat ik niet gek was'. Ze had alleen wat problemen met de machocultuur die er heerste. "Ze hadden het steeds over een spannend jongensboek. Ik zei: Jongensboek? Mensenboek, zul je bedoelen!"

Jaap Mulder

Niemand had verwacht dat de Duinrede zoveel zou losmaken. Er kwamen honderden brieven van sympathisanten. Maar de media moesten niets van de `esoterische kapitalisten' hebben. Jaap Mulders: "We werden gezien als geslaagde zakenmensen wier motieven niets helemaal werden vertrouwd. Typisch Nederlands. Je zult hetzelfde straks zien bij de liefdadigheidsprojecten van Joop van den Ende. Schaberg: "Je hoopt natuurlijk stiekem dat je door de media wordt gezien als de profeet. Het was schamperen om het schamperen. Als we een stel clochards waren geweest, had iedereen gezegd: wat weten die er nu van?"

Het was ook wel een vreemd verhaal dat Schier te vertellen had. De Duinrede was een bizar mengsel van New Age (flirts met indianenstammen), rechtse aanvallen op de verzorgingsstaat en een soort ethisch reveil. Delahay: "Het was een filosofendebat, op het randje van de Stammtisch."

Gaandeweg dreef de Club van Schier meer de ecologische kant op. De naam was natuurlijk al een vette knipoog naar de Club van Rome, de verzameling onheilsprofeten die in de jaren zestig het armageddon van de westerse samenleving voorspelden. Voor de eigenaar van Canal Bike, Felix Guttmann, was het milieu-aspect een belangrijke drijfveer om zich aan te sluiten. De ondernemer werkte al jaren volgens het Alarp-principe. Dat staat voor: As Low As Reasonably Possible.

"Ik vind dat bedrijven moeten produceren met zo min mogelijk schade voor het milieu. Maar ik had weinig op met de geitenwollensokkenbeweging van begin jaren tachtig." Mulders: "We waren ontzettend bang dat Johan schaberg we daarmee geassocieerd zouden worden.

Maar daar had het niets mee van doen. We waren geen back to nature, zochten naar technologische oplossingen, en keken ook naar de economische kant. Met name Eckart. Hij stelde voor belasting te heffen op onttrokken waarde in plaats van op toegevoegde waarde. Dat was ook goed voor de werkgelegenheid." Er vonden in 1993 twee congressen plaats.

In Driebergen en op een terrein van het Wereld Natuur Fonds nabij Nijmegen. Rond deze tijd werden de eerste scheurtjes in het genootschap zichtbaar. De motieven en denkbeelden van de deelnemers waren simpelweg te divers. "Eckart en Jurriaan vertegenwoordigden het ecologische kamp. Ik had weinig op met dat milieugedoe," zegt Peter Delahay "In het broeikasefïect geloof ik niet. De aarde wordt niet opgewarmd door mensen, maar door de zon. Eckart rijdt in zo'n klein autootje. Nou, ik heb een dikke BMW, zodat ik nog sneller van A naar B kan gaan."

En neem een idee als 'de geldloze economie'. Rabiate nonsens, vond Delahay "Geld is het symbool voor kracht en liefde. Het is een geliefd ruilmiddel dat je nooit moet afschaffen." Hij wil maar zeggen: "We hadden nooit een politieke partij kunnen worden."

Partij of geen partij - het was een kwestie die de Club van Schier enige tijd in de ban hield. Jurriaan Kamp had oorspronkelijk met de gedachte gespeeld, maar haar uiteindelijk verworpen. Ook de meeste anderen wilden niet in 'de valkuil van D66' vallen, de partij die ooit was opgericht om het bestel te veranderen, maar uiteindelijk net zo gezapig was geworden als de rest.

Maar met de afwijzing van een politiek programma werd de vraag 'hoe nu verder' steeds prangender. Sommigen dachten aan een posterclub, zoiets als Loesje. Anderen suggereerden een krant. Er werd menige vergadering aan gewijd. In 1994 verscheen een tweede manifest: De taal van Schier. Het bleek een laatste oprisping, want daarna werd weinig meer van Kamp en de zijnen vernomen. Het leek alsof het momentum was gepasseerd.

Schaberg: "Als je mij vraagt: wat was nou de Club van Schier? Dan zeg ik: dat bruine boekje, de Duinrede. Wat daarna kwam, maakte een zoekende, onbestemde, onzekere indruk. Gaandeweg verloor ik de interesse."

Misschien had de tijd hen wel ingehaald, denkt Mulders. "Het eerste paarse kabinet, in 1994, nam ons veel wind uit de zeilen. De verouderde tegenstelling links-rechts werd daarin overbrugd, en er was meer aandacht voor het milieu, ik noem maar de ecotax."

"Waarom het is doodgebloed? Het bleek moeilijk handen en voeten aan de ideeën te geven," denkt Guttmann. "Schier was altijd minder een club dan de media dachten. Het was een mix van videologen, professionele zwevers en mensen die met beide benen op de grond stonden en nog een andere carrière hadden." Ze hebben allemaal een tik van Schier meegekregen," zegt Lisette Schuitemaker. Ze heeft haar tekstbureau verkocht, is nu 'facilitator' van het'IY-ansformatiespel ("Daarmee loop je op je eigen levenspad") en participeert in het Social Venture Network, een netwerk van maatschappelijk verantwoorde ondernemers. Op de congressen komt ze Guttmann en Mulders nog wel eens tegen. En de onvermijdelijke Eckart Wintzen.

Jurriaan Kamp leeft zich uit in Ode, waaraan Schaberg af en toe een bij drage levert. En astroloog Delahay? Ach, Delahay is Delahay de cosmic warrior loopt al heel lang op zijn eigen levenspad.

Formeel bestaat de stichting Club van Schier nog steeds. Elk moment kan die nieuw leven worden ingeblazen. Niemand acht het waarschijnlijk, niemand sluit het volledig uit. Laten we het erop houden dat het spannende mensenboek voorlopig is gesloten.

» Article index