ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Communicatiemaatschappij van de Toekomst : Interviews

Jun 19, 1990 (PTT Nederland , P. Smits, R. Antonissen )

De persoonlijke en zakelijke visie t.a.v. de ideale telecommunicatie toestand in 2015 vallen voor een belangrijk deel samen. 25 jaar vooruit kijken betekent ook 25 jaar achterom kijken: glasvezeltechniek en satelliet waren bijvoorbeeld nog ondenkbaar. Automatisch telefoneren was nog een bijzonderheid.

Gebleken is dat onvoorziene omstandigheden planningen grondig kunnen verstoren. Daarom is het ook buitengewoon moeilijk vooruit te kijken door te extrapoleren. "In 2015 is de hele wereldbevolking bij BSO in dienst, En als je lineair extrapoleert klopt dat ook nog aardig".

"Maar nu even serieus: BSO hoopt ook in 2015 een wereldwijde organisatie te zijn die goed kan communiceren d.m.v. netwerken, zowel voor computerdata als voice als ook beeld. De glasvezel techniek maakt wat betreft de capaciteit veel nieuwe toepassingen mogelijk. Het aanbod (technische mogelijkheden) vergroot de vraag (bredere wegen trekken ook meer autoverkeer aan). Electronic mail biedt vele mogelijkheden, maar is nog niet gebruikersvriendelijk. Gebruikersvriendelijkheid is een van de belangrijkste voorwaarden tot succes.

Communicatieverbindingen zullen in 2015 naar alle huishoudens lopen voor zowel zakelijk als privé-gebruik, waarbij meerdere terminals aanwezig zullen zijn voor een veelzijdig gebruik van alle mogelijke diensten (geactualiseerde beeld nieuwsvoorziening op elk gewenst moment; oma die vanuit Amerika via een camerabeeld meekijkt naar een verjaardagspartijtje van haar kleinkinderen).

Technologisch is er veel mogelijk; we kunnen in relatief weinig tijd heel Nederland van glasvezel voorzien. Standaardisatie laat echter nog op zich wachten (maar is dan ook zeer ingewikkeld) en betekent vooralsnog een rem op snelle groei.

Mobiliteit en communicatie

De behoefte aan meer communicatie-voorzieningen is ontstaan vanaf het moment dat we van een 'clustergemeenschap' (met mogelijkheden bij elkaar 'te gluren') veranderden in een gedistribueerde gemeenschap (met vrienden op 50 km afstand van elkaar). De mobiliteit is daarmee toegenomen, maar ook het gebruik van andere communicatiemogelijkheden.

Het persoonlijk contact zal echter nooit door telecommunicatie-voorzieningen vervangen kunnen worden, noch in de privé-sfeer noch in het zakelijk verkeer. Het Toffler-verhaal spreekt in dit aspect dan ook niet aan. Men is té dorstig naar sociale contacten dat men bereid zal zijn thuis te werken. Bovendien is de sociale controle van een company van groot belang.

Als een verlengstuk van het werken in een bedrijf zal het wel z'n nut kunnen hebben. 'Een paar uur eerder naar huis' betekent dan niet dat men verstoken zal moeten zijn van zakelijke informatie.

Maar wat is eigenlijk kantoorwerk? Niets anders dan het ontvangen en verzamelen van informatie van diverse kanten middels diverse 'media' (telefoon. computer. persoonlijk contact, post. vergaderen, etc.). het verwerken van die informatie en omvormen tot een doelgericht nieuw element in de informatiestroom.

Gebruikersvriendelijkheid

Daar past ook mobiele telecommunicatie in. Evenals de fax (zeer gebruikersvriendelijk, dus groot succes!). PTT laat kansen liggen door of niet optimaal gebruik te maken van technologische mogelijkheden of door diensten op een zeer gebruikersonvriendelijke wijze aan te bieden met onvoldoende gebruikers (videotex).

De behoefte aan beeldcommunicatie zal sterk stijgen, niet zozeer voor video- conferentie als wel voor allerlei toepassingen in de consumentensfeer. Opleidingen. Gele gids (met beelden en geluiden van een restaurant om de sfeer te proeven). 008 etc. Ook hier geldt straks dat het aanbod vanzelf een vraag zal doen ontstaan naar toepassingen die we nu nog niet allemaal kunnen voorzien.

Het gewoonte patroon past zich aan aan de mogelijkheden die er zijn. Het gevaar van teveel informatie is in zoverre geen gevaar. Omdat de opnamecapaciteit van onze hersenen zelf de opgenomen hoeveelheid regelt. Wel willen we de kwaliteit van de informatie verbeterd hebben (kleur en beeld).

Het gemak van de selectie van de informatie die wordt aangeboden is echter het grootste probleem. Doe mij de statistieken van vorige week eens even. Kunstmatige intelligentie kan hierin een belangrijke rol spelen. Gegevens toegankelijk maken op de wijze zoals mensen dat gewend zijn te doen en ook snappen (taal van mensen i.p.v. machines!).

Bejaarden

Over 25 jaar geldt t.a.v. gebruik van communicatiemiddelen niets anders dan wat ook nu geldt: gebruikersvriendelijkheid. Ook een bejaarde moet zonder problemen gebruik kunnen maken van de middelen en niet alleen kinderen die zijn opgegroeid met de apparaten die, overigens nog altijd door ingenieurs bedacht zijn en niet door de gebruikers. Zonder gebruiksaanwijzing zijn veel apparaten niet te gebruiken.

De bottle-neck zit in de enorm complexe software die nodig is om de snelheid van het menselijk denken en handelen ook maar enigszins te benaderen. Gebruikersschillen zijn in ontwikkeling waarbij de voorkeur uitgaat naar voice- interactive.

De kwaliteit van het leven wordt voor een belangrijk deel bepaald door ons milieu. Het milieu-probleem zal dan ook over 25 jaar ons leven in belangrijke mate beheersen. Nu is er nog te weinig wil om het probleem echt op te lossen; men schuift het voor zich uit waardoor het nog veel groter zal worden. Als men echt keuzen maakt kunnen we in korte tijd veel oplossen!

Een ander belangrijk element is de ontspanning in onze (naaste) omgeving. Er moet minder aanleiding zijn voor criminaliteit (deze vindt zijn oorzaak in een te groot verschil tussen arm en rijk: de kanshebbers en kansarmen).

Criminelen zijn neergezet daar waar ze staan. Er zijn drugsproblemen omdat ze onwettig zijn. De herverdeling van de fondsen vindt nu plaats via mijn autoruit. Iets wat voor mij onhandig is. Mijn lijden is echter niets vergeleken bij het lijden van degene die het doet, die in een vicieuze cirkel met dodelijke afloop zit waar hij ingeluisd is door ons systeem."

"Een absolute nivellering tot nul is niet nodig en niet zinnig; zelfs de onderste vindt dat er best een bovenste mag zijn. Geluk is niet de status zelf maar de positieve verandering van die status."

Het spanningsveld tussen arm en rijk leven we uit in materiaal: meer, groter, dus vervuilender. Een alternatief is je status te ontlenen aan de hoeveelheid dienstverlening die je 'consumeert' (meer personeel).

Diensten

De economische paradox waarin we verkeren en waarbij de economie gebaseerd is op groei - terwijl groei meer vervuiling betekent - (socioloog Raf Jansen) zal de komende 25 jaar opgelost moeten worden. Het denken over economie 'in materiaal' zal veranderd moeten worden in denken 'in diensten'.

Dat veranderde denken is een relatief kleine stap die leidt tot vermindering van het conflict met het milieu. De economie output wordt gebruikt (immaterieel) i.p.v. weggegooid in het milieu (materieel). De oorlogsindustrie is van dit laatste het meest dramatische voorbeeld. Voorwaarde tot deze ommezwaai in de praktijk is wel dat de wetgeving wordt aangepast. Nu wordt niet het materiaal belast maar de toegevoegde waarde van de arbeid (twee maal: BTW en loonbelasting; bovendien is zwartwerken verboden!).

Bedrijven die meer mensen in dienst nemen betalen ook meer WW-premies, dus het meehelpen oplossen van de werkeloosheid wordt gestraft met het moeten betalen van een hogere bijdrage aan het WW-fonds.

Supermarkten en discountwinkels (slechte service, artikelen niet op gewenst formaat, veel en vervuilend verpakte artikelen, zelf vervoeren van de ingekochte spullen) vinden hun bestaansrecht in de materiaalbegeerte van de mens en niet in de dienstverlening en de kwaliteit.

Onderwijs

Telecommunicatie kan in de ideale situatie een grote faciliterende rol spelen (en is relatief milieu-vriendelijk). Dit zal ook in het onderwijs kunnen. Het huidige onderwijs loopt hopeloos achter bij de behoefte vanuit de maatschappij.

De telecommunicatie- en multimedia- technologie kunnen daar een belangrijke verandering in brengen (tempo, keuze, kwaliteit, kwantiteit). Het onderwijs dient - en kan - zich meer aan (te) passen aan de individuele ontwikkeling van het kind (bijvoorbeeld m.b.v. CDI) Om het privacy-probleem op te lossen is ook weer goede wetgeving noodzakelijk.

Om te beginnen moeten we echter het begrip 'gegevens' veranderen in 'genomens'. Als men zich het verschil bewust is - een 'genomen' mag je niet doorgeven - kan de wetgeving zich aanpassen. Technologisch is het geen probleem; we kunnen 'genomens' goed beveiligen, ondersteund door wetgeving. "Natuurlijk wordt er gestolen, maar dat gebeurt met conventionele techniek ook."

Knelpunten

Voor de ideale telecommunicatie-situatie zijn een aantal bottle-necks herkenbaar: bewustwording, wetgeving, standaardisatie. Bewustwording van mentaliteitsverandering is hiervan uiteraard de belangrijkste. De wetgeving kan de technologische ontwikkelingen niet bijhouden en loopt dus veel te ver achter (vb. media-wetgeving). Hetzelfde lot treft de standaardisatie.

Telecommunicatie zal een steeds belangrijker rol gaan spelen. Maar zij kan niet alles vervangen wat de mens aan zintuigen heeft (ruiken, voelen, proeven). We blijven zoogdieren. Als je een papegaai over zijn veren aait heeft hij daar niets aan; hij is geen zoogdier. Het menselijke zoogdier heeft echter een diepgewortelde behoefte aan direct contact.

De heer E. Wintzen is directeur van BSO (Bureau Software Ontwikkeling).

» Article index