De andere kant op
De Club van Rome zei het al: de mens kan niet doorgaan met het plunderen van de aarde. Ondernemer Eckart Winzten, rijk geworden door de verkoop van automatiseringsbedrijf BSO, ziet het als zijn plicht mensen daarvan te doordringen. Kennelijk stuurt het universum dit op mijn pad en moet ik daar iets mee doen.
In 1976 startte ondernemer Eckart Wintzen (67) het softwarebedrijf BSO, later BSO/Origin. Toen hij dat twintig jaar later verliet, was het een multinational met zesduizend medewerkers en actief in 21 landen. Daarna richtte hij Ex'tent op, dat onder andere projecten en bedrijven ondersteunt die bijdragen aan een betere wereld en een beter milieu. Vanuit zijn werkkamer in De Bosschuur, diep verborgen in de bossen bij Austerlitz, werkt Wintzen ook aan eigen plannen, zoals de ontwikkeling van een beeldtelefoon om de mobiliteit en de daarmee gepaard gaande luchtvervuiling in te dammen. Intussen kijkt hij huiverig naar de ras naderende Randstad, die almaar uitdijt door de aanhoudende groei van de Nederlandse economie. ‘Wanneer houden we daar eens mee op?'
Dankzij het succes van BSO bent u miljonair, maar u wilt ook graag de wereld verbeteren. Wat betekent geld precies voor u?
‘Filosofisch gezien is geld een middel om invloed uit te oefenen. Dat is een belangrijk aspect en ook precies wat mij eraan interesseert. Sinds ik uit Origin ben gestapt, heb ik me gestort op het milieu. Ik was daar al mee bezig, maar nu heb ik mijn leven daar geheel op ingericht. Dan is het natuurlijk fijn als je fondsen hebt waarmee je bedrijven die bijdragen aan een betere wereld kunt helpen starten. In die zin is geld een machtsmiddel. Macht is een onsympathiek woord, maar met geld kun je tenminste wat bereiken. Ik heb namelijk nog wel wat ideeën over hoe we de gekte in deze wereld kunnen stoppen.'
Welke gekte?
‘Welke gekte! Vind je het niet gek waar wij mee bezig zijn? Lui achterover in een airconditioned bioscoopzaal naar de film van Al Gore kijken en na afloop zeggen: "Wat erg, hè? Daar moeten we echt wat aan doen." En daarna weer in de auto stappen om naar ons voorverwarmde huis te gaan. We vinden het vreselijk wat er gebeurt met het milieu, maar we weten natuurlijk al twintig jaar hoe onze maatschappij schade aanricht. We doen er alleen niets aan: dat noem ik gekte. Het is zoals je tegen roken aankijkt. Je weet dat je er ziek van wordt en toch doe je het. En is het je dat waard?'
Niets menselijks is ons vreemd.
‘Dat is - helaas - een iets te gemakkelijke uitleg. Ik snap dat je niet alleen maar braaf kunt zijn, maar we zijn al inconsequent genoeg. Onze maatschappij wil steeds maar meer: en maar doorgaan en maar consumeren. Terwijl we weten dat we dat zo niet kunnen volhouden. Al Gore heeft de boodschap goed verwoord, maar de Club van Rome riep het in 1970 ook al. Je kunt niet blijven groeien op een statische planeet. Duurzaamheid betekent dat je op de lange duur kunt blijven leveren en dat kan de aarde niet, dus wanneer houden we daarmee op? Hoe lang gaan we nog door met het produceren van meer auto's? Drie procent economische groei brengt 4,5 procent mobiliteitsgroei met zich mee. Wie zit daarop te wachten?'
En welke rol kan Eckart Wintzen daarin spelen?
‘Ik voel een maatschappelijke verantwoordelijkheid, dat heb ik van meet af aan zo gevoeld. Kennelijk stuurt het universum dit op mijn pad en moet ik daar iets mee doen. Ik zit op een plek waar ik invloed heb. En ik vind dat ik die invloed moet gebruiken om die gekte waar ik het net over had, te stoppen.'
Die invloed hebt u door uw geld?
‘In Nederland wordt er pas naar je geluisterd als je zakelijk succesvol bent. Dan zeggen mensen, hij kent de truc, hij weet hoe het werkt en hoe je geld verdient. Ik ben nu een van hen.'
Maar het vermogen dat u hebt vergaard, hebt u dankzij het succes van Origin. In die tijd hebt u bijgedragen aan het consumeren.
‘Ik was in die tijd al erg blij dat we in de dienstverlening zaten en daardoor minder roofbouw pleegden dan bedrijven die goederen produceren. Hoewel dat me een goed gevoel gaf, is het natuurlijk een flauwe smoes. Overigens hebben we in die tijd wel altijd de door ons aangerichte schade vermeld in onze jaarverslagen, daarin waren we vooruitstrevend: dit is wat we hebben verdiend en dit is de CO2-uitstoot die we hebben veroorzaakt, bijvoorbeeld door zo veel te vliegen. Bewustwording is de eerste stap, actie ondernemen de volgende. Dankzij de film van Al Gore is Nederland net begonnen met de bewustwording. Hij is voor mij een fantastisch voorbeeld, een jongen die zijn invloed gebruikt voor de goede zaak. Dat is ook wat ik me had voorgenomen.'
Heeft succesvol ondernemen nooit gebotst met uw gevoel?
‘Ja, natuurlijk. Ik kan op een rots zitten mediteren en één bakje rijst per dag nemen, maar dan gebeurt er helemaal niets. Ik veroorzaak dan geen overlast, maar draag ook niets bij aan de oplossing van het probleem. Nee, het moet juist hard geroepen worden: jongens, zullen we de andere kant oplopen, want de kant die we nu op gaan, is niet goed. En daar heb je mensen voor nodig. Al Gore op wereldniveau en ik, als klein mannetje, op landsniveau. Het geld dat ik heb verdiend, gebruik ik om te investeren in iets waarvan ik zeg: dat is een interessantere economie dan de economie die we aan het volgen zijn.'
Hoe wilt u mensen stimuleren u te volgen?
‘Ik heb, zeker in de tijd van Origin, altijd met een vingertje gewezen: kijk eens hoe verkeerd we bezig zijn. Dat pad heb ik verlaten. Ik ben nu meer van de school van verleiden. Dat kan ik goed. Andere mensen noemen dat marketing. Ik zeg bijvoorbeeld: mensen ga nou niet in die auto zitten, je betaalt je scheel aan wegenbelasting, je staat uren in de file om iemand één uur te spreken, om daarna weer achteraan in een nieuwe file aan te sluiten. Je verveelt je suf en je werkt ook nog mee aan een enorme milieuramp. Ga dat gesprek nou aan via een beeldtelefoon. Die heb ik dus ontwikkeld en die komt binnenkort op de markt.'
Een beeldtelefoon moeten mensen wel kunnen kopen.
‘Iemand die een auto kan kopen, kan toch ook zo'n ding kopen? Hij kost vierduizend euro. Mensen geven dat bedrag met gemak uit aan spoilers of andere fucking rotzooi.'
Mag ik vragen of u daar veel aan verdient?
‘Dat is een domme vraag en ik zal je precies uitleggen waarom. Business is alleen duurzaam als je winst maakt. Wil je ooit zover komen dat die dingen straks niet vierduizend, maar tweeduizend euro kosten, dan zul je toch moeten investeren in een volgend model. Daarnaast zal ik de investering moeten aangaan om niet vijfhonderd maar vijftigduizend stuks te produceren, omdat ik dan pas de prijs naar beneden kan brengen. Je hebt twee manieren om geld uit te geven. Je kunt het aan een stichting geven en er verder niet meer naar omkijken. Dan is het geld weg. Je kunt er ook mee aan een propositie werken waaraan mensen mee willen doen. Dan ben je binnen de westerse markteconomie bezig zoals die ook functioneert. Als je aan dat spel meedoet, kun je interessante alternatieven op de markt brengen. De BodyShop is daar een goed voorbeeld van.'
Het kan dus, commercieel werken aan een betere wereld.
‘Het kán niet alleen, het móet. Het is de enige manier om uit deze impasse te komen.'
Waarom doen nog zo weinig bedrijven daar dan aan mee?
‘Het zou enorm helpen als de overheid zou meewerken door bijvoorbeeld gestaag de wegenbelasting te verhogen om privé-mobiliteit terug te dringen. En in de tussentijd de infrastructuur zo te veranderen, dat we met zijn allen op een CO2-voordeligere manier kunnen reizen. Daarin is een grote rol weggelegd voor de regering.'
En welke rol heeft het bedrijfsleven volgens u?
‘En wat dacht je van de consument die maar zit te wijzen? Het is zo typisch Nederlands: het bedrijfsleven moet het doen, de overheid moet het doen. Doe zelf ook eens wat.'
Maar dat moet ook mogelijk zijn. U zegt dat mensen minder moeten reizen, liefst thuis moeten werken om niet in de file te staan. Maar wat vinden bazen daarvan?
‘Dat werkt nu ook nog niet, want de werknemer komt dan in een sociaal isolement te zitten. Op kantoor werk je niet alleen, je loopt ook even naar je collega's om te kletsen, samen een sigaret te roken. Dat sociale gedeelte moet worden overbrugd. En daar zijn de beeldtelefoons goed voor; je ziet het gezicht van de ander als je met elkaar praat.'
Hoe ziet u de toekomst?
‘Als je naar de mobiliteit wereldwijd kijkt, dan heeft alleen al een land als China - twintig jaar geleden nog een derdewereldland - over zeventien jaar de volledige OPEC-opbrengst nodig. En als India nog even doorgroeit, is daar ook nog een OPEC'je voor nodig en dan heb ik het nog niet eens over de rest van Azië of over Zuid-Amerika. Dat kan dus niet. Daar zal een alternatief voor moeten worden bedacht en daar zit natuurlijk een rol voor ons allemaal in. Overigens is de enige manier om ons echt te redden, een spirituele omwenteling, maar daar is de wereld nog niet klaar voor.'
Spiritueel?
‘Spiritueel in de zin van het zien van je eigen begeerte. Welke rol speelt begeerte in het nastreven van geluk? Je kunt je ook heel goed voelen zonder veel geld. Toevallig zag ik een Amerikaanse grafiek, met een lijn voor hoeveel geld die iemand heeft en een lijn voor hoe gelukkig iemand is. Die lijnen lopen dus niet samen op. Het interessante van wat er nu gebeurt, is dat begeerte inmiddels een virtuele variant heeft gekregen in de vorm van Second Life. Daar kun je huizen kopen, land bezitten.'
Maar dat kost wel weer geld.
‘Natuurlijk kost dat geld, zo zit onze wereld toch in elkaar? Het gaat er alleen om wat je met het geld doet. Als je het gebruikt om privé-zaken aan te schaffen, vind ik het prima. Zolang het maar virtueel is, bits and bytes op een harde schijf. Dat is ecologisch gezien interessanter dan weer stenen overhoop te halen en kozijnen uit hardhout te zagen. In zekere zin zijn we via Second Life begonnen aan een virtuele variant van onze economie, alleen is het nog maar een lapmiddel. Daarom is mobiliteit een van mijn belangrijkste issues, aangezien die ten grondslag ligt aan meer dan eenderde van onze CO2-uitstoot. Dat is veel. Voor mobiliteit zijn alternatieven te verzinnen, zoals openbaar vervoer. Niet dat dat CO2-vrij is, trouwens. Dat valt ook tegen.'
Uw bedrijf is overigens bijna onmogelijk te bereiken met het openbaar vervoer.
‘Dat is slecht, heel slecht.'
Vooral gezien uw speerpunten.
‘Nee. Dat hangt ervan af: het is twintig minuten lopen vanaf het station.'
Het is vijf kilometer...
‘...door een prachtig bos.'
Dat is een uur lopen!
‘Ja, dat is misschien geen twintig minuten. Nou goed, je moet je tijd nemen. Maar waarom zijn we allemaal zo gehaast?
Wat doet u privé aan verbetering van het milieu?
‘Reizen stond hoog op mijn rekening. Ik heb net besloten dat ik niet meer voor mijn eigen plezier intercontinentaal vlieg, dat doe ik alleen nog maar zakelijk en ook dat heb ik gehalveerd. Ik kwam ooit voor het eerst op Schiermonnikoog. Daar is het zo mooi, dat ik me afvroeg wat ik in godsnaam deed op Bonaire, in Amerika of waar dan ook. Kennelijk hebben we de drang om verder te kijken, maar word je daar gelukkig van?'
Maar u hebt ook al veel gezien van de wereld.
‘Absoluut, ben ik consequent? Ik heb ook een tweede huis in Frankrijk, ecologisch ook onverantwoord. Maar als je mij daar niet op zou kunnen betrappen, zou je me in goud kunnen gieten en als standbeeld voor de Rabobank neer moeten zetten. Nee, ik ben niet consequent, maar ik doé het nu wel. Daar gaat het om.'
Eind mei komt van Eckart Wintzen het boek Eckarts' Notes uit. Hierin beschrijft hij zijn visie op ondernemen, managen en het bedrijfsleven. En natuurlijk op de - hopelijk ten goede veranderende - wereld.

