‘De computer krijgt altijd de schuld, maar de mens is de hoofdhandicap bij veel van de problemen’
Eckart Wintzen over de pijlsnelle groei van zijn softwarehuis en de onmogelijke regelzucht van de overheid
Met de vereenvoudiging van het belastingstelsel, 'Oort', zal het niets worden. En het eind van de martelgang bij het automatiseren van de studiefinanciering is ook nog niet in zicht. Voorspellingen van de eigenzinnige softwaretopman Wintzen, die voortkomen uit zijn afkeer van de regelzucht van Den Haag. Is dat het geheim van het succes van zijn eigen (BSO-)onderneming? Een gesprek over de kunst van het delegeren.
Rob Sijmons
Zijn computers elektronische monsters die alleen aan speciale temmers gehoorzamen? Of is dat een waanbeeld, gecultiveerd door experts die hun vak exclusief willen houden?
Vooral dat laatste, zegt Eckart Wintzen. Hij is nu vijftig en veranderde van gesjeesd student in geslaagd zakenman: de sage van de krantenjongen, vertaald naar de computereeuw.
Verwarring zaaien bij de gebruikers is voor automatiseerders een tweede natuur, verkondigt Wintzen. Stort een containertje jargon over de gebruiker: hij raakt verward en verdoold, en jij wint tijd om na te denken.
Wintzen is oprichter en topman van het Utrechtse softwarehuis BSO, Bureau voor Systeemontwikkeling. Het bedrijf groeit pijlsnel: in 1984 was de omzet zesenveertig miljoen gulden, in 1986 werd de honderd miljoen overschreden, dit jaar neemt BSO de horde van tweehonderd miljoen. Bij de firma werken inmiddels meer dan twaalfhonderd mensen.
Als werknemer - onder meer bij Philips en bij het Europese ruimtevaartbureau Esoc in Darmstadt - ergerde Wintzen zich aan de logge, onpersoonlijke en bureaucratische organisatievormen Bij BSO kon hij het zelf anders doen. Alle lijnen van de organisatie moeten kort zijn, vond hij. Dat betekent: opereren in kleine eenheden dicht bij de markt. Small is beautiful: zodra een BSO-onderdeel zijn organische grootte - ongeveer vijftig mensen - overschrijdt, wordt het subiet opgesplitst.
Dat celdelingprincipe maakt van BSO een conglomeraat van kleine eenheden die zelfstandig hun zaakjes moeten runnen; 'zelfregelende systemen', ze vormen naar eigen zeggen de kern van de wereldbeschouwing van Eckart Wintzen.
BSO hecht meer aan sociale dan aan hiërarchische verhoudingen: de werknemers vormen een soort 'extended family'. Technical meetings elke maand eindigen in etentjes, de social meetings twee keer per jaar - zijn nog informeler, met de gezinnen erbij. Het zal niet verbazen dat de heer Wintzen door iedereen bij BSO steevast Eckart wordt genoemd.
Is dit een idyllische bedrijfscultuur, is dit het WhizzKid Arcadia voor het laatste decennium van deze eeuw?
Vakgenoten bewonderen Wintzen en BSO, maar de liefdevolle houding van de vakbonden is aan enige erosie onderhevig. Half november werd Wintzen 'echt pissig' op de vakbonden - bij de vorming van BSO-Pass, een joint venture waarin Philips een aantal eigen activiteiten op het gebied van automatisering verzelfstandigt. 'Na de aankondiging van BSO-Pass lieten de bonden zich eerst positief uit. Een dag later kwam NRC Handelsblad met het bericht dat de bonden buitengewoon "ongerust" waren: was BSO wel de juiste keuze? Interessant, dacht ik. De Industriebond FNV heeft ons twee jaar geleden uitgeroepen als de eerste en enige nieuwe werkgever. Ze hadden zelf een rijtje eisen opgesteld; wij voldeden daaraan het best, BSO stond op de eerste plaats.
Nu snap ik hun zorg wel: bij een bedrijf als het onze verliezen de bonden aan organisatiegraad en dus aan invloed. In onze kleine eenheden hebben de medewerkers een veel zinniger en volwassene invloed dan bij grote ondernemingen. Je ziet voor je hoe dat gaat in een ondernemingsraad. Het systeem is ingesteld op ouderwetse verhoudingen, met echte bazen aan de top, met de messen op tafel en de vakbonden als tegenwicht.
Wij zitten veel dichter bij het ideaal van de vakbonden dan een doorsnee multinational. Ik zie de vakbond als een instituut dat waanzinnig goed werk heeft geleverd in onze landen. Maar hun taak is voor delen van het bedrijfsleven volbracht. Het is als met de NVSH: die heeft ook goed werk gedaan, maar ze was opgezet om zichzelf op te heffen en heeft dat bijna ook gedaan. Ik verwacht dat van de vakbonden in zekere zin ook.'
Er blijft de machtsongelijkheid tussen de factoren arbeid en kapitaal.
'Wij hebben ook werknemerseigendom. Elk jaar geven we ongeveer twee- procent nieuwe aandelen uit voor medewerkers. Als je dat voorrekent, hebben zij over tien jaar dertig procent van het kapitaal in handen. Ik zie daar geen grens aan. Dat moet ik natuurlijk wel aan mijn mede-aandeelhouders vragen, maar tot op heden hebben ze steeds met die plannen ingestemd.'
Boemeltijd
Eckart Wintzen lijkt een vat vol tegenstrijdigheden. Zijn boemeltijd als corpsstudent vindt hij nog steeds productief en vormend; hetzelfde geldt voor zijn Duitse periode met een linkse tot extreem linkse, RAF-angehauchte vriendenkring. Wintzen is met evenveel recht te typeren als PvdA-zakenman (zo stemt hij), overjarige hippie (zo ziet hij er - enigszins - uit) en no-nonsensemanager.
Wat de no-nonsense betreft: bij BSO worden de medewerkers beloond naar hun prestatie - ook niet direct een hoeksteen van het vakbondsdenken. En beloning is niet alleen loon - of beter gezegd: salaris. Wintzen: 'Arbeidsplezier - daaruit bestaat het grootste deel van je beloning. Voor onze mensen betekent het de directe confrontatie met het succes van hun eigen projecten. Voor een projectleider geldt dat misschien wat meer dan voor de leden van het team. Maar als het klaar is, komen ze allemaal samen om taart te eten en champagne te drinken.
Eigenlijk gaat het bij ons eerder om carrière naar prestatie dan om loon naar prestatie. Je bekijkt: is die jongen klaar om door te stomen naar senior systeemanalist of senior systeemontwerper? En je merkt: hij ligt zo bij de klant, hij ligt goed bij zijn jongens, hij start interessante projecten - ta-ta-ta-ta-ta: natuurlijk stoomt die door. Maar - hoor je wel als tegenwerping - hij is vorig jaar al gepromoveerd. Nou én? Of: hij is een halfjaar geleden al gepromoveerd. Nou En? Kennelijk kan hij het. Zoiets is bij de overheid natuurlijk ondenkbaar en bij grote bedrijven ook. Maar bij ons zijn er echt jongens die waanzinnig doorstoten. Daar blijven ze ook voor. Tot ze (Wintzen lacht: ooit moet het Peter-principle ook bij BSO toeslaan) hun level of incompetente bereiken.'
Maar zelfs in deze raketsnelle zakensector heeft het promotietempo z'n grenzen: een briljante brainy jongen van vijfentwintig krijgt niet meteen de leiding van projecten van ettelijke miljoenen. Zo iemand heeft zich 'nog niet voldoende builen gevallen op kleine projectjes'.
Informatici worden bij de overheid onderbetaald, wordt gezegd. Maar 'men' de overheid zelve, het ambtelijke apparaat, de kamerwoordvoerders - vertelt volgens Eckart Wintzen een fabeltje: 'Gemiddeld betalen wij misschien zelfs iets minder, maar onze schaal is breder. De topmensen verdienen bij ons een ietsje beter dan bij de overheid, maar onze onderkant ligt vaak wat slechter. Wel belonen wij goede prestaties met veel flexibeler carrièrekansen.'
Stomme draadjes
Een automatiseerden heeft een curieuze manier van omgaan met zijn opdrachtgever: het is gebruikelijk om het eisenpakket ter discussie te stellen. Niks geen belediging van de klant: hij waardeert juist dat buitenstaanders er eens fris tegenaan kijken. Meestal. Wintzen: 'Ons vak heeft veel meer te maken met mensen dan met de stomme draadjes en snoertjes en bits en bytes van die zogenaamd onbegrijpelijke computertechnologie. De computer krijgt altijd de schuld, maar wij zijn zelf de schuld: de mens is de hoofdhandicap bij veel van de problemen. Natuurlijk is het wel de meest geinige en beminnelijke handicap die je kunt hebben.'
Met haar gedetailleerde regelzucht maakt de overheid het regelen vrijwel onmogelijk: zelfs computers en prograrnmeurs kunnen daar op gegeven moment niet meer tegenop. Het is nog wel mogelijk enige honderdduizenden verschijnende beslissingen in een computerprogramma onder te brengen, maar als dat onderweg permanent moet worden bijgesteld komt het programma nooit af. De martelgang bij het automatiseren van de studiefinanciering heeft zo iets van onvermijdelijkheid.
De paradox van de regelzucht die het regelen onmogelijk maakt betekent volgens Eckart Wintzen ook het doodvonnis-vooraf voor het systeem-Oort (de vereenvoudiging van het belastingstelsel)
'Waardoor ontstond de complexiteit van ons belastingstelsel? Omdat er bij iedere uitzondering een definitie in de wet moest, en er op iedere uitzondering weer een welomschreven uitzondering kon zijn. Als je dan aan Oort de basisopdracht geeft om het simpeler te maken, betekent dat automatisch het wegsnijden van subtiliteiten. Dat kun je doen - tijdelijk. Maar de samenleving zal ogenblikkelijk, zelfs vóór de invoering, vragen om nieuwe nuanceringen. Dat bewijst dat Oort een onmogelijke opdracht kreeg: In alle nuances wettelijk regelen en vereenvoudigen.'
Alleen algemene regels centraal opstellen, detaillering delegeren: dat is de oplossing-Wintzen. Een soort rechters die knopen in belastingzaken doorhakken. Scholen die - binnen algemene richtlijnen - zelf hun studieprogramma's samenstellen: ook dat zou efficiënter werken. Bovendien zou alles zich veel beter aanpassen aan de snelle veranderingen van deze tijd.
Wintzen: 'Natuurlijk is dat het zelfregelende concept van ons bedrijf. Moeten wij centraal weten wat de markt bijvoorbeeld aan communicatie vraagt over drie jaar? Natuurlijk niet, het zal me ook een rotzorg zijn, ik merk het wel. Maar wie het wel tijdig moet weten is de BSO-eenheid die de communicatiemarkt bedient. Die zit er ook het dichtste op, die investeert al in de toekomstige vraag. Zo reageert de firma veel sneller.'
Maar Den Haag durft niet te delegeren. Als lid van de commissie-Dekker kwam Wintzen met het idee van de innovatiecenters ter stimulering van de industriële vernieuwing. De beoordeling voor innovatiecredieten zou zoveel mogelijk in het veld moeten gebeuren. Het liep anders. 'De documentatie gaat naar Den Haag, afdeling 1 geeft een stempel, afdeling 2, enzovoort, tot iemand op afdeling zoveel tien merkt dat er aan een of andere eis - een criterium voor het speerpuntbeleid of zo - niet wordt voldaan. En dan gaat het niet door. De beslissingen worden volkomen anoniem genomen, gebaseerd op getallen en papieren.
Het kan makkelijk anders. Kijk hoe particuliere verschaffers van venturekapitaal het doen. Die gaan altijd uitgebreid praten met de ondernemer, lopen rond op zijn fabriek, kijken, snuiven en praten vooral. Daarop baseren zij hun beslissing.'
Putten slaan
Ook in zijn omgang met Goede Doelen vaart Eckart Wintzen een eigenzinnige koers. Tegenwoordig stopt hij 'veel geld en energie' in een stichting die consumenten milieubewustzijn wil bijbrengen. Acties als van Greenpeace zijn volgens Wintzen te veel gericht op het eind van de productieketen - het afval van de fabrikanten. 'Je stort je tientje en dan denk je: ik heb wat aan het probleem gedaan.' Wintzen blijft Greenpeace-begunstiger maar ziet meer in het milieubewust maken van consumenten. Door ze voor te houden wat de echte prijs van producten is: daarbij zijn ook de kosten voor het opruimen of voorkomen van vervuiling meegerekend. Doe je dat niet, zegt Wintzen, dan verleidt je de fabrikanten tot voortgaan met het dumpen van afval.
'Wat ik aan vermogen heb vergaard moet ik op een of andere zinnige manier doorgeven. Jarenlang heb ik gedacht dat de meest zinnige manier was om de ontwikkelingshulp te steunen. Stervende kinderen in droge landen helpen door putten te laten slaan, dat soort hulp. Maar het enige dat je bereikt is het verplaatsen van de grens. Je redt één groep mensen met jouw technologische steun, waarna er onmiddellijk een nieuwe groep outcasts ontstaat.
Ik denk dat het de wet van behoud van ellende is. Onze zogenaamde ontwikkelingshulp brengt de zegeningen van onze technologie: we jagen de consumptie op, met als gevolg meer vervuiling en meer verbruik van grondstoffen waarvan we niet weten of generaties na ons ze hard nodig zullen hebben. En we brengen elektriciteit: nou gefeliciteerd, de eerste airconditionings worden geïnstalleerd.'
Wie ben je om het hun te onthouden?
"Natuurlijk: ik ben net zo geil op de spullen uit onze consumptiemaatschappij; daar heb ik geen verontschuldiging voor. Maar door onze technologische ontwikkelingshulp hebben we nergens het geluksniveau verbeterd.'

