ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

De herenhoed is terug van weggeweest

Mar 13, 1998 (Management team , Michiel Knapen )

Chapeau!

Cor Boonstra is er mee gesignaleerd. Eckart Wintzen ook. Andere managers lijkt het nog te ontgaan, maar mannen dragen weer hoeden. Niet alleen om beginnende kaalheid te camoufleren, ook om hun persoonlijkheid te etaleren. Wie durft?

MICHEL KNAPEN

Als kind zette hij al wat op z'n hoofd. Nu is Frans Mikx, directeur van het Tandheelkundecentrum van de Wereldgezondheidsorganisatie in Nijmegen, toe aan z'n derde hoed in tien jaar. De eerste kocht hij voor een congres in Finland. 1k wilde iets tegen de kou, maar ik haatte ijsmutsen met die oorwarmers. Ik probeerde dus een hoed. Iedereen vond het heel goed staan.' Sindsdien draagt hij dagelijks, 'in weer en wind', een hoed.

Directeur Mikx staat model voor wat inmiddels een trend mag heten. Het mannenhoofddeksel is namelijk weer helemaal terug. Droeg de gemiddelde Nederlander in de eerste naoorlogse decennia massaal iets op zijn kop, sinds midden jaren zestig lieten mannen hun hoofddeksels steeds vaker thuis. Pas midden jaren zeventig komt de voorzichtige kentering.

Misschien heeft oliebaron J.R. Ewing uit de soap Dallas wel bijgedragen aan de nieuwe populariteit van de hoed. JR's moderne, bovenal forse uitvoering van de klassieke cowboyhoed symboliseerde rijkdom, macht en mannelijkheid. Sindsdien hebben ook mannen buiten de wereldjes van journalistiek (Martin van Amerongen!) en kunst (Eric de Knijper!) de herenhoed opnieuw ontdekt. De vraag naar de wat chiquère exemplaren, doorgaans gemaakt uit haarvilt en van Italiaans design, vertoont een stijgende lijn.

Peter Horst van de Zwolse hoedenfabrikant Horka Headware ziet het in de cijfers terug. "Droeg enkele jaren geleden gemiddeld 4 procent van de hoeddragers de chiquere haarvathoed, tegenwoordig is dat zo'n 35 procent," schat Horst, die zelf hoedloos door het leven gaat. Wat niet wegneemt dat een eenvoudig hoedje als de 'Globetrotter', een ruiten, opvouwbare hoofddeksel met afhangende rand, onverminderd populair blijft.

Minder verkouden

Het gaan en komen van de mannenhoed heeft alles te maken met &'functionaliteit' van het hoofddeksel, zegt Truus Stuiver van de Nijmeegse hoedenzaak Cappello. "Tachtig procent van de lichaamswarmte verdwijnt via je hoofd. Doktersrekeningen zouden een stuk lager zijn wanneer mensen hoeden zouden dragen. We zouden gewoon minder vaak verkouden zijn. Dat de hoed enkele tientallen jaren geleden uit het straatbeeld verdwenen is, was dan ook een teken van luxe. We kregen de auto en de verwarming, en we hadden toch geld genoeg om de dokter te betalen. De hoed kon af'

Hans van Kooten, hoofd van de afdeling Modevormgeving van de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten: "Een hoed biedt ook bescherming. Tegen een kaal hoofd bij voorbeeld. Vroeger gingen mannen hun beginnende kaalheid te lijf door de restanten van hun haar over de schedel te plakken. Dat kan dus niet meer." Dat de hoed weer terug is, wijt Van Kooten ten dele ook aan Amerikaanse invloeden. "Steeds meer jongeren dragen baseball-petjes. Dat kun je zien als een voorbode voor het dragen van hoeden: wanneer deze jongens eenmaal volwassen zijn, gaan ze aan de hoed," denkt Van Kooten.

Stuiver van Cappello ziet vooral de laatste drie jaar een ware hoedenhausse ontstaan. "Wat zeker heeft meegespeeld was de enorme kou van vorig jaar. je kunt een muts opzetten, maar dat staat wat dommig. Mannen kopen hun hoed meestal primair voor de functionaliteit. Als ze er vervolgens complimenten over krijgen, gaat het esthetische aspect ook een rol spelen. Een hoed staat joyeus, maar op een leuke manier. je straalt uit dat je van het leven kunt genieten. Het geeft je een imago van onafhankelijkheid."

Modevormgever Van Kooten bevestigt de sfeer-functie van de hoed: "Een hoed completeert de uiterlijke verschijning, maar maakt die ook weer individueel. Een pak is een pak, daarin heb je niet eens zoveel verschillen. Maar wie een hoed draagt, zegt ook iets over zijn persoonlijkheid."

Vooroorlogse nuffigheid

Uitstraling, lef, jezelf durven zijn, uitkomen voor je persoonlijkheid - mannen gebruiken legio argumenten om een hoed te dragen. Camiel Hamans, adjunct-hoofdredacteur van dagblad De Stem te Breda, kocht twaalf Jaar geleden zijn eerste hoed. Momenteel heeft hij er twintig die hij op verschillende momenten draagt, afhankelijk van het weer, zijn stemming en de rest van zijn kleding. Hamans zegt: "Een hoed maakt je uiterlijk compleet, maar ironiseert het ook. Bij een degelijke, saaie jas past heel mooi een hoed met een kleurig lint. Maar een hoed mag ook niet te wild zijn' " Kledingcombinaties zijn belangrijk: 1k zal nooit bij hoeden ook glacé handschoenen dragen. Dat vind ik van zo'n vooroorlogse nuffigheid!"

Snobisme, het is een verwijt dat hoedendragers nogal eens te horen krijgen, al zeggen velen daar geen last van te hebben. Hoedendragers wijken nog altijd af van de norm en kunnen rekenen op misprijzende opmerkingen. Het is nu eenmaal een bepaald type man dat een hoed draagt. Zoals adjunct-hoofdredacteur Hamans, die 'ook whisky drinkt en sigaren rookt' en WHO-directeur Frans Mikx, die er glacé handschoenen bij draagt. Hamans: "Een tijd geleden stond ik bij de bakker. Vroegen ze me of ik naar de sjoel moest. Dat krijg je met de wat stijve, zwarte hoed en de baard die ik draag."

Het populairst zijn haarvilthoeden van Italiaanse snit. De ranglijst wordt aangevoerd door Borsalino. Deze hoeden kosten al gauw vierhonderd gulden. Die prijs weerspiegelt een productieproces dat veertig fasen doorloopt (vilt wordt gemaakt van de huid en haren van wilde hazen en konijnen) en in totaal zeven weken duurt. De Baldini wordt gemaakt van iets minder soepel haarvilt. De Duitse Mayser en de Nederlandse Berisfort doen het ook goed, de Franse Flechet is een beetje op z'n retour. Andere hoeden waarmee mannen gezien mogen worden zijn de Stetson, de Harris en de Bollman, een oprolbare vilthoed. "Ook de Franse baret kan weer," zegt Truus Stuiver van Cappello. "Die heeft zijn artistieke, alternatieve image echt afgelegd."

» Article index