De stille financiers achter de whizzkids
Werner is 22 jaar oud. Kortgeknipt haar, witte sport schoenen, donkere spijkerbroek. Hij studeert financieel management aan de Hogeschool Haarlem. Werner is afkomstig uit een Surinaams-Duits gezin en heeft volgens hem 'twee erg goede ideeën met internet' Welke? Nee, dat vertelt hij niet. Door hemzelf uitgevoerd marktonderzoek wijst in ieder geval een enorme potentie uit. Zijn probleem: het vinden van startkapitaal.
Werner staat in de hoge, witte zaal van kunstenaarssocieteit Baby op de Amsterdamse Keizersgracht. Het is dinsdagavond, even over achten. In de ruimte staan ruim 200 mensen samengeklonterd met hooguit een gemiddelde leeftijd van 30. De stemming is luidruchtig, de ene na de andere sigaret gaat in de brand en bij de bar midden in de zaal gaan de gratis pijpjes bier van Heineken met hoge snelheid over de toog. De Hogeschool-student neemt de situatie nog eens rustig in zich op.
First Tuesday, zoals het evenement heet, heeft tot doel om verstrekkers van durfkapitaal, adviseurs en startende ondernemingen op het gebied van informatietechnologie bij elkaar te brengen. Elke eerste dinsdag van de maand vindt de bijeenkomst plaats. Volgens organisator Tim Lunn, van origine Brits, luidt het motto networking'.
In dat kader krijgen bezoekers van First Tuesday een kleine, ronde sticker op de revers geplakt. Groen voor ondernemers, geel voor adviseurs en rood voor informal investors. Snel is duidelijk dat geel domineert, rood is schaars. 'Toch moeten er een stuk of tien tot vijftien informals rondlopen', zegt organisator Lunn. Student Werner heeft er na een uur slechts een kunnen aanklampen.
Avonden als First Tuesday, maar ook First Wednesday dat een dag later in het Amsterdamse etablissement Ovidius plaatsvindt, bestaan pas sinds enkele maanden. Ze weerspiegelen de geleidelijke cultuuromslag naar het opzetten van eigen bedrijven. Vooral de sterke opkomst van internet werkt als een magneet op jonge ondernemers.
Ook het ruim een jaar geleden gelanceerde Twinning-concept werpt zijn vruchten af. Die stimuleringsfonds voor starters op het terrein van informatie- en communicatietechnologie (ict) is opgezet door het ministerie van Economische Zaken. In de drie Twinning-cemers zitten momenteel bijna 25 bedrijven.
Twinningpartner Bodo Douque loopt op First Tuesday rond met een rood stickertje. Hij verdiende een slordige f 80 miljoen met de verkoop van zijn bedrijf Uniface aan het Amerikaanse Compuware, nu ruim vijf jaar geleden. Hij heeft in circa vijf jonge ict-bedrijven geld gestoken.
Douque behoort tot de tweede generatie van Nederlandse informal investors. Het is de generatie die de afgelopen paar jaar goed geld heeft verdiend met het onrwikkelen van softwareproducten voor de wereldmarkt. Andere exponenten zijn Jeroen Mol (verkocht Prolin aan Hewlett-Packard) en Pieter Adriaans (verkocht Syllogic aan het Amerikaanse Perot Systems). Stuk voor stuk hebben zij een exacte opleiding en verstand van zaken. Bij starters gooien ze daardoor hoge ogen.
De generatie daarvoor hanteerde een geheel andere invalshoek. Zij vergaarden eind jaren tachtig kapitaal met ict-dienstverlening pur sang in plaats van productontwikkeling. Ondernemers als Willem Smit (verkocht Datex aan Getronics), Joop van Oosterom (verkocht Volmac aan Cap Gemini) en Eckart Wintzen (verkocht Origin aan Philips) maakten daarmee destijds furore.
Deze groep zakenmensen staat ook wel te boek als 'bodyshoppers'-bedrijven die veredelde uitzendbureaus zouden zijn. 'Terwijl ik hard werkte aan mijn bedrijf en het product, weet ik nog goed dat zo'n gevierde ondernemer in zijn Bentley bij mijn kantoor kwam wat doe je toch moeilijk?", was de reneur van het gesprek. Huur war personeel in en zet het weer uit, gewoon dienstverlening. Daar kan je op dit moment groot mee worden', vertelt een privé-investeerder.
In de branche wemelde het destijds van de financiële goochelaars. Naast Willem Smit was er Jan Kuijten (bekend va n de roemruchte HCS affaire), maar ook Joep van den Nieuwenhuyzen - via uitvindersfonds Docdata zijdelings in de IT betrokken-bouwden een groot deel van hun succes op uitgekiende financieringsconstructies. Ruziende directies, schimmige transacties, zware winsttegenvallers en imploderende beurskoersen maakten echter eind jaren tachtig rigoureus een eind aan de hosannastemming in de automatiseringsbranche.
De meeste investeerders uit die tijd zijn vandaag de dag nog steeds actief in de technologiesector. Kuijten is onder meer grootaandeelhouder van het beursgenoteerde CSS, een dienstverlenend icr-bedrijf. Smit is betrokken bij het aan de Belgische schermenbeurs Easdaq genoteerde Internoc.
Ook bestaan nog enkele netwerken van investeerders uit de jaren tachtig. Voorbeelden zijn de voormalige NMB-bankiers Ton Soetekouw en Mike Vredegoor en de eerder genoemde Willem Smit. Hun reputatie is niet onomstreden. Zij kennen elkaar uit de tijd van het beursfonds Newtron, het tweede softwarehuis dat Smit na Datex naar de beurs bracht, begeleid door de NMs. Toen aan her licht kwam dat medewerkers van de middenstandsbank ook privé in Newtron belegden en het beursfonds er bovendien veel slechter voor bleek te staan dan bij beursgang bekend was, kwam een ware uittocht van NMBbankiers op gang, mede onder druk van de Nederlandsche Bank. Onder hen bevonden zich Soetekeuw en Vredegoor.
Deze voormalige bankiers, onder meer aandeelhouder van het aan de startersbeurs Nmax genoteerde softwarebedrijf Ring Rosa, staan bekend om hun financiële expertise en niet zozeer om hun kennis van informatietechnologie. Vredegoor concentreert zich via zijn bedrijf Arnstelvision Enterprises op de organisatie van financieringsrondes voor niet-beursgenoteerde bedrijven. Dat gaat meestal niet via een eenvoudige uitgifte van aandelen, maar vooral met gebruik van derivaten als converteerbare obligaties.
'Vredegoor probeert in het gat te springen dat particuliere investeerders en participatiemaatschappijen laten liggen', stelt zijn zegsman. Voormalig bankier Vredegoor, die ook privé participeert, claimt een bestand van zo'n tweehonderd particuliere investeerders te hebben opgebouwd.
De investeringsrondes van Amstelvision trekken weer een ander type investeerders aan dan de toegewijde ict-adepten. Geheel gescheiden zijn de netwerken nooit, altijd zijn er weer bruggetjes. Wredegoor en voormalig Philips-bestuurder Roel Pieper komen elkaar regelmatig tegen. Samen met Pieper heeft Amstelvision investeringen in jonge bedrijven als Stonehenge Telecom, PC Dynamics en Bitmagic. 'Er bestaat een bepaalde synergie tussen ons', verklaart Pieper cryptisch. 'Maar met mensen als Wil1em Smtit en Ton Soetekouw heb ik niets te maken. Ik ken ze niet eens.' Pieper verdiende zijn vermogen in Amerika, vooral via optie beloning bij bedrijven als Tandem, Compaq en Philips. Daarmee is hij de eerste Nederlander die vanuit een bestuursfunctie fors kapitaal wist te vergaren in plaats van door een aandeelhouder schap in een zelf opgerichte onderneming. De boomlange Nederlander is inmiddels verreweg de grootste particuliere investeerder in de Nederlandse ict-sector. Sinds zijn vertrek bij Philips, nu zes maanden geleden, is een massief publiciteitsbombardement losgebarsten rondom zijn persoon.
De boodschap: in Nederland moet een cultuur ontspan waarin jonge starters op het gebied van informatietechnologie kunnen gedijen. Pieper gaat ondertussen als een bulldozer door de branche. Momenteel heeft hij in circa veertig bedrijven belangen, waaronder een aan tal Amerikaanse ondernemingen. Waar privé investeerders als Douque en Adriaans hoogstens vier tot vijf starters begeleiden, heeft Pieper er acht keer zoveel in zijn portefeuille. Hij is daarmee een geprofessionaliseerde versie van de doorsnee informal investor. Doet de stille financier het vaak voor de sport, de Wck of de vaderlijke gevoelens, Piepers benadering ten deert naar een particuliere participatiemaat schappij. 'Ik doe vrijwel alles per e-mail en mobiele telefoon', zegt Pieper. 'Uren besteden aan operationele plannen vind ik zinloos. Daar ligt niet mijn toegevoegde waarde. Die zit in strategische adviezen, het bieden van contacten uit mijn netwerk en het fungeren als referentie.' De referentie is wel licht de belangrijkste bij drage die Pieper aan jonge innovatieve bedrijven levert. Een onderneming die de voormalige Philips-bestuurder als aandeelhouder heeft, krijgt sneller een voet tussen de deur. Of het nu gaat om banken, toeleveranciers, advocaten of andere adviseurs waar een starter van afhankelijk is.
In het kielzog van Pieper begint ook de stervan Jeroen Mol te rijzen. In juni 1997 maakte hij een klapper door zijn bedrijf Prolin te verkopen aan het computerbedrijf Hewlett-Packard. Ruim een jaar daarna begon hij aan het bouwen van een klein imperium. Zijn eerste daad was het oprichten van een tijdschrift over jonge, startende ondernemingen op het terrein van informatietechnologie. In april van dit jaar verscheen het eerste nummer van Tornado-insider.com. Het Engelstalig blad heeft inmiddels een oplage van circa 75.000. Een vijfde daarvan wordt verspreid in Amerika, de rest in Europa.
De tweede activiteit van de slechts 35 jarige Mol is het opzetten van faciliterende centra voor starters in Amsterdam, Parijs, Londen en Munchen. Het initiatief, Gorilla Park, heeft net de deuren in Amsterdam geopend. "Van idee naar beurs", luidt de slogan', vertelt Mol. 'Het is een commerciële concurrent van Twinning, dat wil ik wel toegeven.'
Zowel Mol als Pieper zit wekelijks in Silicon Valley om de temperatuur in het gebied onder San Francisco op te nemen. 'Ik zit per jaar zes maanden in Nederland, vier maanden in de Valleyen de rest van de tijd ben ik op reis', zegt Mol. die in zeven starters geld heeft zitten. Net zoals Pieper heeft hij dan ook in beide landen een huis.
Hetzelfde lot van regelmatig vliegen over de Atlantische plas treft Loek van den Boog) tot twee jaar terug de hoogste manager van softwarebedrijf Oracle in Europa Na Pieper wordt Van den Boog gezien als de grootste Nederlandse particuliere investeerder-circa dertig starters draaien op door hem verstrekt vermogen, dat hij opstreek met opties, net wals Pieper.
Van den Boog heeft een alliantie met de Amerikaanse durfkapitaalverstrekker General Atlantic Partners (GAP), het fonds dat in Nederland bekendheid geniet als een van de eerste investeerders in Baan Company. Verder hebben de Amerikanen al jarenlang belangen in de Nederlande softwarefabrikant Exact, dat sinds enkele maanden op de Amsterdamse beurs is genoteerd, en Meta4, dat sinds kort op de Easdaq staat. 'Samen hebben wij dezelfde filosofie', verklaart Van den Boog. 'Namelijk niet alleen kapitaal verstrekken maar ook de handen uit de mouwen steken bij de starters. Daar is nu sterke behoefte aan. Een fenomeen dat "smart money" heet.'
Van den Boog is voor General Atlantic in feite een vooruitgeschoven post die de ontwikkelingen in Europa in de gaten houdt. Deze constructie wint aan populariteit. Zo zijn aan participatiemaatschappij Gilde de investeerders Pieper, Douque en de Amerikaan John Sculley (voormalig bestuursvoorzitter Apple) verbonden. Zij adviseren de financiers van Gilde over investeringen in veelbelovende 'standups'.
Volgens Van den Boog is Europa nu met een inhaalslag bezig ten opzichte van Amerika. Een paar factoren liggen daaraan volgens de privé-investeerder ten grondslag. 'Er zijn nu goede bexits" voor jonge bedrijven sinds de komst van startersbeurzen, wals de Nederlandse Nmax, de Neuer Markt in Duitsland en de in Brussel zetelende Easdaq. Verder heeft internet een enorme impact en lopen we met mobiele telefonie voor op Amerika. Daarnaast speelt binnen Nederland Twinning natuurlijk een belangrijke rol.'
Zowel Van den Boog als Pieper zijn overtuigd van een nieuw soort optimisme bij beginnende ondernemers. 'Het klimaat verschuift van conservatief naar flexibel en agressief', vindt Pieper. 'Het begint in Nederland te lopen, nu wordt het pas echt leuk. We gaan naar de fase van werkelijk aan de weg timmeren.'

