De videofoonmarkt is een babymarkt
Ergens díep in de bossen van Utrecht proberen techneuten van Ex'ovision een oud en afgeschreven idee weer tot leven te wekken: beeldtelefonie. Onder leiding van Fred Kappetijn zijn de eerste apparaten al in elkaar gezet. Oog in oog met het prototype en zijn maker.
Gekke bekken trekken tijdens het telefoneren, in ondergoed rondlopen, naar je voorhoofd wijzen; als er beeld bij telefonie wordt gevoegd, zal daar snel een einde aan komen. Net als aan de groeiende mobiliteit van de moderne mens. Tenminste, dat is het idee van Eckart Wintzen. Deze idealistische ondernemer, die in de jaren negentig financieel is binnengelopen met het door hem opgerichte BSO - het latere Origin - investeert via zijn participatiemaatschappij Ex'tent in jonge bedríjven die op de een of andere manier het milieu proberen te ontlasten of een eerlijker verdeling van de welvaart willen bereiken. Zo'n bedrijf is Ex'ovision, waar een beeldtelefoon genaamd Eye Catcher wordt ontwikkeld. Dit apparaat moet eraan bijdragen dat we in de toekomst minder gaan reizen.
Ex'ovision heeft een onderkomen gevonden in een vroegere werkschuur van Staatsbosbeheer in de bossen van Austerlitz, provincie Utrecht. Eigentijdse totempalen tussen de bomen geven de weg aan. Het gebouw is van binnen gesponsd in een fris oranje kleurtje. In de grote open ruimte werken ontwikkelaars aan de Eye Catcher.
Beeldtelefoon is al decennia lang een grote belofre voor de toekomst. In 1936 werden de eerste voorzichtige experimenten gedaan en na de Tweede Wereldoorlog werd het serieus aangepakt. Maar in de jaren zeventig mislukte videotelefoon commercieel volledig. Dat wordt achteraf geweten aan cameravrees. Ook nu is het nog maar de vraag of beeldtelefonie niet te veel als een inbreuk op de privary wordt ervaren.
Negentig procent van Ex'ovision is in bezit van Ex'tent, de overige tien procent is in handen van directeur Fred Kappetijn. Hij zetelt boven in het gebouw met ruim uitzicht op de technici. Gelouterd in de elektronische media, onder andere bij VNU Media en Elektronische MediaPCM, werd hij in 1999 door Eckart Wintzen gevraagd `de kar te trekken'.
Volgens Kappetijn is er nog een reden voor het uitblijvende succes van de beeldtelefonie: `Tot nu toe is de kwaliteit te gebrekkig om een alternatief te vormen voor een echte ontmoeting.' Daar zitten we dan. Over wat voor apparaat hebben we het eigelijk? In de directiekamer staat een fuchsiakleurig demonstratiemodel. De truc van het apparaat is dat er een camera is opgesteld achter de spiegel waarop je gesprekspartner verschijnt. Hierdoor kijk je elkaar recht in de ogen. Maar dan moet hij het wel doen. De eerste demonstratie mislukt, ondanks heftig geduw op de touchscreen. `Sorry, dit is een prototype, er wordt nog mee geëxperimenteerd', excuseert Kappetijn. Een technicus moet er dus even mee aan de slag.
Wij gaan door. `Voor succesvolle videofonie zijn drie dingen van belang: oogcontact, kwaliteit en bedieningsgemak. In die volgorde', zet Kappetijn zijn uitgangspunt uiteen. Het unieke van de Eye Catcher is het oogcontact. Concurrenten krijgen vanzelf ook goede beeld- en geluidskwaliteit door de toenemende bandbreedte, en de bediening zal uiteindelijk ook wel goed komen. `Maar je moet het ervaren hebben.' Dus ondernemen we een tweede poging om te videofoneren. Ook nu kan er geen verbinding worden gemaakt. De technicus wordt er opnieuw bij geroepen.
Wij gaan weer zitten. `Weet je dat mensen op twintig meter afstand kunnen zien of iemand ze aankijkt of niet? Ook dominantie wordt bepaald door iemand recht in de ogen te kijken. Iemand die zijn ogen neerslaat geeft zich gewonnen.' Elkaar direct in de ogen kijken verootzaakt inderdaad intimiteit. Om het belang te benadrukken van het unique selling point van de Eye Catcher kijkt Kappetijn me ook regelmatig sttak in de ogen. Ik word er een beetje zenuwachtig van. Gelukkig, het apparaat doet het bij de derde poging. Peter, de ontwikkelaar die beneden achter zijn bureau zit, kijkt me boven stralend aan. Het functioneert goed, er is een helder beeld, het menselijke formaat klopt en het toverkunstje met de camera werkt uitstekend. Het is levensecht en niet bedoeld voor verlegen mensen.
Wat dat betreft heeft het bedrijf de juiste doelgroep gekozen: het management van multinationals. Deze baasjes hebben overwicht nodig om de boel aan te sturen. `Bij de vraag "je haalt toch wel je targets!?" maakt het wel uit of je iemand scherp aan kan kijken', zegt Kappetijn Het oog van de meester maakt het paard vet. Naast deze afzetmarkt ziet Kappetijn ook mogelijkheden in openbare ruimtes waar veel zakenlieden verblijven, zoals hotels en vliegvelden. Ook moeten er studio's verhuurd gaan worden waar men kan videofoneren. Ten slotte ligt er natuurlijk nog een grote kans bij het telewerken. Dat is nog wel verre toekomst, want er staan eerst andere punten op de agenda. Eind 2001 moet het definitieve product gereed zijn, zodat vanaf 2002 het businessplan in werking kan treden. In dat jaar moeten er ook weer nieuwe financiers worden gevonden. `We zoeken ook nog een Nederlandse, internationale partner waarmee we een proefproject kunnen draaien', laat Kappetijn weten.
De bestaande markt voor beeldtelefonie is overigens niet zo klein, als je videoconferencing er tenminste bij betrekt. Weliswaar onderscheidt Ex'ovision zichzelf nadrukkelijk van dergelijke toepassingen. `Wij gaan voor één-op-één, hoeven niet allerlei samenwerkingsmogelijkheden te hebben, het is gewoon een uitbreiding van de telefoon.'
Toch moet iedereen in dezelfde vijver vissen en in die markt bestaat al een aantal gerenommeerde namen. Zoals het Amerikaanse Polycom en het Noorse Tandberg, dat in dik vijftig landen actief is. Kappetijn blijft erbij dat ze elkaar niet zullen bijten: `De videofoonmarkt is een babymarkt, al zie je de behoefte snel groeien. Kijk naar al die webcams die mensen aanschaffen.'
De populariteit van het internet is de motor achter deze ontwikkeling. Dat ttekt ook grote jongens aan, bijvoorbeeld Microsoft met Netmeeting. Eye Catcher is technisch wel geschikt voor internet. `Maar', zegt Kappetijn, `het internet gaat nog veel te traag. Daarom richten we ons ook op het bedrijfsleven. Een beetje onderneming heeft een eigen snel netwerk. We zijn niet primair geïnteresseerd in de consumentenmarkt. Nu niet. Later wel. Daar kun je toch de grote klapper maken.'
Naast alle beren die het bedrijf op zijn weg tegen kan komen, zit Ex'ovision met nog iets in zijn maag. Je kunt namelijk geen patent aanvragen op het concept om een camera achter een spiegel te plaatsen. Dat idee is al tientallen jaren oud. Om toch nog ergens van verzekerd te zijn, zullen sommige aspecten van de software worden vastgelegd en zal Ex'ovision optreden als solution provider. Maar het risico blijft dat een Japanner of Amerikaan denkt: slim bedacht, jongens! Dankjewel!

