De wereld van de gulle gevers
Door: Christl Visser
Bill Gates is nog niet van plan zijn héle vermogen aan goede doelen te schenken, maar hij geeft zich wel suf. Nu kan het er bij de rijkste man ter wereld ook wel af natuurlijk, maar toch. Nederlanders doen het wat bescheidener aan, maar ze geven wel aan charitatieve instellingen, in toenemende mate zelfs.
Bill Gates moet zich een hoedje zijn geschrokken. Schreef de Sunday Times afgelopen weekeinde toch zomaar dat hij zijn héle vermogen aan goede doelen wilde schenken! 's Werelds rijkste man liet meteen meedelen dat de krant zich deerlijk vergiste. Hoewel Bill en zijn vrouw. Melinda wel eens hebben laten doorschemeren dat ze hun immense fortuin eigenlijk aan de gemeenschap willen teruggeven, doen ze dat liever niet ineens. Logisch. want ze houden graag nog een centje over voor hun oude dag. Maar krenterig zijn ze zeker niet. Laatst doneerden ze nog 22 miljard gulden (oftewel 22.000 miljoen) aan goede doelen op het terrein van onderwijs en gezondheidszorg; dat is ongeveer een tiende van hun vermogen. En op die weg zullen ze doorgaan, hebben Bill en Melinda aangekondigd. Hun geld groeit waarschijnlijk harder dan ze het kunnen weggeven. Dus: 22 miljard voor onderwijs en gezondheidszorg! Over zo'n bedrag kunnen Nederlandse organisaties in de categorie goede doelen alleen maar dromen. De grootste gift die het Koningin Wilhelmina Fonds, een van 's lands bekendste en gerenommeerdste fondsen, ooit kreeg, bedroeg 28 miljoen gulden. De erfenis, want daar ging het om, kwam in 1997. Het KWF was er ongelooflijk blij mee; het geld werd meteen uitgegeven aan onderzoek naar nieuwe behandelmethoden tegen kanker. Bij een gemiddelde jaaropbrengst van ongeveer 110 miljoen, waarvan ruim 40 miljoen uit nalatenschappen, was die nalatenschap in één keer een formidabele som.
Techniek
Maar, ook al worden in Nederland niet vaak enorme bedragen ineens geschonken, gegeven wordt er wel, in toenemende mate zelfs. Niet voor niets heeft het KWF sinds kort een speciale medewerker in dienst, die potentiële goede gevers alles kan vertellen over de techniek van het schenken, bij leven of bij legaat. Koploper onder de goede doelen in eigen land is Foster Parents, dat 210 miljoen gulden per jaar scoort, met het KWF op de tweede plaats, het Wereld Natuurfonds op drie, op korte afstand gevolgd door Natuurmonumenten. Populaire 'kleintjes' zijn het Leger des Heils (38 miljoen per jaar, maar een vermogen van meer dan 170 miljoen) en de NOVIB (31 miljoen inkomsten en een vermogen van meer dan 180 miljoen). Liefdadigheid, zoals het fenomeen vroeger heette, heeft grote fiscale voordelen. Toch staan die bij de gulle gevers niet voorop, zegt men bij Trenité Van Doorne, advocaten en notarissen. Meestal zijn het emotionele argumenten die de doorslag geven. Eerst is er het doel, dán pas de aftrekpost. Mensen die in hun naaste omgeving iemand met een ernstige ziekte hebben zien worstelen, schenken bijvoorbeeld geld aan het KWF, aan de Hartstichting of de Alzheimerstichting. Oudere mensen zonder directe erfgenamen, maar mét hond of poes, geven nogal eens aan instellingen die voor huisdieren opkomen. Of aan iets aansprekends als de zeehondencrèche in Pieterburen, al zit daar de laatste tijd ietsje de klad in omdat de acute nood geringer was.
Vereenzaamd
Soms komt het voor dat de notaris vereenzaamde maar vermogende mensen laat kennismaken met een aantal goede doelen. Dan snijdt het mes aan twee kanten: de oudere komt er weer eens uit en de fondsen/stichtingen/verenigingen kunnen zich op een legaat verheugen. Onmisbaar daarbij is de 'Goede doelen gids' van de Vereniging van Fondsenwervende Instellingen in Nederland. Het moet vreemd lopen wil een potentiële gever in deze gids niets van zijn gading vinden. En wie het grootser wil aanpakken, richt een eigen fonds op. In Den Haag behartigt de Vereniging van Fondsen in Nederland (FIN) de belangen van deze particuliere charitatieve instellingen. Dikwijls zijn het fondsen die bijvoorbeeld bij de verkoop van een bedrijf worden opgericht. Een deel van de opbrengst wordt dan afgezonderd om er iets goeds mee te doen. Hoeveel particuliere fondsen er precies in Nederland zijn, is niet bekend. Bij de FIN staan er 538 geregistreerd, maar er zijn er meer. Hoeveel geld de geregistreerden - alle te vinden in het 'Fondsenboek' -bij elkaar beheren, staat daar echter niet in. Hoewel in de wereld van de goede doelen steeds meer openheid wordt nagestreefd, wil nog lang niet iedereen met zijn financiële gegevens in de publiciteit komen. Geven en goed-doen zijn geen zaken die je aan de grote klok hangt, vinden velen.
Nieuwe rijken
Toch maken, net als in de Verenigde Staten, ook hier de fondsen-op-naam de laatste tijd furore, vooral onder de nieuwe rijken. Het Prins Bernhardfonds begon ermee, en boekte zó'n succes dat de meeste grote goede doelen er ook mee begonnen. Het aardige van een fonds op naam, ook al is het een fonds-in-een-fonds, is natuurlijk de herkenbaarheid. Bovendien is het mogelijk er een speciale doelstelling aan te verbinden - patiëntenvoorlichting bijvoorbeeld, of - bij het Prins Bernhard-fonds - het restaureren van molens of het stimuleren van de Nederlandse fotografie, zoals professor Hein Wertheimer bedong toen hij het Prins Bernhardfonds 22 miljoen naliet. Het voordeel van een fonds-in-een-fonds boven een zuiver particulier fonds, is de expertise die in het moederfonds aanwezig is, én het doorgaans brede terrein dat wordt bestreken. Want de vandaag met zoveel liefde gekozen doelstelling kan honderd jaar later achterhaald zijn, weet men bij de Vereniging van Fondsen in Nederland. Wezenzorg is zo'n doelstelling; begin deze eeuw was ze nog hard nodig, maar nu niet meer. Bewindvoerders moeten dan proberen een verwante doelstelling in de geest van de oprichters te zoeken.
Goederen
Hoeveel geld er in Nederland wordt weggegeven, is niet te achterhalen. De socioloog Th. Schuyt, die bij de Vrije Universiteit in Amsterdam het onderzoek 'Geven in Nederland' leidt, schat dat in 1995 huishoudens, fondsen en bedrijven bij elkaar, goederen en diensten meegerekend, bijna 5,5 miljard gulden aan goede doelen gaven. Sindsdien is dat eerder meer dan minder geworden. Er is sinds '95 zoveel meer verdiend, dat veel Nederlanders een deel van hun pas verworven welvaart wegschenken, ja, het zelfs als plicht ervaren dat te doen. Maar erover vertellen is een andere kwestie. In april gaf Aegon-topman Kees Storm (toen in het bezit van 25 miljoen aan aandelen Aegon) toe, dat dat in Nederland niet openlijk gebeurt. "Begrijpelijk, want je doet het nooit goed. Geef je, dan is de reactie: waarom zo weinig en waarom niet aan iets anders? Of: kijk die kerel eens de aandacht trekken". Maar lang niet alle Nederlanders hebben daar moeite mee. Bernhard van Leer bijvoorbeeld kon het destijds niets schelen. De gebroeders Baan tobben er ook niet mee, netzomin als voormalige computermagnaat Eckart Wintzen of Frits Goldschmeding van Randstad. Met geven is niets mis, vinden zij, en dus mag je er rustig mee in de publiciteit komen. Als Rockefeller en Carnegie en - tegenwoordig -Bill Gates met goed-doen mogen worden geassocieerd, waarom mag een gewone Hollandse jongen dat dan niet? Elitekenner Jos van Hezewijk nuanceert die opvatting. "Zeker gaat het hen om goed-doen, maar ze hebben die publiciteit rond hun schenkingen ook nodig voor hun business. 'Oud geld' heeft die ruchtbaarheid niet nodig. In Nederland niet, en in de Verenigde Sta ' ten ook niet trouwens. Er zijn heel veel puissant rijke Amerikanen die heel veel geld schenken zonder dat je er ooit iets over hoort".

