Eckart J. Wintzen: Haagse jongen maakt droom waar
De drijfveer van ondernemingsbestuurders is vaak terug te voeren tot het milieu waaruit ze afkomstig zijn: de opvoeding, de invloed van scholen en leraren, de inspiratie van een bepaald geloof. Belangrijk is ook welke mensen worden ontmoet aan het begin van de carrière. En vaak nog belangrijker de steun die men krijgt van de levenspartner en de sociale omgeving. ELAN start een nieuwe serie over de Oorsprong van de ondernemer. Als eerste geeft Eckart Wintzen (46), oprichter en algemeen directeur van het softwarehuis BSO, inzicht in zijn persoonlijk leven.
AIs je destijds in mijn jongenshart had kunnen kijken, zou je gezien hebben, dat ik graag directeur wilde worden. Van een natuurkundig laboratorium of zoiets. Geen ondernemer, maar manager. Ik heb er toen nooit aan gedacht zelf iets te beginnen. De ranglijst in die dagen van een opgroeiende jongen: bovenaan misschien minister, maar ja, daar heb je er maar tien van, dus dat schrap je. Daaronder staat dan wel directeur, die zijn veel. Zij genieten aanzien en hebben invloed, althans in je jongensfantasie.' Eckart J. Wintzen is directeur geworden. Algemeen directeur van BSO/Bureau voor Systeemontwikkeling, het tweede softwarehuis in Nederland, dat hij tien jaar geleden als zelfstandig entrepreneur heeft opgezet. Zijn bedrijf beschikt inmiddels over circa 700 werknemers en heeft een omzet van ruim 100 miljoen gulden met een netto winst van naar verwachting zeven miljoen gulden.
BSO is een succes, en Eckart Wintzen is het gezicht ervan. Hij wordt in den lande dan ook gevierd als een voorbeeld van modern ondernemerschap en een man met een uitgesproken visie. Want BSO wijkt af van het doorsnee bedrijf, omdat Eckart Wintzen afwijkt van het beeld van de klassieke ondernemer. Al was het maar door de openhartigheid, waarmee hij - in hemdsmouwen tegenover mij aan de ovale vergadertafel - tracht te analyseren wat hem drijft. 'Ik vind het aardig voor mijzelf, die blik naar binnen, maar ik twijfel sterk aan het nut ervan voor anderen'. zegt hij aan het begin van het gesprek. Het is een ijdel streven om als ondernemer te willen leren van een ander. Ondernemen is een creatief proces en elk probleem vraagt daarbij om een ander soort personality. Om succes te hebben moet je juist origineel zijn; nieuwe, ongebaande wegen inslaan. Volgens het boekje kan iedereen handelen. Hoogstens kun je iets van herkenning ondervinden bij het lezen over anderen.' Maar hij geeft toe, dat er ook een stimulans vanuit gaat, en haalt zelf het voorbeeld van de termietenhoop aan: 'Als een termiet ergens een mooi stukje hout of zoiets heeft gevonden, sleept hij het naar de hoop toe en doet daar een vaag dansje om aan zijn soortgenoten te duiden, wààr hij het heeft gevonden. Alle termieten gaan dan op zoek, maar het dansje was onduidelijk, dus verdwaalt de helft. Maar, waar die terechtkomen, vinden zij ook weer nuttige dingen en dus was dat dansje zeker functioneel.' En met een geamuseerde lach begint hij aan zijn 'dansje'.
Duits accent Eckart Wintzen werd vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geboren in Den Haag. Hij was het derde kind van een artsenechtpaar met de Duitse nationaliteit, dat al in 1933 emigreerde naar Nederland omdat het regime van Hitler hen niets leek. 'Het getuigde zeker van visie van mijn vader.' De zoon heeft slechts flarden herinnering aan de oorlog, beelden uit de hongerwinter. Veel beter weet hij nog, hoe hij als zesjarige gepest werd met het Duitse accent van zijn ouders. 'Daar heb ik mijn vechtlust aan te danken. Je bouwt een enorme verdedigingskracht op tegen dat soort aantijgingen, die volslagen buiten je macht liggen. Het verhoogt je weerbaarheid. Ik vocht door te praten, ben nooit een man met vuisten geweest. Gelukkig had ik dikke wangen en zag ik er sterk uit, zodat ik niet snel werd aangevallen. Ik werd een kind dat zijn eigen gang ging. Ook wel in ons gezin, waar ik me eerder met een grap dan met harde woorden aan het systeem wist te onttrekken.' Een strenge vader, en een moeder die tegenover de vier kinderen vaders rechtlijnigheid verzachtte. De speelse elfjarige, die zich absoluut niet thuis voelde op het plechtstatige Gymnasium Haganum, kon zich alleen dankzij de protectie van zijn moeder handhaven. Zij maakte zich sterk voor bijlessen. terwijl pa kleine Eckart voorstelde harder te werken of anders van school te gaan om in het Westland te gaan werken. Nu praat de 46-jarige met respect over zijn ouders (`ik heb een zwak voor ze, maar we lopen elkaars deur niet plat') en de middelbare school ('het gymnasium is de beste basis voor onafhankelijk denken en heeft me een voorsprong gegeven, die ik nog ervaar`), maar de warmte komt pas in zijn stem bij het aanroeren van zijn studententijd. Eckart Wintzen heeft respect voor en behoefte aan intellectuele kwaliteit, maar minstens zo belangrijk is plezier, sociaal contact. 'Mijn ouders zochten dat niet, waren ingetogen christelijke mensen op zoek naar de zinvolheid van het leven. Feesten hoorden daar niet bij. Toen ik dus ging studeren in Leiden (omdat een paar vrienden van school daarheen gingen). belandde ik in een poel van vrijheid. Ik wilde alles meemaken. De studie wis- en natuurkunde was een verkeerde keuze, ik had naar Delft moeten gaan. Maar ik was goed in wiskunde en Leiden leek me wel. Uit de grip van mijn ouders werd ik wel corpslid.'
Netwerk
Een uiterst nuttige stap voor zijn carriere in het bedrijfsleven? 'Een moeilijke vraag, want er heerst veel misverstand over de `'vriendjes-politiek" van ex-corpsleden in de maatschappij. Het is een behoorlijk grote groep van mensen met wie je iets gemeenschappelijks hebt. Met veel van hen heb je in eindeloze gesprekken de innerlijke denkwereld leren kennen. Iets waar je later in het bedrijfsleven niet zo toe komt. Kom je elkaar nu weer tegen dan schept dat een zekere band van vertrouwen. Een vertrouwen dat dan ook niet beschaamd mag worden. Het is dan ook hierdoor dat ik uit deze periode zelfs twee van m'n commissarissen heb overgehouden.' Het corps ontwikkelde ook Eckarts relativerend vermogen. `Altijd heb ik al iets gehad van 'Is dat nu wel zo?", als ik met zogenaamde zekerheden in aanraking kwam. Een studie wiskunde bevordert dat ook. Maar het corps zorgde ook voor innerlijke vraagtekens. Een Leids corpslid, laten we zeggen tweedejaars. vindt zichzelf "top of the world''. De zelfgenoegzaamheid krijg je echt met de paplepel ingegoten. Hoe gezellig het ook allemaal was, ik ging toch wel de relativiteit inzien. Ik heb ook best begrip voor de kritiek van toen op de rechtse ballen". In feite waren wij grotendeels politieke onbenullen, waarvan een gedeelte zich upper class voelde en "dus" VVD stemde.' De studie wis- en natuurkunde, theoretisch en stoffig, beviel hem niet, en hij 'lorde' veel. Als vijfdejaars sjeesde hij en ging in dienst: de officiersopleiding, niet uit ambitie, maar als redmiddel tegen dodelijke verveling. 'Als je je geest niet bezighoudt... nu had ik als hoofd van de inlichtingendienst artillerie iets om me in vast te bijten. Bovendien verdiende je meer geld.` Hij bleef zijn eigen gang gaan, maar binnen het systeem. De grenzen verkennen, aftasten hoever hij kon gaan zonder echt iets te verliezen. Niet uit op conflicten, maar wel eigenzinnig. Op de studentensociëteit een coltrui dragen als iedereen nog in het jasje met das rondloopt. 'Kijken wat er gebeurt.' Als militair wel verzwaard arrest, maar net niet in de bak. En overal oppikkend, waar hij wat mee kon. De diensttijd gaf hem naast inzicht in de werking van een grote organisatie, ook de computer: 'En dat leek me echt te gek. Ik voelde aan mijn water, dat dàt het worden zou, ik moest me er wel in verdiepen.'
Superlinkse kringen
Zonder academische graad, want de studie werd niks meer, ging hij werken bij Philips Computer Industrie in Apeldoorn. Met een maximaal absorptievermogen leerde Wintzen alles over computers. Hij voelde zich er prima bij. 'Een overjarige vrijgezel was ik, die iedere vrijdagavond feesten gaf, waar in Apeldoorn nog over gepraat wordt. Ik genoot van dat sociale loven, haalde zoveel mogelijk ` mixed publiek in huis.' Toch ging hij na tweeëneenhalf jaar weg. De hiërarchische structuur bij Philips, waar hij hetzelfde werk deed maar veel minder verdiende dan afgestudeerde ingenieurs, deed hem solliciteren bij het ESOC in Darmstadt, waar Europees ruimte-onderzoek gestalte werd gegeven. Het werk was interessant, maar het was een wereldje, waar mensen veel te veel geld verdienden en ver boven hun stand gingen leven. Het ergerde me en ik zocht bewust vrienden onder de autochtone Duitsers. Belandde in superlinkse kringen.' Een ommezwaai. Eckart genoot meer van de geestelijke stimulans dan van de materialistische. 'Nachtenlange discussies met mensen van uiteenlopende pluimage, merendeels intellectuelen van linkse signatuur. Het was in de tijd van de provo's, de flower power en de club van Rome. Ik weet dat sommigen uit die kring ook connecties hadden met militair linkse groeperingen. Ik kon en kan hun strijd tegen het establishment zo goed begrijpen. Ik voel zelf ook een constant verzet tegen mensen, die het om wat voor reden "gered" hebben en zich daarop laten voorstaan. Die strijd voer ik ook in het bedrijf. Ik voel me door mensen, die zich op grond daarvan rechten toe-eigenen, echt afgestoten. Ik heb de frustratie van de Baader Meinhof-groep leren begrijpen, kan me zelfs een bom in een warenhuis voorstellen, al ben ik er te "zinnig" voor om het goed te keuren.' Hij maakt nu een directe stap naar het ondernemer zijn. Spreekt zijn afkeuring uit over de arrogante ondernemer met behulp van een voorbeeld. 'Het is tegenwoordig in om op vrijdagmiddag een soort "happy hour" te hebben in je bedrijf. Ik begrijp directeuren niet, die dan een bar laten inrichten omdat het "zo leuk is voor de jongens". Ik bedoel, je moet het zelf een leuke bar vinden en er graag naar toe gaan of je hoeft zo'n happy hour helemaal niet te houden. Wanneer je jezelf als ondernemer de vraag stelt "wat motiveert mij", dan liggen de antwoorden voor de hand. Invloed, bevrediging in je werk, creatief bezig zijn. Maar je moet doorhebben, dat dat precies hetzelfde ligt voor je medewerkers.' Zo werkt dat bij BSO. In een onlangs verschenen artikel in FEM werd het bedrijf vergeleken met een vriendenclub, en die kwalificatie onderschrijft hij nog steeds. Maar in die vriendenclub is Wintzen ontegenzeggelijk de leider. 'Je moet in ieder geval de zekerheid uitstralen, dat je weet waarheen we met z'n allen moeten gaan. Ik ben rotsvast overtuigd van ons programma. Maar in een kring met directe medewerkers wil ik best mijn twijfels loslaten. Je hebt direct om je heen mensen nodig die je honderd procent kunt vertrouwen. Mensen die ook niet zenuwachtig worden als je de "zekerheden" ter discussie stelt in de voortdurend veranderende omstandigheden.'
Slecht bestand tegen zorgen
Hij zit geconcentreerd, met overgave te praten. Put zich uit in het vinden van de juiste formulering, terwijl zijn handen met houten blokjes steeds andere figuren bouwen. Niet al zijn feitelijke carriergegevens komen woordelijk aan de orde. Na Darmstadt zet te hij in opdracht van een Engelse connectie in Zwitsersland een softwarehuis op. De groei van 2 tot 30 medewerkers van Computer Enterprises in Zwitserland getuigde van Wintzens talent als ondernemer. Maar na drie jaar wilde hij weg uit dat land. Een land waar het voor een buitenlander praktisch onmogelijk is om vrienden te maken. Hij diende zijn ontslag in en zette vervolgens - na het benaderen van een aantal bedrijven - voor GTE/Information Systems in Brussel een Nederlands filiaal op. Toen GTE in 1975 besloot om de computeractiviteiten op te heffen, kocht Wintzen het bedrijf, waarvoor hij de grondslagen al had gelegd. En noemde het BSO. Een management buy-out dus, al bestond het woord toen nog niet. 'Inmiddels heb ik een positie weten te veroveren, waarbij ik niet meer operationeel verantwoordelijk ben. Heerlijk, kan ik je zeggen. Ik heb de lusten zonder de dagelijkse lasten, die door de anderen vakkundig bij mij vandaan worden gehouden. Ik ben daar zeer dankbaar voor. Zorgen, ik houd natuurlijk ook niet van zorgen. En een chief executive zijn in een snelgroeiend bedrijf, dat betekent zorgen. En daar heb ik moeite mee, ik trek me sommige dingen veel te veel aan. Voor jongere medewerkers zijn dat juist de uitdagingen, zij runnen de winkel en ik houd mij bezig met de externe relaties. Weet je, onze machine die rolt, ook zonder mijn directe aandacht' of misschien juist. blijf verantwoordelijk voor ons "gezicht" en dat is iets dat je moet blijven onderhouden.' Daarin kan Eckart Wintzen al zijn creativiteit kwijt. De organisatie van het congres Infolutie ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van BSO kostte hem al een half manjaar. Ook leeft hij zich bijvoorbeeld uit in het jaarverslag. 'Dat maken wij voor ons plezier en heeft een puur imagovormende functie. Een jaarlijks terugkomende uitdaging om een verslag te maken anders dan alle anderen. De hoofdschotel wordt daarbij gevormd niet door een verhaal over hoe goed en knap wij zijn, maar door een essay waar de lezer wat aan heeft. De bedrijfsgegevens worden overgoten met een intellectueel sausje. Wij doen daarbij altijd ons best om vanuit een totaal nieuwe invalshoek naar ons vak te kijken. En dan zijn er nog wat nevenfuncties, die belangrijk zijn voor de "company", omdat ze belangrijk zijn voor "het netwerk".' Wintzen is in sterke mate het gezicht van BSO, zo rond het jubileum is dat nog duidelijker gebleken. Maar is hij nog ondernemer? 'Zeker wel', zegt hij fel. 'Ik neem misschien maar een paar beslissingen per jaar, maar die spelen dan ook wel een grote rol. Ik ben de bewaarder van onze ingebouwde wetten, het Oude Testament noemen ze dat hier oneerbiedig. Maar natuurlijk, als ik er letterlijk of figuurlijk uit zou stappen, dan rolt BSO gewoon verder. In die zin ben ik niet meer de onmisbare ondernemer.'
Angst voor ledigheid
Eruit stappen, hij lijkt haast onderhuids te rillen. 'In sommige ondernemingen ga Je op je SS-ste al met pensioen kan je je voorstellen, dat is voor mij over acht jaar. Mensen zeggen wel eens tegen mij "waarom verkoop Je je aandelen niet en ga je lekker naar de Kanarische Eilanden". Ik hoef niet meer te werken voor mijn brood. Het is een vreselijke uitspraak, maar de waarheid. Ik kan echter niet stoppen. Als je niet meer werkt, sterf je snel maar zeker af. Ik moet dat gevoel hebben: 's ochtends dat ik ergens nodig ben, 's avonds om te zeggen "dat was een lekker dagje". Het lekkere gevoel dat er iets uit je vingers komt. Ledigheid is rampzalig, ik kan me dat zo voorstellen van werklozen en te vroeg gepensioneerden. Ik hoop mee te blijven draaien.' Als 'de machine' BSO niet aan hem zou trekken, vertelt Eckart Wintzen, dan zou hij nergens toe komen. 'Want ik ben in de grond van de zaak vreselijk lui. Als ik gewoon thuis zou zitten zou er niets uit mijn handen komen.' Thuis. Bij zijn echtgenote Marijke, zijn kinderen. 'Ik neem nooit werk mee naar huis, mijn vrouw ziet mij bijna nooit met zo'n koffertje de voordeur binnenwandelen. Als ik thuis kom neem ik liever tijd voor mijn dochter van zes, die speelt een enorme rol in mijn leven. Ik praat niet veel met mijn vrouw over de zaak, en moet eerlijk zeggen, dat daarin nog steeds spraken is van een moeilijke balans.' Het valt hem niet mee; legt hij uit, een evenwicht te vinden tussen het in je vrije tijd door blijven gaan met je werk door erover te praten en het stuiten op onbegrip, omdat je je zorgen niet deelt met je partner. 'Als ik thuis over de zaak praat, kan ik het helemaal niet meer van me afzetten. Maar recentelijk hebben we besloten om de zaak toch iets meer bij ons huiselijk leven te betrekken, het tienjarig bestaan vormde daarvoor een goede aanleiding en wij hadden daar beiden toch wel behoefte aan.' Het gezinsleven is voor hem waardevol: 'Wat je steeds om je heen ziet gebeuren, scheiden, daar kom je geen moer verder mee. Als een situatie je niet bevalt, moet je de schuld niet automatisch op de ander schuiven, maar vooral bij jezelf zoeken.' We gaan er niet op door. Praten vervolgens over de opvoeding van zijn oudste kinderen van 20 en 22 jaar. Hier bekent hij dat succesvol ondernemerschap niet noodzakelijk hoeft samen te gaan met pedagogische kwaliteiten. 'Integendeel, een in de waarneming van een kind moeilijk bereikbare sociale positie kan juist het kind ontmoedigen. Überhaupt werken voorbeeld-functies van ouders vaak averechts en remmen het kind in het zoeken van zijn eigen baan. Toen ik zo oud was als mijn grote kinderen nu, had ik zoals ik al vertelde weinig affiniteit met de stof die mij werd voorgeschoteld. Ik ben zelf ook pas echt gaan werken toen ik dertig was.
Toen had ik zelf iets gevonden, wat leuk was om te doen.'
Niet optimistisch
Iets wat leuk is om te doen, daar moet je je op uitleven. Dat lijkt het credo van Eckart Wintzen. Een tevreden mens? 'Hoe kan ik hierop iets anders dan "ja" zeggen? Tevreden, zeker, maar geen optimist. Ik ben niet optimistisch over het leven van de generaties na ons in deze wereld. Volgens mij heeft de mens elementen losgehaald, die hij niet beheersen kan, het "tovenaars-leerling-effect". Ik kan mij daar zorgen over maken. Politiek? Inhoudelijk voel ik mij het meest thuis bij D'66, al ben ik geen lid. Maar ik stem altijd PvdA, puur en alleen voor het tegengas.' Hij lacht, ontspannen. Relativeren, altijd relativeren. Vertelt over de leuke kanten van zijn rijzend profiel als geslaagd ondernemer in de informatica. Hij werd gevraagd zitting te nemen in de Commissie Dekker, die EZ moet adviseren over de uitbouw van het technologiebeleid. 'Een eervolle benoeming waar ik ontzettend blij mee ben. Men heeft mij er ook van alle kanten geluk mee gewenst. Overigens bijna altijd met een kleine sneer naar het feit dat ik in het hele gezelschap de enige zonder academische titel ben. Ik vrees alleen dat de verwachtingen van deze commissie veel te hoog gespannen zijn. Kijk, je mag op z'n best hopen dat er iets creatiefs uit komt, dat bovendien nog bondig en goed leesbaar wordt opgeschreven. Maar als je je realiseert wat er politiek allemaal nog moet gebeuren voor er - op z'n best - een gedeelte wordt uitgevoerd, zinkt de moed je wel een beetje in de schoenen.' Als Wintzen zich dat bij voorbaat al realiseert, waarom nam hij dan toch zo enthousiast zitting? Dan zijn we weer terug bij de kleine Haagse jongen, die altijd heeft willen weten, hoe alles in elkaar zit: 'Het leek mij een interessante commissie vanwege de andere mensen, die erin zitten. Zo'n Wisse Dekker bijvoorbeeld, hoe pakt zo'n man iets aan. En het tot in alle dieptes uitpluizen van een probleem, onderzoeken, heerlijk.' Vanachter de ovale brilleglazen twinkelen zijn ogen: 'En wat denk je, het is natuurlijk ook wel té gek voor mijn netwerk.'

