ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Eckart Wintzen bloedserieuze uitstapjes

Sep 05, 1991 (Poly Technisch weekblad , Rita Jager )

BSO-directeur doet meer dan het runnen van een softwarehuis

Een homo ludens, een spelende mens. Voortdurend neemt Eckart Wintzen zichzelf en de wereld op de korrel. Hij zou niet kunnen overleven zonder zijn speelsheid. Hij is nieuwsgierig, gefascineerd door het gedrag van mensen, maar ook door techniek. Hij citeert Obelix als hij het heeft over hoe raar de maatschappij in elkaar zit: 'ils sont fous'. 'Een wijs man, die Obelix'. Met zijn softwarehuis BSO (Bureau Systeem Ontwikkeling) maakt hij regelmatig onconventionele uitstapjes. Zo publiceerde hij onlangs een milieujaarrekening en maakte eerder een jaarverslag voor kinderen. 'Veel van onze uitingen zien er anders uit, omdat wij misschien een beetje anders in elkaar zitten'. zegt Wintzen

'Die milieujaarrekening moetje bloedserieus nemen', zegt Wintzen. 'Ik denk dat het de meest serieuze openbare uiting is geweest die wij hebben gedaan in onze geschiedenis. Wij krijgen ook reacties uit de hele wereld. Dat begint nu langzaam een beetje op gang te komen'. Met de milieujaarrekening, toegevoegd aan het jaarverslag over 1990, haalde BSO rijkelijk de pers. Het was nieuw dat een bedrijf de onttrokken waarde en de toegevoegde waarde aan het milieu becijferde en concludeerde dat het voor 2,2 miljoen gulden de aarde had vervuild, maar voor slechts 216 000 gulden weer had toegevoegd via milieuheffingen had betaald. Kritiek was er op de manier van berekenen van BSO. Zo werd voor de lease-auto's alleen een bedrag gerekend voor de uitstoot van COL, maar niet voor wat er met de auto's gebeurt als ze zijn afgeschreven. Wintzen is zich van dit probleem bewust. 'Het is ook zinloos om zo'n milieujaarrekening in je eentje te doen, want ik durf te stellen dat het in principe mogelijk is dat ik op een onttrekken waarde van nul uitkom. Dan gooi je gewoon alle vervuiling over de schutting bij je klanten. Juist daarom heeft een milieujaarrekening alleen zin, als iederéén het doet. Maar wij hebben gezegd: als niemand ermee begint, dan gebeurt er helemaal niets. Als we moeten wachten op een EG-wetgeving, dan kunnen we wel tot sint-juttemis wachten'. BSO wilde aanvankelijk maar één keer met deze milieujaarrekening komen, om discussies los te maken. Inmiddels heeft het bedrijf toch besloten het 'een tijdje vol te houden' zoals Wintzen zegt. 'Maar dan wel in een apart verslagje met een apart kaftje'.

Boekhouding

Wintzen is begaan met het lot van de aarde, maar wordt zo langzamerhand wanhopig van allerlei deelacties. 'Daar moet je over boekhouden!' roept hij . 'Als onze wereld ooit echt winst wil boeken in het probleem, dat wij aan deze planeet meer onttrekken dan zij kan dragen, als je daar serieus iets aan wilt doen, dan moet je ophouden met vage deelacties. Je weet niet wat het effect is als je de plastic bekertjes in je bedrijf afschaft en ineens allemaal uit kopjes gaat drinken, die iedereen dan weer gaat afspoelen. Daar heb je een ecologische boekhouding voor nodig en op basis daarvan kun je plannen maken hoe je het kunt verbeteren'. De grootste aanslag op het milieu wordt gepleegd door de behoefte naar meer, meer, meer. Ondernemers willen groeien, een ondernemer die niet groeit, wordt niet serieus genomen. Maar juist deze groei is funest voor de aarde. 'Ik zit zelf ook met paradoxen als deze', geeft Wintzen toe. 'Enerzijds willen wij ook groeien, maar anderzijds zien we hoe ruïneus dit is voor onze planeet. Ik kan er niet mee uit de voeten. Ik heb wel een scenario in mijn hoofd, maar hoe ik dat de wereld duidelijk moet maken ...'

Milieuscenario

Het scenario-Wintzen is gebaseerd op het principe van onttrokken waarde en toegevoegde waarde. Elk bedrijf onttrekt waarde aan het milieu, maar voegt ook iets toe. Via een simpele wetgeving kunnen alle bedrijven worden verplicht een ecologische boekhouding te maken. De is-toestand, de situatie op dat moment is daarbij het vertrekpunt. Vanaf daar geldt dan het volgende principe elk bedrijf mag groeien, maar moet ieder jaar de onttrokken waarde verminderen, al is het maar fractioneel. 'En dan gaan de raden van bestuur voor het eerst van hun leven hun creativiteit gebruiken en nadenken over hoe ze kunnen groeien en toch hun onttrokken waarde kunnen verminderen. Want vanaf heden zal de groei van jullie onttrokken waarde worden afgetrokken van je winst', schertst Wintzen. Maar hij is serieus; het is geen utopie. Hij is er stellig van overtuigd dat er in de toekomst een wet op de milieujaarrekening komt. 'Maar we doen in onze westerse wereld alleen maar dingen als we bijna zijn gestikt, omdat het water ons tot boven de lippen staat. Het water staat nu nog niet hoog genoeg. We gaan pas iets aan zure regen doen als het haar op ons hoofd erin oplost'.

Anders dan anderen

'Ik houd me dus ook met andere dingen bezig, zoals het milieu. Misschien is het runnen van een softwarehuis niet zo'n serieuze zaak dat je er honderd procent van je tijd in moet steken. Er zijn nog andere dingen, zoals het kinderjaarverslag. Dat was erg educatief en geeft aan dat er bij ons nog iets anders aan de hand is dan alleen maar geld verdienen’. Maar was dat jaarverslag ook niet een doodgewone publiciteitsstunt? ‘Natuurlijk was het dat ook’ reageert Wintzen. ‘Maar wij hebben publiciteit nodig en dat doe ik liever zo dan via het sponsoren van een Formule-1 wagen’.

BSO’s ondernemingsstructuur kent geen zware top à la ‘Politbureau’, noch een ‘cybernetisch model’, om maar bij Wintzens kleurrijke vergelijkingen te blijven. In de beheersbaarheidsgedachte, waarbij je alle touwtjes in handen kunt houden, gelooft Wintzen niet. BSO is een organisatie met in Nederland een stuk of veertig zelfstandige ondernemingen, ofwel ‘cellen’. Centrale stafdiensten zoals een afdeling Personeelszaken, zijn uit den boze. Eigen verantwoordelijkheid staat hoog aangeschreven. Wintzen vergelijkt zijn directie met voetbalcoaches. ‘Je bent bij ons geen directeur, maar een coach’, zegt hij. ‘Want wat is het typerende van een coach: hij inspireert z’n mensen. Hij stelt misschien mede een strategisch plan op, maar hij mag niet aan de bal komen. Hij moet er ver vanaf blijven, maar is toch een zekere autoriteit. Gaat het mis, dan krijgt hij een grote rubberen hamer op z’n hoofd. Gaat het goed, dan wordt hij op de schouder genomen’. Dat deze structuur bij BSO geen windeieren legt, blijkt wel uit het feit dat het nog steeds goed gaat, terwijl het met zoveel collegae slecht gaat.

Handje klap

‘Er zijn nu veranderingen in de markt gaande en die volgen elkaar snel op’, leg Wintzen uit. ‘Het model van het Politbureau werkt hier niet meer, want tegen de tijd dat het Politbureau doorheeft dat er iets is veranderd, is het alweer voorbij. Ook de tijden van de oude molochs, de oude dinosaurussen die via handjeklap op de golfbaan even voor een paar miljoen verkochten, is voorbij. Automatisering is een communicatiewetenschap geworden. Als systeemontwikkelaar heb je tegenwoordig met honderden, zo niet duizenden gebruikers te maken. En dat betekent dat mijn job heeft opgehouden een job te zijn die in een ingenieursblad hoort te staan. Het is een gammawetenschap geworden. Als je duizenden mensen met je software tevreden moet maken, dan wordt het hoog tijd dat je je gaat verdiepen in de psychologie van die duizend man. Wat willen ze eigenlijk, waarom willen ze dat en wat gaan ze er straks mee doen? Die dingen beginnen zo langzamerhand belangrijker te worden dan het technisch inhoudelijke stuk van de software’. Wintzen concludeert dat de automatisering momenteel in een tijd van ‘grote verwarring’ verkeert. Enerzijds is er verwarring over het steeds groter en diverser wordende aanbod hardware, anderzijds is het economische een slappe tijd. Twee van deze factoren samen is altijd eng’, vindt Wintzen. ‘want juist dan vallen er klappen’.

Rita Jager

» Article index