Eckart Wintzen: De toekomstmens zal kwaliteit van leven niet meer uitdrukken in materiële rijkdom
Jeroen Duijvestijn
In de werkkamer van Eckart Wintzen, rijk en beroemd door het automatiseren van bedrijven, is de computer opvallend afwezig. Robuuste blankhouten meubelen en een chesterfieldbankstel bepalen de sfeer. Buiten zwemmen een paar eenden in de slotgracht en het uitgestrekte bos erachter straalt een serene rust uit. Hier in kasteel Moensbergen is Ex'tent gevestigd, zijn nieuwe onderneming. Het bedrijf ondersteunt jonge bedrijven die niet alleen winst nastreven, maar ook een sociaal-maatschappelijke of ecologische doelstellingen hebben. Zij worden met financiële middelen en managementadviezen bijgestaan. Zo kan bijvoorbeeld Ben & Jerry's, producent van natuurlijk ijs, rekenen op steun van Ex'tent, evenals Source het blad voor verantwoord ondernemen, maar ook een ideëel reisbureautje, een wafelbakkerij en het Windfonds dat zich sterk maakt voor schone energie.
Ik doe iets voor onze planeet omdat ik me door gewoon lekker bij voel...
Een idealist wil Wintzen zich echter absoluut niet noemen. Volgens hem is het vijf voor twaalf voor onze planeet, en daar doet hij iets aan omdat hij "zich daar gewoon lekker bij voelt". Wintzen, gerespecteerd door industriëlen en politici, is commissaris bij verschillende bedrijven en een veel gevraagd spreker over management, milieu en techniek. Zijn status dankt hij aan het enorme succes van het Bureau voor Systeem Ontwikkeling (BSO), het automatiseringsbedrijf dat hij in 1976 oprichtte en dat in twintig jaar uitgroeide tot een bedrijf met een omzet een kleine miljard gulden, 6500 werknemers en meer dan honderd vestigingen in vierentwintig landen. Toch waren het niet zozeer deze kwantitatieve successen die indruk maakten, als wel de manier waarop hij deze bereikte. Centraal in Wintzens managementfilosofie stonden kleinschaligheid, menselijkheid, originaliteit en creativiteit. Telkens wanneer een vestiging meer dan vijftig werknemers telde, splitste hij dit bedrijf in twee afzonderlijke vestigingen. Hierdoor werd bureaucratische rompslomp voorkomen, bleef de menselijke maat centraal staan en konden klanten persoonlijk benaderd worden. De klanten kregen geen standaardoplossingen aangeboden, binnen een kleine team werd gezocht naar creatieve, op maat gesneden oplossingen. BSO werd door die eigenzinnige benadering een uiterst modieuze, mondiaal opererende automatiseringsketen. Wintzen koppelde aan de jaarverslagen van BSO filosofische essays met intrigerende titels als Interrelations: The essence of Life's Mystery, gaf blijk van een levendige interesse in spiritualiteit en presenteerde in 1990 al een zogenaamd milieujaarverslag, waarin BSO als eerste bedrijf de aan het milieu onttrokken waarde berekende. Behalve trendsetter binnen het bedrijfsleven, werd Wintzen zodoende ook een icoon van de postmoderne identiteit: moeiteloos zappend van new age-filosoof naar manager van een multinational, van communicatie-deskundige naar weed rokende milieuactivist.
Radicale ommezwaai
Onlangs fuseerde zijn geesteskind BSO met de automatiseringsafdeling van Philips. Wintzen deed een stapje terug, al is hij nog steeds commissaris van het nieuw gevormde bedrijf BSO/Origin. Daarnaast schrijft hij momenteel een boek dat een radicale ommezwaai voorstelt in de huidige economische orde. "Het boek is geschreven in de vorm van een briefwisseling met copywriter Lisette Schuitemaker. Het beschrijft een economisch model waarmee je zonder de huidige economische orde geheel om zeep te helpen en een wereldramp over je af te roepen, een leven op aarde mogelijk maakt dat niet totaal destructief is voor onze planeet. Het systeem komt in het kort hierop neer: de factor arbeid wordt momenteel veel zwaarder belast dan het gebruik van grondstoffen. Ik stel voor om dat om te draaien. Om het onttrekken van grondstoffen aan de aarde te gaan belasten, en de belasting op arbeid daarentegen drastisch te verlagen." Witzens plan behelst drie stappen. De eerste stap is dat alle bedrijven in de rijke landen een ecologische boekhouding gaan voeren. Daarin wordt vermeld voor welke waarde aan product aan het milieu onttrokken wordt. Gelijktijdig wordt een belasting van vijf procent op deze onttrokken waarde ingevoerd, die in de loop van vijftien jaar naar honderd procent moet groeien. Hierdoor worden bedrijven gestimuleerd zuiniger met grondstoffen en energie om te gaan. Stap drie is het gaan gebruiken van een deel van de belasting op onttrokken waarde voor het herstel van het milieu. Tegelijkertijd wordt de belasting op arbeid langzaam afgebouwd. Met deze maatregelen worden volgens Wintzen de twee meest fundamentele problemen van onze tijd, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en werkloosheid, bij de wortel aangepakt.
Recyclen
"Door de maatregelen die ik voorstel ontstaat een heel andere economie. Laten we een simpel voorbeeld nemen. Als er nu iets is met het opnameapparaat dat voor je staat, dan gooi je het weg. Waarom? Omdat het personeel dat gaat uitzoeken wat er mis is met het ding, al is het maar iets heel kleins, gewoon te duur is. Als arbeidskracht heel goedkoop zou zijn en materiaal heel duur, dan zouden we dat anders oplossen. Dan zouden we ook op veel grotere schaal kunnen gaan recyclen. Recycling vraagt veel handwerk en is dus te duur. Als een auto nu op is, dan gaat dat van huppekee, er wordt een pakketje van gemaakt, ze branden het plastic eruit en de hele zooi, alle chemicaliën die er ooit aan zijn toegevoegd, in de verf, in de plastics, gaan zo de lucht in. Of neem een ander voorbeeld: meer dan de helft van onze energie verbruiken we aan transport van mensen en goederen. Dat is gigantisch. Waarom transporteren we in kassen gekweekte tomaten naar de Verenigde Staten, terwijl zij een prima klimaat hebben om ze zelf te verbouwen? Dat is in mijn model volstrekt onbetaalbaar omdat de grondstoffen om die energie op te wekken peperduur zijn."
Denkt u dat zo'n model werkelijk haalbaar is? "Net als bij eco-belastingen, zullen deze voorstellen ook op heftige reacties stuiten van het industrieel establishment. Dat wil altijd op dezelfde manier doorgaan. Als je deze maatregelen wil doorvoeren zal je het in de mensheid ingebakken conservatisme moeten doorbreken. Natuurlijk gaat dat niet van de ene dag op de andere gebeuren. Maar geleidelijk, in een periode van twintig, vijfentwintig jaar, zodat het bedrijfsleven langzaam kan wennen aan die nieuwe economische spelregels. Als je kijkt naar de veranderingen van de afgelopen vijfentwintig jaar, dan zijn die maatregelen niet zo'n drastische stap. De benadering zal wel gedragen moeten worden door het volk, en dat is ook de reden dat ik het boek schrijf. Als het goed is, is het leuk om te lezen en begrijp je dat deze maatregelen nodig zijn, omdat ze ook jou uiteindelijk ten goede komen."
Creëer je geen mensonterend werk als je arbeidgoedkoper maakt? Vroeger waren er mensen die veertig uur in de week tandpastatubes dichtdraaiden, mi doet een machine dat werk. De automatisering was er toch juist op gericht dat machines ons simpel werk uit handen namen zodat wij ons konden wijden aan het 'hogere'. "Wij noemen tegenwoordig alles mensonterend werk: bollenpellen, asperges steken, appels plukken, allemaal mensonterend. Dan denk ik: hou toch op. En wat is dan dat hogere? Bij de meeste mensen bestaat dat uit het van 's avonds zes tot middernacht voor de buis hangen." 'Er zit nog een heel andere kant aan dit verhaal. Nu consumeren mensen vooral materiële goederen, omdat deze relatief goedkoop zijn. Maar als materiële goederen duurder worden en arbeid en daarmee dienstverlening goedkoper, dan zullen mensen ook hun consumptiepatroon wijzigen. Op dit moment hebben wij als westerlingen twee kicks: het vandaag beter hebben dan gisteren en het vandaag beter hebben dan de buurman. Dat komt voort uit een bepaalde onvrede. In mijn model krijgen mensen andere mogelijkheden om die onvrede 'weg te consumeren'. Het wordt betaalbaar een middag door te brengen bij een psychiater, je eens te laten masseren, een tuinman te nemen, iemand in dienst te nemen die de ramen lapt, noem maar op. Waar het om gaat is dat de kwaliteit van iemands leven zal verschuiven van de materiële rijkdom, naar de diensten die hij om zich heen kan vergaren. Dat je 's avonds met iets van geluk en tevredenheid kan gaan slapen, niet omdat je nu weer zo lekker iets nieuw hebt gekocht, maar omdat je een lekkere dag hebt gehad. Daar gaat het om: dat je bevrediging vindt in iets anders dan puur het hebben."
In uw economisch model krijgt arbeidsintensief werk, omdat het weer betaalbaar wordt, een grotere plaats in onze samenleving. Staat dat niet haaks op de groeiende rol van de computer? "Nee, juist niet. Het wordt pas interessant als je die twee ontwikkelingen in samenhang met elkaar ziet. Bij arbeidsintensief werk in de toekomst moet je niet denken aan bijvoorbeeld zilversmeden, maar zaken als het ontwerpen van handgemaakte software, spelletjes of persoonlijke zoeksystemen voor Internet. Het zal van de creativiteit van de ondernemer afhangen hoe hij omgaat met de hoge materiaalprijzen en uiterst lage arbeidskosten. Maar vanuit die optiek ga je anders denken en daar gaat het mij om."

