ECKART WINTZEN, KASTEELHEER EN BLUE JEANS
Waar is het toch misgegaan met Eckart Wintzen? Hij groeide redelijk in het gareel op, zat zelfs in militaire dienst en droeg in een grijs verleden ook wel eens een blauwe pantalon. Is hij op een kwade dag soms door bliksem getroffen? Heeft-ie een klap van de molen gehad? Want zandkastelen bouwen met je management, biologische beginselen loslaten op het bedrijfsleven, als 'hippie' en 'Buddhist Man' te boek staan en dat oké vinden, dat is toch niet normaal? Maar ... Eckart Wintzen is ook niet normaal. Godzijdank, Eckart Wintzen heeft een hekel aan normaal. Want normaal, daar is geen fluit aan. Normaal daagt niet uit, normaal is geen fun'. "Alleen de onzekere gaan met de mainstream mee." Eckart Wintzen is dan ook een verademing en straalt dat uit op zijn ondernemingen en de mensen om hem heen. Bereikt zijn doelen via zijn eigen onorthodoxe, wereldwijd geprezen managementstijl. Simpelweg door gewoon de fun in business' te zien, door verantwoordelijkheden op de juiste manier te nemen èn te geven, en vooral: door gewoon mens te blijven. Eigenlijk dus door gewoon heel 'normaal' te doen ...
Het gesprek met Eckart Wintzen vindt plaats op wat één van de mooiste plekjes van Nederland moet zijn: Kasteel Moersbergen in het bosrijke Doorn. Met een klein team en onder de bedrijfsnaam Ex'tent BV (Eck's tent) helpt Eckart nieuwe, jonge bedrijven op te starten. Ook is hij president-commissaris (èn financier) van Ben & Jerry's Benelux, de befaamde ijsproducent "bij wie je lol koopt en een ijsje toe krijgt'' Het bekendst is Eckart Wintzen wellicht geworden als oprichter en president van het softwarebedrijf BSO (nu Origin), waarvan hij onlangs afscheid nam. Daar bracht hij ook zijn inmiddels beroemde 'cel-filosofie' in praktijk. Zeg maar: de biologische kijk op het bedrijfsleven. De openhaard is aan. Eckart legt nog wat papieren op zijn robuust oud-houten bureau en nestelt zich vervolgens diep in de meer dan comfortabele bank in het prachtige, inderdaad middeleeuws aandoende vertrek. Ruim, sfeervol, de plek om de hele dag door nieuwe ideeën te verzinnen. Om op die manier maar onorthodox te blijven? Het begint al direct goed...
GROOTSTE JATTER
"Ben jij gek! Ik verzin niks. Sterker nog: ik ben 's werelds grootste jatter! Ik jat alles. Tenminste, bijna alles. Soms verzin ik een nieuwe combinatie van twee gejatte ideeën. Het gaat er niet om of ikzelf met nieuwe ideeën kom, het gaat erom dat ik een goede sfeer schep waarin nieuwe ideeën ontstaan. En ik neem aan dat het je niet ontgaat dat dat hier wel zou kunnen. En trouwens, het zijn toch niet de directiekamers waar de leuke dingen worden bedacht. Hou op! De echte leuke ideeën komen meestal vanuit de 'shop floor', waar de mensen weten wat er in de dagelijkse praktijk speelt. Dáár moet je ook de verantwoordelijkheid neerleggen. Weetje wat in het bedrijfsleven het grootste probleem is? Het 'blauwe pakken syndroom'. Dat blauwe pak staat voor méér dan kleding alleen. Het staat ook voor denkprocessen: 'wij aan de top weten het allemaal, wij zullen de beslissingen wel nemen en de marsroute bepalen voor de dag van morgen'. Dat is toch je reinste kolder! Dat stamt nog uit de tijden van Julius Caesar, Alexander de Grote en Hannibal. Natuurlijk heb je als leidinggevende een verantwoordelijkheid, maar die verantwoordelijkheid moet niet omslaan in bemoeizucht. De meeste 'blauwe pakken baasjes' vinden, als ze eenmaal een verantwoordelijkheid hebben, dat ze ook de dagelijkse beslissingen moeten nemen. En dat is fout. Laat die mensen dat toch zelf uitzoeken. Die zijn niet dom! Waarom moet een of ander vaag hoofdkwartier met Bobo's zich overal mee bemoeien, terwijl ze helemaal niet weten wat er speelt. Daar heb ik de pest aan. Er is maar één taak voor een hoofdkantoor, en dat is het zetten van de standaards plus het leveren van de hulpmiddelen om die standaards te halen. Daarom vind ik het goed dat het hoofdkwartier van ECS Catering zich als een servicekantoor probeert op te stellen. Daar worden de standaards gezet waarmee de medewerkers in principe voor elke lunch een applaus moeten kunnen krijgen, bij wijze van spreken. Die kleine teams op de verschillende locaties moeten hun eigen baas zijn. Per slot van rekening is er maar één persoon die beoordeelt of je goed werk hebt geleverd, en dat is de klant. Die eet het broodje gezond of de kroket. Die bepaalt de tevredenheidsfactor: of het heerlijk is, of er met zijn wensen rekening wordt gehouden, of er vriendelijke mensen achter de balie staan voor wie niets teveel is. Of er, met andere woorden, iets extra's wordt geboden. Zo'n mentaliteit, dáár krijg je hoge cijfers voor. Daarom moet ook op die plekken de dagelijkse verantwoordelijkheid liggen."
IN JE BOTTEN EN JE HART
Centraal in Eckart's groei-filosofie staat het concept 'celdeling', op de biologie gebaseerd. Hij bracht dit voor het eerst bij BSO in praktijk. Hij verdeelde het bedrijf in afzonderlijke units, cellen genoemd. Op het moment dat een cel 50 medewerkers telde, deelde hij het onderdeel in tweeën, elk met een apart management plus minimale staf. Elke cel-leiding stond zo dicht bij de eigen medewerkers èn de markt. Bovendien zou het verlies van een aparte cel (bijvoorbeeld door tegenvallers in de markt) niet het hele bedrijf schaden, en waren de talenten van medewerkers van die cel van harte welkom bij andere cellen. Maar: zoveel cellen, zoveel baasjes. Toch een broedplaats voor het 'blauwe pakken syndroom'? "Nee, we moeten niet zo moeilijk doen. Natuurlijk heeft elke organisatie een baas. Da's het punt niet. Alleen: die baas moet jij niet aanwijzen, dat moet je je mensen laten doen. ik heb mij daarbij laten inspireren door het boekje 'Parkinson's Law'. Een prachtig, humorvol boekje, waarin symbolisch staat beschreven hoe je de natuurlijke leider uit een groep pikt. Natuurlijk kan zo iemand zich toch nog ontpoppen tot een autoritaire lul, maar 8 van de 10 keer gaat dat goed. Zo'n persoon uit eigen kring wordt ook easy aanvaard. Daarom vind ik ook dat je bij groei nieuwe managementfuncties zoveel mogelijk intern moet invullen. Pas toen we door de sterke groei van BSO mensen van buiten meenden te moeten aantrekken, ontstonden er problemen. Dat ligt niet aan die mensen, maar die kennen de sfeer nu eenmaal niet' Zijn er dan geen risico's als je die verantwoordelijkheid zo snel bij de operatie neerlegt? "Nee, daar wordt vaak een denkfout gemaakt Dat risico is helemaal niet groot. Kijk, je moet natuurlijk wel zorgen dat je de juiste mensen in je bedrijf hebt. In een cateringbedrijf zorg je ervoor datje medewerkers dienstverlening niet in hun hersens, maar in hun botten en hun hart hebben zitten. Iedereen heeft namelijk wel eens een 'boterhammetje gesmeerd of een diner georganiseerd, dus dat verdere leerproces komt er wel. Maar als jij niet van nature dienstverlener bent, dan heb je in dat vak niets te zoeken."
NIETS HOORT
Beschouwt Echart Wintzen zichzelf eigenlijk als 'onorthodox'? "Dat hoor je mij niet zeggen. Er zijn heel veel dingen, waarvan ze zeggen: 'zo hoort het'. Daar heb ik schijt aan. Niets hoort! Eerst nadenken of iets zinnig is, ja of nee. Bijvoorbeeld die opendeur policy Hé, doe me een lol! Hier staat mijn deur de halve tijd open, maar als ik met iemand in gesprek ben, dan heb ik toch geen behoefte aan lawaai van buitenaf. Die deur gaat gewoon dicht. Ik hou niet van dat geforceerde. Het moet gewoon gezellig zijn." Vandaar Ben & Jerry's? 'Ja, natuurlijk. Daar is het gezellig, daar verzinnen we telkens weer wat leuks.
Die jongens zijn met hun kop ergens mee bezig, hebben het hart op de goede plek zitten en borrelen over van de humor. ik zal van mijn leven geen ijs gaan verkopen, niet bij Häagen-Dazs, niet bij Mövenpick, niet bij 'Strotsenhohm' of wie dan ook. Wij verkopen lol, en je krijgt een ijsje toe. Met Ben & Jerry's Benelux ben ik gegaan voor die lol en de mensen die daar mee bezig zijn. In zo'n team is het ook niet moeilijk om uit te stralen dat je het naar je zin hebt. En let wel: gezelligheid kun je nooit kunstmatig maken."
ZO SIMPEL is het succes of niet, feit is dat 'onorthodoxe' organisaties en mensen soms ook weerstand ondervinden. Hoe gaat Echart daar mee om? "Niet, het interesseert me geen moer, omdat die weerstand vaak door jaloezie wordt gevoed. Het kan zelfs gebeuren dat potentiële klanten afhaken, bijvoorbeeld omdat ze je maar een vreemde vogel vinden. Maar dat is prima. Ook ECS zal bedrijven tegenkomen, die eenvoudig niet bij ECS passen. Zo hoort het ook: ieder zijn eigen stukje van de markt. Andere bedrijven zien de waarde van een onorthodox bedrijf en een waanzinnig enthousiaste crew Op die manier zorg je ook dat je mensen hun dagelijkse bevrediging halen uit hun dagelijks werk, en hun 'oertrots' uit het imago van hun bedrijf. Daarmee trekje de beste klanten en het beste personeel aan. Daarom vind ik dat ECS hartstikke goed bezig is en op die voet moet doorgaan. Gééf die verantwoordelijkheid aan je mensen, en ECS'ers: pák'm! Dan heb je succes en fun. Zo simpel is 't eigenlijk."
Het vuur in de openhaard is nog lang niet gedoofd ...

