Eckart’s Ei
Protret van eco-ondernemer Eckart Wintzen
Ooit maakte hij deel uit van het traditionele bedrijfsleven, nu is hij al weer jaren bezig met 'groene' bedrijfjes de planeet te redden. Het bewuste ondernemen van Eckart Wintzen.
Voor iemand bij wie ecologie als een rode draad door zijn activiteiten loopt had Eckart Wintzen bepaald een slechtere uitvalsbasis kunnen kiezen. De entrepeneur annex filosoof houdt kantoor in Bosschuur d'Ouwe Kamp, een overtollig onderkomen voor ambtenaren van Staatsbosbeheer, verstopt in de bossen rond Doorn en Austerlitz. Verbouwd, aangepast aan de moderne tijd, maar met een warme natuurlijke uitstraling. Veel hout, opgezette beesten (uit het voormalige bezoekerscentrum), in Eckart's kantoor knettert de open haard en staat de eikeltjesthee te trekken. "Een goede sfeer," zegt hij, "is belangrijk. Mijn laatste echte kantoor was zo'n door Cees Dam ontworpen ding. Als je tegen de muur stootte had je een blauwe plek: het tegenovergestelde van vriendelijkheid. Ik kan niets creatiefs doen in een vierkant hok, in een doos. Voor negentig procent van de mensen is dat misschien genoeg - ik denk het niet - maar ik zoek in ieder geval bewust naar andere vibraties."
DIENSTVERLENING
Deze werkomgeving geeft hem niet alleen goede vibraties, het raakt ook een van de pijlers van de visie van waarschijnlijk Neerlands meest a-typische ondernemer. "Ik rijd geen grote auto en hoef geen boten en dergelijke. Mijn stelling is: liever dienstverlening dan materie. Zo geef ik bijvoorbeeld liever mijn geld uit aan de bloemen die we hier overal hebben staan, waar iemand een halve dag aan heeft staan schikken. Dat is mijn comfort, Of neem de muren van dit kantoor. Natuurlijk kun je die - hup - wit spuiten. Maar je kunt ze ook twee dagen lang door iemand metertje voor metertje met een sponsje laten tamponneren, zodat ze niet zo strak zijn. Dat is mijn systeem van welvaart. Dienstverlening. Dat kost wel geld, maar het kost de planeet niets." Vanuit dezelfde visie komt er dus ook elke week een fysiotherapeute langs bij Eckart's bedrijf Ex'tent om hem en zijn medewerkers eens lekker onder handen te nemen.
BALLONNETJE
De planeet. Het is een begrip dat vaak zal vallen in dit gesprek met Wintzen. Hij is iemand die zichzelf omschrijft als 'een bommetjesgooier die graag mag schieten vanaf de heup, ballonnetjes oplaten om te zien wat er gebeurt.' lemand die zeif ooit ook deel uitmaakte van het 'reguliere' bedrijfsleven, waarbij hij automatiseerder BSO/Origin uit de grond stampte (toen hij vertrok goed voor 10.000 werknemers en een miljard omzet), die strakke-pakken-wereld vervolgens de rug toekeerde en nu onder meer deelneemt in een hele rits van sociaal verantwoord opererende, maar vooral 'groene' bedrijven. Van het vegetarische tijdschrift Sla, Ben & Jerry's ijs, het autodelen-project Greenwheels en het eco-reisbureau Multatuli Travel, tot de fabrikant van biologische bestrijdingsmiddelen BCT. Stuk voor stuk alternatieven voor 'traditioneel' opererende bedrijven in hun sector. Niet per se de grootste, want wat goed bedoeld is moet klein ontkiemen, vindt hij. Is zo'n groene visie nodig? Het is broodnodig. We maken de aarde kapot en we willen te veel. "De armen, de rijken en de natuur vechten allemaal om dezellde bronnen van de aarde. De rijken winnen voortdurend en de natuur trekt altijd aan het kortste end. Dat is ons probleem.
Ik vind mezelf terug in een maatschappij die tamelijk desastreus is voor de planeet. Wij consumeren meer van die aarde dan deze op kan brengen. We grazen hem kaal. Méér dan kaal," stelt Wintzen, de waarheden uit het rapport van de Club van Rome nog eens onderstrepend. "We zijn in die situatie terechtgekomen omdat er ergens een programmeerfoutje in onze hersenen is opgetreden, dat zorgt dat we almaar méér willen. Voortdurend tegen elkaar opknokken, voortdurend bezig met wie het meeste heeft. Je huis, de inrichting ervan, je auto, je kleren. Heel veel mensen verwarren welstand met geluk. En voor een kortstondig moment van geluk kopen we dingen die we eigenlijk niet nodig hebben, maar waarmee we wel de aarde zwaar belasten," aldus de man die 'hoofd chaos' op zijn visitekaartje heeft staan, geen televisie heeft en er naar eigen zeggen dagelijks min of meer hetzelfde uitziet. "Ik probeer van mijn ruitjesshirts af te komen, maar om ze allemaal weg te gooien doet toch pijn."
ELEKTRONISCH GESPREK
Tijd voor oplossingen dus. En naast het stimuleren van anderen die met een 'andere' visie ondernemen of (minder belastend) produceren, draagt Wintzen liever zelf zijn steentje bij dan dat hij een waarschuwend vingertje opsteekt. Ook al hebben de jaren hem wat milder gestemd en weet hij dat hij niet alles in zijn eentje kan veranderen. Hier en daar moet er iemand voor de troepen uit lopen in afwachting van de vorming van een kritische massa, die de kar zelf vervolgens wel verder kan trekken. "Het is vrij simpel: ik kan zelf op een berg gaan zitten mediteren en nul consumeren, of ik kan signaleren welke kant de maatschappij op zou moeten gaan en daaraan zelf een bijdrage leveren. Op die berg help ik niet mee om een ander spoor te zoeken." Een van andere sporen zou kunnen zijn om een gedeelte van ons - vervuilende - vervoer in te dammen. Want de relatie tussen het opwarmen van de aarde en het verbranden van fossiele brandstoffen mag dan zijn vastgesteld, er gebeurt niet of nauwelijks iets met die wetenschap en Wintzen is niet bereid zich daar zonder slag of stoot bij neer te leggen. "Het is toch niet normaal? Jij zit hier naar mij te kijken, ik zit naar jou te kijken, we luisteren naar elkaar, jij hebt zoveel tijd in de file gestaan, zoveel brandstof verstookt om hier te komen. Waarom zou een gesprek niet elektronisch plaats kunnen vinden? In een maatschappij die kapot aan het gaan is op zijn eigen afval, aan asfalt, aan rails. En de oplossingen liggen klaar."
SLAAN MET HARDWARE
En één oplossing staat uitgevoerd in wijnrood plastic in werkende staat al op Eckarts bureau: een beeldtelefoon. Milieubesparing door technologie. Door Wintzen zelf ontwikkeld nadat een rondgang langs diverse technische researchlaboratoria zes, zeven jaar geleden weinig concreets had opgeleverd. "Je kunt blijkbaar niet met woorden uitleggen wat het zou kunnen betekenen als je een betere communicatieinfrastructuur zou hebben. Toen dacht ik: 'dan doe ik het zelf'." Blijkbaar is de scepsis in sommige gevallen alleen te tackelen door iemand met de hardware om de oren te slaan. En het moet gezegd worden: het apparaat (als hij in massa geproduceerd zou worden te koop voor nog geen € 500,-) functioneert in proefopstelling binnen het kantoor perfect. Eenmaal opengeklapt heeft het een beeldscherm ter grootte van dat van een personal computer en de beeldkwaliteit is goed genoeg om je in de kamer van je gesprekspartner te wanen. Die je al naar gelang de hiërarchische verhoudingen met de voeten op tafel zit toe te lachen, zoals Wintzen demonstreert. "Nu moet ik jaarlijks vier, vijf keer voor zaken naar de Verenigde Staten. Daar ben ik niet blij mee. Met een beeldtelefoonverbinding zou dat straks nog maar een keer per jaar nodig zijn."
GEDULD
Probleem is vooralsnog dat beeldtelefoon-gebruikers over een breedband-verbinding moeten beschikken. En die ligt er nog niet, zeker niet tot ieders voordeur, logisch want behalve beeldtelefoon zijn er nog weinig toepassingen voor. Een schoolvoorbeeld van het kip of het ei-probleem. Om dat te doorbreken met glasvezelkabel worden vooralsnog maar mondjesmaat fondsen uitgetrokken. In ieder geval is het apparaat gebruiksklaar en worden in eigen land voor eind 2002 dertigduizend huishoudens in Eindhoven en Helmond bij wijze van proef op een snel glasvezelnet (200 keer de snelheid van internet via de telefoon) aangesloten onder de titel 'Kenniswijk'. Al gaat het hem duidelijk niet hard genoeg - 'Ik zou nu best even minister van infrastructuur willen zijn'-, Wintzen laat zich niet uit het veld slaan. "Ik heb geleerd om een beetje geduld te hebben. Dit komt er gewoon! De grote doorbraak zal komen van het grote bedrijfsleven. Die mensen zijn ook ziek van het reizen, net als ik. Mailen, telefoneren, het heeft allemaal zijn plek in de communicatie, maar op een gegeven moment moet je elkaar in de ogen kunnen kijken. Letterlijk, in de manier waarop iemand reageert, met zijn ogen, in de lichaamstaal. En dat wil de ABN/Amro ook kunnen met zijn werknemers in New York. Natuurlijk willen ze dat! En zij hebben de middelen om het zich te kunnen permitteren. Ik heb goede hoop dat er over vijf jaar al heel veel verbindingen bestaan." Aldus Eckart Wintzen, zelfbenoemd overjarig hippie. "Het klopt ook, mijn gedachtengoed is in die jaren zeventig-tijd ontstaan. De meeste van mijn strijdgenoten behoren inmiddels tot het establishment, ik ben tamelijk geschift gebleven."

