Eco Hippie
Nadat hij zijn automatiseringsbedrijf BSO aan Philips had verkocht, had hij kunnen kiezen voor een leven in luxe en ledigheid. Maar een motorjacht in Monaco, een Ferrari in de PC of een hacienda in Marbella zijn bepaald geen zaken waar Eckart Wintzen warm voor loopt. Met zijn groene venture capital maatschappij Ex'tent, investeert hi jin milieuvriendelijke bedrijven. "Verdienen aan het milieu is geen enkel probleem, want alleen het verdiende deel van de economie maakt echt veranderingen mogelijk."
De taxi slingert zich een weg door de smalle straten van het Franse bergdorp in de Alpes Maritime. Het is elf uur in de ochtend en de zon staat reeds hoog aan de hemel. Geen mens te bekennen op straat, het enige geluid is afkomstig van de krekels die zoemen in de berm. Dan stopt de taxi voor een tuin die grotendeels aan het oog ontrokken is door een haag van metershoge coniferen. De chauffeur drukt op de claxon. En nog een keer. Na een halve minuut zwaait de houten toegangspoort open. In de opening staat Eckart Wintzen (67), slippers aan de voeten en gekleed in slechts een zwembroek. Rond het bruingeblakerde gezicht piekt een wilde bos half lang haar. Het ziet eruit alsof er in geen tijden een kam doorheen is gegaan en hoogst waarschijnlijk is dat ook het geval.
‘Welkom in het best bezochte hotel ter wereld', zegt Wintzen, terwijl hij voor gaat op het kronkelige pad dat, dwars door de dichtbegroeide tuin, leidt naar een groot terras met zwembad. Dat ‘hotel' is in werkelijkheid het vakantiehuis waar Wintzen, gedurende de drie maanden dat hij er zit, een steeds wisselend gezelschap van vrienden ontvangt. Het huis, dat nog het meeste weg heeft van een bouwwerk uit het sprookjesbos van de Efteling, is van buiten grotendeels overwoekerd door klimop en van binnen opgetrokken uit smalle gangetjes, kleine poortjes, deuren ingelegd met gekleurd glas en bonte wandschilderingen. Wintzen kocht het huis 22 jaar geleden na een snelle berekening. ‘In Nederland zijn er hooguit tien avonden per jaar waarop je tot diep in de nacht, buiten een drankje kunt drinken. Daar blijven door verplichtingen misschien hooguit vier van over. Ik dacht: stel dat ik nog vijfentwintig jaar te gaan heb, dan heb ik dus nog zo'n krappe honderd avonden waarop ik kan genieten van een zwoele avond. Dat vond ik niet genoeg.' Wintzen trapt zijn slippers uit. Op zijn teennagels prijkt een parelmoerkleurige nagellak, geintje van een vriendin die zojuist is vertrokken. ‘Eerst even een frisse duik', zegt Wintzen terwijl hij zich ontdoet van zijn zwembroek en poedelnaakt het zwembad in springt. En, vanuit het water, tegen de verslaggeefster: ‘Trek je bikini maar aan en kom erbij. Het wordt een warme dag.'
Nee, Eckart Wintzen is bepaald geen man voor de conventie. Immer gekleed in spijkerbroek met gekleurd shirt en een bos half lang haar, is hij een opvallende verschijning in het zakenleven. Pakken draagt hij al jaren niet meer. Die ‘pleurde' hij elf jaar geleden weg. Om precies te zijn op de dag dat hij zijn automatiseringsbedrijf BSO aan Philips verkocht. Aan strikte codes en regels heeft Wintzen lak. Aan hiërarchische verhoudingen trouwens ook. Dit is de man die in een interview als carrièretip ooit gaf: ‘likken naar beneden en trappen naar boven.' Want de baas? ‘Fuck him. Je moet het hebben van je medewerkers: de mensen die al dat vervelende werk doen.'
‘Overjarige hippie', met die woorden omschrijft Wintzen zichzelf op de site van Extent - Eck z'n tent - de groene venture capital maatschappij waarmee hij investeert in innovatieve, sociale maar vooral milieuvriendelijke projecten.
Het maakte van Wintzen een van de bekendste ondernemers die zich actief inzet voor duurzaam ondernemen. Zo bekend, dat zelfs Van Kooten en De Bie hem ooit persifleerden als ene Eberhard Strinsen die, met verwilderde pruik op het hoofd, orakelde over het belang van de biologische pincode en de invalide-auto als milieuvriendelijk transportmiddel.
Inderdaad, het milieu. Het is een onderwerp dat hem zeer na aan het hart ligt. En dat is te merken. Eenmaal opgang, vloeien er volzinnen die zonder uitzondering minstens vijf komma's bevatten en evenzoveel alinea's beslaan. Een verhandeling over pak hem beet Al Gore, gaat halverwege moeiteloos over in het gebruik van pesticiden, de ongebreidelde consumptiedrang van de Westerse mens of het belang van bandbreedte, om maar wat te noemen. Een vraag van de interviewer lijkt hem eerder af te leiden dan op gang te brengen. ‘Shit, waar was ik nou gebleven?'
Met een handdoek om zijn middel, ploft Winzten in een stoel aan de rand van het zwembad. ‘Het begrip ‘duurzaam' wordt veel te makkelijk in de mond genomen. Als je ziet hoe ongelofelijk groot de claim is, die wij Westerlingen leggen op de natuurlijke bronnen, dan moet je heel dom zijn om niet te begrijpen dat deze stijl van leven niet zonder gevolgen zal blijven voor de planeet. We verbruiken velen malen meer dan de aarde kan opbrengen. In onze maatschappij is in feite niets echt duurzaam. Daarom mag je het begrip hooguit in de mond nemen als je serieus in de buurt komt.'
De begeerte naar ‘meer' die de Westerse maatschappij voortdrijft is, zegt Wintzen, de oorzaak van alle ellende. ‘Zolang we denken dat we in dezelfde of beter groeiende, welvaart kunnen blijven leven, stevenen we rechtstreeks af op een ecologische catastrofe. Onze huidige levensstijl is simpelweg niet verenigbaar met echte duurzaamheid.'
En kom bij Wintzen nou niet aan met de term: een stap terug. De bruine ogen, half verscholen achter de borstelige wenkbrauwen en het kleine ronde brilletje, schieten haast vuur. ‘Dat is de grote misvatting. Want wat is welvaart? Ben jij gelukkiger dan je grootmoeder die minder jurken in de kast had hangen? Natuurlijk niet! Vergeleken met dat van onze grootouders, is ons welvaartspatroon ontzettend uitgebreid. We moeten ons realiseren dat geluk niks te maken heeft met materie. Dan praat je niet over een stap terug, maar over een stap naar een levenswijze die ons net zo gelukkig maakt en toch minder belastend is. Vijftien procent van onze economie bestaat uit food en shelter. De overige 85 procent uit lolletjes en dikdoenerij, dat is het schadelijke stuk. De aarde kan best acht miljard mensen huisvesten en te eten geven, maar dan moet er wel iets worden bedacht, waardoor we geen zin meer hebben in die andere onzin.'
Wintzen is, zegt hij, daarom faliekant tegen een wereldeconomie. ‘Al dat gesjouw! En waarom? Het is toch idioot dat we het doodnormaal vinden dat alle vruchten van de wereld, op ieder moment van het jaar, in elke willekeurige supermarkt voorhanden zijn? Daarmee hou je een gigantisch wereldwijd logistiek systeem in stand met een enorme uitstoot van CO2, voor iets dat volkomen overbodig is. Waarom zijn we niet tevreden met de groenten en vruchten die locaal te krijgen zijn en minstens zo lekker en gezond? Bedenk creatieve oplossingen en recepten en laten we ons in godsnaam vermaken met de spullen die we zelf voorhanden hebben.'
‘Zo', zegt Wintzen en hij neemt een slok water. ‘Nu eerst even duik.' En met een aanloop duikt hij het koude water in.
Wintzen groeide op in Den Haag, als zoon van een huisartsen echtpaar. Zijn vader deed de praktijk op de fiets hoewel hij zich met gemak een auto kon veroorloven. Het zelfde gold voor eten. ‘Vlees en eieren, zagen mijn ouders als luxe. Iets voor hooguit eens per week. Dat had niks met geld te maken, maar met ingetogenheid.' Na het Gymnasium studeerde Wintzen wis- en natuurkunde aan de Universiteit van Leiden, een studie die hij overigens niet afmaakte. Na zijn diensttijd, eind jaren zestig, vertrok hij naar Duitsland om als projectleider voor het Europees ruimteonderzoek (ESA) te werken. In die tijd, zegt Wintzen, werd hij zich voor het eerst bewust van de overmatige consumptiedrang. ‘De medewerkers van de ESA verdienden veel geld en wisten van gekkigheid niet wat ze er mee moesten doen. Het leek één groot sodom en gomorra.'
En even om misverstanden te voorkomen: met dat laatste heeft Winzten geen enkel probleem. ‘Ik was vrijgezel en vond het prima dat iedereen het met iedereen deed. De pil was net uitgevonden en AIDS bestond nog niet. Lang leve de vrijheid. Waar ik me alleen wel groen en geel aan zat te ergeren, was het inhoudsloze, oppervlakkige gelul over bezit. Het tegen elkaar opbieden met huizen en auto's.'
Het was in die periode dat Wintzen kennismaakte met een groep linkse intellectuelen. ‘Een naoorlogse generatie denkers, die baalden van het establishment en de consumptiemaatschappij. Ik snapte hun boosheid helemaal.' De tweede verdieping kwam met de publicatie van het rapport van Rome. Het was vooral dat ene zinnetje dat diepe indruk maakte: ‘Op een statische planeet kan je niet blijven groeien.' Wintzen: ‘Dat is een waarheid als een koe, daar hoef je geen wiskunde voor te hebben gestudeerd.'
Na een korte periode in Zwitserland, keerde Wintzen terug naar Nederland, waar hij voor General Telephone een dochteronderneming opzette. Een paar jaar later, in 1976, kocht hij de vestiging via een management buy-out van het Amerikaanse moederbedrijf. Nou ja, management buy out. Dat was vooral een mooie term voor de aankoop van een verliesgevend clubje dat Wintzen voor tien gulden mocht overnemen. Hij doopte het bedrijf om tot Bureau voor Systeem Ontwikkeling of BSO, de automatiseerder dat in twintig jaar tijd uitgroeide tot een bedrijf met een omzet van een miljard gulden en bekend werd dankzij de celfilosofie. Een filosofie, die misschien nog wel het meest veelzeggend is over de manier waarop Wintzen in het leven staat. Even kort door de bocht: geen bureaucratie, geen overhead, eigen verantwoordelijkheid, een baas die zijn medewerkers kent en een bedrijf dat klein en flexibel blijft. Of, in Wintzen's woorden: een hechte club, waarin de nadruk ligt op menselijkheid en creativiteit. En dus werd het bedrijf, iedere keer als het in omvang de kritische grens van 65 medewerkers had bereikt, opgesplitst in twee onafhankelijke cellen die totaal autonoom moest kunnen overleven. Onlangs publiceerde Wintzen ‘Eckart's Notes', een boek waarin hij zijn filosofie nader toelicht. Geheel in de Winzten stijl. Dus geen gortdroge management theorieën, maar een luchtige en leerzaam verhaal waarin hij vooral zichzelf niet al te serieus neemt.
In 1996 verkocht hij BSO dat toen tienduizend werknemers telde en kantoren had in vijfenzeventig steden en eenentwintig landen, aan Philips.
En Winzten? Die ging vanaf dat moment lekker rentenieren. Beetje golven en wat tuinieren. ‘Ben je belazerd', zegt Wintzen. ‘Ik zou doodongelukkig worden van zo'n leven.' Neem al die mensen hier aan de kust in Zuid Frankrijk in hun witte paleizen en snelle boten. ‘Dat is verveling ten top.'
‘Opeens zat ik met een boel poet en dacht: wie ben ik in vredesnaam dat ik dit soort bedragen mag ontvangen? Natuurlijk had ik ervoor kunnen kiezen om in een kast van huis belastingvrij in België te gaan wonen, een privé-vliegtuig in mijn tuin te parkeren en vijf zwarte panters te houden, maar die zaken zeggen mij geen ruk. Dat geld werd mij door het universum toevertrouwd en ik voelde dat ik er daarom iets zinnigs mee moest doen.'
Dat zinnigs werd Extent. Inmiddels omvat de portefeuille zo'n twaalf bedrijven, waaronder het ‘auto-deel programma' Greenwheels en Infocaster, ontwikkelaar van online informatievoorziening. ‘Ik investeer in bedrijven die helpen de wereld een andere koers te geven. In bedrijven die voorzien in onze Westerse welvaartsbehoefte, maar dan wel op een manier die minder ruineus is voor het milieu. In mijn portefeuille zie je veel technologische oplossingen voor iets dat we gewend zijn materieel uit te voeren.'
Neem de Eyecatcher, een beeldtelefoon die het dankzij de slimme technologie mogelijk maakt, dat sprekers elkaar recht in de ogen kunnen kijken. ‘Dat is een product dat mensen verleidt om minder te reizen. Per eyecatcher wordt, afhankelijk van het gebruik, jaarlijks zo'n tien tot dertig ton aan CO2 uitstoot bespaard.' En dan is er nog Expression, de multimediaschool in San Francisco, die studenten opleidt in de technologie achter virtueel entertainment. ‘Dat is wederom een immateriële vorm van vermaak die past binnen de begeerten van ons welvaartspatroon, maar milieutechnisch nauwelijks impact heeft.' En, wellicht ten overvloede: de meeste investeringen, waaronder Expression, maakt wel degelijk winst. ‘Alleen winstgevende bedrijven hebben overlevingskans en kunnen zo bijdragen aan een duurzame koerswijzing van de maatschappij.'
En dus herhaalt Wintzen nog maar eens zijn belangrijke boodschap: ‘Verdienen aan het milieu is geen enkel probleem.' Sterker nog: ‘Alleen het verdienende deel van de economie maakt de echte veranderingen mogelijk. Want zolang alleen vrijwilligers tegen de stroom in, met een stichtingkje hier en een stichtinkje daar, ergens een casualty redden, heb ik weinig hoop voor de toekomst van deze planeet. Business is de enige vorm die potentiële continuïteit in zich herbergt.'
Maar juist in dat laatste schuilt volgens Wintzen het grote probleem. ‘In de meeste bedrijven heerst de terreur van aandeelhouderswaarde. En de belangen van de aandeelhouders zijn helaas verre van identiek met die van de rest van de wereld.'
Om die reden, ziet Wintzen een rol weggelegd voor de overheid. ‘Er moeten andere spelregels komen, want de huidige voldoen niet langer.' Een van de maatregelen waar Winzten groot voorstander van is, is de invoering van belasting op onttrokken waarde. ‘Nu rukken we kosteloos uit de aarde wat we denken nodig te hebben, maar als die grondstoffen duurder worden en arbeidskosten lager, gaan we daar andere diensten en producten voor terug krijgen.'
Al tijdens zijn tijd bij BSO, werkte Winzten aan het concept van de ontrokken waarde. De automatiseerder publiceerde in 1980 als eerste bedrijf ter wereld een jaarverslag, waarin de milieuschade die het zelf jaarlijks veroorzaakte, werd uitgedrukt in geld. ‘Mijn commissaris, een voormalige baas van AKZO, zei: ‘Eckart, dat moet je niet doen, want het grootste deel van je klanten zijn behoorlijke ontrokken waarde producenten. Die gaan dit niet leuk vinden.'
Het omgekeerde was het geval. ‘Juist dankzij dat milieuvinkje werden we begeerd als leverancier. Ik vind dat ieder bedrijf verplicht zou moeten worden om in zijn jaarverslag aan te geven hoe groot de schade is die het milieu wordt toegebracht. Uiteindelijk zou het zelfs voor elk product moeten worden uitgerekend. Een potje yoghurt: calorieën 407 kilojoule, onttrokken waarde 17 cent. Hoe vervuilender het product, des te zwaarder het wordt belast. Dan krijg je een heel ander consumentengedrag en zal je zien dat ook de fabrikant naar andere oplossingen gaat zoeken. Het enige dat werkt is een gedragsverandering en daarin speelt ondernemerschap een rol: mensen verleiden tot ander gedrag.'
En tja, de toekomst? Het stelt Wintzen weinig vrolijk. ‘Wat er nu in het bedrijfsleven gebeurt aan duurzaam ondernemen, stelt geen moer voor. Natuurlijk zijn er genoeg bedrijven die roepen dat ze heel veel doen, maar in werkelijkheid komt dat neer op vijftien pagina's met mooie kleurenfoto's van zielige negertjes en een braakverhaal over een minuscuul wapenfeitje in het sociale jaarverslag.' Wintzen noemt die bedrijven ‘groene vlaggenzwaaiers'. ‘Ze hebben de groene vlag gekocht, maar vervoeren aan boord niet de groene waar.' Vaak genoeg krijgt Wintzen te horen: we willen iets sociaals doen, iets voor het milieu ofzo. Wintzen, met de vuist op tafel: ‘Hoe bedoel je: iets sociaals? Waar zit je pijn? Waarvan krijg je tranen in je ogen omdat het onrechtvaardig is? Doe daar iets aan. Streven naar duurzaamheid moet recht uit je hart komen.'
Terwijl de avondzon neerdaalt over de bergen van Grasse en de cigales nog harder snerpen, neemt Wintzen een slok van zijn witte wijn. ‘Maar Eckart', zegt Eckart Wintzen, ‘Ben jij zelf ook eigenlijk niet een groene vlaggenzwaaier?' Het is even stil. Dan: ‘Die vraag stel ik mezelf regelmatig.' Om die reden, besloot hij vorig jaar geen intercontinentale reizen meer te maken voor privé doeleinden. ‘Ik zou naar Peru op vakantie gaan, gewoon voor mijn plezier. Opeens dacht ik: What the fuck am i doing there? Wie ben ik dat ik recht heb op zo'n grote CO2-uitstoot voor mijn lolletje? Tijdens een lezing over duurzaam ondernemen heb ik toen gezworen dat het mijn laatste verre reis zou worden. Mijn intercontinentale zakenreizen heb ik ook gehalveerd.' En toch. Het is bij lange na niet voldoende, weet ook Wintzen. ‘Net als andere landgenoten zit ik in een cultuurpatroon en heb ik mijn verleidingen. Ik doe wel pogingen door de keuze van mijn auto, mijn kleding en mijn consumptiepatroon, maar als er een eco-test zou bestaan die aangeeft of iemand meer verbruikt dan dat hij teruggeeft aan de aarde, dan zou ook ik het duurzaamheidbrevet niet halen. Zo zal ik op den duur moeten kiezen of ik hier in Frankrijk wil wonen of in Nederland.' Peinzend: ‘Ik heb nog een lange weg te gaan.'

