Een slechte school mag best failliet gaan
Eckart Wintzen opent het Nioc'94 met een toespraak in de Haagse Kloosterkerk over de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven. In een interview licht hij een tipje van de sluier op: "Er moet in het onderwijs absoluut meer aandacht komen voor de menselijke factor, omdat deze bepalend is voor het succes van een automatiserings-project." Scholen die onder de maat presteren mogen van Wintzen best op de fles gaan. "Wat is daar op tegen?"
Wat doet een ingenieur? Die berekent alles wat er te berekenen valt. Alles wat niet in cijfers uit te drukken is, verwaarloost hij
Bedrijfsleven en onderwijssector verkeren in een tobberige relatie. Zeker nu het sommige bedrijfstakken economisch niet voor de wind gaat. Onderwijsinstellingen en opleiders zien hun afgestudeerden in onvoldoende mate aan de slag komen en bedrijven klagen over de inzetbaarheid van de studenten van universiteit en hogeschool. De automatiseringsbranche vormt hierop geen uitzondering. Eckart Wintzen, directeur en oprichter van BSO/Origin, heeft wel een verklaring voor de stroeve verhouding met het onderwijsveld. Ook heeft hij scherpe kritiek op de huidige onderwijsprogramma's. Zo hekelt hij de "absolute onderschatting van de menselijk factor" in het onderwijs aan informatica. Maar, hij geeft ook richtingen aan om tot een oplossing te komen. "We moeten deze discussie uit de sfeer van de verwijten houden", meent hij.
Wederzijdse verwachtingen
Om de sfeer op te klaren moeten volgens hem de wederzijdse verwachtingen bijgesteld worden. "Het onderwijs mag er niet van uitgaan dat bedrijven mensen die net van school komen onmiddellijk tegen gigantische salarissen in topfuncties aannemen. Aan de andere kant moet het bedrijfsleven met de mensen uit de onderwijssector nadenken over wat zij van het onderwijs verwachten." "Gemakshalve splits ik het hoger onderwijs even in tweeën. Aan de universiteiten studeren mensen af die geacht worden op een hoog abstractieniveau te kunnen nadenken.
Hier en daar hebben zij misschien ook nog wat praktijkkennis opgedaan. Van een hbo-opleiding verwacht ik mensen die klaar zijn om een vak uit de oefenen: ambachtslieden. Zij moeten hun ambacht, echter in de praktijk nog waarmaken. Net als een gezel in de werkplaats ook nog enige tijd onder de hoede van zijn leermeester werkt. Trouwens, ook afgestudeerden van de universiteit zien wij graag eerst hun handen vuil maken in de praktijk." Waarom is het bedrijfsleven ontevreden? Een van de redenen hiervoor is dat opleiders zich onvoldoende realiseren dat de menselijke factor van doorslaggevend belang is geworden bij het maken of breken van een automatiseringsproject. "Wanneer je het puur technologisch bekijkt, zijn de meeste projecten wel in. orde. Desondanks lopen zaken wel eens spaak. Waarom? Omdat de 'interface' tussen het project en de gebruiker niet goed is. Het lijkt wel of er in het wetenschappelijk en hoger onderwijs systematisch niet over het sociale aspect van automatisering wordt gesproken."
Hoop onzin
Om de consequenties hiervan aan te geven, wijst Wintzen op de gevolgen van downsizing en de opmars van de client/server-architectuur. "Deze verschuiving geeft goed weer hoe een verandering in de informatiestroom binnen een onderneming ook gevolgen heeft voor de wijze waarop die onderneming is georganiseerd. Niet voor niets wordt gesproken van business process redesign. Ik weet het, er wordt een hoop onzin over beweerd, maar desondanks schuilt er veel waarheid in BPRAls automatiseerder ben je dus simultaan informatiestromen en bedrijfsprocessen aan het veranderen. Hierin zit zowel een sterk organisatorische, psychologische als sociologische component. Maar dat tref je niet aan in de opleidingen, terwijl je hier als bedrijf wel op afgerekend wordt." Wintzen meent dan ook dat de menswetenschappen - in de vorm van organisatiekunde, psychologie of sociologie - ten onrechte zwaar ondervertegenwoordigd zijn in de huidige onderwijsprogramma's. Zeker bij grote projecten is dit een gemis, volgens hem. 'Mat is jammer want als er wat fout dreigt te lopen, omdat er onvoldoende rekening is gehouden met bijvoorbeeld de organisatorische of individuele acceptatie van een project, wijst iedereen de beschuldigende vinger wel in de richting van de automatiseerder."
Softe component
Opleidingen moeten veel meer oog krijgen voor de "softe kant" van het beroep van informaticus. Op dit moment wordt deze hoofdzaak volgens Wintzen afgedaan als een bijzaak. "Zestig procent van de problemen die ontstaan bij automatiseringsprojecten vinden hun oorzaak juist in deze softe component. Je leert dit soort dingen natuurlijk ook doorzien wanneer je er in de praktijk tegenaan loopt, maar het is belangrijk dat we ons realiseren dat het een zeer groot gemis is bij de mensen die net van school komen. Is het het onderwijs te verwijten dat de curricula bijna volledig op de techniek zijn gefocust? "Ik vind het te gemakkelijk om in termen van verwijten te spreken. We moeten, m plaats van verwijten te maken, op zoek naar mogelijkheden om de gebreken te verbeteren. Allereerst zouden simpelweg meer alpha- en gammavakken in de curricula van zowel het hbo als de universiteiten moeten komen. Daar zit een duidelijke bottle neck. Daarmee wil ik niet zeggen dat geen techno-freaks meer opgeleid mogen worden, absoluut niet. Maar technici hebben meer gamma-vakken nodig, zodat zij zich realiseren wat de maatschappelijke, organisatorische en psychologisch gevolgen zijn van de systemen die ze willen maken. Immers informatica komt pas echt tot leven als het wordt toegepast en er mensen mee kunnen werken."
Super voorspelbaar
Waar komt de behoefte vandaan om de nadruk zo op techniek te leggen? "Heel makkelijk: omdat het uit te rekenen is. Een systeem heeft twee helften: een zachte, die heel ongrijpbaar is en een harde, die heel grijpbaar en super voorspelbaar is. Wat doet een ingenieur? Die berekent alles wat er te berekenen valt. Alles wat niet in cijfers uit te drukken is, verwaarloost hij. Dat is logisch want zo is hem dat geleerd."
In de automatisering draait het er volgens Wintzen nu juist om mensen en machines samen te laten zorgen dat een systeem ook doet waar liet voor gebouwd is.
"We focussen ons nog te veel op de processen die we kunnen beheersen. Minstens zo belangrijk zijn zaken als angst, groepsgedrag of het je comfortabel voelen op je werk. Deze aspecten moetje wel in de beschouwing betrekken.
Het is lastig dat de mens zo onvoorspelbaar is, maar mensen en computer moeten wel hand-in-hand werken."
Geen vage adviserende functie
Een andere mogelijkheid om de wensen van bedrijfsleven en onderwijsinstellingen beter op elkaar af te stemmen is docenten, maar ook hoogleraren, een aantal dagen in de week in de praktijk te laten werken. "En dan niet in een of andere vage adviserende functie maar midden in het productieproces. Zeker op het terrein van de informatica ben ik een groot voorstander van zoveel mogelijk dubbelbanen. Op die manier kun je een goed een brug slaan tussen theorie en praktijk, zeker nu de vraagstelling en de aandachtsgebieden van de praktijk bliksemsnel veranderen. Dit geldt voor het hbo waarschijnlijk in sterkere mate dan voor de universiteit, omdat het hbo nog dichter bij de praktijk staat."
Als laatste punt is het volgens Wintzen noodzakelijk dat het onderwijs minder afhankelijk wordt van de Haagse bureaucratie. 'Vanneer er iets veranderd moet worden, stuitje op zoveel tussenlagen die daar allemaal wat van moeten vinden. Hierdoor is er een soort onbewegelijkheid ontstaan. Dit verschijnsel tref je tevens aan in de top van de universiteiten. Die zijn ook niet ingesteld op verandering. Ik ben er mede daarom een groot
voorstander van wanneer onderwijsinstellingen meer afhankelijk worden van het succes van hun afgestudeerden. Van mij mag een school best failliet gaan wanneer deze slechte studenten aflevert. Wat is daarop tegen? De beste garantie voor kwaliteit, ook in het onderwijs, is te letten op het oordeel van de afnemer."
Mark Plekker, redacteur Computable

