ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Eigenlijk vecht ik tegen idealisten

Apr 11, 1996 (Nieuwstribune , Alfons Roebok )

Een chauffeur in je Twingo. Iemand die je koplamp niet vervangt, maar repareert. 'We moeten naar meer dienstverlening', aldus Eckart Wintzen, ex-president van BSO/Origin. Door nieuwe marktmechanismen zullen groei, welvaart en behoud van de aarde mogelijk zijn. Niet arbeid, maar grondstoffen moeten belast worden. En diensten moeten status krijgen. Wintzen heeft een missie, maar zet hem niet neer als idealist.

door Alfons Roebroek / fotografie Gerrit Serné

In de werkruimte van de ex-software-tycoon is de computer opvallend afwezig. Wel staat er op de zachtgele vloerbedekking een lege rieten vogelkooi met het deurtje open. En metershoge terracotta kruiken en rotanstoelen tussen grote groene planten. Eckart Wintzen, in een groen geblokt hemd, lange haren en ongeschoren, zit te schrijven aan een blankhouten tafel. Gemaakt door een Indiase familie. De stoelen eromheen zijn van gerecycled hout, ook in India gemaakt. De kamer ademt het corporate image van BSO/Origin, dat zich graag associeert met volkeren die nog in stamverband leven.

'Als je zo'n baan hebt als ik, word je zo onmondig. Ik weet niet eens hoe ik een bankopdracht moet invullen', zegt hij, zoekend opkijkend boven zijn papieren.

Wintzen is niet meer betrokken bij de dagelijkse leiding van Origin. In twintig jaar groeide het door hem opgerichte Bureau voor Systeem Ontwikkeling (BSO) tot de top-tien van internationale softwarehuizen. Na de fusie met Philips Communications & Processing begin 1996 is BSO/Origin een multinational met twee miljard omzet en tienduizend werknemers in 27 landen. Naast het rondrijden in een Renault Cliootje viel Wintzen als president-directeur op door zijn revolutionaire cel-filosofie (een vestiging mocht niet meer dan zestig medewerkers hebben) en ideeën over milieubewust ondernemen. BSO was het eerste Nederlandse bedrijf met een milieujaarrekening.

Maar de losse hand van de onorthodoxe oprichter is minder geschikt voor het leiden van een zo groot bedrijf als Origin. Wintzen doet dus een stapje terug. Hij heeft nu de handen vrij om zich aan zijn opdracht te wijden. Hij is bezig aan een boek. Hij wil een andere route aangeven voor een wereld die systematisch de verkeerde kant oprent. Die andere route schetste hij onlangs in het maandblad Ode. Volgens het daar omschreven driestappenplan kan in 25 jaar een duurzame vrije markt ontstaan. De eerste stap is een verplichte ecologische boekhouding voor elk bedrijf in de rijke landen. Hierin wordt vermeld welke waarde een produkt of grondstof door menselijk gebruik aan het milieu onttrekt. Gelijktijdig moet een belasting van vijf procent op de onttrokken waarde worden ingevoerd, die in de loop van vijftien jaar naar honderd procent moet groeien. Bedrijven worden zo gestimuleerd om minder of duurzamere produkten voort te brengen en zich meer op dienstverlening te richten. De derde stap is een toenemend gedeelte van die belasting gebruiken om milieuschade te herstellen.

'Niet te kanen', noemt hij zelf het artikel in Ode. Maar over de inhoud praat hij graag. Gretig bijna. Het eerst moet het westerse belastingstelsel eraan geloven.

'Onze twee grootste problemen zijn werkloosheid en uitputting van hulpbronnen. De fundamentele oorzaak daarvan is het belastingstelsel. Verminderen van de belastingdruk op arbeid is een absolute noodzaak om deze misstand op te lossen.' Volgens Wintzen zal de combinatie van een ecologische boekhouding van bedrijven en de juiste belastingvorm leiden tot nieuwe marktmechanismen, die de ruimte laten aan het vrije ondernemerschap zonder de natuurlijke hulpbronnen uit te putten. 'Ik stel voor in fasen belasting op grondstoffen te heffen en te verhogen. Op een gegeven moment wordt benzine zo duur dat de fabrikant vanzelf niet meer met een auto met acht cilinders op de markt kan komen. Als je even het gas indrukt, ben je je maandsalaris kwijt. Dat dit mechanisme werkt, zie je in landen waar benzine duur is. Daar worden zuiniger auto's gebouwd. Als een nieuwe tv zesduizend gulden gaat kosten, maar software, zoals films, aanzienlijk goedkoper wordt, gaat een elektronicaconcern zijn marktfocus verschuiven van het apparaat naar de software die je erop kunt afspelen. Dat bedoel ik met het nieuwe marktmechanisme. Als de benzine duurder wordt, is het een marktmechanisme dat de fabrikanten zuiniger auto's gaan maken.'

Hoe staat het met het realiteitsgehalte van het plan? In hoeverre zijn mensen bereid eraan mee te werken?

'Dat hangt ervan af hoe goed de ondernemer en consument weten wat er aan de hand is. Maar op dit moment zijn mensen niet goed geïnformeerd. Men is niet bereid de waarheid onder ogen te zien. Daar moeten we rekening mee houden. Als je me nu vraagt: "Is men bereid zo'n fiscale verschuiving neer te leggen?", zeg ik nee, natuurlijk niet. Anders was die er al lang geweest.'

Wat moet er dan gebeuren om de mensen zover te krijgen? Wintzen ziet dat duidelijk voor zich. 'Je hebt drie niveaus: de politiek, het bedrijfsleven en de consument. Eerst moet je je richten op de verhouding consumentbedrijfsleven. Je moet vooral bedrijven ervan overtuigen dat ze niet failliet gaan, maar dat ze in een andere business terechtkomen. Als het bedrijfsleven zich dat realiseert, kun je het politiek haalbaar maken. Het heeft geen enkele zin om alleen bij de overheid te lobbyen. "Het is politiek onhaalbaar", zeggen ze dan. Met dit model in de hand kan de politicus zeggen: tien procent minder werkloosheid.' Maar hoe zal de derde partij reageren? Het stappenplan heeft tot gevolg dat de consument genoegen moet nemen met minder spullen. Ook daaraan heeft Wintzen gedacht. Volgens hem zullen producenten de consumenten verleiden tot een ander consumptiepatroon, waarin diensten meer status krijgen dan dingen. Dat daarvoor in het hoofd van de consument wel het een en ander dient te veranderen, beseft hij terdege.

Zelfbedieningsterreur 'We moeten het begrip welvaart herzien. Welvaart zoals we dat nu uitdrukken, is een afspiegeling van ons ego. Mijn ego wordt gestreeld door twee dingen: meer dan mijn buurman en meer dan gisteren. Dat geeft ons het gevoel van geluk en welvaart. Maar we krijgen het alleen bij het hebben van dingen. Niet bij diensten. En daar zit 'm nu de crux. Waar mijn verhaal over gaat, is dit: je moet laten zien dat welstand ook in de vorm van dienstverlening is uit te drukken. Wij hebben een enorm gebrek aan dienstverlening. Aan die armoede, dat bijvoorbeeld niemand je in de tram helpt, zijn we gewend geraakt. Die hele zelfbedieningsterreur. Er is niemand meer die iets voor je doet. Straks is er dus een gerobotiseerde supermarkt, waar alleen nog maar een supervisor rondloopt. We zijn systematisch alle banen eruit aan het gooien. Laten we nu eens meer naar de service-industrie kijken. Laten we bijvoorbeeld een kapotte voorlamp niet vervangen, maar repareren. Haal je status uit service en software, in plaats van uit materiaal. Als we de waarde daarvan snappen, moet de consument dat leuk gaan vinden. En het is de producent die de consument daartoe moet verleiden.' Weer verleiden tot meer?

'Dat verlangen naar meer is ingeboren. Dat raak je niet meer kwijt. Dat zit in die hersens. Maar nu moet je alleen meer service verkopen in plaats van meer auto. Je moet een auto met chauffeur verkopen in plaats van een grotere auto. 'Wintzen relativeert zichzelf echter direct. 'Wat ik nu zeg, is primitief en het zal nooit gebeuren. Maar het is een manier van denken. Je kunt best status halen uit iets wat met diensten te maken heeft.' Het hele plan van Wintzen drijft op de conditionering van de gemeenschap via de belastingen. Maar hoe groot is de kans dat de overheid hiertoe overgaat?

'Dat zal ik je nu zeggen. Dat staat niet in Ode omdat ik geen zin had om het te herschrijven. Het is geen milieuverhaal. Het is een werkgelegenheidsverhaal. Als de overheid een ontzettende knoop in zijn maag heeft, is dat het toenemend overschot van arbeidspotentieel. Die groeiende poel van mensen die je met belastingheffing moet onderhouden. En dat loopt helemaal verkeerd op dit moment. Hoe moeten we die aanwas van werklozen financieren en hoe honden we die mensen uit de destructie? Een groot deel van het niet-werkend potentieel raakt gefrustreerd. Dat moet zijn energie kwijt. Wat gebeurt er tegenwoordig? Er onstaat onrust of ze vervallen in apathie.' Driestappenplannen, ecologische boekhouding, belasting op onttrokken waarde. Klinkt mooi allemaal. Maar wat doet Wintzen zelf in het dagelijks leven voor het behoud van de planeet?

'Dit gesprek, dat is wat ik nu aan het doen ben. Mijn rol is te helpen die bewustwording tot stand te brengen. Maar als ze vragen: "Wat doe jij dan Eckart?" Ik zondig tegen mijn eigen regels, hoor. Ik vlieg me suf over de wereld. Maar de kleinste auto die hier voor de deur staat, is van mij. De welstand, die door een zeker geluk in mijn leven is gekomen, druk ik hoofdzakelijk uit in dienstverlening. Ik heb iemand bij mij thuis die de bloemen doet, iemand die de tuin doet. Iedere dag heb ik een werkster. Als ik mijn kledingbudget zie: met vijfhonderd gulden per jaar heb je het wel gehad.`

Ashram

In 1991 bracht Wintzen twee weken door in een ashram in India. Na een paar dagen tegenstribbelen wilde hij daar niet meer weg. Materieel heeft hij niets meer te wensen. Is dit niet het moment om terug te gaan?

'Misschien ook een heel goed idee. Maar zoals die goeroe zei: "De wereld heeft niets aan een Eckart Wintzen die op een heuvel met zijn benen over elkaar de hele dag zit te mediteren. De typische invloed die jij hebt, moet je ook gebruiken." Dat is mijn missie. De wereld koopt niets voor priesters die op een heuveltje zitten. Tenzij zij eens in de honderd jaar een wijsheid openbaren die de wereld kan veranderen. Zoals Boeddha. Tot die categorie behoor ik niet. Laat mij maar Eckart Wintzen, zakenman in Nederland, zijn. Ik zie een heel duidelijk plaatje voor me en denk: dat moet ik opschrijven.'

Toch noem je jezelf geen idealist?

'Nee, zeg, zet me alsjeblieft niet neer als idealist. Eigenlijk ben ik eerder aan het vechten tegen idealisten. Stel, je zit in een auto naast de bestuurder en je mag niet aan het stuur komen. Er komt dadelijk een bocht aan, waarvan je weet: we moeten vaart minderen, anders vliegen we eruit. Dan voel je je verplicht al je overtuigingskracht aan te wenden om dat duidelijk te maken. Dan ben je geen idealist, dan ben je een realist.'

» Article index