Façade
In het vissersdorp waar ik geboren ben (Scheveningen) was het de gewoonte, dat de huisvrouw, meestal dagelijks maar minstens een keer per week, de stoep voor haar huis boende; met een lekker sopje natuurlijk. Het huis moet er immers - naar oud Hollands gebruik - knap bijstaan. Want dat maakt een goede indruk.
Daar kun je dan een beetje intellectueel over grinniken, maar uiteindelijk is het niets anders dan wat die grote stoere mannen doen als ze groot en captain of industrie geworden zijn en glimmende wolkenkrabbers uit de grond stampen met imposante entrees en spiegelende glasvlies façades: zorgen dat ze er "knap" bijstaan. Onder het aloude motto: als de verpakking maar mooi is, zal de inhoud ook wel goed zijn. Lieten wij ons immers als kleuter in de box niet al leiden door die gedachtegang?
Ook BSO/HQ op de Koningin Wilhelminalaan 3 heeft de afgelopen maanden het stoepje weer eens grondig geschrobd. De eigen receptie, het restaurant en zelfs de plee's een frisse opknapbeurt gegeven en vorige week begonnen aan een facelift van de entree op de parterre. En waarom? Hobby EJW? Opboksen tegen Volmac? Tegen Cap soms, die 400 meter verderop een prachtig pand hebben neergezet? Of tegen Raet, idem 1200 meter verderop?
Ja en nee, voor alle antwoorden.
Natuurlijk kunnen wij het ons niet permitteren onze gasten te ontvangen in een tweedehands ponacabin met verlichte plastic tulpen in de vensterbank, terwijl onze medestrijders zich verschansen in megalomane prestige panden. Of wel? Misschien best wel een beetje, want ik moet je toch met zeker leedvermaak vertellen, dat de baas van een van die drie ego bootsende panden mij vlak voor de opening van z'n nieuwe paleis toevertrouwde, dat hij een "strategische samenballing" zou doorvoeren (lees: twee buiten gewest kantoren sluiten) om een efficiënter gebruik te maken van de nieuwe faciliteiten.
Zo iets zou natuurlijk absoluut verraad zijn aan onze formule en zo hadden wij besloten om vooral "low profile" te houden, maar wel ons kantoor een wat professioneler uitstraling te geven. Met behoud van de typische BSO-sfeer. En zo hielden we de miljoenen van een gigantische prestige verhuizing ons zak en gebruikten daar een klein gedeelte van voor - letterlijk - een facelift.
Getrouw aan ons oude devies: geen dure spullen, geen gepats met marmer, chroom en hoogpolige tapijten waardoor je de overkant niet kunt zien, maar ingetogen, praktisch en gebalanceerd, met een touch of hightech en een professionele en vooral menselijke uitstraling en natuurlijk, niet te vergeten, vooral praktisch. Ga daar maar eens aan staan, aan zo'n project.
En zo kwam het dan, dat nadat architect Kees Westen beek de indeling en materiaal keuze, tegemoetkomend aan onze wensen, had ontworpen, ook nog eens een wand van totaal 10 meter lengte moest worden gevuld 1 met iets dat uit moest stralen, dat BSO voor meer staat dan techniek en poen.
Er moet toch iets bestaan, zei ik tegen Kees, dat aansluit op de Boeddha op de vijfde, maar dan liever uit een andere culturele stroming. Zoiets als iconen (niet te betalen natuurlijk) maar dan bijvoorbeeld nep-iconen. En verdomd, dat bestond! Twee weken later haalden wij uit een collectie van een vage tandarts in Amsterdam 6 doeken weg die ik juichend naar Utrecht liet transponeren.
Nog geen minuut na aflevering krijg ik Hans van Diggelen aan de lijn: "zeg Eckart, d'r zijn hier zonet 6 dingen afgeleverd, schilderijen kan ik het niet noemen maar wat moeten wij daarmee, of eh, (hij voelde dus al nattigheid!) die ga je toch niet op die mooie witte muur hangen?"
En jawel! Het commentaar van BSO-ers is dan ook niet van de lucht. "Goh, 't lijkt wel een kerk hier!", of, "Nou, hier was EJW weer niet zo erg op dreef!" en "Zou dat nou kunst zijn?". Maar ook gelukkig veel positieve reacties.
Ik laat me mooi niet uit het veld slaan en vind de sereniteit en menselijkheid van de doeken van Antje IJppelaar precies wat ik zocht en net weer dat onverwachte geven, zoals dat past bij het gezicht van BSO, met nét wat meer diepgang.
BSO, niet alleen een façade!
Eckart

