Falen is de norm
Waarom falen zoveel topmensen en managers in het bedrijfsleven? Quinty Danko stelde die vraag 2 weken geleden in Intermediar, en suggereerde dat het zou helpen als er meer vrouwen leiding zouden geven. Zelf heb ik andere ideeën over falend leidersschap. Als freelanders kom ik in heel wat bedrijven en praat ik met mensen op wat zo industrieel de "werkvloer" heet. (Het valt me op dat de gesprekken normaler en ontspannender worden naarmate de functies en salarissen lager zijn.) Altijd fulmineren ze over het management en spreken ze met zoveel woorden en met schijnbaar goede argumenten over wanbeleid.
Deels is dit hetzelfde reflexmatige geklaag als over het weer, het verkeer en de belasting. Mensen moeten ergens over zeiken. Voor een deel is het misschien gebrek aan inzicht. Wie zelf geen leiding geeft, heeft daar mogelijk niet de capaciteiten voor en kan of wil zich niet verplaatsen in de positie van de chef. Voor zover er werkelijk iets mis is, kan het aan mensen op de "werkvloer" zelf liggen - wie ligt er niet graag dwars als hij zijn zin niet krijgt - maar geven ze graag een ander, liefst de baas, de schuld.
Maar het valt inderdaad op dat veel, vooral grote, bedrijven slecht functioneren. Quinty Danko noemt als voorbeelden NS en Laurus. Ik zou daar Philips aan willen toevoegen, waar elke nieuwe leider de helft van zijn tijd nodig heeft om de tweede helft van het werk van zijn voorganger ongedaan te maken. Mijn theorie is als volgt. Grote bedrijven zijn complex en moeilijk bestuurbaar. Mensen die dat kunnen, zijn dun gezaaid. Iedereen weet dat bij benoeming vaak andere factoren een rol spelen dan capaciteiten.
Facties of bloedgroepen tevredenstellen, ongewenste personen de weg versperren, noem maar op. Niet iedereen die op een bepaalde functie terechtkomt, heeft daar dus de gaven voor. De meesten mensen hebben die niet; denk aan Peter's Principie, dat zegt dat mensen promoveren totdat ze een functie bereiken die ze niet aankunnen. Alleen de betrokkene zelf denkt meestal van wel.
De voorbeelden liggen voor het oprapen. Jan Timmer. Roel Pieper. Louis van Gaal. Tineke Netelenbos. (Vrouwen falen zelden omdat ze zelden leidinggeven.) Ik geloof dat mensen in het leidinggevende functies maar wat doen, soms pakt dat goed uit, en de mensen bij wie het toevallig goed uitpakt worden uitzonderlijke eigenschappen toegedicht. Vervolgens vertillen ze zich glorieus aan hun volgende baantje.
Falen is niet bijzonder; falen is de norm. Goed leiderschap is het uitzonderlijke verschijnsel waarvoor we een verklaring moeten zoeken als we het aantreffen. Waarschijnlijk heeft het meer te maken met rugwind dan met geslacht, talent of vaardigheden. De grootste wijsheid zie ik bij mensen als Eckart Wintzen en Jef Rademakers, die zich na een groot succes terugtrekken. Tweemaal slagen als lieder, zoveel geluk heeft niemand.

