ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Filosoferen in de duinen

Apr 01, 1993 (Bedrijfs Documentaire , Toine Tongen )

De Club van Schiermonnikoog

In de zomer van 1992 werd de 'Duinrede' van de Club van Schiermonnikoog gepubliceerd. In rust en concentratie werd op het gelijknamige Waddeneiland nagedacht over de samenleving en de vraag of deze op het punt van breken staat. Om persoonlijk, maatschappelijk en ecologisch weer in balans te komen, verwacht de club iets van een politieke ontwenningskuur.

De Club van Schiermonnikoog noemt haar beginselverklaring brutaalweg: Duinrede. 'Het verontrust ons dat velen geen zin in hun bestaan herkennen', luidt de eerste zin. De Club bestaat uit vijfentwintig mannen en vrouwen die naar Schiermonnikoog gingen om 'in rust en concentratie' over de zorgen van onze rijd te praten: 'Staat onze samenleving op het punt van breken'. Zijn wij wel in staat om met onze oude structuren een antwoord te geven op de talrijke nieuwe vragen die ons overspoelen', Moeten wij ons niet dringend bezinnen op verandering en dan niet zo'n beetje maar fundamenteel?' We doen de Club te kort als we de Duinrede niet serieus nemen. De problemen in de samenleving zijn complex, de dilemma's groot. Veel mensen zijn bezorgd of ontevreden over de huidige oplossingen of over het gebrek aan oplossingen. Daarin valt op de Duinrede niets af te dingen. De Club van Schiermonnikoog is 'op zoek naar waarden voor een nieuwe ordening'. Welke ordening hebben zij echter op 't oog? Daarop geeft de Duinrede geen antwoord. Zij' stelt vooralsnog 'open' vragen en in de begeleidende brief bij de Duinrede meent de Club dat 'die vragen heilzamer zijn dan de pseudoant, woorden die de huidige politieke en bestuurlijke structuren bieden'. Het pamflet maakt een gemakzuchtige indruk door de hier en daar ronkende retoriek en metaforen, het onduidelijke perspectief, de woordkeuze en argumentatiewijze. Het lijkt alsof er niet hard genoeg geknokt is om tot een zorgvuldige formulering te komen.

Pseudo De woordkeuze is verdachtmakend: de 'pasklare antwoorden van overheid en politiek' noemt de Club 'pseudo' terwijl er van de Club zelf geen antwoord mag worden verwacht. Vrijblijvend vragen stellen en antwoorden open houden is een luxueuze positie: het comfort van de oppositie, van de kritiek. Besturen vraagt om antwoorden in de vorm van handelen. Vanuit de positie die de Club kennelijk verkiest is het wel makkelijk om de huidige politieke antwoorden als 'pseudo', onecht of vals te bestempelen.

De Duinrede stelt vragen, houdt antwoorden achter of geeft vage antwoorden. Met dit soort retorische kunstgrepen speelt de Club in op - enkele begrijpelijke - gevoelens van ontevredenheid. Het risico om duidelijke stellingen te betrekken en te verdedigen neemt de Club niet. De Duinrede lijkt meer een 'duinrelletje'. Het perspectief in de Duinrede verschuift voortdurend. Het is onduidelijk wie er aan het woord is. Eerst lijkt het: 'wij Nederlanders'. Dan vermoed je dat 'wij' de opstellers van het pamflet zijn. Bij het verder lezen wordt de groep steeds meer ingeperkt tot de bevoorrechten: 'de burger heeft zijn personenauto en personal computer'. Het lijken de bevoorrechten, namens wie de opstellers van het pamflet spreken. Het perspectief van de bevoorrechten zet zich door: volgens het pamflet bestaat er geen armoede in onze samenleving. Het gaat gemakshalve voorbij aan verschijnselen als discriminatie en zwarte circuits. Volgens de Duinrede wordt de mens meer en meer op zijn kwaliteiten beoordeeld en niet op zijn afkomst en achtergrond. Aan de technologische vooruitgang en de wetenschap zouden we alle welvaart en goeds te danken hebben.

De Club gebruikt merkwaardige beeldspraken voor de maatschappij of voor de verhouding overheid-burger. 'De overheid is verslavend', 'de afhankelijke burger' is 'verslaafd aan de drugs van de materiële consumptie en van een collectieve pseudo-zekerheid'. Kortom, volgens de Club is de burger een 'junkie die een pijnlijke ontwenningskuur moet ondergaan'. klaar de overheid heeft wel steeds 'de pillen verschaft waar wij om vroegen'. Een bekende metafoor is die van de zieke samenleving. De Club wil een gezonde en rechtvaardige verdeling van de welvaart', wat dat ook moge betekenen. Dreigend laat de Club erop volgen: 'het wordt een behandeling die pijn kost'. Die onbekende en pijnlijke behandeling is wel 'de enige manier om persoonlijk, maatschappelijk en ecologisch weer in balans te komen'. Het begrip 'ecologie' wordt even geëtaleerd maar komt in de rede verder nergens terug. De Club bedient zich van metaforen waarbij de burger wordt afgeschilderd als een onmondig, onvolwassen wezen, dat dringend strenge maar rechtvaardige sturing behoeft. De Club 'droomt' dan ook van een 'coachende' overheid die 'ondeugd bestraft en deugd bemoedigt' en meent dat de burgers zich noodzakelijk in het leerproces bezeren'. Daarentegen vindt de Club ook dat diezelfde overheid moet erkennen 'dat haar mandaat door de burgerij is gegeven, en dat de burger dat per definitie niet bedoeld heeft om zichzelf onder voogdij te plaatsen'. Deze inconsequentie doet in de burger een recalcitrante puber vermoeden, die nu eens gecoached wil worden en dan weer vrij spel wil krijgen van een en dezelfde overheid, een goedmoedig soort hockey-vader.

Het taalgebruik wekt over de hele linie de indruk dat de opstellers van de Duinrede deze maatschappij minachten en veroordelen. Zelf zitten ze op hun eiland en lijken niet tot deze maatschappij te behoren. Of ze staan er boven, op het duin.

Het geven In de Duinrede zijn de bevoorrechten ontevreden. Sterker nog: het bestaan van de bevoorrechten heeft ingeboet aan 'zin' onder meer omdat 'het geven Is afgepakt'. Daarvoor in de plaats is 'de automatisch inhouding op het loonstrookje (...) gekomen'. En dan, is de aardigheid eraf. Met de dankbaarheid en de onderdanigheid van de ontvanger is kennelijk een belangrijke zingeving van het geven verdwenen, Het is een grote verworvenheid kan van onze maatschappij, dat de 'have not's', de minder bevoorrechten veel minder direct van de bezitters afhankelijk zijn dan vroeger. Wie van hen zou weer object van geven willen worden' Terug naar het zakje bonen? Nee toch! Er blijven nog genoeg gelegenheden om te kunnen geven. Uit de klacht over het afgepakte geven blijkt bovendien de wens meer invloed op geldstromen te hebben, want juist die invloed is met het geven verdwenen. De behoefte aan het weer zichtbaar worden van geven en ontvangen staat echter in schril contrast met de bijbelse notie: laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet.

Zwevende kiezers

De overheid heeft het allemaal gedaan. Het is een oud liedje, niet origineel, en het is minder dan een halve waarheid. Misschien zullen er straks zwevende kiezers neerdalen op 'het platform van Schiermonnikoog', reikhalzend naar 'de nieuwe politieke en sociale visies' die de Club belooft. Er wordt door de Duinrede ook de invulling van tekorten aan idealisme' toegezegd. Maar op grond van deze beginselverklaring kunnen we geen heil verwachten van zijn zaligsprekingen. De opstellers doen alsof zij' de verontrusting en de ontevredenheid hebben uitgevonden. Zij, en hun in het geschrift vermelde geestverwanten, zitten op belangrijke posities in de pers en het zakenleven. Dat geeft de Club voor mensen die daarvoor gevoelig zijn een zekere aantrekkelijkheid en gewicht. Succes is echter geen garantie voor kwaliteit. In alle geledingen van de maatschappij gonst het van kritiek. Daaruit is een aanzienlijk aantal geschriften voortgekomen. De Club lijkt een beetje solitair te opereren. Nergens sluit hij aan bij anderen, die met dezelfde problemen worstelen.

Het engagement, het idealisme van de Club, als je het zo mag noemen is regressief. Het grijpt terug, naar de liefdadigheid, naar oude grenzen, naar paternalisme.

Onze Koningin zei in haar kersttoespraak: 'het gaat niet om een poging tot 'restauratie' vanuit een gevoel van heimwee naar 'goeie ouwe tijden'. Respect voor opvattingen van anderen, geduld, wellevendheid, begrip en verantwoordelijkheid voor elkaar en mededogen met zwakken en misdeelde Zijn maatstaven voor menselijk handelen die een samenleving bijeen houden'. De Duinrede heeft weinig op met christendom, socialisme, liberalisme of met 'de verbeelding aan de macht'. Waar de inspiratie ook vandaan komt, als maar niet de wrok tegen de samenleving het wint van de verontrusting erover. Idealisme, het hoeft niet perse in eer, drama te eindigen.

Mary van Veen-Viëtor

Duinrede (samenvatting)

Het verontrust ons dat velen geen zin in hun bestaan herkennen.

Wij, leven wel, maar er is weinig wat ons ten diepste raakt. One relaties zijn vaak oppervlakkig of afwezig. Onze leefomgeving ervaren wij soms als iets dat buiten ons staat en weinig eigens heeft. Vrijheid is ons hoogste ideaal. Dat geven wij gestalte door nieuwe verbanden te mijden, en oude te verbreken. Als wij ergens bij horen is dat tijdelijk, vluchtig en oppervlakkig. Is er nog wel iets dat ons echt lief is? Wat is ons echt een zorg?

Hebben wil het geven verleerd? Of is het ons afgeleerd? Geven veronderstelt een betrokkenheid. Geven creëert een relatie met de ander. Wie geeft zegt: "je bent mij een zorg". De keerzijde is dat geven een afhankelijkheidsbesef oplevert bij de ontvanger.

Vanwege dit afhankelijkheids besef hebben wij het geven afgeschaft en overgedragen aan de collectiviteit. Dit was goed bedoeld. Maar de uitwerking heeft ons de persoonlijke zorg, de aandacht voor wie en wat naast ons is, ontnomen.

Degene die vroeger in vrijwilligheid gaf aan een medemens, ziet nu een automatische inhouding op zijn loonstrookje; degene die vroeger een gunst ontving, gaat nu naar een anonieme instantie om een recht op te eisen. En voelt zich eenzaam.

Wij zijn de zin tot geven, de zin tot bijdragen kwijtgeraakt. Voldoening vinden wij niet meer, omdat wij die zoeken op de verkeerde plaats. Elke dag streven wij ernaar meer in handen te hebben dan gisteren. Maar voldoening ontstaat niet door maximaal te nemen. Zij ligt in een goed volbrachte taak, in een herkenbare bijdrage. Wie het beste dat in hem is geeft aan het werk van zijn hoofd of handen, die vindt vervulling.

De overheid heeft de burger het geven uit handen genomen door hem te verplichten tot afdrachten. Het gevolg is een cynisch calculerende, nemende en eisende samenleving. Wij zijn welvarend en mondig geworden. Wij spreken over verworven rechten, maar hebben geen oog voor verzaakte verantwoordelijkheden.

De verdelende overheid heeft zich vertild, en overleefd. Maar te velen zijn belanghebbenden geworden bij haar voortbestaan.

Het beeld dat ons voor ogen staat is een overheid die kaders schept, onderlinge zorg bij burgers terugbrengt, en regelmatig

weigert andermans problemen op te lossen. Een overheid die erkent dat haar mandaat door de burger gegeven is, en dat de

burger dit per definitie niet bedoeld heeft om zichzelf onder voogdij te laten plaatsen.

Wij dromen van een samenleving met een welwillend toeziende, wijze, coachende overheid. Die ondeugd bestraft en deugd bemoedigt. Die burger, tot verantwoordelijkheid en mondigheid aanspoort, en toestaat dat zij zich in het leerproces regelmatig bezeren. Een overheid die zichzelf niet ziet als ieders hoeder. Maar wel in uiterste nood de pijn verzacht door een sober bestaansminimum aan te bieden.

Wij gedragen ons als verslaafden. Verslaafden aan de drugs van materiële consumptie en van collectieve pseudo-zekerheid.

Zodra het afkicken in zicht komt, ontkennen wij het probleem.

Tot nu toe heeft de overheid ons steeds de pillen verschaft waarom wij hebben gevraagd en waar van wij afhankelijk zijn geworden. Wij zullen een ontwenningskuur moeten ondergaan op basis van een nieuw soort politiek denken. Het wordt een behandeling die op korte termijn pijn doet. Maar het is de enige manier om persoonlijk, maatschappelijk en ecologisch weer in balans te komen.

De club van Schiermonnikoog Telefoon: 010-4530630

» Article index