Fiscus wil greep op Internet-bits
Fiscus wil greep op Internet-bits
Internet kan een jungle van vrij handel worden waarop belastingautoriteiten geen vat hebben. Nu de contouren van elektronische commercie duidelijk worden betrekken belangengroepen hun stellingen.
wie vanuit Nederland via Internet een CD bestelt in Amerika of Australië betaalt ten gevolge van prijsverschillen en lagere belastingtarieven bijna twee tientjes minder dan bij de platenzaak op de hoek. Jammer voor de Nederlandse fiscus die BTW mist plus inkomsten als vennootschapsbelasting. Jammer ook voor de Nederlandse platenleverancier, die omzet en winst aan z'n neus voorbij ziet gaan. De klant daarentegen vaart er wel bij. Zijn handelwijze is weliswaar strafbaar. Maar met een beetje geluk bespaart hij geld en heeft hij de bestelde CD soms sneller in zijn bezit dan via de winkel. Voorwaarde is uiteraard wel dat de PTT de zending bij ontvangst vanuit het buitenland niet openmaakt, zoals van overheidswege is voorgeschreven.
Wijnand Westerveld
De gang van zaken rond een bestelling in het buitenland is simpel: Via Internet verschaft men zich toegang tot de 'Website' van een leverancier. Men plaatst een order, geeft het nummer van zijn creditcard en de transactie is gesloten. Dat geldt zowel voor het bestellen van een CD als voor het kopen van goederen of diensten waarmee miljoenen guldens zijn gemoeid.
Als gevolg van deze elektronische commercie ontstaat een globale markt waar de concurrentieverhoudingen ingrijpend veranderen. Lokale aanbieders moeten zich meten met nieuwe tegenspelers waarvan sommigen zich in een onevenredig voordelige positie kunnen bevinden, bijvoorbeeld door soepele belastingregels in het land van vestiging.
Voor de fiscus heeft elektronische commercie eveneens verstrekkende gevolgen. Simpelweg omdat de belastinggrondslag kleiner wordt.
Van alle vormen van belasting is BTW voor de meeste westerse landen een belangrijke bron van inkomsten. Het BTW-tarief van alle bij de Oeso (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) aangesloten landen - de VS en Australië uitgezonderd bedraagt gemiddeld achttien procent. Wanneer via elektronische commercie voor tien miljard dollar wordt verhandeld, zou van dat bedrag normaliter 1,8 miljard in diverse schatkisten vloeien.
Elektronische commercie maakt transactieverkeer echter ondoorzichtig. Bovendien verdwijnt een deel van de traceerbare goederenstroom door verschuiving van materiële- naar immateriële goederen. Als de handel via Internet die vlucht neemt die sommigen voorzien staan voor de fiscus miljarden aan inkomsten op losse schroeven.
Genoemde tien miljard dollar is geen willekeurig bedrag. De Oeso voorspelt dat de handel die via elektronische commercie tot stand komt over twee jaar reeds een omvang heeft van tien miljard dollar. Belastingautoriteiten, de Oeso, werkgeversorganisaties en instanties als de ICC (International Chambers of Commerce) buigen zich inmiddels over het fenomeen elektronische commercie en de mogelijke gevolgen daarvan voor de belastingwetgeving.
In opdracht van de Canadese-, Engelse-, Nederlandse- en Zweedse overheid voert een werkgroep van de Oeso onderzoek uit naar mogelijkheden de belastingwetgeving aan te passen aan de handel via Internet. Leider van dit onderzoek is professor Luc Soete, directeur van het Merit (Maastricht Economic Research Institute on Innovation and Technology.
Hoewel nog nergens definitieve standpunten zijn ingenomen tekenen zich volgens Soete drie stromingen af:
De overheid van de Verenigde Staten beschouwt cyberspace als een vrijhandelszone. De regering Clinton redeneert dat dit zoveel nieuwe economische activiteiten zal ontwikkelen dat de Amerikaanse schatkist er per saldo beter van wordt. De VS kunnen zich dit standpunt permitteren omdat ondernemingen die elektronisch handel drijven, als vestigingsplaats de VS zullen hebben vanwege het lage BTW-tarief bijvoorbeeld. Die vestigingsplaats maakt dat de Amerikaanse fiscus erop vooruit gaat. De overheid komt dan via de vennootschapsbelasting aan haar trekken. In de VS zal de belastinggrondslag breder worden.
Verscherping
De Europese Gemeenschap, met BTW-tarieven van 15 tot 33 procent, kan zich vanzelfsprekend niet in de Amerikaanse opvattingen vinden en pleit voor een verscherping van de belastingwetgeving. Eenvoudig is dit echter niet. Wereldwijde overeenstemming over belastingregels is vooralsnog een utopie. Bovendien is elektronische commercie makkelijk aan het oog van belastingautoriteiten ie onttrekken. Internet maakt 'vluchten' naar exotisch belastingparadijs eenvoudig.
Een derde stroming meent dat het vraagstul van eenduidige regelgeving onoplosbaar is en pleit voor een zogeheten 'bit tax'. Het basisidee hiervoor komt van de Amerikaan Arthur Codell, die zijn denkbeelden heeft ontleend aan de opvattingen van Nobel-prijswinnaar James Tobin. Het principe van bit-belasting is dat iedereen betaalt voor het gebruik van 'publieke' infrastructuren naar het voorbeeld van een van de oudste vormen van heffing: tol. Weliswaar zijn de telecom-infrastructuren grotendeels in handen van particuliere ondernemingen, maar het blijven publieke voorzieningen. Voorstanders van bit tax wijzen erop dat deze vorm van heffing transparant is. Bovendien ondervangt het de complexe vraagstukken rond oorsprongen bestemmings landbeginsel. Belangengroepen betrekken inmiddels hun stellingen. De werkgeversorganisatie VNO-NCW wijst bit tax als innovatieremmend en overbodig radicaal van de hand.
Bron van inkomsten
Politici kiezen voor een 'enerzijds/anderzijds standpunt.' "Bit tax kan een belangrijke bron van belastinginkomsten zijn, maar je kunt over zo'n belasting alleen in internationaal verband tot afspraken komen. Met nationale maatregelen zet een land zichzelf buiten spel", aldus Guikje Roethof, parlementariër voor D'66.
Het ministerie van Financiën vindt het volgens een woordvoerder prematuur zich uit te laten over belasting op elektronische commercie. Staatssecretaris Vermeend, een van de initiatiefnemers voor genoemd onderzoek door de Oeso, zal op z'n vroegst deze zomer met een standpunt naar buiten komen.
Belastingdeskundigen als dr Han Kogels menen dat de belastingregels zich hoe dan ook zullen aanpassen omdat dat door de eeuwen heen steeds is gebeurd. "Belasting is van alle tijden en het is altijd een vraagstuk geweest. Ooit werd er tol geheven. We hebben belasting op ruiten gehad. Toen men niet in staat was de waarde van onroerend goed te bepalen werd de belasting op schoorstenen ingesteld. Voor Internet wordt ook wat gevonden."
Eckart Wintzen, oprichter van Nederlands grootste softwarehuis BSO, ziet de opkomst van elektronische commercie als dè kans ons belastingstelsel aan te passen aan de huidige maatschappelijke ontwikkelingen.
Luc Soete tenslotte pleit voor het economisch gebruik van Internet, waarvoor bit tax een methode kan zijn. Ik ben geen voor- of tegen stander van welke heffing dan ook, ik pleit slechts voor onderzoek en het op gang brengen van een discussie."
Griezelig
Paul de Graaf, secretaris inforrmatiebeleid van VNO-NCW, vindt het griezelig dat dit soort discussies 'zomaar kunnen worden aangeslingerd'. Met zijn collega Ad Timmermans, secretaris fiscale zaken, stelt hij zich op het standpunt dat elektronische commercie omzet genereert en daarom niets in de weg mag worden gelegd. "Nederland is van oudsher een handelsnatie. Het zou hoogst onverstandig zijn nieuwe vormen van handel door belastingwetgeving onaantrekkelijk te maken", aldus De Graaf. Timmermans wijst erop dat bitbelasting nauwelijks is te verenigen met het streven van Nederland om op de electronische snelweg een rol als voortrekker te vervullen. "Bovendien is zo'n belasting in strijd met plannen van de wereldhandelsorganisatie om allerlei heffingen af te schaffen.
Beide VNO'ers bestrijden dat elektronische commercie zich makkelijk aan het oog van de fiscus zou onttrekken. "Dat probleem is niet specifiek voor Internet. Iedereen weet dat er ook nu mogelijkheden zijn om 'buiten de boeken om' zaken te doen. Handel je via een medium als Internet dan liggen transacties juist vast en zijn daarom wellicht zelfs beter traceerbaar dan nu", aldus De Graaf.
Met deze laatste opvatting vindt de VNO-belastingdeskundige Bart van Zadelhoff lijnrecht tegenover zich. Bij de aanvaarding van zijn hoogleraarschap belastingrecht aan de RU Groningen, noemt Van Zadelhoff in zijn oratie onder andere 'ontwijkgedrag'. Een buiten Nederland geregistreerde bron van betaling, zoals een credit card of zogenoemde 'cyberdollars', maakt het voor de Belastingdienst vrijwel onmogelijk transacties te registreren. Laat staan er belasting over te heffen.
De belastingplicht bij leveranciers leggen is hiervoor slechts ten dele een gedeeltelijke oplossing. "Amerikaanse aanbieders met grote belangen in Europa zullen wellicht zijn geneigd zich naar de regelgeving van de Europese-overheden te richten. Kleine bedrijven lappen dit soort maatregelen gewoon aan hun zo verwacht Soète.
Zelfs al zouden bedrijven en overheden onderling tot afspraken komen, dan nog blijven er volop mogelijkheden tot anonimisering. Een Internet-server in een ver oord maakt het voor aanbieders nagenoeg onmogelijk te achterhalen wie uiteindelijk zijn goederen of diensten bestelt. Laat staan dat men kan bepalen of en zo ja, hoeveel belasting er moet worden geheven.
Bit-belasting lijkt voor deze complexe-problematiek een oplossing te zijn. Naar het voorbeeld van de telefoonteller betaalt de gebruiker een bedrag per bit of megabit, ongeacht de informatie die via de lijn wordt verstuurd. 'Oneerlijk', roepen tegenstanders direct in koor. "De hoogte van eventuele belastingen moet zijn gerelateerd aan de waarde die met een transactie is gemoeid. Met bit tax wordt het sturen van een E-mail naar een zieke tante wellicht zwaarder belast dan het verzenden van uiterst gevoelige beursinformatie."
Maar voor genoemde meetinstrumenten van de PTT, al decennia lang geaccepteerd, geldt eveneens dat er geen verband is tussen het aantal tikken en de informatie die wordt uitgewisseld. De verschuiving van materiële naar immateriële goederen maakt waardebepaling bovendien steeds lastiger, zo niet onmogelijk. "De waarde van informatie is altijd relatief. We moeten niet pretenderen die te kunnen vaststellen", zegt Soete. Hij is liever pragmatisch en wijst erop dat bit tax in elk geval de mogelijkheid biedt belasting te heffen op de ongrijpbare stroom van transacties en informatie.
Soete voert nog een tweede argument aan, namelijk dat bit tax het economisch gebruik van elektronische media afdwingt. In Amerika kost een aansluiting op Internet nog geen twintig dollar per maand. Elk schoolkind heeft er een eigen Website en zet allerlei noninformatie op het Net. Het gevolg is dat er congestie dreigt van een 'publieke' infrastructuur. De praktijk leert dat een bepaald kostenniveau een prikkel is voor doelmatig gebruik. Daarvan is nu geen sprake."
Doelmatigheid
Eckart Wintzen onderschrijft van harte dat verhoging van kosten dwingt tot nadenken over doelmatigheid. Voor hem is dit echter reden fel tegenstander te zijn van bit tax. Informatie is in veel gevallen bij uitstek het produkt van menselijke arbeid. Juist dat moet je niet belasten, omdat je daarmee twee grote maatschappelijke problemen in stand houdt." Wintzen doelt op werkloosheid en de milieu problematiek. "Driekwart van de kosten voor produktie zijn arbeidskosten. Om die omlaag te brengen hebben we efficiency uitgevonden, waarmee we bedoelen met minder mensen kunnen we meer produceren. Daarmee creëren we zowel werkloosheid als een milieuproblemen, want machines nemen de taak van mensen over."
Het alternatief is menselijke arbeid zo goedkoop mogelijk te maken en het gebruik van grondstoffen te belasten. Wintzen realiseert zich dat zo'n verandering niet snel kan worden gerealiseerd, maar wijst erop dat elektronische commercie een mooie gelegenheid is om fundamenteel over ons belastingstelsel na te denken. "Belast menselijke arbeid niet nog zwaarder. Bit tax is het toepassen van oude denkpatronen in nieuwe ontwikkelingen. Daar moeten we van af."
Gevoelig
Of belastingautoriteiten gevoelig zijn voor een argument als dit? Bit tax kan een enorme bron van inkomsten zijn. Vorig jaar heeft de Belgische vice-premier Di Rupo, onder andere verantwoordelijk voor telecom, opdracht gegeven de intensiteit van het verkeer via Internet te onderzoeken. Gebleken is dat bij onze zuiderburen jaarlijks een triljoen (1018 tien tot de achttiende) bits via Internet worden verstuurd. Een bit-belasting van een cent per Mbit zou miljarden aan inkomsten opleveren. Te veronderstellen dat overheden dit zomaar ongemoeid zullen laten is niet realistisch, zo laat een woordvoerder van de Oeso weten.
Bovendien liggen er niet alleen technisch economische afwegingen aan de eventuele invoer van bit tax ten grondslag. Soete wijst erop dat bit-belasting de huidige, vaak zeer complexe
belastingstelsels aanzienlijk kunnen vereenvoudigen. "Als je in staat bent via een nieuwe vorm van belasting miljarden binnen te halen, kun je een aantal andere vormen van belasting afschaffen. Stel dat de voorzieningen voor sociale zekerheid ermee worden bekostigd. Dat verlaagt de loonkosten en elimineert een complex stelsel van regelingen."
VNO-NCW werpt hier tegenin dat die regelingen dan ook daadwerkelijk moeten worden afgeschaft. "Zo niet, dan introduceer je een nieuwe ingewikkelde regelgeving die bovendien een obstakel vormt voor een groeisegment van onze economie. Zaken als telewerken zouden er ook door worden belast. Daardoor ontstaat de situatie dat een groep wordt gebruikt als melkkoe voor de gehele samenleving. En dat is juist de groep - kennisintensieve bedrijven en dienstverleners - waarvan Nederland het steeds meer moet hebben", aldus De Graaf.
Overigens zal Internet zich nog moeten bewijzen als het aangewezen hulpmiddel voor elektronische commercie.
Luc Soete heeft zijn twijfels over de toekomst. "De voorspellingen van de Oeso over tien miljard dollar aan handel moeten nog worden bewaarheid."
Eckart Wintzen is echter overtuigd van de toekomst van dit medium. "Het wordt allemaal nog veel mooier, wat we nu hebben via de telefoonlijn of met ISDN dat zijn nog slechts de fiets en de Solex. De kabels voor breedbandig verkeer liggen al tot in elke huiskamer. Het enige wat we nog nodig hebben is een breedbandige glasvezel 'backbone'. Een regering die vooruitkijkt neuzelt niet over bit tax, maar zorgt dat die infrastructuur zo snel mogelijk wordt gerealiseerd."

