ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Geheim wapen

Mar 06, 1987 (BeSOgnes - Het Hoofd Spreekt , Eckart Wintzen )

Ken je dat gevoel nog van vroeger? Dat samenzweerderige gevoel van het oprichten van een club.

"De Doorbroken Cirkel" heette de onze. Gerard Zaaijer was de oudste en dus voorzitter. Bovendien had hij een echte kristalontvanger (die het soms ook deed) en in afwijking van de anderen een eigen kamer die hij niet met broertjes of zo hoefde te delen, wat zijn woonhuis direct kwalificeerde als hoofdkwartier.

De garage van de vader van Hans Koornstra werd gebruikt als uitwijkcentrum bij regenweer, want daar mocht je lawaai maken. De leden groetten elkaar met een soort van padvindersgroet met één vinger aan de pet. Hans werd gegroet met twee vingers en Gerard "uiteraard" met drie. Toen deze regels eenmaal waren vastgelegd, was de belangrijkste actie van de club achter de rug en konden wij verder door het leven met het geruststellende gevoel er bij te horen en konden wij onze vrienden melden dat wij lid waren van een geheime club. Gedurende het bestaan van de Doorbroken Cirkel is de inkomende correspondentie beperkt gebleven tot een dreigbrief van de concurrerende club "De Zwarte Hand" van de jongens twee straten verderop.

Iets dat ons deed sidderen natuurlijk, want die jongens waren gemiddeld zeker twee jaar ouder. Maar de club gaf ons gelukkig zo'n gevoel van geborgenheid en samen sterk dat niemand ons echt iets kon maken. Bovendien hadden wij een geheim wapen in de vorm van de kristalontvanger. Alleen waar we die voor konden gebruiken behalve voor intimidatie wisten wij ook niet precies.

Zie hier in het kort geschetst een van de essentiële elementen van een club: geborgenheid bij het nastreven van een gemeenschappelijk doel in een "dreigende" wereld. Nu moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat het doel van de Doorbroken Cirkel weliswaar niet glashelder omschreven was, maar dat is het mijns inziens ook niet van het onderwerp van deze week: het Cosso. En is dat misschien ook het antwoord op de vraag van deze week: Waarom is BSO geen lid van het Cosso?

Het Cosso is de vereniging I van Computer Software en -service leveranciers in Nederland. Een club waar je als dienstverlener lid van mag worden als je aan minimum kwantitatieve eisen voldoet, zoals minstens 25 man in dienst of een omzet van boven de f 5 miljoen, hoewel daar in speciale gevallen van kan worden afgeweken. Van de circa 1000 bedrijven die de bedoelde diensten leveren zijn de top 40 lid van het Cosso. En waarom BSO dan niet?

Een vraag die ons vaak gesteld wordt. Het antwoord is simpel: BSO heeft het lidmaatschap nooit aangevraagd hoewel het bedrijf met zekerheid voldoet aan de ballotage criteria. Waarom: Een beetje omdat BSO altijd een beetje anders is dan de anderen, een beetje omdat destijds, toen er gesprekken gevoerd werden met Cosso, de kwantitatieve criteria te veel nadruk kregen en ik geen bevredigend antwoord kreeg op mijn vragen over kwaliteitsbewaking.

Veel is er sinds deze gesprekken veranderd bij BSO (wij waren toen precies 25 man) en bij het Cosso dat ook flink wat professioneler is geworden. Vaak wordt in beleidsvergaderingen bij ons het lidmaatschap dan ook weer aan de orde gesteld, doch het antwoord is tot op heden altijd negatief gebleven.

Waarom? Heeft BSO dan de geborgenheid en de bescherming van de club niet nodig? Ja en nee. Ja, omdat in slechte tijden of bij belangrijke verschuivingen enige bescherming nooit weg is. Nee, omdat juist dat geruststellende gevoel van erbij te horen de eigen zelfverdediging kan verzwakken.

BSO is groot geworden door zelf haar boontjes in de markt en bij de overheid te doppen; BSO heeft een kwaliteitsimago verworven door zelf aan alle kanten op kwaliteit te letten en niet door het imago te lenen van de "club" en iedere keer denken wij weer dat dat zo het beste is. Vooral eigen veerkracht is ons geheime wapen tegen de dreigingen van "De Zwarte Hand".

Eckart

» Article index