Getemde passie en rauwe kracht
De paradox van de baard
De baard heeft het laatste decennium een revival beleefd. Dressmen, filmsterren en popzangers zijn ermee begonnen en ook het straatbeeld toont de laatste tijd meer baarden. Zelfs prins Bernhard draagt tegenwoordig een baard. Wat betekent de opmars van de baard en: hoe gevaarlijk is een baarddrager?
Daniela Hooghiemstra
Een man die een baard draagt, verbergt zich. Maar evenzeer als hij zich achter zijn baard verbergt, wil hij zich met zijn baard juist onderscheiden van de massa. Dat maakt een man met een baard tot een boeiend verschijnsel.
De baard is aan het einde van deze eeuw in opmars. De `five o'clock-shadow', de Californische sik, en de Spaghetti-Western-baard zijn een paar jaar geleden opgekomen als rage onder pop- en filmsterren. De klassieke, wat vollere baard is nooit weggeweest en lijkt populairder dan ooit. Filmmaker Steven Spielberg draagt een volle baard, tennisser Boris Becker, de zangers George Michael en Bono en de Nederlandse voetballer Danny Blind dragen een Spaghetti-Westernbaard, de tennisser André Agassi, de zanger Lionel Richie en acteur Brad Pitt tooien zich met een Californische sik.
In de vorige eeuw waren er grofweg twee baardentypen: de woeste zeemansbaard en de gecultiveerde baard van de man van stand. Daartussenin was er niets. Want om niet tot de zeemanscategorie te worden gerekend moest een man zich de kostbare verzorging van zijn baard kunnen permitteren. Een goed verzorgde baard gold jarenlang als teken van welstand.
Tegenwoordig ligt het ingewikkelder: iedereen die het wil, kan een baard dragen zoals hij dat wil. Verzorgd, niet verzorgd of half verzorgd. De baard is een paradox: hij staat enerzijds voor rauwe oerkracht, maar is anderzijdsmits goed onderhoudenjuist het symbool van controle en getemde passie.
Haar is van oudsher een teken van kracht. Volgens het oudtestamentische verhaal verloor Simson zijn kracht nadat Delila zijn hoofdhaar had afgeschoren. Maar aan de andere kant symboliseert een baard juist wijsheid en verhevenheid boven de menselijke driften. De Griekse filosofen, de bekendste baarddragers, bewaarden afstand van de wereld en concentreerden zich op wat huns inziens de essentie was van het bestaan zonder daarbij te worden beheerst door emoties.
Misschien zijn de tegenstrijdige betekenissen van de baard de reden dat veel mannen die naar het waarom van hun baard wordt gevraagd, zo verstoord reageren. Hoe moeten zij zulke ingewikkelde en mogelijk diep in het onderbewuste weggestopte drijfveren verklaren? Misschien zijn het ook de tegenstrijdige signalen die uitgaan van een baard die hem in deze tijd van cultureel eclecticisme zo populair maken. Of is, zoals psycholoog Van Krogten van de faculteit klinische psychologie te Amsterdam suggereert, de niet aflatende moderne behoefte aan 'iets nieuws' in deze burgerlijke maatschappij de reden voor de opmars van de baard? "De moderne man beleeft zijn avontuur door zich een paar dagen niet te scheren."
Een baard maakt een man majestueus", zegt Figaro Pasquale, een bekende Italiaanse haar- en baardenverzorger te Amsterdam. Hij gaat er prat op Hans van Mierlo in de jaren '60 de 'Kennedy-look' te hebben aangemeten en rekent al jaren vele prominenten in binnen-en buitenland tot zijn vaste clientèle. "Oh de baard", vervolgt Pasquale zangerig terwijl hij zijn ogen ten hemel richt. "Die kan een mens maken en breken. Het is een middel van distinctie, hij versterkt een elegant gevoel, brengt wat binnen zit naar buiten."
Pasquale is een groot voorstander van de baardhij introduceerde in de jaren 60 de 'Spaghetti-Westernbaard', de kort geknipte baard, in Nederlanden constateert tot zijn vreugde dat steeds meer van zijn klanten een baard laten staan. Volgens hem waren het de Amerikanen die na de Tweede Wereldoorlog in Europa de clean shaven face introduceerden. De opmars van de baard betekent voor hem: heropleving van de Europese cultuur.
Maar een baard moet wel goed verzorgd zijn, zegt Pasquale. Eens in de zes weken moet hij worden behandeld door een vakman. Neem prins Bernhard, die doet dat niet goed. "Zijn baard is te wild en te wit. Een baard van een oudere man moet niet wit zijn, maar metallic," aldus Pasquale. Hij heeft daar een trucje voor dat hij niet wil verklappen.
Toevallig komen twee baarddragers binnen. Waarom hebben zij een baard? Omdat het zo uitkwam, zeggen ze. "Vergeten te scheren'.' Hun vrouw kent hen niet anders, zeggen ze allebei. "Mijn vrouw wil het ook niet anders", zegt de een. "Na een ongeluk heb ik hem een keer afgeschoren en toen zei ze: als het zo moet, ga je maar weg." De ander: "Mijn twee zoons zijn in de twintig en hebben mij nog nooit zonder baard gezien. Als een vrouw mijn baard eraf wil, gaat ze maar met de muziek mee." Als de mannen weg zijn, zegt Pasquale: "Ze beweren dat hun baard toeval is, maar dat is niet zo. Het zit veel dieper. Ze zijn alleen te verlegen om dat toe te geven."
Een man met een baard verbergt zich, maar wil ook juist naar buiten komen. Hij is in ieder geval ijdel. Want het is niet zo, wat wel wordt beweerd, dat een baard makkelijk is. Voor degenen die geen zin, tijd of geld hebben voor de kapper vergt een baard veel werk. Een baarddragende journalist die anoniem wil blijven, zegt dat hij zijn baard eens in de tien dagen zelf knipt. Hij laat zien hoe moeilijk dat is: met in zijn rechterhand een grote schaar scheert hij onhandig langs het baardhaar aan de rechterkant van zijn kin. "Zie je wel, dat gaat niet", zegt hij. Bij nadere inspectie blijkt ook dat de rechterkant van zijn kin rigoureuzer is afgeknipt dan de linkerkant. "Mijn baard is nooit helemaal symmetrisch", zegt hij. Hij ontkent dat hij ijdel is, maar bekent wel: "Met mijn baard verberg ik mijzelf. Ik betreur eigenlijk de afwezigheid van een dikke pels over mijn hele lichaam."
Een fotograaf toont zich minder bereid de diepere reden van zijn baard te onthullen. "lk heb een baard omdat ik pukkeltjes krijg als ik mij scheer", zegt hij. In de jaren zeventig had hij een langere baard, nu heeft hij een stoppelbaard. Een volle baard is volgens de fotograaf gedateerd; "dat is echt jaren zeventig."
Uit psychologisch onderzoek naar de perceptie van baarden is gebleken dat een man er met een baard in sociaal opzicht op vooruit gaat. Mannen met baard worden mannelijker, volwassener, zelfbewuster, dominanter, moediger en non: conformistischer gevonden dan mannen zonder baard. Ook blijkt dat mannen van middelbare leeftijd met een baard jonger worden ingeschat dan zonder en dat een baard wordt geassocieerd met goedheid.
Een man heeft geen make-up tot zijn beschikking en is, als hij uit is op een ander/beter imago, aangewezen op iets met haargroei. Opvallend is wel dat de meeste vrouwen liever een man willen zonder baard. Uit een Amerikaanse enquête onder vrouwen kwam naar voren dat slechts een minderheid van 18 procent van baarden hield. Maar de fotograaf zegt dat vrouwen zijn baardstoppels wel waarderen. "Ze vinden het juist heel erotisch."
Maar in kinderboeken staan mannen met baarden toch vaak model voor onbetrouwbare schurken. Blauwbaard in het sprookje van Charles Perrault en Meneer Griezel uit het boek van Roald Dahl zijn prototypen waar kinderen van gruwelen. Voor Sinterklaas zijn kinderen ook bang ook al houden ze tegelijkertijd van hem.
In het beste geval verbergt een baard alleen een kin, gevreesd moet worden dat er meer aan de hand is. Onder baarddragers kom je ook sluwe misleiders tegen: mannen die pretenderen filosofisch in het leven te staan, maar ondertussen juist een meer dan gemiddelde daadkracht hebben: zucht naar macht of seks bijvoorbeeld. Met hun baard willen ze vertrouwen uitstralen om daar vervolgens munt uit te slaan.
Zulke baarddragers komen voor onder politici, psychiaters en sekte- en andere religieuze leiders. Gerry Adams, de Noordierse leider van de politieke arm van het Ierse Republikeinse Leger (IRA) bijvoorbeeld, Theo Finkensieper, de directeur van de meisjestochtschool in Zetten, die is veroordeeld wegens seksueel misbruik van pupillen, de Iraanse leider Ayatolla Khomeini, of de Bhagwanleider, noem ze maar op.
Maar de meeste baarddragers zijn juist kwetsbaar en bedekken hun kin als bescherming. Neem de voormalige fractieleider van de PvdA, Thijs Wöltgens. Hij heeft lange tijd op zijn baard geteerd: die suggereerde diepgang en wekte vertrouwen. Die barba-truc werkt in de politiek op de lange termijn echter niet: wie in de politiek wil scoren, moet koel berekenend met zijn baard omgaan. In de politiek moet de baard een instrument zijn, of zij moet niet zijn. Geen houvast in ieder geval. Want als de baard als politiek middel blijkt te falen, moet hij ook weer ongenadig worden afgeschoren, anders blijft hij herinneren aan de nederlaag. Wöltgens heeft zijn baard nog steeds. De geplaagde CDA-fractieleider Enneus Heerma was wel zo verstandig om zijn baard vorig jaar na de herhaalde aanvallen op zijn zwakke leiderschap af te scheren.
Onder intellectuelen is de baard al jaren geliefd. De columnist Henk Holland, de historicus Maarten
van Rossem, de Italiaanse schrijver Umberto Eco, de Amerikaanse psychedelische dichter Alan Ginsburg, ze zweren allemaal bij een baard. De baard van een intellectueel drukt iets romantisch-dromerigs uit: de man zou iets willen zijn, maar heeft zich ermee verzoend dat hij alleen iets is op papier.
In het bedrijfsleven was het dragen van een baard jaren geleden verboden of in ieder geval not done. De KLM schorste in 1973 nog een vlieger vanwege diens baard. De officiële reden was dat door de baard het "zuurstofmasker niet zou aansluiten", maar volgens een actiegroep van baarddragers destijds was het pure discriminatie. Tegenwoordig lijkt een baard in het bedrijfsleven geen taboe meer. Richard Branson, de exploitant van de platenzaak en vliegmaatschappij Virgin heeft een baard, New Age software-tycoon Eckart Wintzen, televisie-producent Harry de Winter en de Italiaanse kledingmaker Benetton ook.
Maar Ciska Bosman die aan de universiteit van Maastricht promotieonderzoek doet naar de invloed van uiterlijk op bedrijfsprestaties zegt in het bedrijfsleven nog altijd weinig baarden tegen te komen. "Een baard wordt geassocieerd met non-conformisme en geslotenheid. Zo'n uitstraling is in het bedrijfsleven niet positief." Volgens Jort Kelder, hoofdredacteurvan Quote, een glossy over het bedrijfsleven, zijn baarden volgens de dress-codes van de grote management-consultants inderdaad "no go". "In de top van het Nederlandse bedrijfsleven kom je met een baard niet binnen."
Maar nu zelfs prins Bernhard er een heeft, is de baard nog moeilijk af te doen als een tijdelijke gril. Als een koningshuis een trend eenmaal omarmt, kan deze het nog tientallen jaren uit houden. Het korte gelaagde dameskapsel dat de Britse prinses Diana in 1981 introduceerde is ook nog steeds in de mode.
Als de baard inderdaad in opmars is, belooft dat historisch gezien weinig goeds. De Romeinse keizers begonnen naarmate het Romeinse Rijk meer verviel en er meer geknokt moest werden, meer baarden te dragen. De opkomst van de baardmode viel ook samen met de tendens dat Romeinse keizers meer onthecht raakten van het dagelijks leven en zich meer gingen gedragen als paus dan als bestuurder. Na keizer Hadrianus (76-138 n.Chr.) die een baard droeg naar Grieks voorbeelden naar verluidt ook om zijn pokdalige kin te verhullengingen steeds meer Romeinse keizers een baard dragen om daarmee hun verhevenheid te onderstrepen.
Een baard duidt op volharding in het eigene. God wordt meestal afgebeeld met baard, zijn zoon Jezus Christus ook.
De combinatie van nieuwe eigen ideeën met streven naar macht komt dikwijls in een baard tot uitdrukking. Che Guevara, Trotski, Lenin, Fidel Castro, Yasser Arafat, allemaal baarddragers. Met dat laatste type baarddragers is het wel oppassen geblazen. Zij streven met hun baard een vorm van onaantastbaarheid na, die het louter verbergen van een onzekere persoonlijkheid ver overstijgt. Voor hun is het verbergen van hun mindere eigenschappen en het suggereren van verhevenheid geen doel, maar een middel. Hun baard is geen houvast, maar een instrument.
In de politiek kunnen baarden dus gevaarlijk zijn. Daarom is het gelukkig dat de huidige westerse leiders (nog?) niet zijn gegrepen door de baardenrage. In deze eeuw is er geen Amerikaanse president moer geweest met een baard. De laatste Britse premier met een baard was Lord Salisbury, die vertrok in 1901. Duitsland had in 1917 voor het laatst een behaarde Rijkskanselier, Theobald von Bethmnann Hollweg, en de laatste Franse president met een baard, Paul Doumer, werd in 1932 vermoord.
Niet alle baarddragers zijn gevaarlijke blauwbaarden. Zolang het filosofen, artiesten, intellectuelen of onschadelijke politici zijn die een baard dragen, is er geen reden tot zorg. Griekse filosofen hebben tenslotte eeuwenlang baarden gedragen zonder andere mensen iets aan te doen. En aan het feit dat mannen zelden eerlijk over hun baard willen praten, moet ook niet te zwaar worden getild. Daar zit alleen maar schaamte achter over zoveel ijdelheid.
Maar als zich straks de eerste mannen met baard aandienen die écht politieke macht hebben, of macht willen hebben en het talent bezitten die te veroveren, wordt het oppassen. Men moet weten dat achter de drager van zulke baarden ambities kunnen zitten die niet ophouden bij uiterlijke suggestie alleen. Zulke baarddragers rusten niet eer zij de superioriteit die zij met hun baard suggereren, ook materieël hebben bewezen.
Geraadpleegde bronnen: E. Hartfield en S. Sprecher: 'Mirror, mirror'... The importance of Boks in everyday life
(1986). R. J. Pellegrini: Impression of the mate personality as afunction of
beurdedness. Psychology 10, 1973. blz. 29-33.
Met dank aan R. van Royen, docent aan het klassiek seminarium te Amsterdam.

