ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Go West, Old Man

Jul 16, 1999 (HP de Tijd , Jan Kuitenbrouwer )

In een demonstratiezaaltje in gebouw 16 van de uitgestrekte kantoorcampus van Silicon Graphics in Mountain View, gelegen in het rivierdal ten zuiden van San Francisco dat ook wel Silicon Valley wordt genoemd, legt een iets te dikke jongeman in een kaki chino en een Ralph Lauren-polo uit wat zijn bedrijf zoal doet.

Een van zijn toehoorders, de Nederlandse industrieel Eckart Wintzen, weet dat wel zo ongeveer. In Emmeryville, hier niet ver vandaan, staat een opleidingsinstituut voor new media, genaamd Ex'pression, en in een reuzenvitrine midden in de hal van Ex'pression staan drie Challenger-computers van Silicon Graphics te pronk. Drie zeegroen-met-rood-gestreepte koelkasten staan daar, in de spotlights, als auto's in een showroom. De trots van de school, van de studenten, die weten wat voor awesome machines dit zijn, en van Eckart Wintzen, die de veertig miljoen gulden op tafel legde die nodig waren om Ex'pression op te zetten en draaiend te houden tot er ooit winst gemaakt wordt.

De te dikke jongen weet dit waarschijnlijk niet. Het enige dat hij ziet, is een zongebruinde man in een gestreept shirt en een spijkerbroek, met een stoppelbaard, een ziekenfondsbrilletje en grijs haar tot op. zijn schouders - een of andere Europeaan die om een bedrijfspresentatie gevraagd heeft.

Plichtmatig werkt de SGI-voorlichter zijn prevelement af. "Kunt u zeggen hoe krachtig dit systeem is?" wil een van de aanwezigen weten, als we gezien hebben hoe je met een SGI systeem op verschillende plaatsen tegelijk aan een en hetzelfde ontwerp voor bijvoorbeeld de benzinetank van een Harley Davidson kunt werken. "No," zegt de SDI-man, "I can't. We could talk benchmarks and numbers until tomorrow, but what we at SGI are talking about, is solutions." Er wordt wat aangedrongen. "Over ongeveer hoeveel PC's hebben we het?" probeert de vragensteller nog, maar het enige dat de SGI-man doet, is een tijdje glazig voor zich uit staren om vervolgens zijn standaardverhaal te hervatten. Wintzen begint zich te ergeren en wil weg. "Verkeerd gebouw, verkeerde man, verkeerde presentatie," denkt hij. "Wat daar gebeurde, dat is nou precies waar ik al die jaren tegen geageerd heb," zegt hij als we anderhalf uur later weer buiten staan. "Ook in mijn eigen bedrijf. Deze bedrijfstak zit vol met kortzichtige techneuten die vanuit hun product denken, in plaats vanuit hun klant. Die niet kunnen communiceren. Geef toch gewoon antwoord op zo'n vraag. Verzin iets. Zeg gewoon: vijfhonderd PC's of zoiets, wat maakt het uit? Dat wil die man horen!"

We zitten op een grasveldje en eten van het lunchpakket dat we hebben meegekregen van Birgitta Vos van Loon, Wintzens rechterhand in zaken van PR, al sinds de begintijd van BSO. Met Jan Timmer hamerde Wintzen in 1996 een deal uit: had Philips begin jaren negentig bij wijze van strategische move nummer zoveel zijn complete automatiseringsafdeling aan BSO overgedaan, in het kader van strategische move nummer zoveel-en-een kocht Timmer het geheel weer terug. Wintzen nam afscheid en BSO raakte in een identiteitscrisis die het bedrijf pas sinds kort, na vier directeuren, weer enigszins te boven lijkt te zijn gekomen.

Wat Wintzen aan zijn aandelen overhield, is een van de best bewaarde geheimen van de Nederlandse zakengemeenschap - "Ik wil niet in Quote," zegt hij, "ik hoor niet thuis in Quote " - maar chattingen lopen uiteen van enkele honderden miljoenen tot meer dan een miljard. Tegen journalisten die ernaar vragen, zoals ik op een avond als we wat gedronken hebben, zegt hij kortaf: "Bot." Vertaling: dat is wat men op zulke vragen bij mij vangt.

Wat doet het er ook toe; sindsdien beschikt Wintzen over een formidabel vermogen en veel vrije tijd. Voor iemand van zijn leeftijd is die combinatie meestal het recept voor wereldreis, kunstcollectie, zeilboot in St. Tropez, dat soort dingen, maar Wintzen had andere plannen. BSO/Origin mocht hem dan ontgroeid zijn als proeftuin voor zijn ideeën over het andere ondernemen, er waren genoeg mensen milieuvriendelijke bedrijf es die zijn geld en ervaring goed konden gebruiken. Zo ontstond Ex'tent. Eck's tent, voelt u wel, maar natuurlijk ook de tent van de ex, de extensie van Eck en, voor de echte diepdenkers: de zetel van Wintzens geldelijke reikwijdte, zijn financial Ex'tent.

Op zijn kantoor, een in aardetinten, sisaltapijt en reuzenbamboe gedachte jachtschuur in de bossen van Austerlitz, ontvangt hij dagelijks mensen die hem per brief om deelname in een of ander project gevraagd hebben en door de eerste schifting heen zijn gekomen. Vijftien waren dat er tot nu toe. Ook de bedragen die daarmee gemoeid zijn, maakt hij niet bekend. Na zo'n drie jaar trial and error is hem ongeveer duidelijk wat de plaats van Ex'tent op de groene-kapitaalmarkt moet zijn, welke projecten goed in Eck's tent passen en welke niet.

Zijn eerste grote project was 'Advanced Immuni T.', patenthouder van het synthetische eiwitmolecuul Peptide T. waarvan vermoed wordt dat het kan dienen als geneesmiddel tegen Alzheimer, MS, psoriasis en mogelijk zelfs tegen Aids. Ex'tent moet vele miljoenen in Peptide gestoken hebben. Veel heeft Wintzen daar nog niet van teruggezien; het duurt lang, de vorderingen zijn matig. '4Die medische onderzoeksbranche is een wereld op zichzelf," zegt hij. "Zo'n project is eigenlijk toch te veelomvattend voor het soort bedrijf dat Ex'tent in feite is. Achteraf gezien zou ik daar nu niet meer instappen, denk ik. Maar goed, ons commitment staat, dus we zullen door moeten."

Ook een achteraf-niet-project is de 'andere', maar nu ook weer niet z6 'andere' leasemaatschappij Hiltermann. Als Wintzen ergens om bekend werd, dan is het dat hij de enige Nederlandse captain of industry was die in een Twingo reed, en in Wintzens gedroomde 'nieuwe economie' zal het uberhaupt niet interessant meer zijn om een auto voor jezelf te hebben. Daarin is de auto die mensen gebruiken afkomstig uit een gemeenschappelijk beheerd, zo doelmatig mogelijk ingezet autopark. Een soort kruising tussen een wit autoplan en een gewone verhuurder, het uitgangspunt van een bedrijf als Green Wheels, waar Wintzen dan ook met volle overtuiging in deelneemt. Net als in Sla, een tijdschrift voor vegetariers. "Niet vegetariers!" zegt Wintzen. "Vleesverlaters. Daar gaat het juist om: vegetariers eten al geen vlees meer, terwijl Sla bedoeld is voor mensen die minder vlees willen, maar toch lekker willen eten en niet van die grauwe doorgekookte vegetarische zooi."

En dan is er natuurlijk Ben & Jerry's, het 'eerlijke' ijs uit Vermont USA, bereid uit onbespoten melk en rechtstreeks bij de planters betrokken pecannoten, dat met geld van Ex'tent naar Europa gehaald werd.

Dat wij nu hier in San Francisco zijn, is vanwege de tweede kern die zich in Wintzens investeringsportefeuille begint af te tekenen: de nieuwe media. In de vele raden en adviesorganen waarin Wintzen zitting heeft, hamert hij al jaren op de snelle aanleg van een breedbandige computerinfrastructuur, waarover je in kortere tijd grotere hoeveelheden informatie kunt verplaatsen dan over een gewone telefoonlijn mogelijk is. Kabelnetten, glasvezel - het kan allemaal en het zit er onverbiddelijk aan te komen, dus neem het initiatief, zegt Wintzen, in plaats van je te laten dwingen door ontwikkelingen in het buitenland. "D at heeft Nederland in de Gouden Eeuw ook gedaan, toen wij voor de handel met de Oost als eerste een route over zee ontwikkelden in plaats van over land. En dat heeft ons geen windeieren gelegd.

Over zo'n breedbandig computernetwerk kun je beeld en geluid van zeer hoge kwaliteit verplaatsen, en al dat geluid en die beelden, de content, moet geproduceerd worden. De industrie die daarvoor zorgt - waar de techniek van Silicon Valley en de creativiteit van Hollywood elkaar vinden - concentreert zich meer en meer in de bay area rond San Francisco. Pixar, het computer-animatiebedrijf van Steve Jobs, is er gevestigd, evenals de Skywalker Studios van George Lucas en zijn special effects-atelier Industrial Light & Magic.

Hier gaat zich de komende jaren een nieuwe boom afspelen. Oke, Internet is financieel interessant, investeringen die twee tot driehonderd keer over de kop gaan zijn geen uitzondering, maar de mensen milieuvriendelijke Wintzen-angle, waar zit die in dit geval?

"Die heeft te maken met vervoer," zegt Wintzen. "Het milieuprobleem komt voor een groot deel door de productie en het vervoer van allerlei dingen, mensen, goederen, dat wat wij 'welstand' noemen, en waarvan een deel niet meer nodig zal zijn als dat breedbandige net er is. Dan hoef je namelijk niet meer de deur uit voor het kopen van een CD, het huren van een video, het lenen van een boek of om elkaar te zien. Dat zal enorm schelen. En verder is het schone technologie. Geen filmpjes en ontwikkelchemicalien meer die de boel vervuilen, plus al die andere informatiedragers, tapes, schijfjes, enzovoorts die overbodig worden. Je produceert alleen maar nullen en enen."

et mag een plastic standaardpresentatie zijn die SGI voor ons geregeld heeft, indrukwekkend is het wel. Het bedrijf heeft bijvoorbeeld een driedimensionaal computerscherm ontwikkeld. Je zet een infrarood-bestuurde bril op en het Egyptische kleitablet dat daarnet nog een plat plaatje was, zweeft haast tastbaar voor je in de ruimte. De stap die deze industrie de laatste tijd blijkt te hebben gezet, is die van de grofkorrelige computergraphic naar het fotorealisme, zodat je haast het besefverliest dat je naar een kunstmatize werkelijk.

Ook de stap van het platte vierkante monitorbeeldje naar de driedimensionale bioscoop is gemaakt. We nemen plaats in een filmzaaltje tegenover een wit scherm van drie bij vijf a zes meter dat zich 180 graden om ons heen buigt. De SGI-man tikt op zijn keyboard en wij zitten in een straaljager. We vliegen overZuid-Spanje. Geen simulatie, nee, het echte landschap, samengesteld uit ware satellietbeelden. Elke kerktoren of eenzame hacienda die wij zien, ligt daar ook, en als we willen, kunnen we er rakelings overheen scheren. Kreten van angst en ontzetting alom. Dit is heel griezelig. (De echte NAVO-piloten die op dat moment echte bommen op het echte Servie gooien, trainden die vluchten met net zo'n systeem.

Na een bezoek aan een virtueel museum, dezelfde 180-graden-projectie maar nu met 3D-bril, zodat je tussen de schilderijen en plastieken door kunt lopen, is het tijd voor de finale, waarbij realistische projectie, 3D-techniek en virtuele manipulatie bij elkaar komen. Op. een grote, opaalglazen projectietafel ligt een motorblokachtig machineonderdeel. Het is er niet, het wordt geprojecteerd, en door de 3D-bril zie je het ruimtelijk. Door nu met je handen in van sensoren voorziene handschoenen dat beeld in te gaan, kun je de verschillende onderdelen van die machine manipuleren. Je pakt een deel beet, het verandert van kleur ten teken dat je het 'vast' hebt, je tilt het op en legt het opzij. Gretig meldt Wintzen zich aan als proefpersoon en laat zich uitleggen wat hij moet doen. "Dit is echt te gek," zegt hij, zijn gehandschoende armen uitgestrekt in het niets. "Dit is echt helemaal te gek."

Als we terugrijden door de Valley, waar de hoofdkwartieren van Apple, Sun Microsystems en Compaq gezelschap hebben gekregen van Yahoo, Lycos, Netscape en andere Internetgroeiers, legt Wintzen uit wat die demonstratie van daarnet volgens hem betekent. "Ik heb eigenlijk nooit zo'n fiducie gehad in dat hele virtual reality-verhaal. Je moet altijd een ingewikkelde helm op of een raar pak aan, en dat is een belemmering, want dat willen mensen eigenlijk niet. Maar je ziet nu dat dat helemaal niet hoeft. Met surround picture, en dan ook nog 3-D, kun je in je eigen kamer gewoon zo'n omgeving creeren. Dan zit de een daar en de ander daar en jij zit hier, en je zit gewoon relaxed met elkaar te praten. Met surround-geluid, zodat je alles perfect kunt horen, in plaats van dat je met zotn bril op zit of naar zo'n postzegelschermpje zit te koekeloeren!" De Star Trek-fantasie van de Teleporter - Beam me up Scotty - zal alsnog gerealiseerd worden, maar dan langs omgekeerde weg.

Eckart Wintzen en Jan Kuitenbrouwer in het virtuele museum met een 3D-bril opzet de mens wordt herschapen in de omgeving, maar de omgeving rond de mens. Wintzen knikt. "Ik vond dat echt een eye opener. Transported reality wordt het, in plaats van virtual. Ik dacht: kut, dat ik daar niet aan gedacht heb!"

Zodra je de mensen ontmoet met wie Wintzen hier zaken doet, wordt zijn wrevel over de plastic sfeer bij SGI begrijpelijk. De initiatiefnemer van Ex'pression en voorzitter van het bestuur, Gary Platt, is een luidruchtige ex-platenproducer met een paardenstaartje (Shaquille O'Neal, Bon Jovi, Spyro Gyra). Directeur van de school is Peter Laanen, berucht software-pionier in de jaren tachtig, oud-directeur van Inter Football, oud-voorzitter van de Koninklijke Baseball Federatie en ook nog eens directeur van Arcade Duitsland.

Er is een samenwerking met de pluizige kluizenaar John Meyer, onnavolgbaar innovator van de geluidstechniek, en een deelname in Silent Planet, studio voor animatie, webdesign, games, simulatoren, special effects en wat je verder nog kunt maken met chips en fantasie, opgericht door een 25jarige onstuitbare whizzkid genaamd John-Erik Moseler. Bovendien is er een investering in een nieuwe opnamesuite voor The Plant-platenstudio's in Sausalito, waar popklassiekers als Deja Vu en Rumours werden opgenomen, eigendom van Arne Frager, tevens sound-engineer van Prince, en zijn vrouw Rosie, die de wanden beschildert. Dynamische, flamboyante types, die drie dingen met elkaar gemeen hebben: een hoop talent, een intense gedrevenheid en de behoefte aan geld om hun ambities te verwezenlijken.

Op een avond zijn ze allemaal bijeen. Ter viering van al die deals en projecten is in de hal van de school, met uitzicht op de drie Challenger-computers, een diner georganiseerd. Als Gary Platt daar dan ook nog trots de komst van Jerry Brown aankondigt, oud-gouverneur van Californie, voormalig presidentskandidaat, ex-verlooEde van Linda Ronstadt en tegenwoordig burgemeester van Oakland, en Wintzen zich stralend te midden van al deze merrypranksters laat fotograferen, is het beeld compleet.

Zo in zijn nopjes zag ik hem van de week al eens eerder. We waren op een feestje bij Louis Rossetto en zijn vrouwJane Met calfe, hoog in de heuvels van Berkeley. Rossetto is de ex-uitgever van Wired, het maandblad over digital technology, dat hij begin jaren negentig met steun van Wintzen oprichtte. Onlangs verkocht hij zijn aandeel en sindsdien doen Louis enJane het kalm aan en denken na over iets nieuws. "No careers," lacht Rossetto, "just adventures."

Daar stonden we, op een enorme redwood veranda, met uitzicht op de stad, de baai, de bakermat van de computerindustrie en de ondergaande zon - bier niet verkrijgbaar, uitsluitend Chardonnay-omringd door een mooie selectie van de creatief-intellectuele incrowd van Berkeley, aangevuld met de Nederlandse videodesigner Max Kisman, een o-zo-Britse verslaggever van Vanity Fair en de eccentric Dutch tycoon Wintzen, zoals hij hier in de pers wordt aangeduid.

In deze zelfde heuvels heeft Wintzen vanmiddag naar huizen gekeken. Hij zal hier geregeld zijn de komende jaren, en overweegt een appartement aan te schaffen. Heeft hij met al die investeringen niet ook een beetje een nieuwe vriendenkring gekocht? Hij lacht, zoals hij wel vaker lacht om dingen die niet noodzakelijkerwijs leuk zijn. "Kom op. dit zijn geen grillen! Dit zijn stuk voor stuk solide, doordachte investeringen hoor." 5.1 Sound bijvoorbeeld, waarmee zowel de studio's van Ex'pression als de nieuwe suite van The Plant zijn ingericht, is nu standaard voor DVD's, maar is volgens sommigen voorbestemd de nieuwe geluidsnorm van de toekomst te worden.

Wintzen bejubelt zijn onlangs geinstalleerde 5.1 DVD-huisbioscoop, een systeem dat naar zijn overtuiging binnen tien jaar in elke huiskamer zal staan. Dat de vraag naar new mediatalent alleen maar kan toenemen, is volgens hem dus alleen maar logisch, zoals het in zijn ogen ook evident is dat voor een veelzijdige digitale studio als Silent Planet ook maar een koers bestaat, en wel omhoog. "Ik ben een zakenman," zegt Wintzen, "geen filantroop. Dat ik terechtkom bij mensen als Arne en Gary en John-Erik is omdat ik alleen zaken doe met mensen die ik leuk vind. Mensen met wie je gezellig kunt zitten, die selecteer je. Meestal is de vriendschap al opgebouwd voor je tot de daad komt, zoals met Arne Frager.

"Daar bij Silicon Graphics denk ik: mag ik alsjeblieft weg? Maar dat is het establishment van Silicon Valley; daar wil ik niks mee te maken hebben, zoals ik dat in Nederland ook niet opzoek. Maar zo'n Arne, die met het vuur in zijn ogen zijn 5.1studio staat te verkopen, daar ga ik voor. Of zo'n John Meyer, met zijn Rolls-Royce onder de luidsprekers. Een totale freak natuurlijk, maar wel een geniale. Dat soort mensen heb ik altijd uitgezocht. Wij hebben tien jaar geleden Thijs Chanowski's Medialab al ingelijfd, en niet voor niets, want wij wilden dat soort kennis in huis hebben."

In de beginjaren van Silicon Valley werd je als programmeur geacht uitsluitend spijkerbroeken en sneakers te dragen, toch minstens zo en nu en dan met geestverruimende middelen te experimenteren en liggend in een hangmat je code te schrijven. Keert Wintzen terug naar de anarchistische sfeer waarmee de IT-revolutie begon, op de plek waar het begon? "Misschien wel. Je hebt het zelf gezien bij Silicon Graphics: zodra je gaat groeien en een multinational wordt, is het snel afgelopen met de gekkigheden. Dat vreemde jaarverslag van ons, dat kwam toch altijd tot stand op tamelijk vage avondjes, en dat soort dingen worden steeds moeilijker naarmate je groeit. Die softwarewereld van begin jaren tachtig was een cowboywereld, en ik voelde me daar niet in thuis omdat ik zo'n cowboy ben, maar omdat ik graag help de regels te maken. Er waren geen regels, en hier heb je dat weer. Die experimentele kant van deze business heeft mij altijd het meest getrokken."

Maar volgens Wintzen is het ook de sfeer van Californie op zich. Zakendoen met Oostkust-Amerikanen is hem nooit zo bevallen. "Ze zijn daar vaak zo sneaky en schijnheilig, daar hou ik niet van. Aan de Oostkust word je bijna altijd genaaid."

Als we de heuvel aflopen, van het feestje van Louis en Jane terug naar de Claremont, het ooit nogal chique maar nu licht venallen parkhotel waar Wintzen logeert, vertelt hij over zijn jeugd. Zijn ouders, beiden huisarts, beiden gepromoveerd, vluchtten in de jaren dertig uit Duitsland naar Nederland. Zijn vader was streng. Elke ochtend om zeven uur op en nog voor school een uur zwemmen of tennissen. Van de vier gulden zakgeld per maand die Eckart kreeg, moest hij een kasboek bijhouden. "Ik was een buitenbeentje. Dat strenge regime, de enige op school die op afgetrapte schoenen liep, terwijl we ook de enigen waren met een auto, ouders met een Duits accent vlak na de oorlog, ga d'r maar aan staan. Het leren leven met een buitenbeentje te zijn, is geen lekker begin. Daar ben ik behoorlijk onder gebukt gegaan."

Zijn oudere zus werd psycholoog, zijn broer neuroloog, precies zoals zijn ouders het graag zagen, en Eckart brak zijn studie af om in zaken te gaan, een ambitie waar zijn vader weinig achting voor had. Opnieuw de outcast. Pas begin jaren negentig, toen BSO een multinational was en Wintzen hem uitnodigde voor een van zijn Infolutie-shows, schreef zijn vader hem een lange brief waarin hij hem gelukwenste en, voor Wintzen's gevoel, rehabiliteerde. "Toch heb ik nooit wrok jegens hem gekoesterd. Want door dat zwemmen en tennissen was ik 's ochtends al zo fris als een hoentje, terwijl de rest nog zat te suffen. En door dat kasboek heb ik met geld leren omgaan. Nooit platzak geweest, m'n hele leven niet, ook niet met zeventig gulden maandgeld tijdens m'n studie."

Als hij zo gebukt ging onder het buitenbeentje-zijn, waarom is hij het dan nu nog steeds? Waarom is hij niet zo snel mogelijk opgegaan in de massa? Of vindt hij buitenbeentje-zijn toch eigenlijk wel leuk?

Wintzen grijnst. "Tja, misschien wel. Na een tijdje krijg je door dat je er ook geld mee kunt verdienen." Maar dat hij iets kan, daar twijfelt nu toch langzamerhand niemand meer aan. Waarom dat geren en gedoe, die lange dagen, de stress van al die onderhandelingen? "Man, dit is toch pure. ln? Echt waar, zie je dat dan niet? Wat zou jij doen als je zo verwend kunt worden op kantoor als ik word, creatief bezig kunt zijn en tegelijkertijd nog iets nuttigs doet? Nou, nou, nou, nou? En een kunstcollectie en dat soort dingen, dat is me allemaal te veel werk. Och, geldingsdrang zal er zeker bij zitten, maar daar heb je geen freudiaanse vadercomplexen voor nodig. Was Dat je geen excentriekeling of wereldverbeteraar hoeft te zijn om hier geld te verdienen, blijkt wel uit de talrijke andere, niet ideeel gedreven investeerders die er actief zijn. De Internet-boom is een soort tweede generatie van de PC-boom van vijftien, twintig jaar geleden. Ook mensen als Roel Pieper, fortuin gemaakt in de PC-boom, speuren de Valley af naar jonge start-ups die geld nodig hebben, en jaagt op die manier de Internet-hausse aan. De Nederlandse software-ontwikkelaar Jeroen Mol (32) verkocht zijn bedrijf Prolin aan Hewlett Packard, kocht een huis in de bay area en investeert in beginnende Internetbedrijfjes. En zo zijn er vele, uit de hele wereld. Hun ervaring en affiniteit met de materie geeft ze een voorsprong op gewone venture capitalists, zodat de klassieke, gedroomde 1 + 1 =3-formule ontstaat, tot voordeel van iedereen. En gaat er iets fout, tantpis, met de rendementen die Internetfondsen realiseren, kun je tien keer investeren, negen keer floppen en nog winst maken. Er is hier, kortom, een economisch vliegwiel op gang aan het komen met een potentieel dat dat van de PC-boom misschien wel verre overtreft. Het is de wet van Xerox-researcher Bob Metcalfe (geen familie): elke nieuwe PC is er een, elke nieuwe Internetaansluiting verhoogt het aantal partners met een veelvoud. (Voeg aan een netwerk van tien stations een station toe en het totaal aantal partners stijgt van negentig naar honderdtien). Dat ook Wintzen, met zijn gevoelige antenne voor waar het heen gaat in de ICT, hier neerstrijkt, is dus geen wonder.

Op een avond krijgen we een glimp van dit vliegwiel te zien. Die ochtend is de overeenkomst tussen Ex'tent en The Plant definitief getekend, en ter viering heeft Frager Wintzen mee uit genomen op een tochtje door de omgeving, gevolgd door een diner in een landelijk restaurant, even buiten Sausalito. "Arne," zegt Frager's vrouw Rosie, die op eigen gelegenheid naar het restaurant is gekomen, "did you see the news?" "No, we were up in the hills." "Amazon has signed a deal with Liquid Audio." "What!?" "It was on the news."

Frager, een fitte vijftiger met grijs stekelhaar en een gouden oorringetje, kijkt haar strak aan. "Are you serious?" Liquid Audio is een systeem voor de versleuteling van muziekbestanden. Wie via Internet muziek wil verkopen, heeft dat soort software nodig, en Amazon, de grootste boeken- en platenwebwinkel ter wereld, gaat daarvoor dus in zee met Liquid Audio. Een bedrijf, zo leren we, waarvan Arne toevallig medeoprichter en grootaandeelhouder is. En dat binnenkort dus wie weet hoeveel meer waard zal zijn dan nu. (Inmiddels, na een soortgelijke deal met Barnes & Noble, een geslaagde emissie, gevolgd door een koersstijging van honderd procent in een dag, schat CNN de waarde van Liquid Audio op drie miljard dollar.) "This is good news!" roept Frager. "I'm gonna have a drink." Het wenkt de ober en bestelt een dubbele tequila. Wintzen kijkt glimlachend toe. Alsof hier slechts iets wordt bevestigd dat hij al wist.

» Article index