GROOT GROTER…. TE GROOT
Iets meer dan een jaar geleden deed ik met enkele studenten een onderzoek onder leiders van ict-bedrijven. Opmerkelijk was hun afkeer van grootschaligheid. Ze wilden wel groeien, maar de meerderheid had een voorkeur voor het celdelingsprincipe waarmee Eckart Wintzen BSO in andere tijden groot heeft gemaakt. Telkens wanneer een vestiging een kritische grens overschreed van circa vijftig mensen, werd de zaak in tweeën gehakt. Zelf vind ik vijftig mensen overigens nog vrij veel. Niet dat ik echt sociofobisch ben, maar ons gezin van vijf personen vind ik al behoorlijk druk.
Volgens sommige psychologen, onder wie wijlen Piet Vroon, zijn mensen niet in staat tot meer dan ongeveer honderd betekenisvolle relaties. Als je dat weet, kun je je wel voorstellen dat men in de meeste bedrijven liever geen klanten te woord staat. Ga maar na: als je naast je familie, buren, vrienden en kennissen ook nog een paar collega's hebt, is het domweg niet mogelijk om ook nog oprechte aandacht te besteden aan van die rare mensen die slechts af en toe voorbij komen en iets van je willen. Het is alsof je XP op een Atari 400 wilt draaien. Ik stel me voor dat de cellen van Wintzen heel wat klantgerichter waren dan de grote ict-kolossen met duizenden medewerkers.
Het vrije verkeer van kapitaal, informatie en goederen, gecombineerd met bureaucratische beheersingsprincipes en technologie, leidt tot relaties die de grenzen van ons bevattingsvermogen overschrijden. En daarmee ook de grenzen van ons ethisch besef. Van mensen aan de andere kant van de wereld die je niet kent, bijvoorbeeld in Zaandam, mag je als Amerikaan vrij jatten.
En zoals we lazen in het geweldige artikel van Peter Verkooijen in de vorige Emerce, worden ook de Nederlandse overheidssubsidies voor technologie-ontwikkeling het liefst in kleine kring verdeeld onder vrienden en bekenden.
Dat is misschien niet eerlijk, maar bevestigt wel mijn vermoedens. En dat is ook wat waard.
Ben Tiggelaar is schrijver en onafhankelijk adviseur: ben@tiggelaar.nl

