ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Gymnasia, computers en vleesfabrieken

Apr 01, 1992 (Computers op School , Jan Lepeltak )

JAN LEPELTAK is o.a. hoofdredacteur van COS

In COS zult u regelmatig interviews gaan aantreffen met personen die op de een of andere manier betrokken zijn bij onderwijs en/of informatietechnologie. Deze keer toeschouwers van het onderwijscircus. Betrokkenen die op hun gebied hun sporen hebben verdiend. Zoals Eckart Wintzen, oprichter en voorzitter van de Raad van Bestuur van BSO-Beheer, een van de grootste en succesvolste softwarehuizen van Nederland. Het BSO-concern telt ruim 3500 medewerkers in binnen- en buitenland. De BSO-organisatie is cellulair opgebouwd. Men opereert vanuit veel kleine zelfstandige eenheden, die 'zelf de broek moeten ophouden'. De BSO-filosofie en organisatie heeft school gemaakt in het Nederlandse bedrijfsleven.

Praten met Eckart Wintzen is praten met een gedreven man die veel lacht. Niet het type dat men direct aan het hoofd van een multinational zou verwachten. Geen koele zelfgenoegzame captain-of-industry die prat gaat op zijn succes, zorgvuldig formulerend en sprekend in dicteertempo. Een vraaggesprek met Wintzen betekent praten met iemand die van zijn hart geen moordkuil maakt en die krachttermen niet schuwt. Een interview met een progressieve ondernemer, maar ook een fervent verdediger van het categorale gymnasium, met geheel eigen opvattingen over de school als organisatie waar je leert, en de rol die de computer daarbij speelt.

'HET GYMNASIUM GAF MIJ EEN ENORME VOORSPRONG OP MIJN MEDEMENS'

Het denken over school en onderwijs wordt vaak gekleurd door de eigen schoolervaringen. Wat kunt u zich nog over uw eigen schooltijd herinneren? 'Ik ben een oorlogskindje, geboren in '39. De lagere schooltijd valt weinig over te zeggen. Ik heb privé-les gehad omdat het schoolsysteem niet meer functioneerde. Tijdens mijn middelbare schooltijd zat ik op een vreselijk saai gymnasium, Gymnasium Haganum in Den Haag. In mijn herinnering is dat een grauwe tijd. Maar erop terugkijkend heeft het mij mijn grootste voorsprong in het leven gegeven. Het feit dat ik het gymnasium gevolgd heb, gaf mij een enorme voorsprong op mijn medemens. Het is voor mij belangrijker dan mijn studie die ik erna gevolgd heb. Ik heb wis- en natuurkunde gestudeerd, weliswaar niet afgemaakt, maar toch vijf jaar een academische opleiding gehad. Je bent in die middelbare schooltijd veel vatbaarder voor denkprocessen, het is een heel belangrijke tijd van je leven. Ik had niet zo'n tijd als de huidige middelbare scholier, waar spraken is van veel feestjes en lol trappen, nevenactiviteiten en fotoclubjes en kampen. Ik heb het natuurlijk later wel ingehaald. Die kinderen van nu hebben alle lol al op. Alle soorten van feesten meegemaakt, alle soorten van wippen al gehad, ze hebben alle disco's van de wereld gezien. Zijn ze 21, hebben ze alles al gehad. Toen begonnen wij nog. Dat was wel lekker eigenlijk.'

Toch hoor je vaak zeggen: je leert zoveel dingen op dat gymnasium waar je eigenlijk niks aan hebt. 'Weetje wat ik heb geleerd? Ik heb er leren denken. Ik heb echt leren denken. Wat wij toen denigrerend de burgerschool noemden, daar werden rijtjes uit het hoofd geleerd. Wij leerden denken in die tussentijd. Ik geef toe op die school heb ik behoorlijk op mijn tenen moeten staan. Maar ik ben er wel heel blij mee, hoor. Ik zie dat verschil nog steeds. Hoe lager dat niveau, MAVO, veel dingetjes uit je hoofd leren, en HAVO heeft het ook nog wel. Ik denk nog steeds dat het gymnasium de enige plaats is waar je leert begrijpen waarom de dingen zo in elkaar zitten.'

Op dit moment pakt fotografe Gon Buurman een asbak waaruit vervolgens een astmatisch gekuch opklinkt. Het is duidelijk: op de kamer bij milieubewuste Wintzen wordt niet gerookt 'Ik zit met mijn dochter net in de ronde van het kiezen van een middelbare school. Ik had haar ook heel graag op het gymnasium gehad willen hebben, maar die wordt daarin niet gestimuleerd door haar omgeving. Ze snapt mijn wens wel, maar ze is mavo/havo gekeurd. Een advies dat ik overigens vroeger ongetwijfeld ook wel gehad zou hebben. Mijn broer is toentertijd voor zo'n debielen-mulo geselecteerd, die is inmiddels bijna hoogleraar en had met zijn 16e het gymnasium in zijn zak. Ze proberen het met die brugklassen wel op te vangen, maar het keuzemoment voor die kinderen is op zo'n rotleeftijd. Net voor die puberteit; de ontwikkeling moet nog komen eigenlijk. We proberen hem op een havo/vwo-brugklas te krijgen, maar we moeten er nog voor knokken. Als je lager gaat zitten, wordt het eisenpakket lager; dat vind ik jammer. Een mens leeft naar het eisenpakket dat hem wordt voorgeschoteld.'

Maar daarmee geeft u wel de argumenten om van die brede scholengemeenschappen te stichten en het categorale gymnasium af te schaffen.

'Absoluut niet. Dankzij dat categorale gymnasium heb ik die school afgemaakt.

Had ik zonder gezichtsverlies af kunnen zakken naar havo/vwo, dan had ik dat zeker gedaan. Maar daar werd gezegd: 'Ja, maar als je nou de volgende keer je proefwerk niet voldoende hebt, dan moetje naar een burgerschool. Dat werd dan op een manier gezegd van dat je dacht: dat is nou het laatste wat ik doe.

Het categorale gymnasium heeft het enorme voordeel dat het zichzelf beschermt. Eenmaal erop en je kunt het bijfietsen, dan houdt men je ook bij de les. Da's mijn gevoel tenminste. Ik krijg nog steeds dat lekkere gevoel. Al beschouw ik het niet als de leukste tijd van mijn leven.

Nee, de grootste fout die men maakt is de stichting van die grote scholengemeenschappen, die vleesfabrieken. Wat is nou een van de belangrijkste aspecten van een organisatie -en zo heb ik dit bedrijf ook jr elkaar gezet-: belangrijk is dat je in een overzichtelijke groep kunt performen en niet als een onderdeel van een groot raderwerk. Dat geldt nog meer voor de leraren dan voor de leerlingen. Lesgeven op zo'n vleesfabriek, dat valt niet mee. Als je in een kleine overzichtelijke groep zit, waar iedereen iedereen kent en waar je gezamenlijk staat voor de kwaliteit van je eindproduct, dan functioneert dat veel beter dan wanneer je in een groep van 80 of over de 100 zit. Die groepen zijn niet meer overzichtelijk. Wat kunnen ze er aan doen? Ze zijn onderdeel van een systeem. Je ziel erin gooien, daar gaat het om. Je gooit ergens je ziel niet in als je dat met zijn duizenden moet opbouwen. Wel in iets datje met zijn drieën doet, een elftal, bij een club maar bij grotere getallen dan begint het enthousiasme al weer te vervagen. Dan kun je je niet meer genoeg identificeren.

Die scholengemeenschappen zijn te groot. Als je bedenkt wat voor een wissel je trekt op de scope van een leraar. Die moet, wil hij een beetje functioneren, toch zijn collega's kennen, dat lukt al niet meer. Hij moet dan ook nog een zootje leerlingen in verschillende samenstellingen zien te behappen. Dat kan dus gewoon niet, dan heb je geen persoonlijk contact meer. Wil jij dan dat die leerling voor die leraar gaat werken? En dan moeten ze ook nog met teams over een leerling gaan praten? Zitten ze met zijn twintigen over een leerling te praten. Ja, sorry hoor, maar dat kan toch nooit. Dat is wel heel erg veel weg van het onderwijs zoals dat ooit bedoeld is.'

DE COMPUTER ALS LEERMIDDEL: DIFFERENTIËREN WORDT ECHT MOGELIJK

'Automatisering, wat heb je eraan in het onderwijs? Als je eventjes gaat doordenken, dan moet je vaststellen dat zéker multimediaal gebruik van automatisering een te gek hulpmiddel is bij opleiden. Waarom vallen scholen steeds meer en meer terug op allerlei visuele hulpmiddelen? Vroeger al had je de schoolfilm, dan kon je kijken naar de imker. Wat we ons allemaal nog wel herinneren. Je ruikt die lucht nog wel van het filmlokaaltje waar dat allemaal gegeven werd. En nu de videoprogramma's die gebruikt worden. Een mens is nu eenmaal visueel ingesteld. Maar wat doet een schoolmeester voor de klas? Niets anders dan sequentiële dingen brengen. Het ene woord na het andere en hij schrijft daar sequentieel dingen bij op. Zo zitten wij niet m elkaar. Wij leven van beelden, geluiden, geuren. En ons geheugen zit veel lekkerder -of beter: complexer- in elkaar dan dat wat een klassiek schoolbord kan doen. Een boek is ook zo'n stupide ding. Allemaal sequentieel door die letters heen zitten werken. Van de knotse! Plaatje d'r bij! A picture tells more than a thousand words. Dat is toch ook hartstikke zo. Veel meer trouwens, als je het in pixels uit zou rekenen.

Kijk je nou naar een hoogste klas in de basisschool -en we praten nu maar even in termen van IQ- daar zitten kinderen met een IQ van 100; veel zitten er onder, en statistisch gezien een zelfde aantal er boven. Een kind met 130 leert de dingen driemaal zo snel als een kind met 80. Als je die van 130 hetzelfde geeft, zit die zich snel rot te vervelen; staat te rauwdouwen in de klas. Nu kun je twee conclusies trekken. Of je scheidt ze beter, dan ga je het gymnasium/mavo/havo-pad in. Daarnaast is er de andere oplossing: de leerlingen in het tempo te laten leren dat bij hun past. Daar biedt multimediale instructietechnologie geweldige mogelijkheden. Differentiëren qua intelligentie, tempo, maar ook de tijd wanneer je dat kunt. Nu is dat voor de middelbare school niet zo'n punt. De school duurt van zeg acht tot drie. Maar het onderwijs houdt tegenwoordig niet meer op na de middelbare school. Met zo'n snel veranderende maatschappij heb je onderwijs nodig zolang je nog deel uitmaakt van die maatschappij. En eigenlijk daarna ook nog, anders kun je je huishoudelijke apparatuur niet bedienen. In dat traject wil je iemand het liefst onderwijs aanbieden op het moment dat dat hem het beste uitkomt. Individualisering is een duidelijke trend die op het moment gaande is. Daar is instructietechnologie een ideale oplossing voor. Maar that's the good news, now the bad news. Het ontwikkelen van een uur computerondersteund onderwijs is soms een investering in de orde van een paar ton. Dat doe je alleen voor onderwerpen die een redelijk blijvend karakter hebben, of voor een hele grote doelgroep. Je moet het goed kunnen verspreiden ook. Daar is ook door de overheid nog niet voldoende over nagedacht. Ten eerste wist men de prijs nog niet, dat is logisch. Er is spraken van experimenteel gedrag en dan kom je er na verloop van tijd achter: wat kost dat nu eigenlijk? Nou, we beginnen er nu achter te komen dat dat pittig is. De verspreiding is er niet en bovendien je concurreert met de lokale leerkracht. Die zegt dat correspondeert niet met mijn boekje, of dat past niet in mijn schema. Als je die middelen ontwikkelt, moet je zorgen voor een goed verspreidingsmechanisme. De leerstof wijzigt zo snel. Je moest in de jaren vijftig nog de eilanden van Indonesië leren, terwijl we het allang kwijt waren. Dat geeft het naijl-effect aan. Het ministerie bedenkt de inspectie gooit het in de kanalen. Dit zijn de eisen die we aan het systeem stellen. Uit correspondentie die we met het ministerie van O&W voerden, bleek dat men voor het beantwoorden van een brief minimaal vier weken rekent. Moet je nagaan hoe lang het duurt voor je de inhoud van het onderwijs aanpast, dat loopt per definitie achter. Het zou me niet verbazen als er nog leerlingen zijn die met een logaritmetafel lopen te sjouwen, terwijl die dikker en zwaarder is dan een elektronische rekenmachine, die lopend op zonne-energie aanzienlijk betere informatie geeft dan die logaritmetafel.

Ik ben ervan overtuigd dat er een enorme toekomst ligt voor computerondersteund onderwijs. Ik denk dat we, ik zou bijna zeggen de plicht hebben, goed uit te zoeken welke vakken in aanmerking komen voor computerondersteunde instructie. Vakken waarvan de inhoud solide en constant genoeg is om daarin te investeren; maar eenmaal geïnvesteerd, heb je dat heerlijke individualiseren van tijd en snelheid waarmee je dat vak wilt doen. Ik denk dat dat in toenemende mate van belang zal zijn.'

Wanneer denkt u dat de computer een vergelijkbare plaats in het onderwijs heeft verworven als het boek?

'Dat is moeilijk precies te zeggen. Maar macro-economisch gezien komt dat moment. De toekomstige maatschappij eist veel en veel meer kennis in je kop voor je er aan kunt deelnemen. Aangezien dat aanzienlijk intensievere instructiemethoden vergt dan vroeger met dat plaatje of de stoffige leraar met een stoffig verhaal, komt dat er. De rol van de leraar zal anders worden. Behalve die begeleidende rol het je natuurlijk menselijk contact nodig. Je kunt niet op een achterkamertje natuurkunde gaan doen. Je hebt een school nodig alleen, ik denk dat de totale hoeveelheid stof die in die koppen geperst kan worden aanzienlijk groter wordt dankzij deze hulpmiddelen. Bij tekstverwerking had je eerst ook verzet uit de hoek van de secretaresses. Nu zien ze het voordeel voor hun werk. Dat zal bij de leraren ook zo zijn. Maar uiteindelijk gaat men voor de bijl. Zeker voor basisstof is het een fantastisch efficiënt hulpmiddel. Het moet er komen.'

LOKALE INTELLIGENTIE

Nu is het zo dat de scholen meer autonomie krijgen, zou dat ook voor de onderwijsinhoud moeten gelden?

Met stemverheffing: 'Volledig, absoluut, volledige autonomie. Weet je hoe het Nederlandse stelsel is? Iedereen is debiel, behalve ik. Althans iedereen die onder mij werkt. Ik zit op een ministerie, dus ik weet het. Wat is dat nou voor lulkoek. Wie praat er met die ouders, wie zit er midden in die maatschappij? Dat is toch die school. In ieder geval zitten ze niet minder in die maatschappij dan die ambtenaren in dat grijze gebouw in Zoetermeer.

Kijk, als je jarenlang een curatelenhouding hebt aangenomen, dan laat diegene zich ook verzorgen. Zoals een patiënt na verloop van tijd hospitaliseert in een ziekenhuis. Je denkt van: ja, eigen initiatief wordt nooit beloond, dus je hebt dat eigen initiatief compleet afgehakt. Dan wacht men rustig af, sterker nog, alles wat van boven komt, stuit op verzet: 'Rot op met die teringzooi'. We hebben in dat hele systeem van betutteling de zaken ook vrij doodgemaakt. Elk initiatief altijd gekeeld. Waar ik een grote voorstander van ben, is wat ik noem lokale intelligentie. Zelf veel grotere vrijheid wat betreft de samenstelling van het schoolprogramma, ook aangepast aan de wensen van de omgeving waarin je zit. Waarom moeten we er nu overal diezelfde grijze eenheidsworst van maken? Laat de ene school rustig wat meer de nadruk leggen op het een en de ander wat meer nadruk op het ander. Daar wat meer goed in zijn. Dan wordt de keuze ook wat minder grauw.'

En het gevaar dat de school voor bepaalde groepen minder toegankelijk wordt, te duur, het ontstaan van elitaire scholen? 'Kijk, een school moet natuurlijk toegankelijk zijn; niet om wat je in je portemonnee hebt, maar in je koppie. Maar wat hebben we aan die centrale examens hier?'

De technieklokalen van BSO: de moderne schooltuin

Begin van dit jaar werd in Dordrecht het vierde door BSO gesponsorde technieklokaal door de gemeentelijke PABO in gebruik genomen. Utrecht, Alkmaar en Den Haag gingen Dordrecht voor.

Vanaf 1987 is het systeemhuis BSO actief in het basisonderwijs. In dat jaar werd het project 'Zonder drempels naar 2000' uitgevoerd door docenten van de Pedagogische Hogeschool De Domstad. Onderzocht werd hoe men kinderen kan laten kennismaken met de technologische aspecten van onze maatschappij. Daartoe werd op de Utrechtse PABO een zogenoemd 'technisch ontdeklokaal' ingericht, waar kinderen uit de zevende groep van het basisonderwijs gedurende zes weken in wekelijkse lessen konden ontdekken hoe bijv. een dynamo werkt, hoe je met behulp van lego en een computer een geautomatiseerde lopende band kunt maken, maar ook hoe een stoommachine werkt. Tevens werd lesmateriaal ontwikkeld, dat gratis werd verspreid.

Dr. Jos van der Laan, onderwijskundige van PABO 'De Domstad' geeft aan dat het er om gaat dat kinderen al spelende de hanteringsprincipes ontwikkelen van de verschillende apparaten. 'Het is ons gebleken dat kinderen na vier keren al vaardiger zijn dan volwassenen wanneer ze met apparaten omgaan'.

Bij het opzetten van de technieklokalen speelt tevens het groeiende tekort aan technisch geschoolde mensen mee. De heilloze scheiding in leren met je hoofd en leren met je handen, die in ons onderwijs al vroeg wordt gemaakt is daar mede debet aan. Dat invoering van het vak techniek in de basisvormen daar veel aan zal doen valt te hopen, al is enige scepsis wel op zijn plaats.

Aangezien volgens prognoses in het jaar 2000 zeker 90% van de werkgelegenheid op de een of andere wijze een relatie zal hebben met informatica is het van belang dat leerlingen al vroeg met technologie in aanraking komen. In een gesprek met COS stelt oprichter en president-directeur van BSO Eckart Wintzen, dat leerlingen dan wel vroeg achter de computer kunnen, maar ook iets moeten weten van de basisprincipes van bijv. elektriciteit en mechanica. Inmiddels blijken de ontdeklokalen aan te slaan, in Nijmegen, Leeuwarden, Rotterdam en Maastricht blijken PABO's zelf ook al een ontdeklokaal te hebben ingericht.

Nou, het zorgt in ieder geval voor een minimale kwaliteitsgarantie.

'Nou, dan ook wel een absoluut minimum. En wat doen we nou met die examens? Vroeger was het nog een voorwaarde voor toelating tot de universiteit. Dat is het inmiddels allang niet meer. Ik ken studen-

ten die nog nooit een eindexamen gehaald hebben, nog geen MAVO, maar die hebben alle toegang tot de universiteiten geritseld, maar nog nooit een eindexamen gehaald. Die 'studeren' dus, maar die studie maken ze nooit af natuurlijk. Dat systeem is dus volledig te omzeilen. Dat universitaire systeem is veel te veel examenpezen geworden. Ze moeten natuurlijk twee jaar feesten en vier jaar studeren dus ze moeten ontzettend schipperen met hun tijd. Is dat nodig voor mijn examen? Nee dus, weg. Door dat hele betuttelsysteem hebben we de vrijheid ontnomen aan de studenten en aan de school. Daardoor leren we inderdaad voor het examen en niet om te leren.'

Laten we terugkeren naar het voortgezet onderwijs. Je kunt je afvragen: is er wel plaats voor een vak informatiekunde en informatica in het VO? 'Absoluut. Twintig uur? Dat vind ik wel erg weinig. We leren rekenen en we leren schrijven, aardrijkskunde en geschiedenis. Allemaal belangrijke vakken. Basiskennis van de wereld. Maar het informaticavak is zo apart komen te staan, zo zijn eigen leven gaan leiden. De complete handeling van informatie, daar moet je net zoals bij rekenen en wiskunde de basisprincipes van kennen. Weten hoe dat ding in elkaar zit. Dat is ook de reden waarom wij destijds dat programma voor die lagere schoolkinderen hebben laten ontwikkelen. Want die werden pats boem in ons overenthousiasme achter zo'n beeldscherm neergepleurd, terwijl ze nog niet weten wat stroom is. Ze kennen het principiële verschil tussen hard- en software niet. Die basisprincipes moet je kennen, wil je later in een ander vak met informatica omgaan. Je komt later als jurist, medicus, of bioloog je leven niet meer door zonder met een computer in aanraking te komen. Als medicus leer je ook hoe moleculen in elkaar zitten, terwijl je die uiteindelijk ook niet beetpakt. Maar toch wordt van je geëist dat je de basiskennis bezit over chemie, kristalleer etc.. Idem dito hoort informatica in je basispakket te zitten. Je moet snappen hoe dat apparaat ruwweg met dat spul omgaat. Je kunt momenteel nog steeds academicus worden zonder ooit een letter over informatica gelezen te hebben. Dat vind ik belachelijk, absoluut belachelijk. En het hoort absoluut ook tot het middelbare schoolpakket en ik vind ook dat het een eindexamenvak moet worden.'

Dat is niet het streven van de overheid. Als er een deel verplicht is, dan wil men dat koppelen aan wiskunde en statistiek.

Met stemverheffing: 'Belachelijk, totaal gestoord, hoewel ik moet toegeven dat statistiek voor veel studies een interessant fenomeen is. Het vak statistiek is wel interessant. Tuurlijk geef je statistiek als vak. Maar het heeft niets met informatica te maken. Kijk, dat illustreert weer wat ik aan het begin van het interview al zei: het ministerie van onderwijs loopt per definitie al jaren achter bij de realiteit. Nu komt men er achter dat er computers bestaan.

Waar worden die ook al weer voor gebruikt, oh ja, voor statistiek. De computer gebruiken voor statistische bewerkingen, dat was 20 jaar geleden inderdaad de hoofdtoepassing. Die tijd is voorbij. Ik denk dat je het woord computer ook moet afschaffen. Het is een heel verwarrend woord, want het komt uiteindelijk voort uit het woord optellen. Een computer is vandaag de dag een communicatie-instrument. Dat dringt nog niet door tot de mensen. De computer is een verlengstuk van de telefoon geworden. Je slaat er berichten in op, haalt ze weer op, verstuurt ze aan mensen. Het is een combinatie van een fax, een televisie en een telefoon eigenlijk, en een bestand. Dat alles op een hoop gegooid en gehusseld, en daar krijg je dan nog plaatjes bij, bewegende beelden. Je moet wel weten wat de beperkingen zijn, wat dé bewerkingen zijn die nodig zijn. Waarom werken sommige dingen niet en sommige dingen wel. Waarom zijn sommige dingen makkelijk en sommige dingen moeilijk. Dat is informatica. Ze hebben vijf jaar geleden het woord telematica uitgevonden als combinatie van telecommunicatie en informatica. Uiteindelijk is alle informatica eigenlijk telematica tegenwoordig.

Eckart Wintzen:

Het gymnasium, erop terugkijkend, heeft mij mijn grootste voorsprong in het leven gegeven. De grootste fout die men maakt, is de stichting van die grote scholengemeenschappen, die vleesfabrieken. Laat de ene school rustig wat meer de nadruk leggen op het een en de ander wat meer nadruk op het ander. Dan wordt de keuze ook wat minder grauw. Informatica, het hoort absoluut ook tot het middelbare schoolpakket en ik vind ook dat het een eindexamenvak moet worden. Een computer is vandaag de dag een communicatie-instrument.

» Article index