Het is al kwart over drie
Sinds zijn vertrek bij BSO/Origin investeert Eckart Wintzen (68) in groene projecten als de Eyecatcher en Greenwheels. Zijn missie is om, zoals hij zelf zegt, de economie te dematerialiseren. ‘Of je een elektron door een buisje stuurt of een auto over het asfalt laat rijden, dat maakt nogal wat uit.'
Ik maak een goede indruk als ik in mijn Greenwheels-autootje voor kom rijden bij de ‘bosschuur' van Ex'tent midden in de bossen bij Austerlitz. Eckart Wintzen heeft jaren geleden meegedaan aan de eerste ronde financiering van dit autodeelbedrijf. ‘Ik vond het een fantastisch concept, het sprak me meteen aan. Het biedt mensen namelijk persoonlijke mobiliteit en dat is wat mensen echt willen, wat ze in de huidige maatschappij sort of nodig hebben. Het gaat ze helemaal niet om die auto, maar om dat ze overal naartoe kunnen gaan waar ze maar naartoe willen, overdekt bij voorkeur. Dat biedt Greenwheels, mobiliteit voor iedereen die geen auto bezit. En we doen dat, al naar gelang de stad, in een verhouding van een op tien, een op twaalf. Dat wil zeggen dat tien tot twaalf leden één auto gebruiken. Moet je je voorstellen: dat betekent dat er elf auto's niet gemaakt worden, dat je elf parkeerplekken uitspaart. Dat is tien vierkante meter kostbare grond. Dus je snapt dat ik dat omarm en het is alleen mogelijk dankzij IT. Je kunt vanuit je huis met je pc een auto reserveren, zo'n ding wordt dankzij IT vrijgegeven door de centrale, dat zijn dingen die zonder IT totaal ondenkbaar zouden zijn. Greenwheels is een van de makkelijkste voorbeelden om uit te leggen wat ik doe.'
Ik word vaak nogal meewarig aangekeken als ik vertel dat ik geen auto heb, maar een Greenwheels-abonnement.
‘Ja, ik zou graag willen dat Greenwheels zijn imago wat hipper maakt, wat sexier. Dat je vol trots kunt zeggen: nee, ik heb geen auto, ik heb mijn hipwheels. Dus dat het omgekeerd wordt. Met Greenwheels heb je in ieder geval altijd een parkeerplaats...
‘Kijk, we stellen vast, met Al Gore of zonder Al Gore, dat we zo niet door kunnen gaan. Er is een eindigheid aan. Dan kun je twee dingen doen. Je kunt zeggen: dat mag niet! Maar dan moet je er knetterharde sancties in gooien. Of je zegt: ik wil jou verleiden om het anders te doen. Dat je wel je comfort hebt, dat je wel het gevoel hebt dat je het fijn hebt, maar dat je iets anders doet dan voorheen. Iets dat minder aardse bronnen verteert. Dat is waar ik mijn geld in stop. Greenwheels is een voorbeeld. Een ander heel makkelijk voorbeeld is mijn Eyecatcher, waar de IT volledig wordt ingezet om persoonlijke mobiliteit zelfs helemaal niet nodig te hebben. Dan had je helemaal niet in je Greenwheels hoeven stappen, dan was je gewoon naar de dichtstbijzijnde Eyecather gelopen en had je zo met mij kunnen praten.'
Maar dan had ik deze prachtige werkkamer gemist.
‘Ja, dan zou je dit gemist hebben. Maar is dat je zoveel waard dat je daarvoor al die bronnen opsoupeert? Ja, van mij mag je, maar wat is de relevantie voor je werk? Ben je hier voor entertainment zodat je mijn kamer ziet of ben je hier voor je werk? Het tweede is natuurlijk officieel het geval. Ik snap die eerste wel en ik wil je dat ook niet ontnemen, maar de lol die je hebt door hier te zijn heeft je wel heen en terug twee uur auto gekost, je hebt tien liter brandstof verbruikt...'
Nou, die nieuwe auto's zijn heel zuinig.
‘Die Aygo's. Ja, maar die verbruiken altijd nog 150 gram CO2 per kilometer, keer 200 kilometer, dus je hebt toch al gauw een kilootje of wat aan CO2 toegevoegd alleen om mijn kamer te zien.
‘Dus we moeten anders leren denken, maar dat leren we alleen als we ertoe verleid worden. Zoals we opnieuw hebben leren denken over muziek door de iPod en mp3's. Ik zal toch never nooit meer een cd kopen. Ik heb zo'n macht aan muziek, deels legaal, deels illegaal. Ik wil er met alle plezier voor betalen, hoor, alleen is het nog teveel gedoe. Daarom investeer ik ook in een bedrijf dat het simpel verrekenen van die paar centen auteursrechten mogelijk maakt.
‘Ik wil de-materialiseren. Dat is een van de pijlers waar ik mij op richt. Door jou wel het comfort te geven van muziek, transport, mij zien, als je dat een genoegen vindt tenminste, zonder dat daar hele grote fysieke dingen bij komen kijken. Zoals het kopen van een auto, het tanken van twintig liter benzine of het rijden naar een winkel, parkeren, kopen van een cd. Die cd's stapelen zich dan weer op, dan moet je weer een kast kopen om ze in te stoppen. En zo gaan we maar door met materiaal om ons heen te verzamelen, terwijl het heel goed op een andere manier opgelost kan worden. En de tijd en de technologie is er. Dat is mijn visie op IT.'
Maar IT slurpt toch ook gigantisch veel energie? Al die datacenters die dag en nacht op volle toeren draaien en die dan weer gekoeld moeten worden.
‘Hoeveel dieselolie gebruikt zo'n datacenter? Dat zal best veel zijn, denk ik. Vijfhonderd liter, duizend, ik weet het niet. Maar ga dan eens bij het tankstation bij Breukelen staan. Daar gaan er een paar duizend liter per minuut doorheen. Dus waar heb je het over? Natuurlijk slurpen die dingen benzine, of kilowatten. Maar vergeleken met materiële mobiliteit is dat niets. Of je een elektron door een buisje stuurt, want dat is wat datacenters doen, elektronen of fotonen door een buisje sturen, of dat je een hele fucking car van anderhalve ton over het asfalt laat rijden, dat maakt nogal wat uit. Denk eens even na, pak eens de achterkant van een sigarendoosje en reken het eens even uit.'
Wat rijdt u zelf?
‘Tegenwoordig in een Prius. Ik heb mijn hele leven in kleine autootjes gereden, maar ik zag die Prius komen en die heeft het zelfde verbruik of zelfs iets minder dan die kleine autootjes. Daarvoor reed ik in een Twingo, daarvoor een Clio...'
Ook toen u nog directeur was van BSO?
‘Ja, toen had ik een Ford Fiesta. Ik deed dat om duidelijk te maken dat het daar niet om gaat. Het gaat niet om die auto, het gaat erom of je plezier hebt in je leven.'
Maar dat is toch het probleem, dat die auto voor veel mensen juist wel belangrijk is?
‘Ja, maar dat probeer ik dus ook om te buigen. Zij zagen aan mij dat ik een gelukkig mens ben, ondanks mijn Fiesta. Dus dat probeer je uit te stralen. Maar zolang Nederland nog denkt dat je meer voorstelt als je in een geblindeerde Audi of BMW rijdt, dan ben je verkeerd bezig. Maar het turnt soms ineens om en ik ben een van de stemmingsmakers. In de jaren vijftig was het ontzettend blitz om een Amerikaanse auto te hebben. Die werden groter en groter en langer en langer. En toen kwam die omslag. Toen was het ineens uit om een Amerikaanse auto te hebben. Dan was je een pooier, of een aannemer. Dus dat is allemaal stemming, allemaal mode. En zo moet het mode worden om in hipcars te rijden, in plaats van zo stom een uur te moeten lopen naar een parkeerplaats of anderhalve ton te betalen voor de koop van een parkeerplaats in Amsterdam. Jij loopt gewoon naar je Greenwheeltje toe en lacht ze allemaal uit.'
Bent u optimistisch of pessimistisch gestemd?
‘Mijn optimisme staat zwaar onder druk. Ik zie nog te weinig gebeuren. Het goede nieuws is dat er nu in elk geval over geluld wordt. Dat groen ineens hip is. Je telt niet meer mee als je niets groens doet. Dat is prima. Dankzij Al Gore. Dankzij Al Gore hebben we nu een minister van Milieu. Dus het is bespreekbaar en je bent geen loser als je het over het milieu hebt. Tien jaar geleden was dat anders. Toen was iemand die het milieu au serieux nam een geitenharen sok of een fucking milieuactivist die ons maar dwarszat. Maar nu kon Balkenende niet hard genoeg kwispelen om maar alsjeblieft bij Al Gore in de auto te zitten. En dan moet je er wel iets tegenover stellen, natuurlijk.
‘Dus die turn hebben we gehaald, dat is fijn. Maar ik denk dat het bewustzijn nog veel te laag is. Want uiteindelijk gaan we toch gewoon door bij waar we gebleven waren. Krampachtig proberen we het comfort vast te houden dat we gewend zijn. Sterker nog: we proberen dat comfort nog dagelijks te verbeteren in de hoop dat we door een maatregeltje hier en een dubbeltje daar de wereld kunnen redden. Maar zo is het niet. Men denkt dat het nog tien voor twaalf is, maar het is al lang kwart over drie. We zijn ver voorbij point of no return, een heleboel dingen zijn niet meer terug te draaien. Maar als we als mensheid nog een of twee generaties willen overleven, dan moet er nu hard gewerkt worden.'
In de IT-industrie lijkt nu ook het besef te zijn doorgedrongen...
‘De IT-industrie zijn mijn vrienden. Ik zal je laten zien waarom. Ga maar eens daar in die stoel zitten...'
Wintzen loopt naar een andere kamer en verschijnt even later op de Eyecatcher, een beeldtelefoon waar je elkaar door het slimme gebruik van spiegels in de ogen kijkt. Het is inderdaad een prachtig alternatief voor een live gesprek en ik ga me toch enigszins schuldig voelen over mijn ritje, al was het met een Greenwheels.

