Het is mooi geweest
Topmanagers geven erop steeds jongere leeftijd de brui aan
door Quinty Danko
Het is een onmiskenbare trend: topmanagers die er relatief jong mee ophouden. Ze raken sneller opgebrand dan vroeger, onder meer doordat hun taken na het wegsnijden van het middenkader zo veel zwaarder zijn geworden. Daarnaast is er de opkomst van het 'kritisch hedonisme': het idee dat plichtsbesef leuk en, aardig is, maar dat er toch ook ruimte moet zijn voor persoonlijk genot. Mooi meegenomen is dat de verbeterde salariëring in het bedrijfsleven, met dank aan de optieregeling, de vroeg scheidende bazen ook financieel instaat om de luwte op te zoeken. Onder het motto: U Dit zelf de nog vijftien jaar te moeten doen, scares the hell out of me."
De afgelopen maanden werd een aantal ondernemingen opgeschrikt door de aankondiging dat hun topman ging vertrekken. "Hoe kan dat nu, hij is nog zo jong", was een veel gehoorde reactie. Pieter Bouw is 56 en draagt het KLM-vaandel over aan de jongere Leo van Wijk. Rinze Kingma (52), voorzitter van de Raad van bestuur van Delft Instruments, kondigde in mei aan zijn functie aan het eind van het jaar neer te leggen. De 48-jarige Fokke Kolff, directeur van het technische-installatiebedrijf GTI, stopt er in september mee. Wat hij daarna gaat doen is nog niet bekend, maar zijn opvolger Theo Buitendijk staat al klaar. Wie Paul Snoep, de 58-jarige bestuursvoorzitter van bierbrouwer Grolsch, opvolgt is nog onbekend. Zodra hij een geschikte kandidaat gevonden heeft, houdt hij het voor gezien.
Het is geen toeval dat in korte tijd vier relatief jonge bestuursvoorzitters er de brui aan geven. Er is sprake van een bredere trend. Steeds meer bestuursleden leggen hun functie ver voor het vijfenzestigste levensjaar neer. "Het is een trend in de samenleving", zegt Pieter Bouw "om veel meer zelf het initiatief te nemen over de invulling van je eigen leven. Ook de economische omstandigheden maken dit mogelijk."
Hoewel er in ieder individueel geval een specifieke reden voor het vroege vertrek is, zijn er veranderingen in onze maatschappij' waar te nemen die het terugtreden op jonge leeftijd bevorderen. Ten eerste is door de saneringen in het bedrijfsleven het middenkader voor een deel uit de organisaties verwijderd. Lager in de organisatie hebben de medewerkers meer vakantie en vrije tijd. Het gevolg is dat de toplaag er extra hard aan moet trekken. Topmanagers maken werkweken van tachtig uur of meer. En dat breekt ze uiteindelijk op.
"Als je dertig jaar bij een bedrijf hebt gewerkt - waarvan tien jaar als voorzitter - en je hebt het nogal stevig voor je kiezen gehad met lange werkweken, dan ga je nadenken zodra je vijftig plus ben", bekende Rinze Kingma in FEM, net na de aankondiging van zijn vertrek bij Delft Instruments. "Dit soort jobs kost je toch gauw tussen de tachtig en honderd uur per week. Ik hoop nu de dingen te kunnen gaan doen waar ik vroeger geen tijd voor had, meer commissariaten bijvoorbeeld en weer eens wat meer gaan zeilen. En eens wat langer weg, ik heb al jaren geen langere vakantie gehad dan tien dagen achter elkaar."
Ook de 55-jarige Pieter Leijnse, die per 1 november uit de raad van bestuur van de SNS Bank stapt, maakte lange weken voor de bank. De afgelopen tien jaar zag hij zijn vrouw en kinderen weinig en had hij geen tijd om ook maar iets aan sport te doen. 'Je leeft in een soort roes als je al zo lang in de frontlinie meeloopt en eindverantwoordelijk bent voor tientallen projecten tegelijk. Om me heen zag ik ze er met bosjes tussenuit gaan. Ik dacht toen bij mezelf: 'Kan ik dat ook doen?' In de top van dit bedrijf zitten meer 55-plussers en we hebben in onderling overleg bepaald wie als eerste plaats zou maken voor de jongere generatie. Ik was rustig nog twee jaar doorgegaan, maar een jongere collega kan één van mijn belangrijkste taken, de automatisering, overnemen. Nu de continuïteit van mijn taak is gewaarborgd, kan ik vertrekken. Ik wil best nog wat klussen blijven doen, maar ook genieten en gaan reizen en sporten."
Wessel Ganzevoort (50), voormalig voorzitter van KPMG Management Consultants, trad begin vorig jaar plotseling af. Hij had genoeg van het waanzinnige aantal uren dat hij werkte. Nooit tijd om normaal te eten en soms zelfs geen tijd om naar de wc te gaan. Inmiddels werkt hij weer bij hetzelfde bureau, maar niet meer op de toppositie. Hij is weer gewoon consultant. Met zijn carrièrebreuk hoopt Ganzevoort de werkwijze van de consultants te beïnvloeden. Ik heb het er absoluut niet om gedaan, maar ik hoop wel dat het in de cultuur, in de manier van denken in deze tent, wat teweeg brengt," zei Ganzevoort een jaar geleden in dit blad. Ik zie bij veel mensen tussen de dertig en de veertig jaar dat zij hun idealen inleveren en zich aanpassen aan het systeem. Ze denken al snel: als ik nu maar zeventig, tachtig uur per week werk, wordt mijn inkomen zus en zo. Het is heel moeilijk om daar weerstand aan te bieden. Ik hoop dat er iets gebeurt waardoor er tenminste voorwaarden worden gecreëerd om het anders te doen. Misschien gaan mensen dan snappen dat ze een beetje meer grip op hun eigen leven moeten krijgen."
Kritisch hedonisme
Een andere maatschappelijke trend die er toe bijdraagt dat topmanagers eerder stoppen, is het 'kritisch hedonisme'. Plichtsgevoel, zelfopoffering, solidariteit en sociaal conformisme maken plaats voor een hang naar persoonlijk genot. Mensen willen keuzes kunnen maken. In veel gevallen is dat voor managers het creëren van tijd voor andere dingen dan werk. Voor vrijwel alle uittredende bestuurders is het kunnen doen van dingen die ze leuk vinden, één van de belangrijkste reden om te stoppen. Zelfs Bouw, voor wie KLM z'n lust en z'n leven is, vindt het tijd voor een gebalanceerder persoonlijk leven. lk vond dit het juiste moment, ook voor mijzelf met mijn belangstelling voor een groot aantal andere zaken. De kennis en ervaring die ik opgedaan heb wil ik delen met de jongere generatie. Ik heb grote belangstelling voor wetenschap, onderzoek en onderwijs."
Ook topmannen hebben uiteindelijk behoefte aan aardse zaken als tijd voor de kinderen, omgaan met vrienden, sporten en vakantie. Ganzevoort genoot tijdens zijn carrière-onderbreking van een wandeling midden op de dag als toerist in zijn woonplaats Amsterdam. Of van een hapje eten met vrienden, zonder dat daarvoor drie maanden van tevoren de agenda's moesten worden getrokken. Leijnse kijkt er al naar uit om na zijn vertrekbij de SNS Bank te kunnen gaan sporten, zijn golflessen weer op te kunnen pakken. Snoep, die op korte termijn hoopt te stoppen bij Grolsch, snakt naar meer ruimte voor gezin, vrienden en hobby's.
Anderen hebben juist heel bijzondere plannen. Zoals Theo Pruntel, de 49-jarige financieel directeur van Randstad, die twee maanden geleden opstapte. Hij brengt nu vooral veel tijd met z'n kinderen door en maakt lange wandelingen. Ooit zou hij wel de bedevaart naar Santiago de Compostela willen lopen.
Voor Pruntel was 'verveling' de belangrijkste reden om er een punt achter te zetten bij Randstad. "Na vierjaar was het eigenlijk steeds meer van hetzelfde. Het kon niet stuk bij Randstad. In mijn tijd bij Bols was dat heel anders, daar werkten we op het scherpst van de snede in de teruglopende markt van gedistilleerd. Dat gaf adrenaline in de aderen en die kick heb je nodig. Managementconsultant Rost van Tonningen gaf me eens ongevraagd advies over de groep en zei: Randstad heeft maar één risico en dat is dat het topmanagement zich gaat vervelen omdat het te monomaan is. Ook de opvolging van Frits Goldschmeding was niet spannend, want we wisten al dat wij het niet zouden worden,"
'What's next?
Manfret Kets de Vries, hoogleraar in management en leiderschap aan INSEAD in Fontainebleau en persoonlijk adviseur van vele topmanagers, merkt dat steeds meer van hen zich afvragen: 'What next?'. "In Frankrijk en Amerika zijn er veel meer alternatieven voor CEO's, vooral in de publieke sector. In kleinere landen is dat een probleem. Meer dan vijftig procent van hen zit langer dan twaalf jaar in dezelfde functie omdat ze geen alternatief hebben. in Amerika blijft een CEO gemiddeld iets van vijf jaar aan. Maar daar speelt ook nog iets anders: de aandeelhouders hebben minder geduld. Institutionele beleggers gooien de topman eruit die niet snel genoeg presteert, zoals gebeurd is bij Delta Airlines, General Motors, IBM en American Express. Tijdens het 'CEO Recycling seminar' dat we hier op INSEAD houden, komt één probleem in toenemende mate naar voren. De bestuurders zeggen: 'Dit zelfde nog vijftien jaar te moeten doen, scares the hell out ofme."
Harry Groen, ex-bestuursvoorzitter van de Nederlandse Credietverzekerings Maatschappij, noemt het liever 'metaalmoeheid'~ dan verveling. Vroeg of laat treedt die metaalmoeheid bij iedereen op. Qua leeftijd werd Groen vroeg geveld, hij legde zijn voorzittersfunctie al op 50-jarige leeftijd neer. Maar wie kijkt naar het aantal dienstjaren dat Groen bij de NCM heeft vol gemaakt, krijgt een ander beeld. Op z'n negentiende kwam hij in dienst bij het bedrijf, op 29-jarige leeftijd nam hij al zitting in de directie en op z'n drieënveertigste werd hij voorzitter. "Op een gegeven moment is het steeds meer van hetzelfde. Het twintigste jaarverslag is niet meer zo spannend. Ik bedacht me dat dat niet goed was voor mij, maar ook niet voor het bedrijf. ik was te 'smaakbepalend', het bedrijf anticipeerde op mijn veronderstelde reacties. Er treden verzadigingsverschijnselen op. De beste trainers - neem Van Gaal - weten de beste teams niet meer te motiveren op den duur."
Voor Groen die, na een jaartje tijd voor zichzelf, begonnen is als directeur B&C Procesmanagement bij de Boer & Croon Groep, speelden financiën geen rol in zijn beslissing om op te stappen bij NCM. Als je financieel onafhankelijk bent, is het ontegenzeglijk gemakkelijker om vrij over alternatieven na te denken. Door de huidige financiële- en arbeidsmarkttoestand denken mensen bewuster na over wat ze willen."
Ook een headhunter weet te vertellen dat de verbeterde financiële positie van de meeste bestuurders een rol speelt bij het jonge uitstappen. De stockopties brengen veel geld in het laatje. Kets de Vries: In Silicon Valley in Amerika zijn ontzettend veel optie-miljonairs. Als zij het werk niet meer plezierig vinden, gaan ze gewoon wat anders doen."
Een andere reden waarom managers hun functie op jonge leeftijd neerleggen, is dat ze al jong zijn doorgestoten naar de top. Snoep, die reeds tien jaar voorzitter is bij Grolsch, zei in NRC Handelsblad: "Mijn leeftijd speelt niet de hoofdrol, maar hoe lang ik al in functie ben. Mijn besluit was misschien voor de buitenwereld een verassing, maar niet voor mijn gezin en familie." Topmensen zijn jonger doordat de organisaties platter zijn. Een aankomend bestuurslid hoeft niet meer eerst tien hiërarchische lagen door te ploeteren om aan de top te komen. Volgens Kets de Vries zijn bij de reengineering-operaties bovendien veel oudere door er een verjongingvan de raden van bestuur plaatsvindt.
Is er een opvolger?
De beschikbaarheid van een goede opvolger is voor veel topmannen van groot belang bij hun beslissing om het bedrijf te verlaten. Meestal is het niet de directe aanleiding, maar wordt vooral het moment van stoppen erdoor bepaald. Snoep kondigde aan te willen terugtreden zodra er meer bekend was over zijn opvolger.
Volgens Pieter Bouw is de beschikbaarheid van een opvolger die de continuïteit van de organisatie garandeert, van groot belang bij het bepalen van de voorzitterstermijn. "Het is de taak van de president-directeur om topmanagers te ontwikkelen. Mijn collega Leo van Wijk kan met de nodige hoeveelheid kennis, inzicht, gezag en overzicht de KLM gezond en sterk de volgende eeuw invoeren langs de door ons gezamenlijk uitgezette en reeds ingeslagen weg. Hij is door de wol geverfd, ik voel me heel comfortabel om nu afscheid te nemen. Er is altijd wel weer iets waar voor je langer zou kunnen blijven, maar het is goed dat er een wisseling komt. Als een topman te lang blijft zitten gaat de snelheid van verandering in de organisatie omlaag en ontstaan er te veel vaste patronen die de mobiliteit en de doorstroming belemmeren. Er ontstaan dan te veel selffulfilling prophecies."
Soms hebben organisaties ook behoefte aan een ander soort leider. Als de voorzitter dat inziet, kan hij maar beter vertrekken. Dat deed Eckart Wintzen, oprichter van softwarebedrijf BSO. Wintzens kleinschalige, persoonlijke manier van leidinggeven kon de multinational die BSO/Origin was geworden niet meer behappen. Er moest een manager komen die kon beslissen, saneren en nee durfde te zeggen. Dat werd Henk Cohen. Die het bedrijf na nog geen drie jaar op 52-jarige leeftijd overigens weer verliet.
Uiteraard zijn het niet alleen de bestuurders zelf die het besluit nemen af te treden, vaak genoeg zal de organisatie daarop aandringen. "Hoe veel nieuwe ideeën komen er nog van mensen die al lang bij hetzelfde bedrijf zitten?", vraagt Kets de Vries. "Weinig, er komt niet veel nieuws meer uit. Er zijn uitzonderingen, zoals het super-ondernemende bedrijf Virgin. Maar de meeste bedrijven hebben dat niet. De optimale termijn voor een bestuursfunctie ligt tussen zes en acht jaar."
Pieter Bouw voldoet precies aan dat criterium. Tien jaar zat hij in de directie, waarvan zes en een halfjaar als president-directeur. "Toen ik aan deze taak begon, was ik al van mening dat de hoogste- functies in ondernemingen die moeten overleven in een omgeving die gekenmerkt wordt door fundamentele veranderingen, niet te lang door dezelfde mensen moeten worden vervuld. De afgelopen jaren ben ik in die mening gesterkt. Een termijn in jaren is moeilijk te geven. Er is misschien wel een aantal punten waaraan je moet denken, zoals de beschikbaarheid van een opvolger en de ontwikkelingsfase waarin het bedrijf verkeert."
Cohen is van mening dat er in het bedrijfsleven veel meer over terugtreden gepraat moet worden. "Veel managers zijn niet geschikt voor alle fasen van een onderneming. Slechts weinigen zie ik daaruit conclusies trekken." In toenemende mate kijken bedrijven kritisch aan tegen de termijn die managers blijven zitten. Steeds vaker worden van te voren afspraken gemaakt over het aftreden. "Niets is meer vanzelfsprekend", zegt Harry Groen. "Ook niet dat de voorzitter aanblijft."
En last but not least, zijn er de topmannen die onder druk van aandeelhouders of commissarissen op jonge leeftijd uittreden. In het algemeen wordt dit versluierd met een gouden handdruk of meldt het persbericht dat de persoon in kwestie opstapt om 'persoonlijke' redenen. De werkelijkheid is dan vaak anders.
Zo wekt het onverwachts per 1 maart terugtreden van Roland Oliemans, de 53-jarige topman van logistieke-dienstenverlener Frans Maas, het vermoeden van ruzie met de commissarissen. De raad van commissarissen meldt in het persbericht Oliemans erkentelijk te zijn geweest voor zijn werk. Om persoonlijke redenen wilde hij op korte termijn het bedrijf verlaten. Toch vreemd nu hij voor zijn baanjuist naar Helmond verhuisde. Zowel Frans Maas als Oliemans weigert verder commentaar.
Ook Khaleghi Yazdi, topman en oprichter van het in zware financiële problemen verkerende softwarebedrijf Triple P, treed binnenkort af. Naar zijn zeggen moet de pionier ruimte maken voor een sterke manager. Aandeelhouders ING en Alpinvest en commissarissen geven geen commentaar bij de aankondiging van het vertrek van Khaleghi. Niet ondenkbaar is het dat zij hem een duwtje in de rug hebben gegeven. Ook bij het vertrek van Bouw zijn er partijen die de vrijwilligheid daarvan betwijfelen. De Telegraaf meldde: 'Pieter Bouw mag dan vrijwillig opstappen, de vraag is hoezeer de kritiek op zijn resultaten daarbij een rol heeft gespeeld.' Volgens Bouw is er echter geen reden voor kritiek, gezien de jongste kwartaalcijfers. "De resultaten van KLM zijn absoluut geen aanleiding voor mijn vertrek geweest'
Druk van aandeelhouders en commissarissen zal bij het afscheid van bestuurders vaker meespelen dan wordt toegegeven. Toch staat vast dat bestuurders er meer dan vroeger zelf heel bewust voor kiezen om de zware bestuursbaan niet al te lang te vervullen. "Het leven is zo boeiend, er is nog zo veel buiten de KLM", zegt Bouw. "Als je er midden in zit vraag je je af of er een leven naast KLM is, maar ik ben ervan overtuigd dat dat zo is."

