Het verschil maken met zeepjes en ijs
Na vijfentwintig jaar verkoopt Jan Oosterwijk de Benelux-franchiserechten van The Body Shop. Destijds zijn debuut als maatschappelijk verantwoord ondernemer.
Hij heeft de reputatie nogal drammerig te zijn; het doet hem niet veel. Maar Jan Oosterwijk (1944) heeft als maatschappelijk verantwoord ondernemer avant la lettre met zijn volhardendheid in ieder geval laten zien dat er in het spanningsveld tussen idealen en ondernemen genoeg ruimte is om succesvol ondernemer te zijn. Want behalve de Body Shop heeft hij nog meer eieren in zijn mandje. Op zijn enthousiaste, gedreven manier staat hij open voor plannen die hem inspireren tot het verwezenlijken van nieuwe initiatieven. Want van origine is Oosterwijk niet creatief, althans dat vindt hij zelf. Maar de ideeën lijken vanzelf te komen door de maatschappelijke insteek waarmee hij onderneemt sinds hij de franchiserechten voor de Body Shop verkreeg.
Positief anders
Toen hij vijfentwintig jaar geleden in Nederland begon als ondernemer die niet uitsluitend winstoptimalisatie nastreefde, maar ook rekening hield met mens, dier en milieu, werd er nog licht meesmuilend naar hem gekeken. Dat tij mag dan inmiddels gekeerd zijn en een onontkoombaar agendapunt in veel bedrijfssectoren, Oosterwijk blijft een tegendraadse ondernemer met zijn meestal onalledaagse initiatieven, die vaak ook nog succesvol zijn. 'Positief anders' noemt Oosterwijk dat. Hij ziet zijn bijdrage als onderdeel van een groter geheel, de rol die hij zichzelf toebedeelt is die van katalysator.
Want Oosterwijk is niet gespeend van een gezonde ondernemersgeest. Zakendoen doe je niet uit charitatieve overwegingen. Maar naast het nastreven van gezonde balansresultaten met diensten of producten die kwalitatief goed moeten zijn, is zijn voorwaarde om er zakelijk in te stappen dat ze ook dienen als communicatiedragers van zaken die hij maatschappelijk belangrijk en verantwoord vindt. En of dat nu het ijs van Ben & Jerry's is of de zeepjes van de Body Shop, dat is Oosterwijk eigenlijk om het even, als de immateriële bood schap maar duidelijk is. Dat is de meerwaarde, niet het gefocust zijn op zo veel mogelijk geld voor zichzelf binnenharken.
'Mensen denken wel eens dat ik super-rijk ben. Dat ben ik misschien wel, van binnen, maar niet in geld uitgedrukt', is dan ook de uitspraak die hem al jaren achtervolgt en karakteriseert. Zijn persoonlijke gewin? Het kunnen combineren van verlicht egoïsme met altruïsme door het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Voordat het nemen van verantwoordelijkheid de rode draad in Oosterwijks zakelijk leven wordt, heeft hij al op jonge leeftijd veel gezien en gedaan, wat zijn blikveld heeft verruimd.
Na zijn hbs-diploma scheept de zeventienjarige Oosterwijk zich in naar de Verenigde Staten om in Illinois samen met achthonderd andere jongens en meisjes ut de hele wereld mee te doen aan een initiatief van de American Field Service. Voormalige soldaten van het Rode Kruis zetten zich daar in om kinderen uit voormalige oorlogsgebieden te laten aansterken en kennis te laten maken met andere culturen. Die kennismaking en het op waarde leren schatten ervan blijken in retrospectief vormend te zijn voor de Rotterdamse jongen. Terug in Nederland begint hij aan zijn studie economie, die zich uitstrekt over de periode 1962 tot 1980. Want de avonturier Oosterwijk heeft nog veel meer dingen te doen en te leren. Hij is een jaar ketelbinkie op de grote vaart, is officier bij de landmacht en later vlieger bij de luchtmacht. Daar ontwikkelt zich bij hem het ideaal om vlieger en natuurbeschermer te worden in Afrika. Maar de liefde voor zijn vrouw is sterker, want in Tanzania worden alleen ongetrouwde vliegers aangenomen. Maar daarmee is de behoefte om zich in te zetten voor dingen die zijn persoon overstijgen echter niet verdwenen. Ze blijft latent sluimeren, totdat in Engeland zijn kans komt om er wat mee te doen.
Hij komt er terecht na zijn tijd bij Van Melle in Brazilie, de snoepjesfabrikant waar hij in 1971 als econoom emplooi vindt. Als hij vier jaar later aaar het Verenigd koninkrijk vertrekt, hij wordt er directeur van Van Melle, wordt daar de basis gelegd voor zijn carrière als verantwoord ondernemer wanneer hij in 1980 Anita en Gordon Roddick tegenkomt. Een toevallige ontmoeting met grote gevolgen.
Het Britse echtpaar was in 1976 begonnen met het concept van The Body Shop, de commerciele keten die zich in eerste instantie onderscheidde van de rest van hun branchegenoten door proefdiervrije cosmeticaproducten te verkopen. De Body Shop-formule slaat, eigenlijk onverwacht, aan en weet uit te groeien uit tot een merk dat behalve dier- en mensvriendelijk ook staat voor milieubewust.
Op het moment dat Oosterwijk de Rodicks tegenkomt, loopt hij rond met plannen om voor zichzelf te beginnen, maar heeft hij geen specifieke branche voor ogen. Zeker geen lichaamsverzorgings-producten, want daar wordt hij niet warm of koud van. Maar Oosterwijk loopt wel warm voor de filosofie achter de Body Shop. En het idee dat via producten van de Body Shop mensen op andere gedachten gebracht zouden kunnen worden over de wereld geeft voor hem de doorslag om de Bodyshop naar de Benelux te halen. Als hij, zonder daarvoor te hoeven betalen, de rechten krijgt om de Body Shop-formule in een aantal andere landen te ontwikkelen, grijpt Oosterwijk zijn kans.
Als de Body Shop in 1984 naar de beurs gaat en Oosterwijk zijn opties te gelde maakt, keert hij terug naar Nederland waar hij met zijn startkapitaaltje privé-investeerder wordt in andere bedrijven. Met zijn relatief kleine participatiemaatschappij Eastwick - Oosterwijk op zijn Engels - investeert hij in bedrijven met een maatschappelijke meerwaarde. Via Eastwick neemt hij onder meer ook samen met de Triodosbank het initiatief voor de oprichting van het Windfonds, dat het ministerie van Financien destijds mede inspireerde tot de fiscale groenregeling.
Caring capitalist
Als caring capitalist maakt Oosterwijk ook naam als een van de initiatiefnemers van het non-profit Social Venture Network en is een van de oprichters van het ideële beleggingsvehikel Pymwymic, een letterwoord voor put your money where your mouth is company. Wat zoveel betekent als de daad bij het woord voegen. Ontstaan bij wijze van grap toen Oosterwijk in maart 1993 met vrienden op weg naar Parijs in de auto zat te filosoferen over de mogelijkheden van een dergelijk fonds. Twee dagen later 'bestaat' het zonder zijn medeweten, als hij briefpapier krijgt met Pymwymic erop gedrukt.
Oosterwijks belang in Nature & Decouvertes, een winkelformule voor natuurliefhebbers die in de jaren negentig voet aan de grond probeert te krijgen in Nederland, is minder fortuinlijk. Maar Oosterwijk weet wel de ijsmarkt open te breken met de Nederlandse introductie van Ben 8t Jerry's in 1996, het ijs zonder morele bijsmaak van het gelijknamige Amerikaanse 'hippieduo'. Oosterwijk doet het samen met Eckart Wintzen, oprichter en topman van automatiseringsbedrijf BSO/Origin, die na de verkoop van zijn onderneming Ex'tent - kort voor Eck z'n tent - opricht om op groene en sociaal verantwoorde wijze te investeren. Naast aandeelhouder wordt Oosterwijk tevens commissaris bij Ben & Jerry's Benelux.
Of hij het kalmer aan gaat doen na de Body Shop is de vraag. Ondanks zijn bijna pensioengerechtigde leeftijd is het waarschijnlijker dat Oosterwijk meer ruimte krijgt voor zijn projecten of vele persoonlijke missies, zoals de terugkeer van de otter in Nederland, om maar een ding te noemen. Voor de € 2,35 miljoen die hij verdient met het verkopen van de rechten, heeft hij ongetwijfeld een goede bestemming. Zakelijk en idealistisch zal Oosterwijk wel blijven.

