Hoge olieprijs bedreigt onze beschaving
Wereldleiders moeten bezineslurpende auto's, goedkoop vliegen en onze energievretende levensstijl ter discussie stellen
Ooit vervloekte de directeur van het Internationale Energie Agentschap Noorwegen toen dit land de olieproductie jets beperkte om de sterk dalende olieprijs te helpen stabiliseren. 'Aardolie moet aan de vrije markt worden overgelaten', verzuchtte hij. De IEA-directeur loochende dat veel regeringen de olieproductie beinvloeden en zag geen gevolgen van de lage prijs voor investeringen in oliewinning, efficiëntere auto's en andere energiebronnen. Hij predikte onbekommerd dat markten alles altijd beter weten. Het IEA verzaakte met deze visie zijn plicht om de wereldenergie voorziening in alle opzichten duurzaam te helpen maken.
De olieprijs is een belangrijk anker in de economie, waaraan direct en indirect veel prijzen zijn gekoppeld, inclusief valuta's. Op de beurzen speelt olie een hoofdrol en hier is de afgelopen maanden de situatie invers: de AEX stijgt met de olieprijs door het zware gewicht van Shell, terwijl koopkracht, consumentenvertrouwen, de groei van het nationaal inkomen en daardoor de meeste andere koersen dalen. Ook macro-economisch zijn de gevolgen zeer uiteenlopend met lagere bedrijfswinsten, dus minder investeringen, innovaties, werkgelegenheid en belastinginkomsten, naast hogere staatsinkomsten uit royalty's, zoals in alle olielanden.
Deze week kost olie ruim zeventig dollar per vat. Redacteur Marcel de Boer schreef op 17 augustus: 'Olie is er in principe genoeg. Waarom stijgt dan toch de prijs?' Deze vaststelling is juist, de term 'in principe' ontkracht echter de vraag. Het antwoord is simpeler en verontrustender dan de geciteerde experts suggereren.
'In principe' is er immers ook genoeg zonne- en windenergie en besparingspotentieel, maar altijd zijn er investeringen nodig om te kunnen leveren. Er zijn 'in principe' drijfveren genoeg om private invsteerders en staatsbedrijven voor deze terreinen te interesseren, maar kennelijk domineren de remmende onzekerheden. Wie garandeert dat olie zo duur blijft en er geen betere technieken worden uitgevonden? Ook heeft de marktliberalisering verleid tot maximalisering van winsten en afwachten van politieke besluiten, die leiden tot een risicoloos gelijk speelveld voor leveringszekerheid en milieubescherming.
Er is te weinig geinvesteerd en alleen al daarom zal er de komende jaren onvoldoende olie zijn tegen aanvaardbare prijzen voor een groeiende wereldeconomie. Veel landen vergroten bovendien hun strategische reserves. De VS gaan daarmee zelfs door tijdens incidenten als orkanen en geeft zo een tegenstrijdig signaal, terwijl het officieel de olieprijs veel te hoog vindt. Bedrijven en oliehandel volgen dit voorbeeld, versterken de prijsspiraal en het eind is niet in zicht.
Hetzelfde geldt voor aardgas. Ook daar is te weinig in capaciteiten geinvesteerd, zodat de komende winters ernstige tekorten worden verwacht in Noord-Amerika, China en wellicht Europa.
Volgens een groeiend aantal geologen heerst op de oliemarkt een structureel tekort. Onder hen Kenneth Deffeyes en Colin Campbell in navolging van vermaard Shell-geoloog King Hubbert, olieeconomen als adviseur van de regering Bush Mart Simmons en politici als Michael Meacher, minister onder Blair tijdens de aanval op Irak, volgens hem 'voor de olie'. Deze geologen formuleerden de Peak Oil-hypothese: oliewinning volgt een klokcurve, die nu voor de wereld ongeveer op het hoogtepunt is, waarna onvermijdehijk geleidelijke afname volgt. Bestaande velden leveren elk jaar enkele procenten minder, er zijn weinig vondsten en de oliepiek wordt door deze experts vóór 2010 verwacht. Olie wordt ongeacht investeringen duurder totdat de geleidelijk goedkoper wordende alternatieven concurrerend zijn en de vraag naar olie uithollen.
Onderzoekscentrum ECN heeft in mei energiescenario's gepubliceerd met de oliepiek tussen 2010 en 2020, dus 10 a 20 jaar eerder dan tot dusver aangenomen. Directeur Ton Hoff stelt dat 'wij absoluut niet zijn voorbereid op deze vroege piek'. De scenario's zijn zeer verontrustend, een razendsnelle transitie is vereist, maar het Energierapport 2005 van minister Brinkhorst levert nog geen begin van een adequate aanpak.
Overheden kunnen het publieke belang van een blijvend zekere, schone en betaalbare energievoorziening niet overlaten aan bedrijven, die zich verplicht voelen tot winst maken, in harde concurrentie met 'free riders'. Toepassing van het voorzorgsbeginsel voor de mondiale energietransitie is dringend nodig. Het vergroten van de investeringszekerheid voor hernieuwbare energie en besparingen lijkt zinvoller dan het domweg laten gebruiken van exorbitante voorraadwinsten door oliebedrijven voor het zoeken naar steeds duurdere olie en voor het nog minder innoverende terugkopen van aandelen. Alleen investeringen in efficienter gebruik en in grootschalige winning van duurzame energie kunnen de vraag naar olie structureel verminderen. Het zo goedkoop mogelijk oogsten van zon en wind in bijvoorbeeld Noord-Afrika voor onze import is een verwaarloosde optie, waarin heel kansrijk kan worden geInvesteerd. Het volkomen gebrek aan gevoel voor urgentie laat een gat in de markt voor ondernemers met visie, die écht verantwoord willen ondernemen. Zij kunnen geloofwaardig het ethische dilemma aanpakken van onnodig gebruik van olie en andere energie voor autorijden, vliegen, verwarming, airco. ledere onnodig verbruikte liter drijft de olieprijs immers op en drukt marginale derdewereldbewoners terug in armoede. Het debat over de suv, goedkoop vaak vliegen en onze levensstijl kan niet hanger worden overgelaten aan 'geitenwollen sokken' en 'wegkijkers'. Bij gebrek aan moedige pohitici en Bekende Nederlanders kunnen nu echte leiders zich aandienen. Wie volgen ondernemers als Eckart Wintzen en Izaac van Melle, minister Donner, wijien Theo van Gogh en premier Willem Drees en maken telewerken, zuinige auto's, treinreizen, fietsen, seizoengepast eten en kieden, en wandelen 'cool'? Alleen zulke mensen kunnen door hun voorbeeld en hun mening helpen de olieprijs snel genoeg omlaag te brengen om onze beschaving en onszelf te redden.

