Informele werkkleren voor de nieuwe kapitalisten
Geen das, geen zekerheid
Allemaal hetzelfde dragen is misschien wat saai en slaafs, maar als 'casual' bon ton wordt op het werk, beginnen de problemen pas echt. Wat is casual? Hoe kleedje ie informeel maar toch netjes? Voor de echte tobbers is er in Amerika een telefonische hulplijn. Deel twee in een serie over werkkleren.
Door Dieuwke Grijpma
Waarom dragen mannen pakken? "Omdat ze diep in hun hart onzeker zijn," zegt Eckart Wintzen. "ln een pak voelen ze zich zeker. Ze zijn net als jongeren, die hebben ook allemaal hetzelfde aan." Wintzen, oprichter van BSO, het bedrijf dat een jaar geleden fuseerde met de automatiseringsafdeling van Philips, draagt een spijkerbroek, vrijetijdshemd en kleurig vestje. Niet omdat hij vandaag op kantoor blijft en een dressdown-day heeft. Hij kleedt zich altijd zo.
Met zijn nieuwe management- en investeringsbedrijf Ex'tent dat ondernemingen met een sociaal-maatschappelijke of ecologische doelstelling steunt, huist Wintzen in kasteel Moersbergen bij Doorn. Zijn werkkamer heeft uitzicht op weilanden en bossen. Binnen brandt een groot vuur in een zwartgeblakerde marmeren schouw, daaromheen staan oude leren stoelen. "Mensen zeggen vaak: laten we maar bij jou vergaderen. Daar is het gezelliger", vertelt Wintzen. Barrières weghalen, daar is het hem om te doen. Een klimaat scheppen waarin informele contacten mogelijk zijn. Daarom tutoyeert hij iedereen, gebruikt hij alleen zijn voornaam en draagt hij pretentieloze kleren. Ik ben niet de enige die dat doet. Er is een groeiend aantal ondernemers dat zich informeel kleedt. Het is echt aan het veranderen. Maar ik denk niet dat mannen in traditionele bedrijven ooit nog van hun pakken afkomen."
Wintzen gelooft dat we aan de vooravond staan van een nieuw soort kapitalisme en industrialisme. Steeds meer ondernemers koppelen hun streven naar winst aan ecologische en sociaal-maatschappelijke doelen. Waarden worden de bindende factor en drijvende kracht in ondernemingen. De baas hoeft het niet meer van vertoon van autoriteit te hebben en kan het driedelig machtssymbool in de kast laten. "Bill Gates van Microsoft, iemand die gigantisch succesvol is, loopt altijd op gympen. Bij een bedrijf als Microsoft is geen verschil in denkkwaliteit tussen de mensen die er werken. Daar heb je niet die tweedeling tussen een klein eliteclubje en de mensen die het vuile werk doen. Gates is een trendsetter, net als Richard Branson van Virgin."
Zelf is hij geen trendsetter, vindt Wintzen, hooguit een early adapter. Hij heeft lang in een pak gelopen. Pas in zijn laatste jaar bij BSO ging de das af. In het begin heeft hij vaak aan mensen uitgelegd dat zijn kleding niets met provocatie te maken heeft. Nog steeds wordt hij aangesproken op zijn uiterlijk. "Mensen zeggen vaak tegen mij, jij kunt je dat permitteren. Dan denk ik: wat zielig dat jij dat niet kunt. Het is merkwaardig dat bijna niemand durft te doen wat hij eigenlijk het liefst zou willen."
Wintzen heeft zich altijd het lekkerst gevoeld in een spijkerbroek. Dat dat geen passende dracht is voor een ondernemer, wil er bij hem niet in. Etiquetteregels zijn zinvol, vindt bij, maar je moet ze wel voortdurend aanpassen. "Er wordt te weinig nagedacht over dit soort dingen. Banken zeggen tegen hun medewerkers dat ze er keurig uit moeten zien. Maar waarom? Waarom is het bij de Rabobank zo keurig dat een boer niet gewoon zijn pilobroek en jack aanhoudt als bij naar de bank moet? De Rabobank zou het om moeten draaien: het personeel zou pilobroeken moeten dragen. Als ik een bank zou runnen, zou ik gastvrijheid en gezelligheid uitstralen. Ik zou de barrière wegnemen tussen de beginnende ondernemer en de strenge bank. Hetzelfde geldt voor de luchtvaartmaatschappijen. De KLM is een mooi voorbeeld van hoe het niet moet. Ze hebben een heel consequente huisstijl om de klanten het gevoel te geven dat de KLM safe en vertrouwd is. Daar hoort ook een uniform bij. Op zichzelf is daar niets op tegen, maar dat ze nu juist gekozen hebben voor de truttigheid ten top, vind ik onbegrijpelijk. Je kunt het gevoel van veiligheid toch ook overbrengen door stewardessen in een zichtbaar versgewassen en -gestreken bloesje te laten lopen? We vliegen tenslotte voor ons plezier. Ik vind dat we dat toneelspel maar eens moeten skippen. Het wordt tijd dat we menselijkheid gaan uitstralen."
Wat Wintzen praktiseert, dat predikt Tanno Bregonje, directeur van trainingsinstituut Career Dynamies uit Gennep. Bregonje leert ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf hoe ze door verandering van hun leiderschapsstijl meer uit hun medewerkers kunnen halen. Eén facet daarvan is dat ze zich minder formeel kleden. Bregonje: "Wij zeggen: ga je anders gedragen. Stel je open voor je medewerkers. Verstopje niet achter je pak, maar doe zoals je in het weekend bent. Het gaat erom datje met je medewerkers een zekere mate van intimiteit bereikt. We leren de ondernemer dat zijn gedrag, het verbale èn het non-verbale, bepalend is voor alles wat er in zijn omgeving gebeurt. De manier waarop hij zich kleedt heeft invloed op de manier waarop de omgeving reageert."
Ondernemers in het MKB hebben volgens Bregonje van oudsher een paternalistische leiderschapsstijl. Daar lopen ze nu mee vast. "Veel ondernemers hebben het gevoel dat ze klem zitten, dat ze niet meer aan de knoppen staan. Het zijn de bank, de concurrenten en de klanten die bepalen wat ze doen. Hun wereldmodel staat op zijn kop doordat er te veel problemen op hen afkomen. Ze moeten constant brandjes blussen en hebben geen tijd meer om met de markt bezig te zijn. Als je de schil eraf pelt, ontdek je dat ze liever vandaag dan morgen stoppen. Door de training leren ze anders om te gaan met hun medewerkers en ontdekken ze dat hun mensen meer weten en kunnen dan ze ooit voor mogelijk hadden gehouden. Ze komen erachter dat ze door 'echt' te zijn, heel veel terugkrijgen."
Bregonjes pleidooi voor informele kleding kan zó in de folders van Doekers, een dochteronderneming van Levi Strauss & Co. Dockers maakt met slogans als lts hard to be nice if you don't feel comfortable reclame voor zijn broeken. Het merk is elf jaar geleden geïntroduceerd en heeft in Amerika inmiddels een omzet van 1,2 miljard dollar. Het is na Levi's met zijn omzet van 2 miljard in Amerika het grootste kledingmerk in dat land. In Europa is de verkoop driejaar geleden begonnen. Levi's is met Dockers in een vroeg stadium in de casual business wear of, zoals het ook wel wordt genoemd, casual corporate wear gestapt.
Casual Friday, de dag waarop geen zakenpak gedragen hoeft te worden, is ontstaan aan de Amerikaanse westkust. Het was bedoeld als aardigheidje voor het personeel. Nu staat, volgens een in opdracht van Levi's uitgevoerd onderzoek, 75 procent van de Amerikaanse bedrijven zijn werknemers toe zich casual te kleden. Bij 42 procent mag dat één dag in de week, bij 33 procent zelfs elke dag. In 1992 was casual kleding bij in totaal 37 procent van de bedrijven toegestaan.
Casual betekent toevallig of nonchalant, maar van nonchalance moeten de meeste Amerikaanse werkgevers niet veel hebben. Hun medewerkers moeten er verzorgd uitzien, ook als ze niet in een pak op hun werk komen. Voor sommige werkgevers betekent verzorgd dat spijkerbroeken niet kunnen, anderen leggen de grens bij trainingspakken. Maar er zijn ook ondernemers die het van de kwaliteit van de kleding laten afhangen of iets kan of niet. T-shirts kunnen alleen als ze van zijde zijn.
De Amerikaanse werknemers zitten ermee. Nu ze kledingvrijheid hebben, moeten ze er ineens over nadenken of 'hun kleding
wet gepast is. Gelukkig is er de kledingbranche om hen terzijde te staan. Alle grote producenten van niet-formele kleding hebben video's, boekjes en brochures laten maken met voorbeelden van leuke en toch verzorgde casualkleding. De video's worden ter beschikking gesteld van bedrijven die ze als voorlichtingsmateriaal voor hun personeel kunnen gebruiken. Op verzoek worden ook shows gegeven bij grote bedrijven. Er zijn zelfs producenten die een telefonische hulplijn hebben ingesteld voor consumenten die er echt in hun eentje voor de spiegel niet meer uitkomen.
Winkeliers doen ook hun best. Saks Fifth Avenue, een grootwinkelbedrijf met 42 filialen, heeft shop-in-shops ingericht met designer sportswear van onder andere Armani, Versace, Gucci, Donna Karan en Ralph Lauren. Het is de bedoeling dat de klanten de tricotzijden polo's en cashmere coltruien combineren met hun zakelijke kleren. Hoe dat moet is te zien in de etalages, krantenadvertenties en catalogi van Saks en natuurlijk op de eigen video van het groot winkelbedrijf. En wie er dan toch nog moeite mee heeft, kan bij Saks een seminar bijwonen over het onderwerp.
Trendwatcher Faith Popcorn vertelt in haar boek Clicking dat blijkens een onderzoek 82 procent van de Amerikaanse mannen liever een spijkerbroek draagt dan een pak. Je zou zeggen: doe dat dan met zijn allen: trek een spijkerbroek aan. Maar zo eenvoudig is het niet. Eerst was er de kleedcode van het zakenpak die dat verhinderde, nu is er de code van de casual business wear die net zo dwingend en heel wat ingewikkelder is. Hoé ingewikkeld blijkt uit Chic Simple Work Clothes, een recent boek over casual kleding. Het boek heeft 170 pagina's nodig om uit te leggen hoe je een casual businessgarderobe samenstelt. En dat is nog maar de helft van het verhaal, want dit najaar komt deel twee uit: een Chic Simple boek met casual carrièrekleren voor vrouwen.
In Europa is, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, van een casual-manie geen sprake, waarschijnlijk omdat het zakelijk kleedgedrag hier nooit zo formeel is geweest als in Amerika. Maar dat wil niet zeggen dat alles kan. Tanno Bregonje van trainingsinstituut Career Dynamics adviseert ondernemers om buiten de deur toch maar liever een pak aan te doen. Vrijctijdskleren bevorderen de relatie met de medewerkers, maar je weet maar nooit hoe klanten en bankrelaties erop reageren, zeker als ze je niet goed kennen. Eckart Wintzen hoeft zich daarover geen zorgen te maken. Niemand zal wegens zijn stoppelbaard of spijkerbroek denken dat hij niet solvabel is. Het wordt hem vaak gezegd, een tikkeltje afgunstig: ja, jij kunt je dat permitteren.

