Interfaces zijn nu veel te ingewikkeld
Wat wil de 'begingebruiker'?
door Frank Noë
Computers moet worden ingezet tegen de overdosis aan informatie die ze zelf veroorzaakt hebben. Met een verdwijn-agent wil Thijs Chanowski, directeur van het Media Lab van BSO/Origin, programma's ontdoen van functies die onbelangrijk zijn voor de taak waar de gebruiker op dat moment mee bezig is.
Thijs Chanowski, directeur van het BSO Media Lab:
"Er moeten nieuwe, simpeler interfaces komen."
Sinds ongeveer anderhalf jaar onderzoekt het Media Lab van BSO/Origin nieuwe toepassingen van informatie technologie, geïnspireerd op het MIT MediLab in Boston, maar dan alleen wat kleine Media Lab is de voortzetting van CAT Benelux later BSO CAT, maar in tegenstelling tot zij voorganger is het Media Lab een pure research instelling en heeft het geen winstverantwoordelijkheid.
Het Nederlandse Media Lab onderzoekt andere manieren om de interface, 'de architectuur en ( bouw van informatiesystemen beter te laten aansluiten bij de mens. Chanowski legt uit hoe hij er voor wil zorgen dat de gebruiker niet lang verdwaalt.
Media Lab stelt de mens centraal. Tegenwoordig doet iedereen dat. Waarin verschilt uw manier van de andere?
Wij draaien de zaak 180 graden om. We spreken intern ook niet van eindgebruiker maar van de begingebruiker. De computer is te lang gezien als een universeel gereedschap. Als een general purpose-machine. Alles moet er maar mee kunnen. Dat betekent enorme problemen voor de begingebruiker. De programma's zijn complex geworden. Het moet simpeler.
Het is toch een logische ontwikkeling dat fabrikanten van bijvoorbeeld tekstverwerken steeds meer functies inbouwen om de concurrentie voor te zijn?
Jawel, maar op een gegeven moment houdt dat op. Dan kan er met het programma zoveel, dat het de begingebruiker verwart. De standaard oplossing is om menu na menu, knop na knopfuncties aan te bieden. Dat werkt niet. We moeten precies andersom te werk gaan. We moeten zoveel mogelijk weglaten. Maak het programma op een zinvolle manier leeg. Daar hebben 99 van de 100 gebruikers baat bij.
De begingebruiker verdwaalt in menugestuurde systemen van enige omvang. Per menu zijn acht, negen opties. Achter elke optie zitten acht of meer niveaus. Het is een onmogelijke opgave om de begingebruiker voortdurend het besef laten houden waar hij is. Het scherm is te klein om alle voorgaande stappen af te beelden. De optimale benutting van het beperkte beeldschermoppervlak is bereikt. Verder kan niet. Er moeten nieuwe simpelere interfaces komen.
Waarderen de gebruikers de nieuwe soberheid wel? Het is toch aardig dat een spreadsheet ook allerlei projectmanagementfuncties heeft, hoewel je daar misschien nu nog geen behoefte aan hebt?
We hebben daar samen met het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam onderzoek naar gedaan. Het ging om een infonnatiesysteem voor vrouwen met borstkanker. Dat is een zeer bijzondere groep gebruikers. Ze reageren -heel begrijpelijk sterk emotioneel op medische termen die met hun ziekte te maken hebben.
Bij de klassieke opzet van een informatiesysteem blijven menukeuzes die niet gekozen of niet relevant zijn zichtbaar op het beeldscherm. Bij zo'n opzet echter weigerden de vrouwen het systeem te gebruiken. Ze stapten op omdat het apparaat te ongevoelig was en stress veroorzaakte. Door de niet relevante of al verwerkte keuzes weg te laten, is het systeem veel vriendelijker te maken. De les uit dit systeem is volgens ons toe te passen op veel meer informatiesystemen in veel meer situaties. Het wijst de weg naar nieuwe interfaces.
Virtual Reality interfaces?
Dat is een mogelijkheid. Nu moet ik direct zeggen dat ik niet onder de indruk ben van wat er bijvoorbeeld in de computerspelletjes met VR wordt gedaan. Dat is allemaal onzin. Wat maakt het uit of je nu van voren of van achteren hyperrealistisch met een kettingzaag in stukken wordt gezaagd. Kom nou! Waar ik wel wat in zie het toepassen van ruimtelijke modellen bij computerinterfaces. Apple heeft bijvoorbeeld een manier ontwikkeld om met een super-fish-eye lens een beeld van 180 graden op te nemen. Dat ronde beeld wordt rechtgebogen en in een klein schermvenster geplaatst. Daarna kan de kijker zelf zijn positie in het beeld bepalen. Daar is geen VR-helm voor nodig.
Voor wat voor toepassingen is dat handig?
Neem de interface van een bibliotheek, met duizenden titels en namen van schrijvers op de rug van een boek. Dat is een overzichtelijke manier om informatie te presenteren. Met de technologie van vandaag kunnen we dat al gebruiken bij de constructie van een gebruikersinterface voor een informatiesysteem.
Maar dan blijft het principe hetzelfde: je biedt de gebruiker een overdosis opties aan.
Daarom starten wij samen met het MIT in Boston met een project om op een slimme manier het aantal opties drastisch te verminderen. We doen dat met agents. Dat is de beste manier om je tegen overdaad te beschermen. Als ik aan mijn secretaresse vraag om een blad over tuinaanleg, dan komt ze met twee of drie titels. De belangrijkste Nederlandse en misschien een uit Engeland. De computer komt er met honderden. Tot zelfs, Arabische toe. Dat moet niet. We zijn op zoek naar methoden om keuze-opties uit een programma weg te laten door middel van een agent. Is de begingebruiker een bepaalde weg binnen het programma ingeslagen, dan verwijdert de agent vervolgens alle niet relevante opties.
Toch blijft het vreemd om een zeer uitgebreid programma te kopen en dan vervolgens programmeurs aan het werk te zetten om opties af te sluiten.
Voor sommige programma's, bijvoorbeeld complexe planningspakketten, zou dat heel goed zijn. Voor standaard tekstverwerkingsprogramma's ligt het minder voor de hand. Daarvoor zou je een andere aanpak kunnen kiezen. Stel, je start je tekstverwerker. Er verschijnt een leeg scherm. De enige optie die je op dat moment hebt is de keuze voor de grootte van het lettertype. Meer niet. De rest komt allemaal later, als de begingebruiker eraan toe is.
Wat is de belangrijkste ondersteunende technologie voor multimedia?
De agent-technologie wordt heel belangrijk. Voor allerlei doeleinden zal dat worden ingezet. Taken kunnen met agents over verschillende programma's, over verschillende computers, over netwerken, automatisch worden uitgevoerd. Dat is een belangrijke innovatie. Vergelijk dat eens met video-op-afroep. Daar zie ik niks in. Het maakt absoluut geen verschil of je een video nu via de kabel binnenhaalt of datje even langs de videotheek moet. Video-op-afroep is absoluut niet de belangrijke toepassing waar ze vaak voor wordt gehouden.
Zal de interface van een doorsnee zakelijk programma er over vijf jaar fundamenteel anders uitzien, al dan niet met behulp van agents?
Dat is al volop in gang. Alle belangrijke fabrikanten stappen over op echte Windows-upgrades, die volledig OLE- en DLL-compatible zijn. Er wordt gewerkt met wizards die voordoen hoe ingewikkelde functies werken. Maar nog belangrijker, in mijn ogen een echte doorbraak, zijn Visual Basic en Visual C++. Daarmee kan de interface van een programma met betrekkelijk weinig inspanning worden gewijzigd. Als een bedrijf onderdelen van een programma wil veranderen dan is dat met Visual Basic in twee dagen gerealiseerd. Bedrijven kunnen daardoor interfaces op maat maken.
Automatisering Gids/FNO/28-10-94

