Interviewestafette: Hoofd Chaos
Bosschuur d´Ouwe Kamp in Austerlitz is het fraai gelegen hoofdkantoor van Ex´tent (Eck zijn tent). Een ongebruikelijke locatie voor een ongebruikelijke man. Eckart Wintzen predikt met passie en zonder stropdas, in populaire taal, onconventioneel, als Hoofd Chaos van zijn onderneming. Hij is overtuigd van zijn eigen gelijk. Bijvoorbeeld over de beeldtelefoon. "Wordt eens wakker, zeg ik dan. Een beeldtelefoon vraagt een investering per kilometer van een paar honderdduizend gulden. Een kilometer snelweg kost het tien- tot honderdvoudige. Het kan anders." Hij wordt aan de tand gevoeld door Karel Vuursteen, bestuursvoorzitter van het grote Heineken.
Alles kan inderdaad anders, maar ik moet constateren dat
het tegenwoordig gigantisch moeilijk is om nieuwe
infrastructuren in te voeren. Vroeger bouwden we fantastische
infrastructuren als metro´s in Parijs en New York.
Ontbreekt het ons inmiddels aan visie?
"Dat is het kip- en het ei-verhaal. De invoering van een
systeem als de beeldtelefoon vraagt een miljardeninvestering
terwijl er nog geen gebruikers zijn. Nog erger is dat
versneld moet worden afgeschreven op verouderde apparatuur.
Als ministers bij grote spelers op dit gebied te rade gaan of
ze tot een dergelijke investering moeten besluiten, krijgen
ze 'nee' als antwoord. Die zijn, terecht, hun
investeringen aan het verdedigen en zeggen uiteraard tegen de
minister: 'Niet doen, die beeldtelefoon; dat wil niemand
en is veel te duur.'
Praten, praten, praten
We hebben dus geen guts meer.
"Ik vind dit statement wat hard, Karel. De Plesmans
(oprichter van KLM, red.) van deze wereld hebben met veel
geld nieuwe infrastructuren bij stukjes en beetjes kunnen
opbouwen in een wereld die toen nog relatief simpel in elkaar
stak. Het is nu veel complexer. Je moet ongelooflijk veel
power hebben om een aanwezige structuur te veranderen. Je
moet lobbyen, lobbyen, lobbyen. Je moet behalve visie hebben,
er helemaal voor gaan, guts hebben, over charisma beschikken
en een heleboel geduld hebben."
En je moet natuurlijk de lust hebben om een bestaand
systeem in al zijn complexiteit zien te breken. Dat wordt
natuurlijk hoe langer hoe moeilijker. Dan doet mij denken aan
Koos Andriessen, onze voormalige minister van Economische
Zaken, die het vaste voornemen had om het zeker voor het MKB
verstikkende net van regels af te breken om het klimaat voor
ondernemers wat makkelijker te maken. Dat is toch niet echt
gelukt.
"Nee, daar heb je gelijk in, maar het ondernemersklimaat
is wel beter geworden dan vijftien jaar geleden. Er is meer
oog voor het ondernemerschap in Nederland. Er ontstaan ook
meer ondernemingen. Toen ik in 1973 met BSO begon, was
ondernemer zijn nou niet bepaald het allerhoogste en het
allerschoonste, zeker niet voor IT'ers, die als cowboys
gezien werden."
Mee eens. Toen jij met BSO begon was de beschikbaarheid
van kapitaal veel kleiner. Nu is dat toch geen
probleem?
Omhoogschietend en fel: "Nou, je hoeft nu niet meer bij
een venture capitalist te komen met een e-voorstel. Dan zou
je een beleefd doch afwijzend glimlachje krijgen. Er is best
genoeg geld, maar vaak te weinig begrip voor de waarde van
een echte innovatie. Dat is de vreselijke paradox. Een echte
ondernemer moet liefst fundamenteel vernieuwend zijn, maar de
vc's begrijpen vaak de implicaties van zo'n
vernieuwing niet."
Welke filosofie zat er achter de celtheorie die je bij BSO
hebt toegepast?
"Waarom wil je dat weten?"
Ik vraag dat omdat je in toenemende mate hoort dat
bepaalde activiteiten in een grote onderneming alleen kans
van slagen hebben, als je hen onderbrengt in een klein clubje
van mensen en niet integreert in het bestaande
systeem.
"Oké. BSO is in twintig jaar gegroeid van
één naar tienduizend man in een markt die
totaal veranderde van uurtje-factuurtje voor een
Cobol-programmeur naar een markt waarin complete systemen
moesten worden aangelegd voor multinationale ondernemingen.
Om dergelijke veranderingen te kunnen volgen heb je een model
nodig dat flexibiliteit in zich heeft. Het celmodel dat we
bij BSO hebben gebruikt, was bijzonder geschikt voor de
dienstverlening. Het fascinerende van zo´n model is dat
je er een hele andere wereld mee kunt creëren. Mensen
werkten met elkaar in een kleine eenheid en hadden zelf alle
beslissingsbevoegdheden, uiteraard binnen de gestelde
standaards en binnen de samen opgestelde doelstellingen.
Mensen in de werkmaatschappij konden zelf reageren op wat ze
tegenkwamen zonder eerst door vreselijke hiërarchische
procedures te hoeven gaan. Als ze zich maar aan de standaards
hielden. De standaard was niet 'we gaan zoveel mogelijk
geld proberen te verdienen aan het programmeren in
Cobol'. Dan waren we in de jaren tachtig uitgerangeerd
geweest. Onze doelstelling was het ondersteunen van onze
klant bij het toepassen van moderne technologie in zijn
business. Een cel moest zelf uitzoeken welke ondersteuning
bij een bepaalde klant het effectiefst was, welke technologie
moest worden ingezet en ook welke medewerkers daarvoor
moesten worden aangetrokken. We stimuleerden het informele
contact, maar lieten de rest aan de cellen zelf over. Ze
kregen wel elkaars rapportages te zien en konden dus
prestaties onderling vergelijken. Tijdens sportdagen
vermoordden ze elkaar, maar bij de borrel daarna praatten ze
over hoe ze dingen voor elkaar kregen. Ze jatten zich suf bij
elkaar, ook technologische kennis. Dat werkte perfect. Mijn
uitgangspunt was om menselijke goede en slechte eigenschappen
zoals trots, ijdelheid, egoïsme en noem maar op,
parallel te laten zijn aan het belang van het bedrijf."
Topdrie
Dichtbij de klant staan, dat spreekt me aan. Denk je dat
het model ook bruikbaar is in een ander type bedrijf dat geen
dienstverlener is?
"Ja, maar de overgangen zijn veel moeilijker. De
toenmalige baas van - ik kan de naam nu wel noemen - Digital
keek likkebaardend naar ons model waarmee we de wereld
langzaam veroverden. Vergeet niet dat we vijf jaar lang
hebben behoord tot de drie bedrijven in Nederland waar men
het liefste wilde werken. Daar waren we uitermate trots op.
Met hem heb ik vele middagen gesproken over hoe dit model ook
bij Digital, een leverancier van hardware wat iets totaal
anders is dan een IT-dienstverlener, zou kunnen worden
gebruikt. Dat is niet gelukt. Onze uiteindelijke conclusie
was dat daarvoor de lemen laag binnen zijn bedrijf zou moeten
worden opgeheven. 'Dat krijg ik dus niet voor
elkaar', zei hij."
Dan ga je ervan uit dat je weet waar die lemen laag zit.
Identificeren van lemen lagen in een grote organisatie is
verdomd lastig.
"Dat is een bijzonder interessant fenomeen, Karel. We
hebben daar lang en veel over nagedacht. Ik wilde een model
dat niet de pijn gaf die ik heb geleden bij mijn vroegere
werkgevers. Ik heb in functies bij Philips en de overheid
veel pijn geleden. Ik werd daar gekoeioneerd, klein gehouden,
kon niet hogerop komen. Zo niet in mijn eigen organisatie en
daarom heb ik zoveel als mogelijk stafdiensten buiten de deur
gehouden. Ik wilde geen groot bedrijf, maar een heleboel
kleine bedrijven, zonder lemen lagen. Daar zit creativiteit
en enthousiasme. Zo is het begonnen. Dus geen
personeelsafdeling, geen juristen, geen fleetmanagement,
niets van die onzin. En ook geen marketingafdeling. Moet ik
tegen jou zeggen: geen marketingafdeling, hahaha."
Marketing is ook de verantwoordelijkheid voor de
topbazen.
"Helemaal mee eens. Het probleem met stafdiensten is dat
die door lagere echelons moeten worden ingeschakeld als ze
iets voor elkaar willen krijgen. Die lagere echelons gaan
slijmballen met de mensen in de stafdiensten. Als dat werkt,
vertegenwoordigen de stafdiensten een stukje macht. Lemen
lagen gaan nooit kapot, omdat ze de volle steun hebben van
alle lagen daaronder."
Iets begrijp ik niet. Dat moet je me toch eens uitleggen.
Je had een mooi model, een prachtig bedrijf en toch heb je
dat samengevoegd met wat je haatte, namelijk starheid en
bureaucratie.
"We moesten wel. We hadden geen andere keus dan een
internationaal opererend bedrijf te worden, omdat onze
klanten dat ook in toenemende mate werden. Onze opdrachten
bij internationals groeiden niet meer en beperkten zich tot
lokale opdrachten. We hebben geprobeerd om voet aan de grond
te krijgen in Duitsland, Frankrijk, Indonesië, Amerika,
maar zijn daarin voortdurend vastgelopen. Toen kwam Philips
langs met de vraag of we voor hen en met hun IT-afdeling
wilden werken. Daarop hebben we 'ja' gezegd in de
wetenschap dat anders Volmac het zou doen en we dan 25
procent van onze omzet zouden kwijtraken. Met deze fusie
kregen we er opeens kantoren bij in twintig buitenlanden. Dat
ging allemaal goed, totdat Philips de meerderheid van
aandelen in handen kreeg, vervolgens conform zijn eigen
methode moest consolideren, waarna een periode van grote
verwarring intrad. Dat is pas opgelost met de komst van
Atos/Orgin, die weer wel begrijpt hoe je dienstverlening moet
aansturen. Met alle respect, het blijven toch hardwareboeren
bij Philips."
Grootste fout
BSO en Philips hadden natuurlijk ieder hun eigen cultuur.
Verlies je bij zo´n fusie als BSO niet een stukje
cultuur en daarmee een stuk van je menselijk
kapitaal?
"Hmmmm. Laten we zeggen dat ik daar mijn allergrootste
fout ever heb gemaakt. Ik dacht dat Philips-mensen erop zaten
te wachten om bij ons te komen werken. BSO-ers waren apetrots
op hun bedrijf. Het was een toppertje in Nederland. Maar die
mensen van Philips wilden dat helemaal niet. Zij vonden ons
chaos en wilden helemaal niet bij ons werken. Wij kwamen voor
hen geen cultuurblessing brengen, maar een cultuurbedreiging.
Daar heb ik mij zeer op verkeken."
Die mensen hadden natuurlijk kunnen weten bij welke
onderneming ze kwamen te werken door naar de baas te kijken.
Ik zie in ondernemingen vaak twee soorten mensen:
procesgericht en resultaatgericht. De laatste zegt: 'Het
kan me niet verdommen hoe ik er kom als ik er maar kom'
en de eerste zegt: 'Volg een proces en dan kom je er
automatisch'. Wat ben jij?
"Als je het zo zegt, Karel, dan ben ik natuurlijk erg
resultaatgericht. Ik heb mij bijvoorbeeld aanvankelijk
vreselijk verzet tegen ISO 9000, of wat was het nummer ook al
weer. We hebben al die stempels wel gehaald, maar ik heb
altijd tegen onze klanten gezegd dat we werken volgens ISO,
maar dat niet in de ISO-normen staat of we bouwen wat zij
willen. Dat moeten ze zelf in de gaten houden."
Je bent dus resultaatgericht, maar ben je tegelijkertijd
ook niet ijdel?
"Je kunt een voormanfunctie niet vervullen, als je niet
ijdel bent. Of je moet een werkelijk spiritueel leider zijn.
Die geeft de wijsheid van het universum door. Ik hoop daar
naar toe te groeien, maar dat ben ik nog niet, hahaha.
Overigens zit er iets spiritueels in iedereen, ook in Karel
Vuursteen. IJdel ja, I want to make a difference. Dat
is mijn belangrijkste drijfveer. Ik wil ook best toegeven dat
ik de wereld wil laten weten dat ik daarmee bezig ben."
Als voorman heb je natuurlijk ook mensen nodig die met je
meewerken, waarmee je kunt brainstormen, mee kunt
communiceren. Ik heb laatst in een presentatie over
mensenmanagement woorden gehanteerd als Love, Care en
Attention. Toen ik dat schreef dacht ik: is dat te soft voor
Heineken? Maar ik heb het laten staan. Het woord love is
binnen een grote organisatie als Heineken niet
verboden.
Op kanseltoon: "Als het maar uit je hart komt. Als het
maar geen kretologie is. Maar ik denk dat het in jouw
organisatie wel een schepje meer mag zijn. Van elkaar houden
is bij samenwerking een top-issue. Als medewerkers in hun
werk van elkaar houden, krijg je een totaal ander product dan
als het alleen maar gaat om check, check en doublecheck. Als
ik naar jou luister, denk ik: werk het nog wat verder uit.
Want als je echt die sfeer binnen je bedrijf weet te krijgen,
heb je een gouden onderneming."
Als ik naar jou kijk, zie ik ook een ondernemer die een
bijdrage wil leveren aan maatschappelijk ontwikkelingen, ook
op milieu- en sociaal gebied.
"Ja, dat klopt. En we hebben zowel milieu- als sociale
projecten in de portefeuille van Ex´tent, hoewel ik
over het milieustuk een duidelijker beeld heb. In onze
milieuprojecten kijken we heel nauwkeurig of er geen sprake
is van een verstoring van een lokale cyclus waar ook ter
wereld. Een milieuproject in het Westen mag niet ten koste
gaan van sociale of andere schade elders in de wereld. Ik ben
zeer op milieu gericht, omdat er een eindigheid zit aan
aardse bronnen. De belangrijkste resources voor mij, schone
lucht en schoon water, zijn we zeer aan het
over-consumeren."
Hoe kijk je in dit verband aan tegen ontwikkelingen als
genetisch modificeren?
Beetje onzeker. "Daar weet ik niet zoveel van. In zijn
algemeenheid denk ik dat we voorzichtig moeten zijn met het
ingrijpen in bestaande processen. Denk bijvoorbeeld aan het
gebruik van DDT. Dat heeft toch desastreuze gevolgen gehad.
Het is met alle goede bedoelingen ingezet, maar uiteindelijk
met grote gevolgen voor de voedselketen. We moeten oppassen
dat we komende generaties niet opzadelen met de negatieve
gevolgen van onze zogenaamde oplossingen."
Maar ongewenste gevolgen zijn er toch altijd? Neem
internet met zijn mogelijkheden, ook voor terroristen om
beter onderling contact met elkaar te houden.
"Mee eens, hoewel de kapers van de vliegtuigen het
zonder internet ook wel hadden gekund. Laten we wat de
aanslag betreft echter ook bedenken dat het iets is wat deze
wereld over zichzelf heeft afgeroepen. Het is een feit dat
vijf miljard mensen have nots zijn. Die kijken naar de een
miljard mensen die het allemaal wel hebben. Het is ook een
have and have-not strijd: wel water, geen water; wel olie,
geen olie, wel rijkdom, geen rijkdom. Aan die tegenstellingen
werken we met zijn allen mee."
We hebben wel het inzicht dat daar een zwakte ligt vanuit
het ondernemen. We zijn ons steeds meer bewust van de
consequenties van ons handelen.
"Dat denk ik ook, Karel. We zijn er nog lang niet, maar
er is een begin."

