INVESTERINGSPROGRAMMA BSO/ORIGIN LIJDT NIET ONDER EEN JAAR VERLIES
Een sympathiek softwarehuis
HANS CROOIJMANS
'Je verantwoorden voor elke beurstechnische scheet die je laat? Laat maar'
Net is de ochtend na bekendmaking van het eerste verlies in zeventien jaar. Terwijl chiefexecutive officer Henk Cohen de min-tien miljoen gulden relativeert, leest president Eckart Wintzen hoe de kranten de onverwacht beroerde cijfers van BSO/ Origin hebben ervaren. Wintzen, de oprichter van het Utrechtse softwarebedrijf, is daarmee wat laat, want hij is door de wekker heen geslapen.
Vanwaar eigenlijk die interesse voor die perspublikaties? BSO/Origin is niet eens aan de beurs genoteerd. 'Pure business,' zegt Wintzen. 'Vijftien jaar lang zijn we alleen maar positief in de pers geweest. Dat heeft ons geweldig geholpen en ...' Cohen interrumpeert: 'Af en toe was het misschien wat te veel van het goede.' Wintzen: 'Ja, maar die publiciteit schiep een sympathiek en positief beeld van deze onderneming. Nu de kranten schrijven over verliezen, kan wellicht een vertroebeling van dat plaatje ontstaan. Dat zal overigens niet lang duren. Dit verlies is gewoon eenmalig.'
Wat de beursnotering aangaat: Wintzen prijst zich gelukkig dat hij eind jaren tachtig de grote verleiding heeft weerstaan. 'Sommige bedrijven in onze branche is dat slecht bekomen. Ik moet er niet aan denken dat je telkens achtervolgd wordt wegens onbegrepen investeringen en dat je je moet verantwoorden voor elke beurstechnische scheet die je laat. En dat iedere tandarts of notaris zich als aandeelhouder gaat bemoeien met zaken waarvan hij niks begrijpt. Nee, laat maar.'
Van de huidige aandeelhouders krijgt BSO/Origin warme steun, stellen Wintzen en Cohen vast. Directie en personeel (36,6 procent), Philips (41,1), Rabobank (13,6) en de Nederlandse Participatie Maatschappij (8,7) hebben geduld. Alleen, het moet dit jaar afgelopen zijn met de al sinds 1990 teruglopende nettoresultaten. Mede hierom werd negen maanden geleden Cohen binnengehaald. De kanalisering van BSO/Origins onstuimige groei in de afgelopen drie jaar - een slordige verdubbeling van omzet en personeelsbestand tot respectievelijk zevenhonderd miljoen gulden en vijfduizend mensen - werd te veel voor één persoon.
Een headhunter bracht hen in Wintzens directiekamer bij elkaar. Al bij hun eerste gesprek klikte het zowaar. Cohen: 'Het leiden van dit bedrijf vergt gewoon een tweehonderd-procentige dagtaak. Eckart kwam niet meer toe aan de dingen die hij vroeger wel kon doen. Onlangs is hij een week naar de Verenigde Staten geweest om bij te tanken en ideeën op te doen. Had hij al in tijden niet meer gedaan.'
Terwijl Wintzen zich nu vooral bezighoudt met nieuwe ontwikkelingen in de wereld van automatisering, informatie en communicatie, concentreert de ex-McKinsey- en ex-Sara Lee-manager zich op de dagelijkse BSO/ Origin-zaken. Echte werkafspraken hebben Wintzen en Cohen naar eigen zeggen vooraf niet gemaakt. 'Hoeft ook niet,' vindt Cohen. 'We vullen elkaar prima aan.'
Cohen en Wintzen lijken in alles elkaars tegenpolen. De een in managerslook: keurig in het pak, wijze bril, netjes gekapt haar. De ander eerder het kunstzinnige type: warrige haardos, veelkleurig gilette en ietwat verwilderde baard. Wintzen tuft dagelijks met zijn Renault Clio'tje tussen Driebergen en Utrecht; Cohen zoeft in een comfortabele Citroën XM van en naar Wassenaar. De computerprogrammeur die zijn internationaal opererende onderneming van de grond af opbouwde versus de gewezen McKinsey-man die bij Sara Lee behoorde tot het leger carrièrejagers.
Cohen neemt resoluut het woord als het om cijfers en beleidsmaatregelen gaat.
Het verlies van BSOI Origin is vooral te wijten aan kostenstijgingen die al jaren de omzetgroei te boven gaan. Dat wordt zeker snijden de komende jaren.
Cohen waakt ervoor zich als een kille saneerder te laten afficheren. 'Natuurlijk valt er hier en daar best iets te doen aan de uitgaven. Maar de verbetering van de resultaten zullen we vooral bereiken door alerter te reageren op negatieve ontwikkelingen. In Nederland is dat nooit zo'n probleem geweest. Omdat je dicht op de markt zit, pik je hier meestal wel tijdig de signalen op wanneer het met projecten of bedrijven mis dreigt te gaan. In het buitenland ligt dat anders. De afstand is in dubbel opzicht groter. Soms heb je een week of vier geen enkel contact met de mensen daar. Tegenvallers ginds kun je hier niet ruiken. We houden de zaken nu echter scherper dan voorheen in de gaten.'
Het buitenland is essentieel voor BSO/Origin. Sleutelbegrip in de bedrijfsstrategie is immers internationalisatie. BSO/Origin wil op alle belangrijke plaatsen in de wereld zijn diensten kunnen aanbieden aan multinationals die sleutelen aan een internationaal netwerk van informatie en communicatie. 'Om zulke opdrachten te werven, moeten we lokaal aanwezig zijn. Je bent er immers niet met het installeren van systemen die op standaardpakketten draaien. Elk land heeft zijn eigen cultuur, taal en wetten. Wanneer je de situatie ter plaatse kent, weet je bijvoorbeeld welke aanpassingen de systemen moeten ondergaan.'
Wereldwijd zijn er momenteel hooguit tien softwarebedrijven die voldoende spreiding en omvang hebben om de grote industriële bedrijven, banken, verzekeraars en semi-overheidsorganisaties min of meer op mondiale schaal terzijde te staan. Dat BSO tot dat selecte gezelschap behoort, dankt het bedrijf aan de samenwerking die vier jaar geleden werd aangegaan met Philips'interne automatiseringsbedrijf. In één klap beschikte BSO over de zo felbegeerde wijdvertakte internationale organisatie.
'We hadden aanvankelijk nogal wat problemen met de integratie,'zegt Wintzen terugblikkend. 'De Philipsmensen waren gewend voor de eigen toko te werken. Ze wisten niet wat het was om voor opdrachten de markt op te gaan. Wat we overnamen in die landen waren stafafdelingen die opereerden volgens de wetten van de traditionele hiërarchie.
'Het goede nieuws was dat we professionals binnenkregen. Het vakmanschap heeft bij Philips altijd buiten kijf gestaan. En wat ook heel belangrijk was: iedereen in die organisatie kende iedereen. De man in Taiwan communiceerde heel gemakkelijk met zijn collega in Rio. Zoiets is voor de dienstverlening aan onze internationale klanten van grote waarde.'
Over Taiwan gesproken, daar werd toch vorig jaar een verlies geleden?
Wintzen en Cohen kijken elkaar aan. Met een besmuikte glimlach: 'Daar hebben we ook een les geleerd. Weet u wat onze Chinese mensen doen als we hen vragen: Is de klant tevreden?' Wintzen wacht geen antwoord af.
'Dan knikken ze heftig en zeggen: "Jazeker!" En als je vervolgens vraagt of het project onder controle is en de kosten binnen de perken zijn gebleven, volgt hetzelfde ritueel. Zo doen ze dat nou eenmaal, ook wanneer alles misloopt wat er mis kan gaan. Zulke beoordelingsfouten maken we nu niet meer.' BSO/Origin voerde vorig jaar projecten uit in veertig landen. Het bedrijf heeft intussen vestigingen van Australië tot de Verenigde Staten en van India tot Brazilië. De stroppen in Taiwan, Engeland, Zwitserland, Frankrijk en Spanje hebben de expansiedrift niet getemperd. Waarschijnlijk nog dit jaar zal BSO/Origin enkele nieuwe Aziatische en Zuid-Amerikaanse markten betreden. Cohen: 'Ons investeringsprogramma lijdt niet onder één verliesjaar.'
Maar in het buitenland is al vier jaar geen winst gemaakt. Heeft mijnheer Wintzen een gat in de hand?
Cohen neemt het direct op voor zijn collega. 'Helemaal niet. Eckart heeft in wezen het karakter van de ouderwetse ondernemer. Iemand die zuinig is, zich liever niet aan luxe te buiten gaat.' Wintzen: 'Klopt. De vraag is alleen of de rest van de organisatie ook die instelling heeft. Kijk, toen ik pas met BSO begon, zat ik in mijn kantoor op Hemastoeltjes. Later, toen we wat verdiend hadden, werden het exemplaren van de Ikea en deze waarop we nu zitten staan er ook alweer flink wat jaren. Wanneer ik zie hoe sommigen van ons hun eerste kantoor inrichten, dan denk ik wel eens: oei...'
Helemaal een ouderwetse ondernemer is Wintzen nu ook weer niet. Hij is niet degene die alle touwtjes binnen het bedrijf strak in handen wil hebben. BSO hanteert al meer dan vijftien jaar de 'celstructuur'. Het bedrijf is opgedeeld in cellen die uit hooguit tachtig á negentig mensen bestaan en verregaande bevoegdheid hebben om in het alledaagse zakenleven hun eigen gang te gaan.
'Goed systeem,' zegt Wintzen. 'Je bent flexibel, hebt weinig staf en staat dicht bij de markt. Trouwens, je ziet dat steeds meer ondernemingen, waaronder veel multinationals, het pad van decentralisatie opgaan. Zij praten over small business units. Het beestje heeft gewoon een andere naam.'
Cohen kent het model uit zijn Sara-Leetijd. Waarom is hij eigenlijk bij deze voedingsgigant weggegaan?
Hij wil er niet veel over zeggen. 'Nee, met het vertrek van Cor Boonstra (de Nederlander die vorig jaar na een knallende ruzie opstapte als hoogste baas van het Amerikaanse bedrijf - HC) heeft het niks te maken. Ik wilde gewoon wat anders. BSO/Origin is een echt mensenbedrijf, bij Sara Lee doen vooral machines het werk. Er staan daar in de fabrieken theeverpakkingsmachines die vijftig jaar meegaan. Een keer per jaar worden ze even uit elkaar gehaald, gesmeerd en gecontroleerd. Daarna werkt zo'n ding weer dag en nacht, zonder haperen. Tja..'
Bij BSO/Origin, en speciaal in (Ie nabijheid van Wintzen, ontwikkelt Cohen aandacht voor zaken waarover hij vroeger nooit nadacht. 'Eigenlijk vind ik het wel aardig dat Eckart in zo'n klein wagentje rijdt,' zegt Cohen terloops. 'Toen in hier pas binnenkwam heb ik voorgesteld om me ook zo'n ding te laten aanmeten. Maar dat werd me afgeraden. Ik moest vooral niet proberen Eckart te imiteren. Dat zou bij de mensen niet aanslaan.'
De auto is bij BSO/Origin, net als bij elk ander automatiseringsbedrijf, een veelbesproken thema. Wintzen publiceert voor zijn bedrijf sinds vier jaar een op 'guestimates' gebaseerde milieujaarrekening. Uit die cijfers blijkt dat driekwart van de schade die BSO/ Origin aan het milieu toebrengt, is toe te schrijven aan de autokilometers. Terugdringing van het autogebruik staat hoog op Wintzens prioriteitenlijstje. BSO/Origin kent bijvoorbeeld al de fiets-van-de-zaak. Cohen: 'We zouden ook pools kunnen maken van auto's die iemand kan gebruiken wanneer hij hem echt nodig heeft.'
Het personeel lijkt voorlopig echter niet willig om de leaseauto op te geven. Wintzen: 'Ego en auto zijn kennelijk nog te veel met elkaar verweven. Voor een ontvlechting van die twee, krijg ik de handen nog niet op elkaar.'

