JAARVERSLAG VOOR KINDEREN
Nadenken over de vraag: wat is nieuw?
Vorige week gaf het bedrijf BSO zijn jaarverslag uit — speciaal voor kinderen geschreven. Dat is nog nooit vertoond. De bazen van het bedrijf lieten zich ook nog ondervragen door een paar brutale klassen van een basisschool.
Een vraag: u schrijft hier op bladzijde drie ‘wat is er
nou mooier dan bij het beste bedrijf te werken’? Is dat
niet iets te hoog van de toren geblazen? De scholieren
moesten lachen om die mooie vraag. Eckart Wintzen, de baas en
oprichter van BSO, lachte ook wel wat. Maar hij moest toch
erg hard nadenken over een antwoord. Het is onze bedoeling om
de beste te zijn, zei hij. ‘Maar de enige die dat kan
beoordelen is de klant.’
Bedrijven vinden zichzelf de beste, zeker in hun jaarverslag.
Want dat is een soort eindrapport dat je over jezelf schrijft
(dat zou op school moeten kunnen. Stel je eens voor, ik
schrijf dan: Rob Sijmons was dit jaar weer de beste van de
klas). Een bedrijf vertelt in het jaarverslag wat het
allemaal aan prachtigs uitgevoerd heeft. Na die tekst volgen
er veel bladzijden met cijfers: over het geld. Over geld dat
ze binnenhaalden, geld dat ze weer uitgaven, en geld dat ze
overhielden (de winst). Is er veel winst, dan is het bedrijf
blij. Is er weinig winst of verlies, dan zijn ze
verdrietig.
Waarom moeten jaarverslagen altijd zo saai en borstrammerig
zijn, vroegen ze zich bij BSO af. En waarom gebruiken ze
altijd zoveel moeilijke woorden? ‘Het kan voor kinderen
toch ook heel leuk zijn om eens te lezen wat een bedrijf
allemaal doet? Tenslotte zijn kinderen net zo belangrijk als
grote mensen. En kinderen willen toch ook weten hoe de wereld
in elkaar zit?’
Vandaar het jaarverslag ‘helemaal voor kinderen’.
Een mooi boek, met plaatjes van Mance Post, bekend van de
boeken van Guus Kuijer. Maar ja, de tekst blijft natuurlijk
vertellen over het prachtigs dat BSO vorig jaar allemaal
verrichtte. En de cijfers blijven saai - om die bladzijden
zit dan ook een plakker:
BSO is wel een gek bedrijf. Het heeft iets met computers te
maken, maar je kunt er nog geen stekker kopen —zelfs
niet als die lux connector heet. BSO helpt je om stekkers te
kopen, bij wijze van spreken: wil je jets met computers doen,
dan kun je ze inhuren voor hulp. Zelfs als je een heel
systeem wilt opzetten, bijvoorbeeld voor het via een
satelliet volgen van ladingen en schepen in de Rotterdamse
haven. Een goede business, volgens het jaarverslag: er
werkten eind vorig jaar 1382 mensen bij BSO, die diensten
verkochten voor 227 miljoen gulden (dat heet de omzet).
‘Nadat alle rekeningen waren betaald en er ook geld
apart was gezet voor de belastingen bleef er een winst van
18,5 miljoen gulden over,’ schrijft BSO.
De firma richt zich vooral op nieuwe technieken. Daarom legt
de geleerde en schrijver Hugo Brandt Corstius in het
BSO-jaarverslag uit wat nieuw is (dr. Hugo schrijft in VN als
Piet Grijs, in de Volkskrant als Maaike Helder, en hij heeft
nog veel andere, geregeld nieuwe, schuilnamen). Wat Brandt
Corstius schrijft is altijd om over door te denken. Neem deze
zinnen, over een opgroeiend kind: ‘Ze begrijpt hoe een
vliegtuig vliegt, hoe een televisie ziet, hoe een computer
werkt. Ze heeft Amerika gezien, en de maan, en een dierentuin
vol dieren, en een computer. Ze bekijkt met een microscoop
bacteriën, en met een telescoop sterren. Maar ze heeft
geen idee hoe ze dat allemaal doet, hoe haar hersens werken.
Als ze dat wist, dan wist ze echt iets nieuws.’
Baas Eckart van BSO zei ook nog: ‘Wat pappa op kantoor
doet onttrekt zich vaak aan de ogen van de kinderen
thuis.’ Ook daarom kwam er het ‘jaarverslag voor
kinderen’. Met als gevolg: ‘Ik snap nu eindelijk
wat we aan het doen zijn de hele dag.’
Voor hem was dat al nieuw.
We weten dus hoe het verder moet in ons land. De troonrede
wordt geschreven voor kinderen — dan snappen de
koningin en minister-president Lubbers eindelijk waarmee ze
bezig zijn. En Vrij Nederland wordt overgenomen door de
redactie van de Blauw Geruite Kiel.

