ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Kennissamenleving heeft breedband nodig

Aug 01, 2003 (Staatscourant , Hans Sleurink )

Welke randvoorwaarden horen bij een sterke kennissamenleving, welke infrastructuur is nodig, en welke diensten en producten? Een gesprek met zakenman en visionair Eckart Wintzen over het beleid dat noodzakelijk is om Nederland de begeerde economische toppositie te geven.

De economische toppositie die Nederland in 2010 binnen de EU veroverd wil hebben, is alleen haalbaar als ons land zich ontwikkelt tot een sterke kennissamenleving, stelt Eckart Wintzen. Dat vereist volgens hem in de eerste plaats individuele werkers die goed opgeleid en toegerust zijn voor het werken met grote informatiestromen.

U vindt nieuwe media belangrijk als middel om de zachte kant van de economie te versterken. Zo bent u in San Francisco een multimedia universiteit begonnen. Waarom in Amerika?

Begin 1997 ontmoette ik de Amerikaan Gary Platt die interessante ideeën bleek te hebben over een nieuwe manier van scholing in nieuwe media. Het sprak me zozeer aan dat ik in zijn plannen wilde investeren. Dat werd Ex'pression Center for New Media. Het is uitgegroeid tot een zeer succesvolle opleiding. Jaarlijks studeren er enige honderden studenten af en vindt 86 procent van hen binnen een halfjaar een baan.

Wat is bijzonder aan de ideeën van Gary Platt?

Het concept van `total immersion', het volledig onderdompelen van studenten in datgene wat ze willen doen. Studenten hebben tijdens de opleiding voortdurend de beschikking over alle mogelijke apparatuur die ze voor hun studieproducties nodig hebben, zeven dagen per week 24 uur per dag. Wie zo'n vak in Nederland studeert, moet de benodigde apparatuur vaak weken van te voren boeken en dan meestal slechts voor een paar uur.

Waarom dan niet zo'n opleiding in Nederland begonnen?

De financieringsstructuur is heel anders. Je kunt hier moeilijk aan een student 30.000 euro per jaar opleidingskosten vragen. Er is immers al betaald via de belastingen. Dat zou dus dubbel zijn. En verder zitten ambtenaren van OCenW er niet op te wachten dat ik een nieuwe opleiding begin. Die zouden zich dan overal mee willen bemoeien, vanuit hun functie gezien terecht, maar daar zit ik natuurlijk weer niet op te wachten.

Waarom vindt u de zachte kant van de economie zo belangrijk?

We verbruiken met z'n allen veel meer grondstoffen dan onze planeet kan aanvullen. Nogal stom, zeker als je kijkt waaruit de economie bestaat, met name slechts 15 procent voor basislevensbehoeften: voedsel, onderdak, warmte, voortplanting en dergelijke. De resterende 85 procent is in feite welvaartseconomie, de spelletjes en het speelgoed waarmee klein en groot zich een groot deel van de tijd bezighoudt. Dat is vermaak en het is ook meer, want daarin liggen ook veel van onze kansen op ontplooiing en geestelijke groei. Wat ik voorsta is dat we in onze economie veel bewuster sturen op niet-materiële componenten, op zaken die minder van de materiële capaciteit van de aarde gebruiken. En dat moet je dan heel serieus en consequent jaar in, jaar uit doen. Het welvaartsdeel van onze economie biedt de meeste kansen daarvoor, met GSM, internet en de entertainment-industrie. Maar ook in de basiseconomie zijn er mogelijkheden te benutten.

Zoals uw beeldtelefoon? Zo'n apparaat is inmiddels al een oude droom te noemen, die telkens toch niet realiteit wordt. Waarom lukt het u wel?

Aan de Eyecatcher is jaren ontwikkeld om de juiste kwaliteit te krijgen. Bij beeldtelefonie gaat het erom dat je elkaar recht in de ogen kunt zien, net zoals bij een direct face-to-facegesprek. Dan pas ontstaat communicatie die wij mensen kennelijk voldoende geloofwaardig vinden. De Eyecatcher biedt nu die mogelijkheid. Op dit moment is vooral het internationale bedrijfsleven geïnteresseerd, zoals ABN AMRO. Ook oud-minister Hans Wijers van AKZO Nobel krijgt er een op zijn bureau.
Er is breedbandinfrastructuur nodig om collectief gebruik van de beeldtelefoon mogelijk te maken.

Overleg via de beeldtelefonie levert een grote besparing op in reisuren en in materiële componenten voor het vervoer. Volgend jaar starten we een productielijn met een eerste productie van 5000 stuks. Dat zal snel uitbreiden. Binnen enkele jaren zullen er voor de consument betaalbare beeldtelefoons komen. Op grote schaal draagt dat bij aan substantiële besparingen op het verbruik van materiële grondstoffen van de planeet.

Dat had allang in Nederland geregeld moeten zijn. Toen destijds de PTT werd geprivatiseerd, had de twaalf miljard opbrengst daarvan direct geïnvesteerd kunnen worden in een breedbandnetwerk voor heel Nederland. Dan waren we internationaal gidsland geweest, niet voor ons poldermodel, maar voor onze breedbandinfrastructuur. We zouden in de ontwikkeling van de kennissamenleving voorop hebben gelopen. Nu vertrekken allerlei delegaties richting Zuid-Korea, dat inmiddels ver op ons voorligt. Dat was niet nodig geweest.

De politiek, en niet alleen in Nederland, heeft gekozen voor marktwerking. Dat is volstrekt onbegrijpelijk. Communicatie-infrastructuur is een basisvoorziening. Elke infrastructuur, geen enkele daarvan uitgezonderd, behoort door toedoen van de overheid tot stand gebracht te worden.

Als breedband er eenmaal is, wie ontwikkelt dan de diensten en producten om de kennissamenleving te stimuleren?

Dat vinden mensen zelf wel uit. Toen ik in de adviesraad van Verkeer en Waterstaat zat ben ik met het idee voor Kenniswijk gekomen, een grootschalig experiment voor breedbandverbindingen. Helaas is wat nu in Eindhoven gebeurt, een mager aftreksel van wat me voor ogen stond. Er hadden minimaal 80.000 breedbandaansluitingen moeten zijn, dan heb je een markt met voldoende substantie om nieuwe dingen spontaan tot stand te laten komen. Kijk naar mobiele telefonie, wie had jaren geleden durven voorspellen dat SMS zo'n belangrijk economisch onderdeel daarvan zou worden als nu het geval is? Bij nieuwe technologieën moetje de ontwikkeling ervan aan de vrije krachten in mensen durven overlaten.


Eckart Wintzen studeerde wis- en natuurkunde in Leiden. Nadien werkte hij voor Philips en het Europees Ruimte Agentschap. In 1976 kocht Wintzen een noodlijdend ICT bedrijfje dat hij omdoopte tot BSO, Bureau voor Systeem Ontwikkeling. Twintig jaar later telde het bedrijf 6500 medewerkers, tal van buitenlandse vestigingen en een omzet van ruim $ 500 miljoen. Bijzonder aan Wintzens aanpak was de celstructuur; mensen werkten in kleine teams en hadden daarbij een grote eigen verantwoordelijkheid. In 1996 verkocht Wintzen zijn bedrijf aan Philips. Het was hem te groot geworden. Later zou hij zeggen: 'Er stonden mensen op die macht zochten, en daar heb ik niks mee.' Hoewel cijfers ontbreken, moet de verkoop hem een zeer vermogend man hebben gemaakt. Sinds 1996 investeert hij in versterking van de zachte kant van de economie. Hij heeft verder zitting in tal van adviesraden, en hij ontwikkelt zelf nieuwe producten. Dit jaar bracht hij de Eyecatcher op de markt, een beeldtelefoon die het gevoel van directe conversatie tussen mensen dicht benadert.

» Article index