“Leuke dingen doen waar de wereld wat aan heeft”
Eckart Wintzen was tot voor kort topman van automatiseringsbedrijf BSO. Met zijn nieuwe bedrijf Ex'tent streeft hij nieuwe doelen na. Hij neemt zowel deel in een bedrijf dat AIDS tracht te bestrijden als in een ijs-met-een-boodschapproducent. `Het moet leuk zijn en het moet ergens toe dienen.
Over Eckart Wintzen is al veel geschreven. Bijvoorbeeld over het feit dat Wintzen er anders uitziet dat de doorsnee ondernemer: lang haar, een baard en een spijkerbroek. Maar gelukkig is er nog meer geschreven over hem als oprichter van het automatiseringsbedrijf BSO ("ik ben er in 1973 mee begonnen toen niemand in Nederland nog het verschil wist tussen soft en hardware"). Vijf jaar geleden kocht Philips zich in bij BSO. Enkele jaren later vergrootte de multinational zijn aandeel en op dat moment stapte Wintzen uit de dagelijkse leiding van de onderneming. Hierdoor heeft hij nu genoeg tijd om 'leuke dingen' te doen. Dat doet hij met zijn nieuwe bedrijf Ex'tent. De naam Ex'tent is eigenlijk een grapje. Het staat voor Eck z'n tent. Ex'tent wil ondernemingen ondersteunen die zijn aangesloten bij het Social Venture Network. Dat is een vereniging van bedrijven die een sociaal en ecologisch verantwoord beleid voeren. De Body Shop is het bekendste voorbeeld van een onderneming die is aangesloten bij het SVN."
GEZELLIG IJS
We beginnen het gesprek met de meest uitzonderlijke activiteit die Wintzen op dit moment onderneemt. Want menigeen zal met verbazing hebben vernomen dat één van de eerste automatiseringsdeskundigen van ons land nu ijs gaat verkopen. Maar volgens Wintzen betreft het hier geen gewoon ijs. "Ben & Jerry's is een ijsmerk waarmee twee Amerikanen, Ben Cohen en Jerry Greenfield, ooit zijn begonnen. Het zijn ondernemers die zich ook nog om de maatschappij bekommeren. Zo komen de noten in het ijs zoveel mogelijk uit het tropisch regenwoud. Ze willen zo het behoud van het regenwoud steunen. En de brownies, het koek in het ijs, komt uit een banketbakkerij in New York die onderdeel is van een hulpprogramma voor dak- en thuislozen." Ben & Jerry's is van een klein locaal ijsmerk in de VS uitgegroeid tot een produkt dat nu ook in Canada, Engeland, Frankrijk, Israël en Rusland wordt verkocht. En in Nederland, sinds Ben & Jerry's Benelux van start is gegaan. Wintzen: "Nergens ter wereld wordt er geadverteerd voor Ben & Jerry's. Dat gaat ook in Nederland niet gebeuren. We moeten het hebben van de mond op mondreclame en de berichtgeving in de media." Dat laatste is Wintzen al aardig gelukt. Zijn initiatief om een wedstrijd uit te schrijven die ertoe moet leiden dat een jongere tussen de veertien en de achttien jaar in de Raad van Commissarissen van Ben & Jerry's Benelux wordt benoemd, haalde ruimschoots de publiciteit. Ook in Nederland wil Wintzen, net als in de VS, een deel van de winst uit de ijsverkoop bestemmen voor een maatschappelijk doel. Daartoe heeft de mensenrechten-organisatie Human Rights Watch vijftien procent van de aandelen van de onderneming gekregen.
Wintzen is ervan overtuigd dat het ijs ook in Nederland zal aanslaan "Wij eten per jaar voor 8 liter ijs, de Amerikanen 23 liter, dus er is nog ruimte tot groei." Hij is niet bang voor concurrentie. "Iedereen vraagt mij steeds of ik de strijd met Unilever wil aangaan. Het antwoord is nee, Unilever verkoopt ijs en wij verkopen gezelligheid. Daartoe gaan we winkeltjes beginnen waar je het ijs kunt kopen, maar ook gezellig aan een tafeltje kunt opeten. In Amerika zijn dat de scoopshops. Misschien moeten wij dat ook zo maar noemen. Eigenlijk zou zoiets hier een ijssalon moeten heten, maar dat vind ik zo'n kutwoord."
EIWITTEN TEGEN AIDS
Wintzen is ook mede-eigenaar van het Amerikaanse bedrijf Pepl'immune. Deze onderneming doet onderzoek aan Perptide T. Wintzen: "Dat is een eiwit dat bepaalde negatieve ontwikkelingen in je lichaam kan afremmen. Een team van gerenommeerde wetenschappers in de VS hoopt dat dit middel bij de strijd tegen Aids en ook hij de behandeling van Altzheimer kan worden ingezet." Wintzen begrijpt de scepsis die hem ten deel valt als hij het over een middel tegen Aids heeft. "Ik zeg niet dat het een geneesmiddel is. Want dat is er niet voor Aids. Peptide T voorkomt niet dat mensen het HIV-virus krijgen. Wat het wellicht wel kan voorkomen is dat dit virus zich uiteindelijk ontwikkeld tot Aids". Wintzen is niet bang zich met medische charlatans te hebben ingelaten. "De mensen die eraan werken zijn niet de eerste de besten. Je denkt toch niet dat Eckart Wintzen zich met nepmiddel tegen Aids inlaat?" Op dit moment verkeert het testen van hel middel in de VS in de fase dat het wordt uitgeprobeerd op mensen. "Al naar gelang hoe dat uitpakt, zal het eind dit jaar aan de Federal Drugs Administration worden voorgelegd voor een officiële registratie. Als het wordt goedgekeurd, kan daarna in andere landen de registratie worden aangevraagd. Dat zal voor Nederland nog zeker twee jaar gaan duren.'
DUURZAME ECONOMIE
Een andere activiteit wordt bij Ex'tent steevast aangeduid als 'Het Boek'. Het is de bedoeling dat er aan het eind van het jaar een boek verschijnt waarin Wintzen ideeën voor een duurzame economie ontvouwt. "Het is toch belachelijk dat we belasting moeten betalen over arbeid en de schade die bepaalde produktieprocessen toebrengen aan het milieu nauwelijks belasten? We moeten toe naar een systeem waarbij het gebruik van grondstoffen wordt belast. Om dat te bereiken moeten we eerst weten hoeveel grondstoffen er in een bepaald produkt zijn verwerkt. Daar heb je een 'ecologische boekhouding' voor nodig. Wereldwijd zullen ondernemingen zo'n boekhouding moeten invoeren. Daarin wordt de 'onttrokken waarde' van een totaal produkt geregistreerd. Daarmee bedoel ik dat duidelijk moet worden gemaakt wat de waarde is van de natuurlijke rijkdommen die wij aan de aarde onttrekken om een bepaald produkt te maken. In de toekomst zou het zo moeten zijn dat op elk produkt behalve bijvoorbeeld het aantal calorieën ook de onttrokken waarde staat vermeld.@ "De tweede stap is de invoering van een belasting op onttrokken waarde, de BOW. Ik kan me voorstellen dat we met een heffing van vijf procent beginnen. Na verloop van tijd zal het percentage elk jaar worden verhoogd, totdat we na bijvoorbeeld dertig jaar op honderd procent zitten. Op dat moment zullen ondernemers er bij gebaat zijn om zo milieuvriendelijk mogelijk te produceren.@
Wintzen begrijpt dat zo'n systeem wereldwijd moet gaan gelden omdat het anders gedoemd is te mislukken. Maar is het sowieso niet een luchtkasteel? "Nee. Want ik zeg niet dat het van vandaag of morgen moet worden ingevoerd. Maar als je nu eens nagaat wat er de afgelopen dertig jaar allemaal is veranderd, is het dan zo onrealistisch om er van uit te gaan dat dit systeem over een lange periode in werking kan treden?@
Volgens Wintzen is dit de enige manier om het milieu te redden. AMet economische prikkels. Want zaken doen is de sterkste kracht in de wereld die mensen tot iets brengt. Alleen idealisme is niet voldoende." Hij beseft dat zijn model voor een duurzame economie ook verregaande gevolgen heeft voor de consument. Want produkten die een groot beslag op de natuurlijke rijkdommen leggen zullen fors duurder worden. Daarom schrijft Wintzen zijn boek. Want zonder de steun van, zoals hij het noemt, 'the man in the street' kan hij niets beginnen. Wintzen: "Politici willen herkozen worden. Die kijken wel uit om dergelijke drastische maatregelen in te voeren zonder de steun van de bevolking.=
VIDEOCONFERENCING
Wintzen is een onuitputtelijk vat van ideeën. "Ik heb nog iets wat jouw lezers zeker zal interesseren. Want dat hele gedoe over de elektronische snelweg, wat stelt het nou helemaal voor? Niets. Neem nu bijvoorbeeld videofonie. Dan had je niet hier naartoe hoeven te komen. Dan hadden we via de telefoon met beeld erbij kunnen praten. Dat beeld erbij is belangrijk, want ik wil zien of je wel oplet als ik iets vertel.@ De huidige vormen van videoconferencing voldoen volgens Wintzen daarom ook niet. Om te beginnen is de beeldkwaliteit veel te slecht. Je ziet een scherm waarop vaag mensen zijn te herkennen. Maar ik wil duidelijke beelden op studiokwaliteit. Dat kan alleen als je de capaciteit van de telefoonlijnen vergroot. En niet met een klein beetje zoals bij ISDN. De capaciteit moet zeker met twintig tot vijftig keer groter worden, dan nu het geval is. Een ander probleem is dat het scherm waarop je jouw gesprekspartner kunt zien en de camera die ervoor zorgt dat hij jou ziet, nooit op dezelfde plaats staan. De camera staat naast, boven of onder het tv-toestel. Het gevolg: of je kijkt naar het scherm en dus ziet je gesprekspartner dat je hem niet aankijkt, want je kijkt immers niet in de camera. Of je kijkt in de camera maar dan zie je de reactie van je gesprekspartner niet, want je kunt niet tegelijkertijd op het scherm kijken. Ik ben bij Philips geweest en bij PTT Telecom. Ze vonden het een interessant probleem, maar ze konden me niet helpen. Dus heb ik zelf maar een systeem gebouwd waarin de camera en de monitor op dezelfde plek zitten. Ik ga het hier binnenkort uittesten met mijn secretaresse. En met een haarscherpe beeldkwaliteit. Want omdat haar kamer maar vijftien meter van die van mij vandaan is, kan ik makkelijk een telefoonkabel met een veel grotere capaciteit aanleggen. Het is natuurlijk anders als je het hele land van zo'n infrastructuur moet voorzien. Maat wat dan nog. Het aanleggen van infrastructuur is een overheidszaak. Ze leggen toch ook de Betuwelijn aan? Wil je echt iets aan de files doen, ontwikkel dan een goed systeem waarbij mensen hun deur niet meer uit hoeven om zaken te doen. En je zou de Gouden Gids op de videofoon kunnen zetten. Zodat je live kunt zien of een restaurant wel leuk is. Maar wat gebeurt er? Niets, Den Haag wacht af. Waarop eigenlijk@.
Adrie Boxmeer

