ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Mensen in de automatisering - Eckart J. Wintzen

May 30, 1983 (De automatiserings gids )

De BV Nederland moet weer gaan ondernemen

Na omzwervingen in Duitsland en Zwitserland startte Eckart J. Wintzen in 1973 GTE Nederland. Tezamen met Bob Schutte verwierf hij daarvan in 1976 de aandelen en gaf er een nieuwe naam aan: BSO/Buro voor Systeemontwikkeling. Nu is dit bedrijf de holdingmaatschappij van een reeks dochterondernemingen, waarvan de ruim 250 medewerkers op praktisch elk deelterrein van de automatisering programmatuurdiensten verlenen. Als bijdrage in de discussie over automatisering plaatste de holding, waarvan Wintzen de algemeen directeur is, onlangs een advertentie met een opmerkelijke kopregel: Automatisering werkt. Als Nederland gaat ondernemen.

Na in Leiden enige jaren wis- en natuurkunde te hebben gestudeerd en een tevergeefse sollicitatie bij IBM kwam Wintzen in 1965 in dienst van destijds Philips Computer Industrie. Echt bewust voor automatisering koos hij toen overigens niet, maar hij liet zich eerder leiden door een gevoel van: 'ach, computers hebben de toekomst'. Bij Philips heeft hij tot in detail geleerd hoe een computer -apparatuur- en programmatuurtechnisch in elkaar steekt. Hij kreeg daarvoor ook alle gelegenheid, want als assistent wetenschappelijke en bijzondere toepassingen kreeg hij de opdracht een timesharing systeem te ontwikkelen hetgeen leek als hij toen was niet zonder een fikse portie zelfstudie ging. Door gebrek aan flexibiliteit in de doorgroeimogelijkheden van mensen zonder academische titel besloot hij 2,5 jaar later zijn functie bij Philips te verruilen voor een veel beter betaalde baan bij ESOC in Darmstadt, Bondsrepubliek Duitsland. Dat is één van de instellingen die destijds in het kader van het Europese ruimtevaart onderzoek van de grond kwamen. Wintzen ging daar werken in de idealistische veronderstelling betrokken te zijn hij een groot en zeer efficiënt georganiseerd multinationaal wetenschappelijk projekt. Maar die gedachte bleek al snel een illusie te zijn. Ofschoon sindsdien de zaken aanmerkelijk zijn verbeterd verliep dat projekt toen uiterst inefficiënt. Zowel aan medewerkers als apparatuur werd ongelooflijk veel geld besteed, dat in verhouding zeer weinig opleverde. Bij ESOC ontwikkelde Wintzen een onvertraagd communicatieverbinding tussen de meetinstrumenten in de sateliet en de mainframe op aarde. Ook fungeerde hij veelvuldig als intermediair tussen Engelse en Franse medewerkers die uit chauvinisme niet rechtstreeks met elkaar wensten te communiceren.

In 1970 had hij het bij ESOC wel gezien en besloot over te stappen naar de commerciële automatisering. Als eerste stap op dit terrein bracht hij een Zwitserse vestiging van het Engelse programmatuurbureau Computer Enterprise van de grond. Al spoedig hield het moederbedrijf op te bestaan en werd hij tezamen met enkele Zwitserse partners eigenaar van de vestiging, waar inmiddels zo'n dertig man personeel werkte. Echter, op den duur hotste zijn Nederlandse mentaliteit steeds meer met de typisch onpersoonlijk Zwitserse, wat uiteindelijk in 1972 er toe leidde dat hij zijn aandeel in het bedrijf verkocht. Daar bij toen nog vrijgezel was, greep hij bij die gelegenheid tevens zijn kans om eerst een half jaar wat van de wereld te gaan zien alvorens elders weer aan de slag te gaan.

Na zijn terugkomst accepteerde hij de functie van manager van het Hamburgse kantoor van EDP Resources met als optie de leiding te krijgen van een nog op te richten Nederlandse vestiging. Die belofte werd al een half jaar later interest.

De nieuwe Nederlandse vestiging startte hij in een flat in Rijswijk. echter niet onder naam EDP Resources, maar GTE Information Systems. Want voordien had General Telephone and Electronics (GTE) behalve EDP Resources links en rechts automatiseringsbedrijven opgekocht en in een aparte divisie ondergebracht. Doel van dat alles was IBM stekkercompatibele terminals, front-end verwerkingseenheden, inclusief de benodigde communicatieprogrammatuur op de markt te brengen. Maar de apparatuur hoeft Wintzen behalve op folders nooit gezien. Wel de programmapakketten, waarvan hij er een aantal op de Nederlandse markt hoeft verkocht. Die activiteiten waren uiteraard niet voldoende om van te bestaan, dus ging GTE Nederland daarnaast consultancywerkzaamheden verrichten. In 1976 besloot GTE zich uit de automatiseringsmarkt terug te trekken. Tezamen met Bob Schutte deed Wintzen toen een bod op de aandelen van GTE Nederland. Dat werd aanvaard en vanaf dat moment was BSO een feit.

Filosofie

"Werken met staffunctionarissen is een zinloze constructie", vindt Wintzen. En verder: "Het menselijk contactpatroon reikt tot circa 30 personen". Beide opmerkingen houden nauw verband met de basisfilosofie van BSO, die het bedrijf sedert 1976 onverkort hanteert. De filosofie luidt: programmatuurdienstverlening is een zaak van mensen, dus zijn zowel naar binnen als naar buiten gerichte persoonlijke contacten van essentieel belang om als bedrijf goed te kunnen functioneren. In plaats van met een piramidevormige organisatiestructuur werkt BSO daarom met lokale eenheden van circa 30 man. Elke eenheid is volledig verantwoordelijk voor haar winst- en verliesrekening, voert haar eigen personeels- en aanschafbeleid enz. Zodra een eenheid te groot wordt, selecteert BSO daaruit een senior en junior manager en geeft die tot taak een nieuwe eenheid te vormen. "Deze opbouw verschaft de cliënt ZO kort mogelijke communicatiekanalen naar beslissingsbevoegde personen en het kweekt een groot lokaal bewustzijn van de kostenproblematiek. Dat mensen het beste binnen groepen van hooguit 30 personen functioneren, is een bekend gegeven. Dat dit waar is, weten wij uit ervaring: stijgt een eenheid boven de veertig man, dan stijgt de overhead disproportioneel en verdwijnt de winst als sneeuw voor de zon. Daarom kennen wij ook geen staffunctionarissen, want ik geloof niet in de veel gehoorde opvatting, dat door allerlei zaken centraal te regelen veel geld kan worden bespaard. Dat geldt ook voor minder voor de hand liggende zaken, zoals het sluiten van lease-overeenkomsten voor auto's. Wellicht ondermijnt dat de efficiency en onze onderhandelingspositie, maar daar staat tegenover dat elke eenheid exact de kostenconsequenties kent en dienovereenkomstig handelt. Het enige wat wij centraal doen is de financiële administratie de public relations en de kwaliteitsbewaking. Onze filosofie strookt met de moderne sociaal/economische theoriën en, overigens louter toevallig, ook met later gepostuleerde opvattingen van de futurist Tofler.'

Begonnen met puur detacheringzwerk -de concurrentie vertaalde destijds BSO geringschattend in Body Shop Organisatie- ontwikkelde het bedrijf zich tot een van de grootste Nederlandse programmatuurbureaus met een achttal operationele eenheden en in totaal ruim 250 medewerkers. "U vraagt en wij draaien", omschrijft Wintzen de dienstverlening. Tot de klantenkring behoort de top 100 Nederlandse bedrijven, waaraan BSO hoog gespecialiseerde kennis verkoopt die zich over gehele automatiseringsterrein uitstrekt: van administratieve informatie- en beleidsondersteunende systemen tot procesbesturing, netwerktoepassingen, implementatie van microprocessoren, industriële robots, gemeentelijke automatisering, opleidingen e.d. Daarbij beperkt het bedrijf zich niet tut Nederland, maar voert ook in het buitenland, onder meer Indonesië, op contractbasis automatiseringswerkzaamheden uit, neemt deel in buitenlandse ondernemingen en bezit eigen buitenlandse vestigingen. Verder verwierf het bedrijf de Nederlandse rechten van talrijke kwalitatief hoogstaande programma's onder meer het onlangs aungekondigde MAS administratiepakket van de Britse Hoskyns Group.

Achterstand

"In vergelijking tot die in de Verenigde Staten, maar ook in Europa heeft de Nederlandse software-industrie beslist geen achterstand. Het punt is alleen dat wij, overheid en ondernemers, niet meer zo alert zijn als vroeger. Vandaar onze advertentiecampagne met de slapende Nederlandse leeuw, want het wordt hoog tijd dat de B.V. Nederland weer ontwaakt.'' Daarmee doelt hij op een advertentie met als kop `Automatisering werkt. Als Nederland gaat ondernemen', die onlangs voor het eerst in het blad Management Team verscheen en waarin BSO haar bijdrage levert om automatisering in een wat positiever daglicht te stellen. Nederland moet niet langer tegen de machine schoppen. maar er eindelijk mee produceren en gaan nadenken over hoe automatisering te gebruiken ter verbetering van de nationale economie, luidt de boodschap. Op aanvraag verstrekt BSO ook een boekje met achtergrondinformatie biedende persknipsels over huidige Nederlandse ontwikkelingen en denkbeelden op dit terrein. "In vergelijking met Frankrijk en Engeland verschaft de Nederlandse overheid veel te weinig mogelijkheden om automatiseringskennis en ervaring op te doen. Bovendien stuiten de projecten die wij hebben op veel tegenstand. Neem bij voorbeeld de kritiek op de bouw van de peilerdam in de Oosterschelde. Vanuit een oogpunt van het milieu of de oesterteelt zijn de alsmaar stijgende kosten natuurlijk volledig onverantwoord. Maar de tegenstanders vergeten te gemakkelijk dat daarbij een schat aan technische kennis wordt opgedaan die onze export waardevolle nieuwe impulsen kan geven. Het feit dat de Fransen nu hij voorbeeld Fokker over databank- en CAD/CAM-technieken komen informeren, is maar een klein voorbeeld van de gedachte dat het geldverslindende Concorde-project toch niet voor niets is geweest.'' "Ontegenzeggelijk kost automatisering extra werkgelegenheid, maar is niettemin noodzakelijk om met het buitenland te kunnen concurreren. Wij doen veel te weinig aan export van de dingen waar wij goed in zijn, bij voorbeeld automatische klimaatbeheersing en de regeling van de chemische huishouding in kassen en automatiseringskennis op water- en landbouwkundig gebied. Mogelijk kunnen wij door te automatiseren ook verloren gegane industrieën, zoals de textielindustrie weer nieuw leven inblazen. Zo veel arbeidsplaatsen als vroeger zal het niet opleveren, maar toch in ieder geval een aantal. Het voornaamste is dat er weer initiatieven worden genomen en de machine weer gaat lopen. Precies dat bedoelen wij met Nederland moet weer gaan ondernemen. Ik geloof daarentegen niet in door de Cosso en NSV nagestreefde projecten, zoals de bouw van de grote algemeen toepasbare programmagenerator. Dat zal noch de Amerikaanse, noch de Japanse, laat staan de Nederlandse software-industrie deze eeuw lukken. Waarom'? Omdat aan de computer op enigerlei wijze een logisch, conflictvrij idee moet worden geuit, wil deze er iets zinnigs mee kunnen doen.

Voed je een computer met larie dan krijg je ook larie. Voorwaarde blijven dus formele talen en mensen die behalve logisch kunnen denken ook een toepassing eerst analitisch kunnen opschrijven. Wel komen er steeds betere hulpmiddelen om snel kwalitatief hoogstaande applicatieprogramma`s te ontwikkelen. Ik denk dan ook dat de malaise in de detachering zich nog zal versterken.''

De leeftijd van de gemiddelde politicus en topambtenaar wijst Wintzen als één van de redenen aan voor de volgens hem te geringe informaticakennis bij de overheid. In het belang van de BV Nederland moet daarin snel verbetering komen en dan bij voorkeur bij alle ministeries. Want stelt hij, informatica dringt steeds meer door in alle sectoren van de maatschappij, dus is centralisatie van die kennis binnen één ministerie niet zinvol. Met andere woorden in een ministerie voor Technologie zoals sommigen bepleiten, ziet hij niets. Om dezelfde reden doet BSO dit jaar voor het eerst niet meer mee aan de beurs Europe Software. " Wij waren twee jaar geleden het eerste bedrijf dat standruimte huurde, maar je staat daar eigenlijk alleen maar een potje mooi te zijn. Gezien de verwevenheid van automatisering met praktisch alles om ons heen heeft zo'n beurs geen zin. Men organiseert tenslotte ook geen beurs gewild aan het wiel. Voortaan zul je BSO aantreffen op beurzen voor verticale markten waaraan wij specifieke automatiseringskennis kunnen leveren. Voorbeelden zijn een automobiel-, landbouw- of medische beurs."

Onderwijs

Nederlandse universiteiten zijn veel te weinig zelfvernieuwend, vindt Wintzen. "De hoogleraren zijn meestal uit de academische wereld zelf afkomstig en missen daardoor praktijkervaring. Een van de voorwaarden voor een hoogleraarschap zou volgens mij een verplicht aantal jaren ervaring in het bedrijfsleven moeten zijn. Daardoor ontstaat een stuk toegevoegde waarde, die dan kan worden doorgegeven. Nu bestaat er tussen de industrie en de academische wereld een gigantische kloof. Van de Technische Hogescholen komen veel te theoretische opgeleide mensen, die bedrijven zoals Volmac en wij in dienst nemen, zonder daarbij veel terug te koppelen. Dat is ook niet eenvoudig, want ik heb in gespreksgroepen e.d. vastgesteld dat hoogleraren in de informatica een totaal andere taal spreken als de vertegenwoordigers van de software-industrie. Wij zien ze als pure theoretici, terwijl zij ons als een stel Bul Supers ervaren die op een verwerpelijke manier aan programmatuurontwikkelingen geld verdienen. Als aanzet om die kloof te overbruggen, leeft bij mij en enkele vakbroeders de gedachte aan een soort sociëteit waar wij in een informele sfeer onze gemeenschappelijke problemen kunnen doornemen. Concrete ideeën hebben wij echter nog niet."

Eckart Wintzen is vanaf het begin directeur van BSO. Daarvoor was hij al directeur van de Nederlandse vestiging van CTE, het bedrijf waaruit BSO is ontstaan. In deze periode heeft hij het bedrijf weten uit te houwen tot een van de vooraanstaande softwareleveranciers die Nederland kent. Over de problemen die zich voorduwen in 'software-Nederland' is Eckart Wintzen duidelijk. "In vergelijking tot de Verenigde Staten en Europa heeft de Nederlandse software-industrie geen achterstand. Wij zijn alleen niet meer zo alert als vroeger. Vandaar de advertentiecampagne met de slapende Nederlandse leeuw, want het wordt hoog tijd dat de BV Nederland weer ontwaakt''.

» Article index