Nieuwe rode draad voor aards bestaan
Van onze verslaggever FOKKE OBBEMA
AMSTERDAM - Wat is het resultaat wanneer journalisten en ondernemers zich verenigen om de politiek de les te lezen? Het antwoord daarop valt te lezen in De Duinrede van De Club van Schiermonnikoog, een tot dusver in alle stilte opererend gezelschap, dat vooral uit ondernemers en (voormalig) NRC-Handelsbladjournalisten bestaat en binnenkort wellicht uitmondt in een nieuwe politieke partij.
Eind vorig jaar kwam de Club voor het eerst in de publiciteit. Initiatiefnemer Jurriaan Kamp, chef van de economische redactie van de NRC, meldde toen met zijn Club-maatjes begonnen te zijn aan een zoektocht naar een "nieuwe rode draad" voor het aardse bestaan. Die draad zou verder moeten gaan dan "een paar nieuwe ideeën, zoals D66 die heeft geopperd". De zoektocht heeft geresulteerd in de Duinrede, net een treetje lager dan de Bergrede van de Heer zelf. De Duinrede is inmiddels naar enkele honderden relaties van Clubleden verstuurd.
De rede verschaft in ieder geval inzicht in wie nu eigenlijk tot de club behoren. Bekende namen zijn onder meer voormalig VVD-minister van Financiën Hans Witteveen; Wouter 'Mickey' Huibregtsen, de baas van McKinsey Nederland en NOC-voorzitter-Johan Schaberg. de crisis-manager die om zijn politieke ambities bekend staat; en Eckart Wintzen, oprichter en hoogste baas van het softwarebedrijf BSO. Minder bekende ondertekenaars zijn de ondernemers Wiet de Bruijn (oprichter van verhuurbedrijf De Boedelbak) en Jaap Mulders (City Courier); journalist Rik Rensen (RTL4); Hélène de Puy, de vrouw van Kamp; en projectontwikkelaar Fred Matser
Op hun zoektocht naar hogere waarden in dit banale bestaan is het gezelschap op Harvard uitgekomen, waar de antropoloog David Maybury-Lewis hij huist. De Duinrede opent met een citaat van hem, dat er op neerkomt dat de moderne mens vergeten is de vraag naar het waarom te stellen. Vandaar dat hoofdstuk 1 van de rede ook "de zin van het bestaan" heet. Daarbij schuwen de Duinredenaars de pretenties niet. "Geen leger kan een idee verslaan waarvoor de tijd is gekomen."
"Het verontrust ons dat velen geen zin in hun bestaan herkennen Wij leven wel, maar er is weinig dat ons ten diepste raakt. Onze relaties zijn vaak oppervlakkig of afwezig", zo opent de Duinrede. Het probate middel tegen die oppervlakkigheid is "een nieuw soort politiek denken". Leuk is dat overigens niet. "Het wordt een behandeling die op korte termijn pijn doet. Maar het is de enige manier om persoonlijk, maatschappelijk en ecologisch weer in balans te komen."
De Duinrede hoedt zich ervoor om nieuw soort politiek denken of politieke links-rechts-schaal in te delen, al veegt het wel alle bestaande modellen van tafel. Want behalve kapitalisme en communisme heeft ook liberalisme zich "alspolitiekestroming gediskwalificeerd".
Bij de voorzichtige poging om aan te geven wat er dan wel moet kom blijkt vooral de overheid op flink veel kritiek te kunnen rekenen van het ondernemende gezelschap. De overheid moet zich niet zien als de verschaffer van "collectieve pseudo-zekerheid" maar moet "weigeren ( andermans problemen op te lossen') Moeten de uitkeringen worden afgeschaft? Zo ver wil De Club net niet gaan. De overheid mag nog in uiterste nood de pijn verzachten door een soort bestaansminimum aan te bieden.
Ook het bedrijfsleven, waar de meeste opstellers van de Duinrede toe behoren, krijgt enige vrijblijvende kritiek. Vooral de Amerikaanse wantoestanden bij vijandige overnames moeten het ontgelden, maar dat betekent niet voor Nederland, waar deze zich maar voordoen. Verder heet het vaag "de beschaving van de markteconomie op het spel staat en dat "de mens niet kan overleven in een wereld waarin concurrentie centraal staat".
Meest opmerkelijk aan De Club van Schiermonnikoog blijft vooralsnog de marketing van de Duinrede. Officieel wordt de publiciteit gemeden, omdat de ideeën zich eerst verder moeten uitkristalliseren. Tegelijkertijd spelen de Clubleden elkaar al flink de bal toe.
Zo trad Maybury-Lewis vorige week op bij de presentatie van het BSO-jaarverslag en adverteerde BSO in de N met diens klemmende vragen naar zin van het bestaan. Enkele dagen later had Maybury-Lewis al een lovende boekbespreking in de NRC gekregen. De auteur van die recensie, Jurriaan Kamp, prijst Maybury-Lewis uitvoerig aan en verwijst ook nog even naar het jaarverslag van BSO

