ONDERNEMERS MET SOUL
Succesvolle ondernemingen worden in het leven geroepen door bezielde ondernemers. Dat maakt opvolging tot een hachelijke zaak. Het vertrek van de oprichter betekent hoe dan ook een ingreep in de soul van de onderneming, leerden de deelnemers aan het vijfde OnderneemHet-event van de ING Bank op Universiteit Nyenrode.
"Ik ben voor mezelf begonnen uit teleurstelling over andere bedrijven. Medewerkers kregen onvoldoende ruimte om zich professioneel en persoonlijk te ontwikkelen. Terwijl dat juist mijn droom was." Leendert Bikker en zijn communicatieadviesbureau laten zien dat het voor de waarde van een bedrijf essentieel is dat de bezieling van de ondernemer erin doorklinkt. Van eenmanszaak groeide het in Rotterdam gevestigde Bikker Communicatie binnen tien jaar uit tot marktleider in Nederland. De sterke organisatiecultuur die Bikker neerzette, is nog steeds een cruciale succesfactor. De honderdvijftig medewerkers mogen zelf hun werk indelen om samen met hun klanten problemen op te lossen. Bikker is er de man niet naar om hen directieven te verstrekken. "Ik ben de herder die de kudde begeleidt en af en toe een schaapje oppakt dat niet goed meekomt." Een unieke aanpak, zeker in het begin van de jaren negentig. Keerzijde van het succes was dat Bikkers gedroomde baan steeds meer een management job werd. "Als ik was doorgegaan had de verveling toegeslagen. Dat zou dodelijk zijn geweest." Daarom bracht hij zijn geesteskind onder bij Euro RSCG. Zelf werd hij lid van de raad van bestuur. "Mijn interesse ligt bij het bouwen, ik wil creëren. Onderhouden en verbeteren is het talent van een ander."
ZONDER BEZIELING WORDT HET NIKS
Succesvolle ondernemingen worden in het leven geroepen door
bezielde ondernemers. "Zonder bezieling wordt het
niks", is de stellige overtuiging van Harry de Winter.
De chairman of the board van de CVI Media Group spreekt uit
ervaring. Eind jaren zeventig ontdekte hij zijn passie voor
het maken van televisieprogramma's. "Aan financieel
gewin dachten we niet in die tijd. Het enige dat telde was
mooie programma's maken waarin we onze idealen kwijt
konden." In een vriendengroep van acteurs, regisseurs en
gesjeesde studenten ontwikkelde De Winter zich tot de
producent die mensen bij elkaar bracht, daaruit iets liet
voortkomen en dat ging realiseren. "Mijn bezieling?
Getalenteerde mensen bij elkaar brengen en samen iets maken
dat leuk én zinnig is." Op basis van die formule
werd IDTV een van de grootste onafhankelijke producenten, die
niet alleen mooie dramaseries als Pleidooi en Oud Geld
voortbracht, maar ook het populaire spelletje Lingo.
In de ideale situatie vallen de inspiratie van de oprichter en die van het bedrijf samen. Harry Starren van De Baak wijst op het voorbeeld van ID&T's Duncan Stutterheim. Die werd op zijn vijfentwintigste miljonair met het organiseren van dance events. "Onze generatie dacht nog dat plezier hebben en geld verdienen niet samengaan", analyseert Starren. "De beleveniseconomie toont aan dat we ongelijk hadden. Kijk maar om je heen: spullen hebben we genoeg, nu gaat het om het creëren van ervaringen. Dan komt het erop aan dat ondernemers precies weten wat hun doelgroep wil. Stutterheim ging het soort feesten organiseren waarvan hij zelf hield. Hij mikte op vierduizend gasten, het werden er veertigduizend. Nu is hij bezig met een restaurant waar je kunt eten zoals hij dat graag doet. Die aanpak werkt!"
MANAGEMENT GAAT NIET SAMEN MET OPPORTUNITIES
ZIEN
Veel ondernemers kunnen zich niet voorstellen dat ze ooit
zullen weggaan bij het bedrijf dat ze hebben opgericht.
Anderen hebben daar minder moeite mee. Leendert Bikker droeg
de dagelijkse leiding over toen hij zich realiseerde dat
anderen geschikter waren om zijn bureau de volgende stap te
laten maken. Harry de Winter verkocht zijn eerste pakket
aandelen, toen IDTV McKinsey over de vloer kreeg, er een
ondernemingsraad moest worden ingesteld en het bedrijf naar
een industrieterrein verhuisde. "Allemaal dingen waar ik
als oude hippie niet blij van werd." Eckart Wintzen nam
afscheid van softwarehuis BSO, toen hij zich realiseerde dat
hij aan zijn eigen schepping ten onder dreigde te gaan.
"Ik kwam nooit meer thuis, was alsmaar op reis."
Duncan Stutterheim gaf zijn plaats in het managementteam van
ID&T op, toen hij merkte dat hij te impulsief was om daar
goed te blijven functioneren. "Ondernemers, dat zijn de
mensen met ideeën, die de kansen zien. Dat gaat niet
samen met management."
DE TWEEDE MAN IS ZELDEN EEN GOEDE EERSTE MAN
Als zo'n bezielde oprichter op een gegeven moment zijn
vertrek aankondigt, slaat in zijn onderneming de schrik toe.
"Het is moeilijk om een opvolger van buiten te
halen", weet Wintzen. "Iemand moet zich thuis
kunnen voelen in jouw creatie. Je loopt het risico dat zijn
soul niet past bij de soul die jij in het bedrijf hebt
gebracht. Het gaat alleen maar goed als hij daar langzaam op
wil voortborduren, zodat de koers slechts geleidelijk
verschuift." Aan de andere kant lukt het ook niet altijd
om intern iemand te vinden. "Je loopt aan tegen het
fenomeen dat de tweede man zelden een goede eerste man
is."
Lukt het desondanks om de leiding over te dragen, dan betekent dat hoe dan ook een grote verandering voor de onderneming. Toen Wintzen BSO vaarwel had gezegd, werd hij in eerste instantie opgevolgd door iemand die doorging in de vertrouwde stijl - losjes en gebaseerd op gelijkwaardigheid. "Die man is op zijn beurt vervangen door twee ernstige cowboys. De baas van die twee heeft het hart uit het bedrijf gehaald zonder er iets nieuws voor in de plaats te zetten." Ook De Winter moet vaststellen dat na zijn vertrek de organisatiecultuur ingrijpend is veranderd. "Al was het maar dat het een mannenbedrijf is geworden. Zelf werk ik liever met vrouwen." Toch vindt hij dat hij het heeft getroffen met zijn opvolger. Net als Stutterheim en Bikker. Die constateren allebei dat het goed is geweest dat zij plaats hebben gemaakt voor anderen. "Bikker is een beter bedrijf geworden. Dat is hún verdienste, niet de mijne."

