Over oude antwoorden, nieuwe vragen en de Club van Schiermonnikoog
Onze ouders kenden geen behoedzaamheid of intellectualiteit, zij kenden ook geen angst voor belachelijkheid. Ze waren inconsequent en onsamenhangend, maar ze merkten het nooit op, ze spraken zichzelf voortdurend tegen, maar ze gaven het nooit toe. Ze hulden zich tegenover ons in een gezag dat ons nooit zou passen. Ze stonden sterk in hun principes, die ze onverwoestbaar achtten, en zij heersten over ons met absolute macht. Ze maakten ons doof met donderende woorden; een gesprek met hen was niet mogelijk, omdat zij ons het zwijgen oplegden zodra ze vermoedden dat zij ongelijk hadden, zij sloegen met de vuist op tafel en deden de kamer trillen. Wij herinneren ons het gebaar, maar zouden het niet na kunnen doen.... Weinigen van ons zullen rechtstreeks eigen ervaring hebben met vaders zoals Natalia Ginzburg die afbeeldt in bovenstaand citaat, maar we kunnen hen ons wel voorstellen. Zij spreekt over een generatie van voor onze ouders. De wereld was stabieler, de samenleving kende vaste rollen, en gezag was een natuurlijk aanvaard feit, omdat gezagsdragers nu eenmaal meer kennis of macht hadden dan anderen. Vaders waren vaders - die lazen op gedragen toon uit de Bijbel voor en namen 's avonds de courant door, en ze deden dat omdat dit het rolgedrag was dat hun door hun eigen vaders was voorgespeeld.
In de ondernemingswereld was het ongeveer hetzelfde. Er waren werkgevers met kennis en kapitaal, die ongeschoolde en arme arbeiders bijeen brachten en zo wisten te organiseren, dat er efficiënte productie plaatsvond. De sociale verhoudingen waren paternalistisch, langs de lijnen van het hierboven geschetste vaderbeeld. Als meneer Frits binnenkwam werd er onderdanig gegroet, en als meneer Jan zei dat een machine anders ingesteld moest worden, dan gebeurde dat want hij wist waarover hij praatte en bovendien moest je van hem je loon krijgen.
Het organisatiemodel dat hierbij paste was centralistisch-dirigistisch. Dat was logisch, want kennis was schaars. Arbeiders waren niet of nauwelijks geschoold en van hen werd ook weinig meer dan spierkracht verwacht. Het "hoofdkantoor" deed het denkwerk. Het schreef in detail voor wat er wanneer gedaan moest worden en legde dit vast in dikke procedureboeken.
In groter verband was het met de inrichting van onze staat weinig anders gesteld, zowel qua uitgangspositie als qua aanpak. Een kleine maatschappelijke bovenlaag zorgde voor de bemanning van de parlementaire democratie in alle vertegenwoordigings- en uitvoeringsorganen. De beelden die ons van Thorbecke, Schaepman en Abraham "De Geweldenaar" Kuyper voor ogen staan, zijn exact de vaders die Natalia Ginzburg ons schetst, compleet met hoge hoed en Vatermörder. En het waren grote, centrale regelingen die zij ontwierpen om het land tot ontwikkeling te brengen, van algemeen burgerkiesrecht en leerplicht tot en met - in een latere generatie - regelingen voor volksgezondheid, volkshuisvesting en oudedagsvoorziening.
Zij hebben veel tot stand gebracht, deze strenge mannen met hoge hoeden: als bestuurders, als ondernemers en misschien ook wel als vaders. Als ondernemers hebben ze ons welvaart gebracht; als bestuurders een hoog opleidingsniveau en grote mondigheid. Mede door hun toedoen is de samenleving onherkenbaar veranderd.
Want welke vader haalt het tegenwoordig in zijn hoofd om op donderende toon tegen zijn tienerkinderen te bassen "het gebeurt omdat ik het zeg"? Je kunt niet verwachten dat je kinderen kunt opvoeden om enerzijds te Ieven in een wereld waarin informatie met lichtsnelheid op hen afkomt en verwerkt moet worden, en anderzijds te handelen in blinde gehoorzaamheid aan dogma en gezag. Je kunt wèl hopen hun een aantal normen en waarden mee te geven waarmee ze de onbekende vragen van de toekomst aankunnen.
Zo ook op ondernemingsniveau: de meeste bedrijven die vertrouwden op de dirigistische wijsheid en de procedureboeken van het hoofdkantoor, zijn uiteengevallen op verkeren in grote problemen. Waarom? Omdat zij de concurrentie niet aankonden met bedrijven die zich organiseren rond de intelligentie en het probleemoplossend vermogen van hun medewerkers. In de wereld van vandaag kan geen enkel hoofdkantoor goed inspelen op de irr7rrer veranderende complexiteit die iedere medewerker elk ogenblik van de dag tegenkomt. De antwoorden van het hoofdkantoor zijn oplossingen voor de problemen van gisteren. Maar het meest fnuikende is dit: zolang het hoofdkantoor bestaat, schept het de illusie dat het oplossingen zal geven. Het schermt de organisatie af van de dringende noodzaak zelf te denken en te doen. En de beste mensen, degenen die zich niet slechts als spierkracht-leverende arbeider maar als medewerker en meedenker willen inzetten, zullen afhaken of weggaan.
In een moderne onderneming ben je als leiding met heel andere dingen bezig. Je maakt de buitenwereld zichtbaar en je geeft aan wat voor kansen of bedreigingen die oplevert voor de onderneming. Je biedt op grond daarvan een toekomstgerichte strategie aan en je probeert zoveel mogelijk mensen daarachter te krijgen. En tenslotte zorg je ervoor dat iedereen zijn maximale bijdrage levert om, met gebruik van zijn eigen hersens en beoordelingsvermogen, het gemeenschappelijke doel te bereiken.
Zonder detail-instructies of procedureboeken. Met inzet, verantwoordelijkheid en, jazeker, sancties. Want dit is geen softe dikdoenerij: het is een door concurrentie afgedwongen levensnoodzaak.
Hoe schrijnend is het verschil met de manier waarop we in de publieke sector met elkaar omgaan. In het gezin moeten we meer en meer vertrouwen op normen en waarden waarmee kinderen en volwassenen het leven tegemoet treden. In ondernemingen moeten we het hebben van globale strategische visies, die door individuen in verantwoordelijkheid wordt ingevuld. Maar de overheid regelt steeds meer en meer, in immer toenemende mate van detail. Men zegt dat men de hoogmoed van de maakbare samenleving heeft verlaten (hoogmoed, want als de samenleving maakbaar moet zijn, wie is dan de maker?), maar steeds meer behandelt men de samenleving als een programmeerbare machine. Dat werkt dus niet. De vader die in zijn gezin zo optreedt jaagt de kinderen het huis uit. De onderneming die zo werkt zal zijn medewerkers zien afhaken en wordt door concurrenten ondergeschoffeld. De overheid die zo werkt ziet zijn burgers cynisch en calculerend worden. Wie gaat programmeren moet niet verbaasd zijn als hij computer-antwoorden terugkrijgt.
De Club van Schiermonnikoog stelt deze discrepantie tussen ons mensbeeld en ons samenlevingsmodel aan de orde en wijst op de schadelijke effecten die dit heeft op de relatie tussen burgers met hun overheid en tussen burgers onderling. Een overheid die de pretentie in stand houdt dat zij van alles wel zal regelen, zelfs al maakt zij dit in de praktijk niet waar, belemmert dat mensen persoonlijke verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf, hun buren en hun omgeving.
De Club van Schiermonnikoog wil burgers en overheid een spiegel voorhouden van wat zij elkaar aandoen, geplaatst in de context van de geëmancipeerde burger en de steeds meer bevoogdende overheid. De Club van Schiermonnikoog bepleit een pact tussen burgers en overheid dat gebaseerd is op het zelf-organiserend vermogen van de samenleving:
De overheid zal zich niet meer bemoeien met zaken die ook door het particulier initiatief kunnen worden geregeld; burgers zullen ophouden de overheid aan te spreken voor subsidies en bijdragen voor van alles.
Achterhaalde organisatie-modellen houden geen stand. Zij worden in een beheerst proces aangepast aan de gewijzigde omstandigheden, of de wal keert het schip. Dat gebeurde in de Sovjetunie. Het hoofdkantoor van de meest centralistische geleide
staat ter wereld bezweek onder zijn eigen gewicht. Vanonder het puin proberen zich nu enkele werkmaatschappijen te vormen. Bij ons zijn we vooralsnog bezig bestaande werkmaatschappijen zwaar te laten betalen, uit te verkopen of op te heffen om de reorganisatie van het hoofdkantoor nog iets langer te kunnen uitstellen.
* J. W. Schaberg is medeoprichter van de Club van Schiermonnikoog. Zijn ervaring ligt in het opnieuw vitaliseren van kwijnende ondernemingen.

