Over Welvaart, Economie en Mobiliteit
Hoe kunnen we de beschikbare ruimte in Nederland qua infrastructuur zó herinrichten dat we bij de beoogde 3% economische groei bereikbaar blijven zonder te verstikken? Dat is de vraag. De nog altijd groeiende files en drukte op Schiphol tonen aan dat meer van hetzelfde denken de mobiliteit niet bevordert. Met de aanleg van een infrastructuur voor breedbandige telecommunicatie zou Nederland zich als vernieuwer op de wereldkaart zetten en bovendien de komende jaren ook honderden duizenden banen kunnen scheppen van alle niveaus .
De algemeen geldende gedachtegang is dat welbevinden gelijk is aan welvaart, dat welvaart alleen mogelijk is in een groeiende (materiële) economie en dat economische groei wetmatig een evenredig groeiende mobiliteit van zowel goederen als personen tot gevolg heeft.
welbevinden = welvaart > economische groei = materiële groei > mobiliteitsgroei
Zo is het uiteindelijke resultaat van het streven naar meer welbevinden dus onontkoombaar groei van mobiliteit. De ervaring lijkt deze stelling te bevestigen. Immers, decennia lang vergaderen er al commissies, adviesorganen, stuurgroepen en beleidsafdelingen over bereikbaarheid en mobiliteit. Samen hebben ze wouden aan adviezen, lange termijn strategieën en andere beleidsdocumenten laten verschijnen en nòg hebben automobilisten op de Nederlandse wegen een groeiend aantal uren ( vorig jaar 65 miljoen) in de file gestaan. Dat zijn uren die ook hadden kunnen worden besteed aan het lezen van boeken, het onderhouden van de tuin of het in bed stoppen van de kinderen.
Bovendien was de filevorming in 1997 ondanks alle inspanningen 4% groter dan in 1996. Te verwachten is dat we bij een nagestreefde economische groei van 3% over 25 jaar nogmaals twee keer zoveel transportmiddelen en wegen nodig hebben als nu. En dus over 50 jaar vier keer zoveel - dit uitgaande van het gegeven dat 3% groei ook 3% mobiliteit oproept en niet ( zoals nu ) 4,5%. (!). In dat laatste geval verdubbelt de vraag naar mobiliteit al in 15 jaar!
Oplossingen worden gezocht in de richting van uitbreiding van Schiphol in zee en snelwegen onder het huidige wegennetwerk. Op zich innovatief, maar al zou het mogelijk zijn om die infrastructuur binnen diezelfde 15 jaar aan te leggen - quod non - dan nog blijft het een zinloze poging om een probleem op te lossen met dezelfde manier van denken die het heeft gecreëerd. Einstein wist het al:
‘If you do what you always did, you get what you always got.’
Visie en lef
Gelukkig leven wij in een land waar men ook anders kan denken. Waar mensen in de 17e eeuw al de visie en het lef hadden om de krachten te bundelen en op niet eerder vertoonde schaal een complexe en kostbare infrastructuur aanlegden om goederen uit "de oost" naar het westen te vervoeren en hier te distribueren. Ze hadden overigens niet alleen zelf profijt van hun daadkracht. Nu nog is een deel van onze welvaart en werkgelegenheid (bijvoorbeeld toerisme) een regelrecht gevolg van de visie die men toen tot werkelijkheid heeft gemaakt. De grachtengordel en de schilderijen uit de Gouden Eeuw, waaronder natuurlijk de Nachtwacht, behoren tot de grootste toeristentrekkers van het land.
Ook Albert Plesman was iemand die anders kon denken. Toen vliegen nog iets leek te zijn waar alleen wat pioniers en hobbyisten lol aan beleefden, had hij de visie om er een business van te maken. Daarmee gaf hij ons kleine landje de kans een rol van wereldformaat te spelen. En door zijn visie uit te dragen en er het benodigde geld voor bij elkaar te krijgen schiep ook hij voor nu een werkgelegenheid waar hij niet van had kunnen dromen. Werkgelegenheid die voor een groot deel bestaat uit banen die niet alleen direct iets te maken hebben met de infrastructuur, maar die voor een groot deel secundair zijn.
Op dit moment dient zich een technologie aan waarvan velen weer denken dat het slechts een speeltje is voor freaks en liefhebbers, met name de volwassen opvolger van Internet: de ‘echte’ elektronische snelweg over breedbandige infrastructuur. Nu we na honderd jaar allemaal telefoon hebben en veertig jaar na de uitvinding van de transistor vrijwel allemaal een pc, wordt het mogelijk om iedereen niet alleen met geluid maar ook met beeld met elkaar te verbinden. Om grote grafische bestanden in milliseconden over te zenden, waardoor collega’s wereldwijd elkaar straks recht in de ogen kunnen kijken bij het bespreken van hun zaken. En mogelijke fusiepartners, en in- en verkopers, en moeders met hun kind in het ziekenhuis.
Brood en spelen
De Romeinen hebben al haarscherp geformuleerd waar het in de economie om gaat: ‘brood en spelen’.
- 'Brood' (de basiseconomie = 15%)
basis levensbehoefte voedsel, warmte, voortplanting
(onderste laag van Maslow) = ca. 15% van de economie - 'Spelen' (de welvaartseconomie = 85%)
1. Het speelgoed: luxe-uitvoeringen van de basisbehoeften, verpakkingen, convenience producten (vroegtijdige) vervanging van nog functionerende goederen, mode, TV, HiFi- en computerapparatuur, etc.
2. De Spelletjes: die je (ermee) kunt doen: internetten, film kijken, er goed uitzien, mobiel bellen, weekend uitjes, vakantie reizen, sporten en sport kijken, persoonlijke dienstverlening, etc.
Het ‘brood', het ‘speelgoed' en de ‘spelletjes' zijn de basiscomponenten van het complexe systeem dat wij economie noemen. Aan het brood is al die jaren eigenlijk weinig veranderd. Met de groei van de welvaart wordt groter gewoond en meer gegeten, worden er meer spulletjes gekocht en weggegooid, maar de basis blijft de basis.
Hoe serieus we veel van het werk dat we doen ook nemen, erkend moet worden dat een groot deel van wat we met z'n allen aan economische activiteiten bedrijven, zich op het vlak van de spelletjes en het speelgoed bevindt. Gelukkig maar, want daar liggen onze kansen tot ontplooiing en geestelijke groei, daar kunnen we onze talenten kwijt en onze scheppingsdrang. Interessant is dan ook om waar te nemen dat alle componenten van de welvaartseconomie te maken hebben met stimuli: iets moois zien, indruk maken op de anderen, warmte voelen, ruiken, lekker eten - groei in ervaringen, zogezegd. Ervaringen waarvoor vaak nog, maar zeker niet altijd de halve wereld hoeft te worden afgereisd. Ervaringen zijn voor de jeugd bijvoorbeeld ook uren chatten met leeftijdgenoten die je waarschijnlijk nooit zult ontmoeten of een middag lang het net afsurfen op zoek naar materiaal voor een werkstuk. En omdat een gulden maar één keer kan worden uitgegeven, ligt hier een mooie kans om de eerder geschetste koppeling tussen welvaart (welbevinden) en mobiliteit op deze plek te doorbreken. Daarvoor moeten we eerst duidelijk onderscheid maken tussen basisbehoeften (brood) en welvaartscomponenten (de spelen). En dan voor de tweede categorie bewust sturen op niet-materiële stimuli, zoals GSM, Internet en de entertainment industrie. Zij vertegenwoordigen een groeiende economische activiteit met een relatief geringe materiële component.
Studio kwaliteit
Eén manier waarop beleidsmakers sturen, is financieel. Nederland is de weg ingeslagen van het verhogen van heffingen op activiteiten die waarde aan het milieu onttrekken ten gunste van de verlaging van de premies op menselijke arbeid die waarde toevoegt. Het is aan den regering en het ministerie van Financiën om voortvarend op de ingeslagen weg voort te gaan.
Voor het ministerie van Verkeer & Waterstaat dat verantwoordelijk is voor zowel de materiële infrastructuur (wegen, water, rails, vliegen, etc.) als de elektronische (telefoon, ether, kabel) ligt hier dè kans om (mee) te sturen. En wel door het initiatief te nemen voor een èchte elektronische snelweg waarop iedere abonnee met een beeldverbinding van studio kwaliteit kan communiceren met elke andere abonnee.
Dat vergt de aanleg van een kabelnet met bandbreedtes in de orde van 20 tot 50 keer die van de huidige telefoonlijnen. Dat is een investering van zo'n 15 miljard gulden gespreid over vier tot vijf jaar. Dat bedrag, (zo'n 1% is van het budget dat we met z'n allen jaarlijks aan de ministers geven om voor ons uit te geven) vertaalt zich voor een heel groot deel in werkgelegenheid. Intellectueel werk voor de mensen die het bestaande kabelnet zullen herontwerpen en aanpassen, degenen die dit werk plannen en degenen die de benodigde kabels en kastjes maken. Maar ook simpeler werk voor productie -, graaf- en aansluitwerkzaamheden. Bovendien zal er naast directe - ook secundaire werkgelegenheid ontstaan. Van mensen die websites ontwerpen voor allerlei bedrijven en particulieren die op deze snelweg zichtbaar willen zijn. Van mensen die cursussen ontwikkelen en geven in het omgaan met de nieuwe media. Van tekstschrijvers, van mensen die data invoeren en van ontwikkelaars van allerlei toepassingen en spelletjes die we nu nog niet kunnen bedenken.
Zoals we ook niet hebben kunnen bedenken hoe de afstandsbediening - bedacht om te zorgen dat je niet uit de luie stoel hoefde om de tv op een ander net te zetten - de hele mediawereld zou veranderen.
De breedbandige technologie heeft een veel grotere comfort factor dan de afstandsbediening en zal naar verwachting binnen één tot twee decennia dan ook gemeengoed geworden zijn. Belangrijker is nog, dat de invloed op de maatschappelijke structuren ook nog vele malen groter zal zijn. Maar wie de eerste is die de infrastructuur aanlegt, verwerft binnen korte tijd het imago van de deskundige en krijgt een zware stem in de standaardisatie. Als Nederland het eerste land zou zijn met een dergelijke breedbandige infrastructuur zou het zichzelf zonder twijfel internationaal op de kaart neerzetten als het land bij uitstek war deskundigheid gekocht zou worden op dit geavanceerde gebied van telecommunicatie. Nederland: Brainport voor state of the art communicatie. Het zou al het provinciaalse geruzie over (kunstmatige) ‘centres of excellence' , die er daarom ook nooit echt komen, in een klap uit de wereld helpen.
Logische stap
Het is een stap om zo'n nieuwe infrastructuur aan te leggen. Er is visie, moed en lef voor nodig. Tegelijkertijd is het ook een logische stap.
Want:
- De computer is in 30 jaar 100.000 maal sneller geworden, de bestanden zijn met eenzelfde factor gegroeid, maar de bandbreedte van de basis verbindingslijn is nog steeds 65 K of 128, zo je wilt met ISDN, dat wil zeggen dat die is gegroeid met een factor 2 of 4!
- De telefonie begint vast te lopen op zijn 100 jaar oude technologie. Om verder te kunnen zijn andere technieken nodig (en reeds aanwezig): glasvezel van wijk tot wijk, coax tot de deur en ‘frequency based' schakelen (zoals bij GSM). De techniek is er, nu nog het initiatief om hierop over te schakelen.
- ‘Eén plaatje zegt meer dan duizend woorden.' De mens is van aanleg beeldgeoriënteerd. Het merendeel van de snel groeiende computer power wordt dan ook gebruikt voor beeld- en andere grafische ondersteuning van de informatie. Dat wordt alleen maar meer en beelden hebben véél bandbreedte nodig.
- Bééld-tele'fonie' van iedereen naar iedereen is met de huidige stand van technologische ontwikkelingen de logische vervolgstap op de eenvoudige stemverbinding van telefoon. Dat zal m.i. ook blijken de ‘killer application', de meest gebruikte toepassing van breedband verbinding te zijn.
- De vermaaksindustrie (electronic entertainment) zou een hele nieuwe berg van mogelijkheden ontdekken (veel werk, veel ‘economische groei'!)
- De handel via internet begint schoorvoetend op gang te komen, maar groeit niettemin met dubbelcijferige percentages. Het is een voorbeeld van nauwelijks materiële economie (software, muziek, beelden, spelletjes). Bij grotere bandbreedte is zou deze handel véél en véél sneller kunnen groeien.
- Een perfecte beeldverbinding waarbij je elkaar in de ogen kunt zien tussen alle abonnees zou een heel ander mobiliteitspatroon ten gevolge hebben en dus bij een goed beleid (bv. rekening rijden in tijdzones) ook de files kunnen oplossen.
- Al Gore heeft zijn natie reeds opgeroepen om een infrastructuur met een bandbreedte van honderd maal die van de telefoon aan te leggen. Nederland zou dat door zijn veel grotere flexibiliteit makkelijk voor kunnen zijn (in plaats van over 10 jaar "me too" te roepen)
- Tot slot, Nederland is dichtbekabeld, compact en gezegend met een hoog opleidingsniveau plus een elektronische fabrikant van wereldformaat. Alle ingrediënten om van ons land hèt kennisland bij uitstek, de brainport, te maken op het gebied van breedbandige communicatie.
Het telewerken wordt vooralsnog niet als een geslaagd experiment bestempeld. Mensen missen de aanspraak van hun collega's en voelen zich buitengesloten als ze alleen met hun pc thuis ‘op de zolder' zitten, sociaal geisoleerd Maar als de pc je de mogelijkheid gaf om toch even die vette knipoog van de collega te zien bij het verhaal dat je vertelt, wordt thuiswerken direct anders. Natuurlijk zal niet iedereen dat direct gaan doen. Dat hoeft ook niet. Wanneer we de mobiliteit die het gevolg zou zijn van de jaarlijks nagestreefde 3% groei met deze immateriele bedrijvigheid oplossen, is er al heel wat gewonnen. Temeer omdat een gulden maar één keer kan worden uitgegeven en elke gulden gespendeerd aan telecommunicatie een bijdrage is aan de niet-materiële economie: minder milieu belastend en minder mobiliteit oproepend. Als dan bovendien nog een enorme golf aan internationale advieswerkzaamheden en nieuwe softwareontwikkelingen ontstaat, waarin de investeringen weer kunnen worden terugverdiend, vraag je je af waar we nog op wachten.
Nederland is al eerder wereldwijd voortrekker geweest en heeft daar grote welvaart door ervaren: ter zee en in de lucht. Mag het deze keer in de immateriële economie, de communicatie zijn?

