Pionieren als hoogste goed
Het nieuwste van het nieuwste, luidt de titel van het boek van biograaf Michael Lewis over Netscape-oprichter Jim Clark. Ofwel: een bloemlezing over het leven van een geniale gek. Zo liet hij onlangs bij het Nederlandse Huisman Shipyard een nieuwe boot bouwen met een mast van 59 meter, de langste ter wereld. Toen hij ontdekte dat een hem verder onbekende zakenman rondvoer op een jacht met een mast van zestig meter, was hij daar zo verbolgen over dat hij hem uitdaagde voor een zeilrace.
Nog zo'n staaltje eigenzinnigheid: de biograaf ging geregeld met Clark mee, ook naar zakelijke besprekingen. Toen een bankgenootschap uiteindelijk doorhad dat er een schrijver aan tafel zat, waren de rapen gaar. Clark vond het prachtig. Hij voerde de regie als ware het een toneelstuk in een kindertheater. Toegegeven, de Clarks van deze wereld zijn soms grote kinderen: onuitstaanbaar bij tijd en wijle. Anderzijds zijn het mensen die met hun soms waanzinnige denkbeelden wel wereldconcerns uit de grond stampen. Neem Richard Branson, de topman van het Britse Virgin. Het verleden van dit concern barst van de dode projecten. Simon Burke, topman van Virgin Entertainment zei ooit: 'Herinnert u zich nog onze pc, audiocassette, pubs, het evenementenmagazine, films, videospelletìes en de telefonische jukebox? Allemaal mislukt. Ik voorspel dat ook Virgin Vodka op sterven na dood is'. Pionieren als hoogste goed. Branson zelf durfde het aan om als eerste mens de wereld non-stop te ronden in een luchtballon. Hij faalde, maar probeerde het wel en de waarde van het merk Branson staat, zelfs nu zijn concern in financiële tegenwind verkeert, niet ter discussie. Zet dat eens af tegen de braafheid van de Nederlandse topmanagers. Een middagje brainstormen met de voltallige redactie levert niet veel meer op dan een Willem van Kooten die een ijsberg schijnt te bezitten, of een jJoep van den Nieuwenhuyzen die nog wel eens verrassend voor de dag wil komen met zaken als een Begaclaim. Willy Angenent van Laurus maakt het voor Nederlandse begrippen al behoorlijk spannend door op Zandvoort te racen. En dan is er natuurlijk nog de onvermijdelijke Eckart Wintzen die nog wel eens verrassend uit de hoek wil komen. Zijn aankomst met een Renault Clio spreekt tot op de dag van vandaag tot de verbeelding. Maar het haalt het allemaal niet bij de echte gekken als Jim Clark. Is dat nu een nadeel of juist een voordeel? Wij denken het laatste. Een rebellerende geest op zijn tijd dwingt een organisatie (en haar wijde omgeving) om eens in de zoveel tijd eens bij zichzelf te rade te gaan. Het werkt een beetje zoals aan het Middeleeuwse hof waar de hofnar in het leven werd geroepen om de almachtige vorst op grappige wijze te confronteren met zaken die anders omgezegd zouden blijven. Bovendien is de aldus ontstane spanning een voedingsbodem voor vernieuwende ideeën en dus groei. Het Nederlandse bedrijfsleven zou een of meer narren als rolmodel in die zin dus heel goed kunnen gebruiken.
Maar we stelden het al vast, iedereen die het waagt zijn hoofd boven het grijsblauwe maaiveld van corporate Nederland te steken, wordt neergesabeld. Voldoen aan de strikt gedefinieerde spel- en gedragregels van de Nederlandse bestuurskamers is nog immer een van de belangrijkste selectienormen om er toegang te krijgen. je ziet het aan de (stilaan knellende) uniformiteit binnen de raden van commissarissen, zoals we elders in dit nummer aantonen. In de raden van bestuur is het niet anders. En het ziet er niet naar uit dat daar snel verandering in komt ook. Als er ergens een topman opstapt, wordt hij doorgaans vervangen door een collega-bestuurslid, bij voorkeur opgeleid door en gemodelleerd naar zijn voorganger. Kalff wordt Rijkman Groenink (ABN Amro); Hessels wordt Hamming (VendexKBB); Braziel wordt Van Kempen, wordt Pieterse (Wolters Kluwer); Van der Lugt wordt Kist ONG); Hovers wordt Van Iperen (Océ). Allemaal oude bekenden en in hoge mate klonen. Misschien kan de Nieuwe Economie ons een vers arsenaal geniale gekken leveren, Ofwel, wie gaat voor de 61 meter?

