Software-bedrijf BSO ziet beurs (nog) niet zitten
Van onze verslaggever
UTRECHTHet software-bedrijf BSO in Utrecht voelt geen enkele noodzaak om, evenals Volmac, met de aandelen naar de Amsterdamse effectenbeurs te gaan. Het bedrijf ziet zelfs een heel groot nadeel: "Het korte-termijn-denken krijgt de overhand", aldus directeur/oprichter E. Wintzen. "Bij elke beslissing heb je dan in het achterhoofd wat de beurskoers daarop in het komende kwartaal gaat doen. Wij willen ons niet laten leiden door particuliere beleggers die totaal geen verstand van onze business hebben."
BSO presenteerde gisteren in Utrecht het jaarverslag over 1987. Het boekwerkje valt sterk op door een tiental foto's van de Italiaan Mario Giacomelli. Bovendien is de helft van het verslag gereserveerd voor een filosofisch opstel over systemen, organisaties en communicatie.
Het softwarebedrijf probeert zich van de rest te onderscheiden door een eigen sfeer en cultuur uit te dragen. Tijdens de persconferentie werden vergelijkingen met concurrenten als Volmac en CMG dan ook niet geschuwd. BSO bereikte vorig jaar een autonome omzetgroei van 32 procent en dat was meer dan de meeste andere concurrenten.
BSO gaat dit jaar actief kleine bedrijven opkopen. Het beleid is gericht op verbreding van de dienstverlening en dat betekent dat activiteiten die raakvlakken hebben met de automatisering, zoals communicatie, organisatieadviezen en werving, in aanmerking komen voor overname. Naast deze verbreding zal BSO in twee EG-landen een eigen onderneming starten. Welke landen dat zullen zijn, is nog niet beslist. Wel moeten het grote markten zijn (Duitsland, Frankrijk, Engeland of Italië) en moet de cultuur van BSO daar makkelijk kunnen worden overgenomen ("Duitsers hebben problemen om te Duzen"). Een overname in de Verenigde Staten wordt evenmin uitgesloten.
BSO heeft een eigen vermogen van 28 miljoen gulden en dat geeft meteen de beperktheid van de aankopen aan. "Het worden geen grote acquisities. Laat ons maar opereren binnen de handbreedte die we zelf hebben gecreëerd", aldus Wintzen, die met de handbreedte het te besteden bedrag bedoelt.
De meerderheid van de aandelen (51 procent) is in handen van het management. De rest is in bezit van enkele grote beleggers (Rabo, NPM en Océ). Het personeel heeft opties op aandelen. Geen van de betrokkenen dringt aan op een beursgang, aldus Wintzen.
"We hebben geen vaste plannen daartoe. Waarom zouden we willen? De verreden is altijd: geld, voor bijvoorbeeld een grote acquisitie. Maar dat kan zeer gevaarlijk zijn. Een grote overname betekent een sprongsgewijze toename van de span of control." Impliciet verwees Wintzen hiermee naar bedrijven als Datex en Multihouse, die inmiddels de rekening gepresenteerd kregen.
Volgens de directeur gaat ook een tweede motief voor een gang naar de beurs voor BSO niet op. "De eigenaren hebben geen behoefte hun bezit te verzilveren. Op zich is het een goede tijd om naar de beurs te gaan, maar geen van de privé-aandeelhouders zit in financiële nood. Een derde reden zou een courante notering voor de personeelsopties kunnen zijn. Ook daarin zit een groot gevaar. Het personeel maakt dan wel een enorme financiële klap maar dat is slechts eenmalig. Bovendien is het personeelsfonds van BSO nog jong. Kortom er is geen noodzaak om naar de beurs te gaan."
De omzet van BSO steeg afgelopen jaar met 32 procent naar 137 mihoen gulden. Dit jaar gaat de omzet minstens twintig procent omhoog naar 160 miljoen. De winst, die vorig jaar 46 procent steeg naar 11,2 miljoen, gaat naar minstens 13 miljoen gulden .

