ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Starters weten geldpotten moeilijk te vinden

Nov 07, 1997 (Automatisering Gids , Jan Smit )

Beleggers bulken van het geld. Toch hebben beginnende bedrijven in de IT moeite de goed gevulde honingpotten aan te spreken. Nieuwe initiatieven, speciaal bestemd voor automatiseringsbedrijven, moeten aan deze zogeheten 'mismatch' een einde maken.

Minister van Economische Zaken Hans Wijers vindt dat de onderkant van de kapitaalmarkt in Nederland niet goed functioneert. Jonge bedrijven kunnen onvoldoende aan geld komen, stelt hij in zijn pas uitgekomen Concurrentietoets 1997.

Jan Smit

Het grote voorbeeld voor minister Wijers is Silicon Valley, de streek die hij onlangs bezocht. De bewindsman was onder de indruk van de dynamiek van dit technologische hart van de VS. De kansen die veel belovende starters hier krijgen, lijken oneindig groot. Durfkapitaal is in ruime mate beschikbaar. De kenmerkende afwachtende houding van Nederlandse financiers ontbreekt. Risico's worden minder gevreesd, maar eerder gezien als een grote uitdaging.

Hoewel de Amerikaanse situatie voor beginnende technologiebedrijven goed is, gaat het de bewindsman te ver om deze aanpak klakkeloos over te nemen. De bedrijfscultuur in de VS is anders dan in Nederland. Daarnaast is erin Silicon Valley een grote concentratie van technologiebedrijven, wat een beter klimaat schept voor starters. En de nabijheid van zoveel lichtende voorbeelden van IT-miljonairs motiveert de nieuwkomers er het beste van te maken. "Desondanks, zou ik graag een aantal ingrediënten van het succes van Silicon Valley in Nederland terugzien", liet Wijers zich tijdens zijn recente reis ontvallen. Daaraan toevoegend: "Maar hoe organiseer je dat?'

Probleem

Het struikelblok voor de beginnende ondernemer is niet zo zeer de eerste fase, meent Bram van der Lecq van de Haagse bemiddelingsorganisatie Entrepreneurial Holding. Geld is bij het prille begin van een onderneming nagenoeg nooit een probleem. Een softwarebedrijf bijvoorbeeld kan beginnen op een zolderkamer. De fiscaal vriendelijke Tante Agaath-regeling waarbij de Belastingdienst de familie stimuleert kleine bedragen in de ondernemingen te stoppen, biedt dan voldoende soelaas.

Externe financiers komen pas kijken in de doorstartfase, stelt Van der Lecq die een studie hiernaar heeft gedaan en EZ op dit terrein adviseert. Hij doelt op het moment dat flink moet worden geïnvesteerd het bedrijf echt tot wasdom te brengen. Het probleem in de IT-sector is, in tegenstelling tot veel andere bedrijfstakken, dat de doorstartfase al snel in zicht komt. Dat komt, aldus Van der Lecq, door de grote vaart die ontwikkelingen in de automatisering kenmerkt. Wie een nieuw product heeft, moet snel groeien voordat zijn idee door de tijd is achterhaald.

In de doorstartfase heeft de beginnende ondernemer veelal enige tonnen tot een paar miljoen gulden nodig. Banken staan niet te springen dit geld te fourneren. Ze haken af omdat aan de nieuwe onderneming te veel risico's kleven.

Een andere reden is dat ze te weinig technische kennis hebben om de marktmogelijk goed te kunnen beoordelen.

Ook de professionele participatiemaatschappij is voor de beginnende IT-ondernemer niet de meest voor de hand liggende partij. Bedragen van minder dan een miljoen zijn voor deze financiers een te kleine investering, afgezet tegen de kosten die beoordeling en afwikkeling met zich meebrengen. Ze zijn er bovendien vaak niet op uitgerust de intensieve begeleiding te leveren waarom starters vragen.

In de doorstartfase is de rijke particuliere investeerder de meest aangewezen persoon om mee samen te werken. Zij combineren kapitaal met managementkennis en een netwerk van relaties. De IT-branche heeft een groot aantal informele investeerders. Doorgaans gaat het om particulieren die vermogend zijn geworden nadat ze zich deels of geheel hebben teruggetrokken uit de al dan niet door hen zelf opgerichte onderneming. Het gaat dan om mensen als Theo Mulder (Minihouse), Eckard Wintzen (BSO), Ad Rietveld (Wordperfect), Bodo Douqué (Uniface) en John Kimmel (Grote Beer). Ze opereren echter veelal in stilte. Slechts enkelen treden naar buiten.

Volgens ramingen zijn er in totaal in Nederland zo'n 2.500 tot 3.000 'informal investors'. Een deel doet rechtstreeks zaken met de geldvragende ondernemer. Zij komen via hun eigen netwerk aan de contacten. Velen laten zich echter bijstaan door tussenpersonen. Sommigen daarvan zijn erg actief bij de investering betrokken en werpen zich op als adviseurs. Anderen brengen alleen vraag en aanbod bij elkaar, zonder verder tussen beide te komen. Op deze wijze werkt de Nebib (Nederlandse Beurs voor Investeringen in Bedrijven en Ondernemingen) die een startersbeurs heeft op een eigen Internetsite.

Dan zijn er ook particuliere investeerders die groepsgewijs optrekken. Het bekendste voorbeeld hiervan is Staal Participaties dat namens zestig vermogende mensen voor in totaal 23 miljoen heeft belegd. Volgens minister Wijers is het potentieel dat deze particuliere investeerders kunnen inzetten veel groter dan het bedrag dat ze nu beleggen. Geschat wordt dat zij voor zo^ n slordige 3,5 mrd hebben uitstaan bij veelbelovende ondernemingen. Maar de bewindsman stelt in zijn Concurrentietoets 1997 dat er nog miljarden aan onbenut informeel kapitaal boven de markt hangt.

Dat de miljarden van particuliere beleggers hun weg niet vinden naar de beginnende IT-ondernemer komt deels door de traditionele risicomijdende houding van Nederlandse financiers. Door de anonimiteit waarin deze rijke particulieren opereren, kunnen beide partijen elkaar ook nog eens moeilijk vinden. Daar komt bij dat veel informal investors hun geld niet in IT hebben verdiend en geen kaas hebben gegeten van de high-tech-sector.

Bijna panklaar

Om de wig tussen financiers en starters te verkleinen werkt het minister van Economische Zaken aan een initiatief voor beginnende ondernemers binnen de automatiseringswereld. Het plan behelst echter meer dan financiële ondersteuning. Het doel is tot een groepering te komen waarop starters kunnen terugvallen. Ze moeten niet alleen hun ondernemingsplan gefinancierd krijgen, maar ook toegang hebben tot kennis, managementexpertise en mensen met connecties in de automatiseringsbranche. Ook wil het departement contacten leggen met het Amerikaanse bedrijfsleven.

Een belangrijke inspiratiebron van het initiatief van EZ is wederom Silicon Valley. De rol van de Californische Stanford University spreekt daarbij tot de verbeelding, blijkt uit het relaas van plaatsvervangend directeur-generaal Diek van der Laan van het ministerie van Economische Zaken. Hij is een van de topambtenaren die minister Wijers begeleidde op zijn reis naar de Amerikaanse westkust.

Van der Laan zegt over de werkwijze in de VS: "Als een hoogleraar een student tegenkomt met een goed idee, weet bij hem in contact te brengen met een venture capitalist. Die mensen kennen de markt goed. Dat is belangrijk. Geld is niet het enige waarom het bij starters draait. Het gaat ook om advisering, bemiddeling en het leggen van contacten.','

De afgelopen tijd heeft EZ gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van banken, participatie-maatschappijen, durfkapitaalverschaffers en bedrijven uit de advieswereld. Zij moeten hun plaats krijgen in de beoogde club voor startende high-tech-bedrijven. Tegelijk wil het departement bij zijn initiatief een koppeling leggen met bedrijven en instellingen in de VS. Zo moet een goede voedingsbodem worden gecreëerd voor beginnende ondernemers.

Hoe het startersproject van EZ er precies gaat uitzien en wie er allemaal aan deelnemen, wil Van der Laan nog niet kwijt. "Maar", zegt hij, "we zijn volop bezig het project panklaar te maken." Binnen een paar maanden verwacht hij er meer duidelijkheid over te kunnen geven.

De aanpak die EZ voor ogen staat, sluit overigens nauw aan bij een bestaand project van de Universiteit Twente, die zichzelf graag als ondernemend afficheert. Jaarlijks worden hier zo'n twintig tijdelijke ondernemersplaatsen beschikbaar (Top) gesteld voor innovatieve starters. Hiervan heeft 40 procent betrekking op IT. Deze starters krijgen voor een jaar een plek op een laboratorium of onderzoeksgroep en een renteloze persoonlijke lening van 30.000 gulden.

Na het jaar op de TU moeten ze op eigen benen staan. En wat blijkt, zo'n 80 procent slaagt hier in. Pat is duidelijk hoger dan de gemiddelde overlevingskans van beginnende ondernemers", zegt coördinator Dick van Barneveld.

Fenit-initiatief

EZ is niet de enige organisatie die werkt aan plannen om de uitgangspositie van starters te verbeteren. Ook brancheorganisatie Fenit wil nadrukkelijker een rol spelen voor startende innovatieve ondernemers. De brancheorganisatie heeft al eerder het idee geopperd een zogeheten Venture Capital Committee op te richten, een bemiddelaar voor bedrijven die op zoek zijn naar risicokapitaal. De venture Capital Committee moet, door het geven van objectieve informatie over IT, koudwatervrees bij kapitaalverschaffers wegnemen. De suggestie is voorgelegd aan het ministerie van Economische Zaken.

Die kijkt of het idee past in zijn eigen initiatief.

Fenit zelf werkt inmiddels aan uitbreiding van de verwijsfunctie voor starters en een verbreding van de zogeheten ontwikkelzone, aldus stafmedewerker Edith Stouthamer. Deze laatste activiteit is een al langer bestaand initiatiefnemers kunnen twee jaar lang gratis gebruik makrn van de faciliteiten die Fenit biedt aan leden. Daarnaast koppelt de organisatie aan starter een zogeheten mentor die als ervaren manager de nieuwkomer met raad en daad bijstaat.

Volgens Stouthamer zijn de ervaringen van beginnende bedrijven met de Fenit-zone positief.

"Het is de bedoeling het aantal ondernemers dat wordt toegelaten - momenteel twintig -, flink uit te breiden. Ook wil de brancheorganisatie zich nadrukkelijker profileren als bemiddelaar. Per dag bellen ons nu al vijf bedrijven op met allerlei vragen over bijvoorbeeld leveringsvoorwaarden en octrooien. Meestal zijn het beginnende bedrijven. Van de kennis die we hier in huis hebben, moeten meer beginnende ondernemers gebruik gaan maken", aldus de Fenit-medewerker.

» Article index