ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Technologie begint al op basisschool

Apr 11, 1987 (De financiele Telegraaf , Rob Boogaard )

BSO-DIRECTEUR WINTZEN MEENT:

door ROB BOOGAARD

UTRECHT, zaterdag Wanneer het aan E.J. Wintzen, oprichter en aalgerendirecteur van BSO (één van de grootste softwarehuizen van Nederland) ligt, meet Nederland tot een flexibeler aanpak van technologiebeleid komen. Volgens Wintzen moeten we "ons op de wereldmarkt sterk profileren als een land dat kennis.

Op 27 april a.s. wordt het rapport van de commissie-Dekker, over het technologiebeleid, aan minister De Korte (Economische Zaken) aangeboden. Wintzen, die lid is van deze commissie, vindt dat Nederland met zijn relatief hoge lonen het hoofd alleen boven water kan honden, "als je hoogwaardige technologische producten en diensten levert".

Hij wijst er op dat daar wel naar toe wordt gewerkt (illustratief is het aantal studenten aan de universiteiten dat in 25 jaar verviervoudigd is, naast de toeloop op HBO-instellingen), maar dat er toch een groot aantal punten van kritiek is.

Wintzen is niet blij met de recente aankondiging van minister De Korte over de vier aandachtsgebieden. "Men maakt een uiterst gevaarlijke vierdeling met betrekking tot de bepaling van een toekomstig technologiebeleid. Als we de indeling in de vier programmagebieden, informatica, nieuwe materialen, biotechnologie en medische technologie, handhaven, bestaat de neiging bepaalde kansrijke gebieden te vergeten. Bovendien is het een heel raar rijtje", meent Wintzen.

Hij is van mening dat door bovengenoemde indeling appels met peren en eieren worden vergeleken. "Met informatie-technologie heeft de hele maatschappij te maken. Bijna elke industrie en dienstverlening heeft op de een of andere manier met informatietechnologie van doen. Wanneer we die component weghalen zou de hele industriële ontwikkeling instorten.

De BSO directeur wijst erop dat dit voor de ontwikkeling op het gebied van de nieuwe materialen, zoals keramiek, hoogwaardige kunststoffen etc., in veel beperkter mate het geval is. "Niet iedere industrie hoeft met nieuwe materialen te maken. Dat terrein is lang niet zo breed, terwijl bio-technologie nog smaller is en medische technologie een element uit slechts een bedrijfstak vormt", betoogt Wintzen.

Volgens hem is de indeling in zekere zin een overblijfsel uit het rapport van de commissie-Wagner. "Wat overigens een goed rapport is", haast Wintzen zich te zeggen. Uit dat rapport komt naar voren dat de overheid niet in het wilde weg alles moet stimuleren en dat concentratie op bepaalde kansrijke gebieden gewenst is. Wintzen: "Op zichzelf is dat een uitstekend idee. Je moet je echter niet vastbijten op vier sectoren. Daarmee wordt de kans groot dat je bepaalde kansrijke en creatieve ideeën verloren laat gaan, omdat ze niet in het rijtje passen".

Een hierop aansluitend punt van kritiek van Wintzen is, dat Nederland geen absolute topopleidingen heeft. Het buitenland heeft o.a. Cambridge, Oxford, Harvard, Stanford en Carnegy Mellon (Pittsburgh). "Zulk soort excellente opleidingscentra ontbreken in Nederland echter, waardoor we de supertop nooit krijgen. Dat zal wel aan de Nederlandse mentaliteit liggen", vreest Wintzen, die er aan toevoegt dat het onderwijsniveau in Nederland door de bank genomen niet laag is, maar dat er wel voor moet worden gewaakt dat het niet achteruitloopt.

Op de vraag of we in Nederland niet bepaalde "centres of excellente" moeten ontwikkelen, zoals voormalig Philips-president Dekker meermalen suggereerde, zegt Wintzen: "Die kun je niet maken; die ontstaan. Het is zaak een klimaat te scheppen waarin ze ontstaan. Er wordt te vaak met de term "centres of excellente" gegooid en daarmee lijkt het een modetrend te worden. Voorwaarde voor het ontstaan ervan is dat er topdeskundigen op wetenschapsgebied zijn die op top niveau kunnen worden gehonoreerd en die flexibel kunnen opereren. Aan die voorwaarden ontbreekt het bij de Nederlandse opleidingsinstituten nogal eens", meent de topman van BSO.

Aan de andere kant moet er op de basisschool wat meer aan technologie worden gedaan, met name informatietechnologie. "Wil je een technologiestroom ontwikkelen dan moeten kinderen daar in een vroeg stadium vertrouwd mee raken. De volgende generatie krijgt van dag tot dag met informatie-technologie te maken. De huidige generatie '50-ers weet er nauwelijks wat van af en het gevaar bestaat dat we straks weer zo'n generatie van onwetenden krijgen. Het hele "informatica-verhaal" heeft op school nog geen handen en voeten en vaak hangt het van het h Hobbyisme van een leraar of onderwijzer af wat er op dat gebied gedaan wordt. Dat is toch om te huilen", meent Wintzen.

Een laatste punt betreft een overschot aan kern-informatici (hardware-deskundigen), dat op handen is. "Nederland heeft nauwelijks een computerindustrie en wereldwijd spelen wij een beperkte rol. Ons land moet zich meer richten op de gebruikerskant van de informatie-technologie. Er is echter een nijpend tekort aan mensen, die in een waanzinnig complexe omgeving als een bank of verzekeringsmaatschappij een computer (netwerk) kunnen installeren en daar met visie en creativiteit applicaties op kunnen ontwikkelen", besluit Wintzen.

» Article index