ECKARTS NOTES. Click here to read more and order!

Time for change

Feb 05, 1993 (HP/De Tijd , Hans Rghart )

Hei cynische machtsspel van Lubbers, de platitudes en clichés van Brinkman ("Ik heb in de politiek geleerd dat... blablabla"), de angstverlamming van de PVDA, het goedkope succes van Van Mierlo, de gespeelde verontwaardiging van de VVD: stel dat het kabinet daadwerkelijk was gevallen en er verkiezingen uitgeschreven waren, waar had ik dan nog op moeten stemmen? Sinds 1972 heb ik PVDA gestemd, behalve bij de laatste twee verkiezingen voor gemeenteraad en Provinciale Staten, toen ik mijn stem aan D66 heb gegeven. Daar heb ik nu wel spijt van. Van oppositie voeren is immers geen spraken, wel van luie gemakzucht en voorspelbaar scoren, zoals onlangs bij het WAO-drama. Hoe kun je als Van Mierlo een politieke cultuur kritiseren, waar die zelf zo ostentatief deel van bent gaan uitmaken? Hoe kun je überhaupt het begrip politieke cultuur in de mond nemen, wanneer je je in het denken daarover nog steeds laat leiden door een analyse van meer dan 25 jaar geleden? Het enige verschil met 1967 'Is dat de partij toen nog het bestel wilde opblazen en daarna de hand aan zichzelf zou slaan. Anno 1993 is de partij die ooit een bom onder het bestel wilde zijn, nu een van zijn steunpilaren geworden.

Groen Links dan? Die partij maakt het deze kiezer ook al knap moeilijk. De recente pacifistische oprisping naar aanleiding van de geallieerde acties in de Golf getuigde er weer eens van dat Groen Links geen echt nieuwe partij is, maar meer een groen gespoten monsterverbond van Oud Links. Het is kortom time for a change. Iets nieuws, iets fris, iets anders. En het valt niet te ontkennen: het getij is buitengewoon gunstig, voor amateurs, nieuwelingen en avonturiers. De weerzin jegens de zittende partijen is zo groot aan het worden dat het predikaat nieuw' een kwaliteit op zichzelf is. De vergelijking met de jaren zestig dringt zich op, toen KVP èn PVDA bij de verkiezingen van 1967 als exponenten van een verkalkt politiek bestel zwaar verloren en twee anti-systeempartijen - D'66 en de Boerenpartij - samen veertien zetels wisten binnen te halen. Vandaag profiteert D66 opnieuw van zulke ongerichte gevoelens van onbehagen, net als in 1967 en in de late jaren zeventig toen de partij onder Jan Terlouw aan een spectaculaire comeback begon. De Boerenpartij is weliswaar verdwenen, maar aan het rechtse onbehagen wordt nu uiting gegeven via de Centrumdemocraten, volgens recente peilingen goed voor vijf zetels, maar dat zouden er tussen nu en het voorjaar van 1994 best zeven of acht kunnen worden.

Het CDA staar momenteel op verlies en heeft zich vastgeketend aan de Grote Leider Lubbers; daardoor is de partij programmatisch vastgelopen en ook kwetsbaar geworden. Haar sterkste troef, Lubbers, blijkt nu een achilleshiel te zijn. Maar afgezien van de schade die 's lands grootste politieke partij aan het WAO-debácle heeft overgehouden, is vooral de geëtaleerde politieke onmacht verbluffend. Zoveel energie, zoveel woorden, zoveel rijd en zoveel ellende geïnvesteerd in een voorstel dat in wezen een oplossing biedt voor de financiële problemen rond de arbeidsongeschiktheid, een voorstel dat 900.000 WAO-ers weghoudt van de arbeidsmarkt en dat tenslotte een absurde rechtsongelijkheid tussen bestaande gevallen en nieuwe arbeidsongeschikten creëert. Dit onthutsende testimonium pauperstaties kan niet anders geïnterpreteerd worden dan als een bijna dwingende uitnodiging aan de toeschouwende menigte om het óók eens te proberen.

0nder die omstanders is al geruime tijd beweging zichtbaar. Vorig jaar presenteerde zich de Club van Schiermonnikoog, een snel ogend gezelschap van vooral jonge, succesvolle entrepreneurs, die zich met name ten doel leken te stellen de grote hedendaagse problemen te diagnosticeren en het politiek debat weer op gang te brengen. De laatste rijd heeft de Club van Schiermonnikoog echter vooral stilte geproduceerd. Dan was er natuurlijk Schaefers pleidooi voor een progressieve volksbeweging en Van der Louws couppoging en zijn geestloze plan om een Partij van Sociaal-democraten op te richten. En tenslotte verscheen onlangs een pamflet afkomstig uit een gezelschap dat zich geschaard heeft rond do zeventigjarige Henk Zeevalking, ooit de D66-minister die in het begin van de jaren tachtig het natuurgebied Amelisweerd liet asfalteren. Andere goed geconserveerde routiniers in de Zeevalking-club zijn 72-jarige partijgenoot en senator Glastra van Loon en de VVD-er Neelie Smit (51). In het pamflet toont men zich vooral bezorgd over van alles en nog wat en wil men - net als al die anderen - het politieke debat weer nieuw leven inblazen. Het krankzinnige idee van Zeevalkings pamfletschrijvers om Nederland, België en Luxemburg, samen te voegen tot een nieuw staatkundig verband staat trouwens in schril contrast tot de nogal bedaagde uitstraling van het gezelschap.

Het is misschien wat voorbarig, maar ik zie niet veel in het pamflettisme van deze politieke dinosaurussen. Wanneer ze een partij zouden vormen, zou ik er niet op stemmen. Smit, Zeevalking, Glastra, Schiefen ,Van der Louw: dat kan toch nooit iets nieuws zijn? Geef ons nu eindelijk weer eens de roekeloosheid van de jeugd, van die zogenaamd verloren generatie, die tussen 1955 en 1972 geboren werd en nu oud en jong genoeg is om eindelijk haar stem eens te verheffen en daarmee te bewijzen dat ze noch verloren, noch stom is. En van mij mogen de jongelui alle fouten maken die er te maken zijn; ze mogen het compromis en de werkelijkheid verachten, ze mogen wat mij betreft de arrogante illusie koesteren alles opnieuw te kunnen laten beginnen en ze mogen lak hebben aan de geschiedenis. Laten er eindelijk weer eens schelle stemmen en wilde kreten klinken in die gecapitonneerde kamer van de politiek, waar oude en ouwelijke mannen nu al jaren vrijwel onverstaanbaar voormummelen. Het is tijd voor onbezonnenheid, radicalisme, fantasie, provocaties en politieke dagdromerij'. Het is time for change.

» Article index