Voortdurende upgrading
Stel, uw buurman is buschauffeur. Iedere dag rijdt hij op en
neer tussen Grumst en Grumsteradeel, zeventien haltes,
meestal redelijk op tijd, vijfentachtigduizend kilometer per
jaar en nooit een echt grote schade gehad. Al rijdt hij deze
boeiende route al sinds jaar en dag, toch wil ook hij ieder
jaar een beetje meer verdienen. Inderdaad ja, ieder jaar
meer, hoewel hij gewoon hetzelfde aantal ritten over dezelfde
afstand blijft rijden. Is dat eigenlijk redelijk? Hij vindt
van wel, hij zegt dat hij daar gelukkig van wordt. Of is het
misschien toch niet zo heel erg redelijk en worden wij
belazerd door de vakbonden, die hem - en ons - maar wijs
proberen te maken dat iedereen er recht op heeft om er
voortdurend netto op vooruit te gaan, ook al neemt de
prestatie niet in omvang toe?
Misschien bent u zelf buschauffeur. Vast niet, want daar
zijn er niet zo veel meer van. Ik ben weliswaar ook geen
buschauffeur - al heb ik wel tijdens mijn studententijd op de
vrachtwagen gezeten - maar vind het inderdaad heel redelijk
dat die chauffeur er jaarlijks op vooruit gaat. Tenminste,
wél zolang het systeem nog bestaat dat ook iedereen
die duizend gulden belegt, met diezelfde duizend gulden ieder
jaar meer verdient. Is het niet zo dat iedere directie die er
niet in slaagt om voor zijn aandeelhouders elk jaar de
winstcijfers te verbeteren, een beetje op de wip zit?
Oké, oké... natuurlijk mogen de heren wel eens
een jaartje overslaan of een keer een miljardje of wat
afschrijven voor een reorganisatie (gaat de koers tenminste
omhoog, ook als ze een slecht jaar gedraaid hebben). Als je
'dot com' achter je naam hebt staan, mag je trouwens
helemáál ongelimiteerd verlies maken, want dan
is iedereen bereid te geloven dat je over een jaar of wat die
permanente en steile stijgende lijn zult laten zien, ongeacht
wat voor vage, net afgestudeerde of anderszins pokdalige en
onervaren computer-nerd er ook aan het roer staat. Maar goed,
op den duur geldt zelfs daar: als straks die
Internetballonnen allemaal zijn doorgeprikt en het normale
leven weer begint, is het bij het aandelenspelletje echt wel
de bedoeling om, liefst constant, stijgende lijnen te laten
zien. Na twee jaar een horizontale of dalende lijn, kan de
directie van elke tent beter maar zorgen nu al op de hotlist
van een headhunter te staan, want dan beginnen er een paar
stoelen ernstig te wankelen.
Waarmee ik maar wil zeggen: chauffeur of belegger, er is
één ding dat ze gemeen hebben: ze voelen zich
pas goed als hun welstand morgen weer een beetje groter is
dan gisteren. Kijk maar naar u zelf. U bent toch ook niet van
plan om over tien jaar alles nog hetzelfde te hebben? U bent
nu toch ook niet meer waar u tien jaar geleden was? Weet u
nog hoe dolgelukkig u toen was met die eerste auto, die
vijfdehandse Lelijke Eend of Ford Fiasco? Hakkend en puffend
reed u ermee naar Parijs, om daar op een terrasje feestelijk
een fles hoofdpijnverwekkende vin de table te drinken. Dat
was puur geluk! Maar als dat zo was, waarom rijdt u dan nu in
een voiture van zeker tien maal die prijs van toen, zo niet
honderd maal? En waarom woont u nu dan in een huis dat zeker
vijf keer zo groot is als toen? U was toch zo gelukkig in uw
eerste flatje?
Kennelijk is het op den duur dus niet zozeer het bezit van
het begeerde wat ons gelukkig maakt, maar de voortdurende
upgrading daarvan. Telkens weer een beetje meer, dat maakt
ons blij en daarom hebben we ook recht om er altijd
'netto op vooruit te gaan', ongeacht de toename van
onze prestatie. 'Stilstand is achteruitgang', zo heet
dat toch? Maar ja, dan rijst natuurlijk wel de vraag: waar
moet dat eindigen, wanneer houdt dat op? Zeker als we ons
verder realiseren dat er naast ons nog eens vijf miljard
andere aardbewoners zijn die ook aan de beurt willen komen.
En die komen in de eerste ronde voor méér dan
alleen een periodieke 'upgrade'. Kan onze in omvang
beperkte wereldbol al die materiële welstand wel
ophoesten? Als we er even bij stil staan, is het krankzinnig
een hele planeet zo overhoop te halen voor wat wij geluk
noemen. Terwijl het echte geluksgevoel meestal over ons komt
zonder dat we er een cent voor uitgeven: de eerste
voorjaarszon, de uren met dat boek dat je maar niet kunt
neerleggen, die arm om je heen van iemand die je lief is...
Wat zitten we dan eigenlijk moeilijk te doen met onze
zogenaamde 'vooruitgang'?

